3.2 MACHT, SCHOONHEID, GROOTSHEID
Klein is de wereld waar de meesten hun aandacht op richten en beperkt is onze betrokkenheid. Wat zien we als we de wereld zien? Drie aspecten van de natuur eisen onze aandacht op: haar macht, haar schoonheid en haar grandeur. Daarom zijn er drie manieren waarop we ons met de wereld kunnen inlaten: we kunnen haar uitbuiten, we kunnen van haar genieten, we kunnen haar in ontzag aanvaarden. In de geschiedenis van de beschaving hebben verschillende aspecten van de natuur de talenten van de mens in beweging gebracht. Soms hebben haar macht, soms haar schoonheid en nu en dan haar grootsheid zijn geest aangetrokken. Ons tijdperk beschouwt het nut van de natuur als haar voornaamste verdienste. Het meent dat het voornaamste doel van de mens in Gods schepping het verwerven van macht is en het gebruiken van de natuurlijke hulpbronnen. De mens is inderdaad in de eerste plaats een gereedschapmakend dier geworden en de wereld is nu een reusachtige gereedschapskist voor de bevrediging van zijn behoeftes.
De Grieken leerden om te begrijpen. De Hebreeën leerden om te vereren. De hedendaagse mens leert om te gebruiken. Aan Bacon danken we de uitspraak Kennis is macht. Zo worden de mensen aangezet om te leren: kennis betekent succes. We weten niet meer hoe we een waarde anders moeten rechtvaardigen dan in termen van doelmatigheid. De mens is bereid zichzelf te omschrijven als een zoeker naar een maximum aan comfort tegen een minimum aan inspanning. Hij stelt waarde gelijk aan wat voordeel brengt. Hij voelt, handelt en denkt alsof de enige opzet van het heelal zou zijn om zijn behoeftes te bevredigen. Voor de moderne mens lijkt alles berekenbaar; alles tot een bedrag herleidbaar. Hij heeft het grootste vertrouwen in statistieken en verafschuwt de gedachte van een mysterie. Hardnekkig negeert hij het feit dat wij allen omringd zijn door dingen die we waarnemen maar niet kunnen begrijpen; dat zelfs het verstand een mysterie op zichzelf is. Hij is zeker van zijn vermogen om elk mysterie weg te verklaren. Pas één generatie geleden was hij overtuigd dat de wetenschap bezig was om alle raadsels van de wereld op te lossen. In de woorden van een dichter:
Alles wat er te weten valt
Zullen we eens weten.
Godsdienstige
kennis wordt
beschouwd als
de laagste vorm
van kennis.
Volgens de
Franse filosoof
en socioloog
Auguste Comte
(† 1857)
doorloopt de
menselijke
geest drie
stadia van
denken: de
theologische,
de metafysische
en de
positieve. Uit
de primitieve
godsdienstige
kennis
ontwikkelde
zich
langzamerhand
de metafysica,
die op haar
beurt werd
opgevolgd door
de positieve,
wetenschappelijke
wijze van
denken. De
moderne mens,
die het laatste
stadium heeft
bereikt, schuwt
elk beroep op
onwaarneembare
grootheden. Men
vraagt niet
meer naar het
waarom, maar
uitsluitend
naar het hoe.
De mensheid het
middelpunt van
de eredienst.
Wat echter
vanuit het
standpunt van
de moderne mens
als een
verworvenheid
wordt
beschouwd, kan
door de
postmoderne
mens als een
verarming
worden
beschouwd. De
volgende
generaties
zullen moeilijk
kunnen
begrijpen hoe
vroeger de idee
van God niet
werd beschouwd
als het hoogste
concept dat de
mens zich kan
indenken, maar
die integendeel
zich daarvoor
schaamden en
die de
ontwikkeling
van het
atheďsme als
een teken van
vooruitgang in
de emancipatie
van het
menselijk
denken
beschouwden. 1
Verblind door
de schitterende
successen van
het verstand in
natuurwetenschap
en techniek
hebben we niet
alleen de
overtuiging
gekregen dat
wij het
voornaamste van
de wereld zijn,
we zijn er van
overtuigd
geraakt dat
onze behoeftes
en belangen de
beslissende
maatstaf zijn
voor wat goed
en kwaad is.
Comfort, luxe
en succes
prikkelen
voortdurend
onze begeertes
en belemmeren
onze blik op
wat nodig is,
maar dat niet
altijd gewenst
wordt. Zij
maken het ons
makkelijk om
blind te worden
voor waardes.
En voor een
blinde is zijn
geleidehond van
belang als gids
en verkenner.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005