4 Verwondering
4.3 TWEE SOORTEN VERWONDERING
Verwondering of
ernstige
verbazing is
het voornaamste
kenmerk van de
houding van de
godsdienstige
mens tegenover
de geschiedenis
en de natuur.
Eén houding is
vreemd aan zijn
geest: dingen
vanzelfsprekend
vinden en
gebeurtenissen
als een
alledaagse gang
van zaken
beschouwen. Het
bij benadering
vinden van een
oorzaak van een
verschijnsel is
geen antwoord
op zijn
hartgrondige
verwondering.
Hij weet van
het bestaan van
wetten die de
loop van
natuurlijke
processen
regelen. Zo’n
weten kan
echter zijn
gevoel van
voortdurende
verbazing over
het feit dat er
feiten bestaan
niet
verminderen.
Kijkend naar de
wereld zou hij
zeggen: Dit is
het werk van de
HEER, een
wonder in onze
ogen (Psalm
118:23).
Dat
'verwondering
het gevoel van
een filosoof is
en dat de
filosofie
begint met
verwondering'
is verklaard
door Plato4 en
bevestigd door
Aristoteles:
'Want het is
het gevolg van
hun
verwondering
dat mensen nu
beginnen en
aanvankelijk
begonnen te
filosoferen’.
Tot op heden
wordt de
verstandelijke
verwondering
gewaardeerd als
semen
scientiae, als
het zaad van de
kennis, als
iets wat leidt
tot kennis,
maar er niet
toe behoort.6
Verwondering is
het voorspel
tot kennis: ze
houdt op zodra
de oorzaak van
een
verschijnsel
duidelijk is.7
Maar ligt de
waarde van
verwondering
alleen daarin
dat zij aanzet
tot het
verwerven van
kennis? Is
verwondering
hetzelfde als
nieuwsgierigheid?
Bij de profeten
is verwondering
een manier van
denken. Zij is
niet het begin
van kennis,
maar een
houding die de
kennis te boven
gaat; ze
eindigt niet
wanneer de
kennis
verworven is;
ze is een
houding die
nooit ophoudt.
Er is in
de wereld geen
antwoord op de
ernstige
verbazing van
de mens.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005