2 Wegen naar Zijn aanwezigheid
2.5 DRIE WEGEN
Hoe zoekt men Hem? Hoe vindt men in deze wereld, in zijn eigen menselijke bestaan en verhouding tot deze wereld, wegen die leiden tot de zekerheid van Zijn aanwezigheid?
De joodse literatuur bevat vele aanwijzingen van een besef van onze problemen, maar dat besef wordt zelden met zoveel woorden genoemd. In het verleden deinsde de jood gewoonlijk terug voor het uiten van zijn persoonlijke godsdienstige belangstelling en ervaring en daardoor is zijn terughoudendheid vaak ten onrechte aangezien voor geestelijke ongevoeligheid. De waarheid is dat de ziel nimmer zweeg. Tot in de negentiende eeuw waren er maar enkele vooraanstaande talmoedisten die niet bewogen werden door bijvoorbeeld de hunkeringen en overpeinzingen van de Zohar. Onder het kalme oppervlak van geloof en wet waren de zielen in beweging. Het is daarom onze taak om door te dringen tot achter de rust van geloof en traditie om de echo's van de worsteling op te vangen en de levende inzichten te heroveren.
Er zijn drie uitgangspunten om over God na te denken, drie sporen die tot Hem leiden. Het eerste is de weg van het bespeuren van de aanwezigheid van God in de wereld, in dingen;9 het tweede is de weg van het bespeuren van Zijn aanwezigheid in de bijbel; het derde is de weg van het bespeuren van Zijn aanwezigheid in heilige daden. Deze drie wegen worden aangeduid in drie bijbelpassages:
Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen? Jes. 40:26
Ik ben de HEER, uw God. Ex. 20:2
Alles wat de HEER gezegd heeft zullen we ter harte nemen. Ex. 24: 7
Deze drie wegen beantwoorden aan de drie voornaamste aspecten in onze traditie van het godsdienstige bestaan: eredienst, leren en handelen. Deze drie zijn één en we moeten alle drie wegen gaan om de éne bestemming te bereiken. Want die is de ontdekking van Israël: de God van de natuur is de God van de geschiedenis en de weg die naar Hem leidt, is het doen van Zijn wil.
Het heroveren van de inzichten die op deze drie wegen verkregen worden, is het gaan naar de wortels van de bijbelse ervaring van leven en werkelijkheid; het betekent het vorsen in het godsdienstige drama van Israël, te begrijpen waarom Job kon zeggen:
Ik weet: mijn redder leeft,
en hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen.
Hoezeer mijn huid ook is geschonden,
toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen.
Ik zal hem aanschouwen,
ik zal hem met eigen ogen zien, ik, geen ander,
heel mijn binnenste smacht van verlangen. Job 19:25-27
Hoe bereikt de mens het niveau van denken waarop hij in staat is om te zeggen: 'Uit mijn vlees zal ik God aanschouwen'?
Elk van de drie delen van dit boek is dientengevolge gewijd aan een van die wegen.
Abraham Joshua
Heschel:
God zoekt de
mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit
het Engels door
Daniël Mok en
Heleen H. de
Both
Fenomenologische
klassieken deel
4