4 Verwondering

 

 4.6    HIJ ALLEEN WEET

Besef van het wonder is niet hetzelfde als het kennen van de won­deren die ons overkomen. Wonderen gebeuren zonder dat wij ze kunnen opmerken. De psalmist (136:3) verklaart:

Loof de oppermachtige Heer

die wonderen doet, hij alleen.


En de rabbijnen merkten op: 'Is er iets wat Hij doet met hulp van een ander? Wat betekent het woord alleen? Hij alleen weet welke wonderen Hij doet... Zoals er geschreven is:

 

Veel wonderen hebt u verricht,

veel goeds voor ons besloten,

HEER, mijn God.

Niemand is te vergelijken met u!

Wil ik erover spreken, ervan verhalen,

het is te veel om op te sommen.           Ps. 40:6

 

Ik ben niet gerechtigd Uw lof te vermelden; ik ben onwaardig Uw wonderen te verhalen.'16

Het geloof in 'de verborgen wonderdaden is de grondslag van de hele thora. Een mens heeft geen deel aan de thora, tenzij hij ge­looft dat alle dingen en alle gebeurtenissen zowel in het leven van de enkeling als in het leven van de gemeenschap wonderdaden zijn. Er bestaat niet zoiets als de natuurlijke loop der dingen...'17

Het gevoel voor het wonder en het bovenzintuiglijke moet niet 'een kussen voor het luie intellect' worden. Het moet niet in de plaats komen van analyse als die mogelijk is; het moet de twijfel niet tot zwijgen brengen waar die gewettigd is. Het moet echter een voortdurend besef blijven wanneer de mens trouw wil blijven aan de waardigheid van Gods schepping, omdat een dergelijk besef de bron is van al het scheppende denken.

Een dergelijk besef was de bron van Kants fundamentele in­zicht. 'Twee dingen vervullen de geest met altijd nieuwe bewon­dering en eerbied, hoe vaker en hoe bestendiger we ze overpein­zen: de met sterren bezaaide hemel boven ons en de zedelijke wet in ons... Het eerste schouwspel van een ontelbare menigte van werelden vernietigt als het ware mijn betekenis als een lichamelijk schepsel, dat, na korte tijd voorzien te zijn geweest van levenskracht - hoe weten we niet -, de stof waar het uit gemaakt was terug moet ge­ven aan de planeet die het bewoont (slechts een stip in het heel­al). Daarentegen verhoogt het tweede oneindig mijn waarde als denkend wezen door mijn persoonlijkheid, waarin de zedelijke wet mij een leven openbaart dat onafhankelijk is van de lichame­lijkheid en zelfs van de hele waarneembare wereld - tenminste voor zover kan worden opgemaakt uit de aan mijn bestaan door deze wet toegeschreven bestemming, een bestemming niet be­perkt tot de omstandigheden en beperkingen van dit leven maar reikende tot in het oneindige.'18

 


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - Verschijnt hopelijk op termijn


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X
(ingenaaid), 480 pagina's, 3e druk

Prijs € 29,90