5 Het gevoel voor het mysterie
5 WIJ VOORVOELEN MAAR KUNNEN NIET BEVATTEN
Het mysterie is een ontologische categorie. Waar het voor staat wordt aan de meeste mensen het beste duidelijk door de ervaring van uitzonderlijke gebeurtenissen. Het is evenwel een dimensie van alle bestaan, die men overal en op elk ogenblik kan tegenkomen [als een numineuze ervaring]. Als we de term mysterie gebruiken, bedoelen we niet een of ander esoterisch kenmerk dat voor de ingewijden onthuld zou kunnen worden, maar het wezenlijke mysterie van zijn als zijn, de aard van zijn als Gods schepping uit het niets en daarom iets wat het menselijke begripsvermogen te boven gaat. We komen het niet alleen tegen op het hoogtepunt van het denken of bij het beschouwen van vreemde, buitengewone feiten, maar in het opzienbarende feit dat er feiten zijn: het zijn, het heelal, het ontvouwen van de tijd. We kunnen het keer op keer tegenkomen, in een zandkorrel, in een atoom, even goed als in de ruimte van de sterren. Alles bevat het grote geheim. Want het is de onontkoombare toestand van al het zijnde dat het een relatie heeft met het oneindige mysterie. We kunnen doorgaan met het veronachtzamen van het mysterie, maar we kunnen het niet ontkennen of ontlopen. De wereld is iets wat wij zien maar niet kunnen doorzien.
Het is tekenend dat het Hebreeuwse woord ‘olam, dat in de na-bijbelse tijd 'wereld' ging betekenen, volgens sommige geleerden is afgeleid van de wortel ‘alam wat verbergen, geheimhouden betekent.7 De wereld zelf is verborgenheid; zijn wezen is een mysterie.
Een dergelijk besef bleef een onderdeel van het religieuze bewustzijn van de jood. Het kwam op vele manieren tot uitdrukking. De volgende passage is een treffende formulering.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005