4 Verwondering
4.6 'VOOR JE VOORTDURENDE WONDEREN'
Het diepe en onafgebroken besef van te zijn is een deel geworden van het godsdienstige bewustzijn van de jood. Drie maal per dag bidden wij:
Wij danken Jou...
Voor Je wonderen, die dagelijks bij ons zijn,
Voor Je voortdurende wonderdaden...
In de avonddienst reciteren we de woorden van Job (9:10):
Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen,
ontelbaar zijn de wonderen die hij verricht.
Elke avond reciteren we: 'Hij schept het licht en maakt de duisternis.' Twee maal per dag zeggen we: 'Hij is Eén.' Wat is de betekenis van een dergelijke herhaling? Een wetenschappelijke theorie hoeft, wanneer ze eenmaal gepubliceerd en aanvaard is, niet twee maal per dag te worden herhaald. De inzichten van de verwondering moeten voortdurend levend gehouden worden. Omdat er dagelijks behoefte is aan verwondering, is er behoefte aan een dagelijkse eredienst.
Het gevoel voor de 'wonderen die dagelijks bij ons zijn', het gevoel voor de 'voortdurende verwondering', is de bron van het gebed. Er is geen eredienst, geen muziek en geen liefde wanneer we de zegeningen of de nederlagen van het leven als vanzelfsprekend beschouwen. Geen routine op sociaal, fysiek of fysiologisch gebied moet ons gevoel van verrassing afstompen dat er een sociaal, een fysiek of een fysiologisch gebied bestaat. We zijn geoefend om ons gevoel van verwondering levend te houden door vóór het nuttigen van voedsel een gebed uit te spreken. Telkens wanneer we op het punt staan om een glas water te drinken, herinneren we ons aan het eeuwige mysterie van de schepping: 'Gezegend Jij... door Wiens woord alle dingen ontstaan zijn.' Een alledaagse handeling én een verwijzing naar het allergrootste wonder. Als wij brood of fruit willen eten, genieten van een aangename geur of van een goed glas wijn, als we de eerste verse seizoensvrucht eten, als we een regenboog of de oceaan zien, als we bomen opmerken die in bloei staan, als we een wijze les uit de thora, of ergens anders vandaan tegenkomen, bij het horen van goed of slecht nieuws - is ons geleerd om Zijn grote naam aan te roepen en ons bewust te zijn van Hem. Zelfs bij een lichamelijke handeling, zeggen wij: 'Gezegend Jij... die elk lichaam geneest en wonderen doet.'
Dit is een van de doeleinden van de joodse levenswijze: het ervaren van alledaagse handelingen als geestelijke avonturen, het voelen van de verborgen liefde en wijsheid in alle dingen.
In het lied van de Rietzee lezen we:
Wie onder de goden is uw gelijke, HEER?
Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig,
wie dwingt zoveel eerbied af met roemrijke daden,
wie anders verricht zulke wonderen? Exodus 15:11
De rabbijnen merkten op: Er staat hier niet geschreven: Die wonderen deed, maar: Die wonderen doet... Hij deed en doet nog wonderen voor ons in elke generatie, zoals er gezegd is:
Wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel. Psalm 139:1413
Rabbi Eleazer zegt: 'Verlossing en het verdienen van zijn brood zijn met elkaar vergelijkbaar. Het brood verdienen is iets wonderlijks en het verlossen van de wereld is iets wonderlijks. En zoals het brood verdienen dagelijks plaatsvindt, zo vindt ook verlossing dagelijks plaats.'14
Koning David zei: 'Ik zal getuigenis afleggen van de liefde van de Heilige, Hij zij geprezen en van de weldaden, die Hij aan Israël bewijst, uur na uur en dag na dag. Dag na dag wordt de mens verkocht (als slaaf) en elke dag wordt hij verlost; elke dag wordt de mens zijn ziel ontnomen en overgegeven aan de Hoeder; de volgende dag wordt zij aan hem teruggegeven; zoals er geschreven staat: In uw hand leg ik mijn leven, HEER, trouwe God, u verlost mij (Ps. 31:6). Elke dag maakt de mens wonderen mee, zoals die geschiedden tijdens de Uittocht, elke dag ervaart hij verlossing, zoals zij die uit Egypte trokken, elke dag wordt hij gezoogd aan de borsten van zijn moeder, elke dag wordt hij gestraft voor zijn daden, zoals een kind door zijn onderwijzer.'15
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005