NOTEN BIJ HOOFDSTUK 3
1. Walter Schubart, Russia and Western Man (New York 1950) p. 62 e.v.
2 W. Rhys Roberts, Longinus on Style (Cambridge 1899) p. 31.
3. Roberts, op.cit., p. 209. Het is een belangwekkende samenloop dat de eerste verhandeling over het verhevene die ons bij name bekend is, geschreven werd door Caecilius, een Siciliaans redenaar die onderwees in Rome in de dagen van Augustus en die 'in het geloof een jood' was; zie W.R. Roberts, American Journal of Philology, XVIII, pp. 303 e.v. en op.cit., pp. 220-222. Mommsen oppert de mogelijkheid dat Longinus een jood was die Mozes en Homerus in dezelfde mate vereerde. Römische Geschichte, dl VI, p. 494. Volgens Pauly-Wissowa, dl V, p. 1174 e. v. was Caecilius een aanhanger van het joodse geloof. Vergelijk echter de formule' Er zij land'.
4. Longinus, On the Sublime, hfdst. XXXV; vergelijk Samuel H. Monk, The Sublime, A Study of CriticaI Theories in XVIII-Century England (New York 1935) p. 17.
5. Longinus, op.cit., IX, 10.
6. In A Philosophical Inquiry into the Origin of Our Ideas of the Sublime and the Beautiful, dl II, § I, p. 8; III, 27.
7. 'Het mooie bereidt ons voor om iets belangeloos te beminnen, zelfs de natuur; het verhevene bereidt ons voor om iets hoog te achten, zelfs als dat strijdt met ons (praktische) eigenbelang.' Critique of Aesthetic Judgment, p. 134.
8. Man is Not Alone, p. 4.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005