5 Het gevoel voor het mysterie
7 NOTEN BIJ HOOFDSTUK 5
1 Het moeilijke woord hier is ha‘olam, dat door de Septuagint vertaald wordt met 'eeuwigheid', door de Vulgaat met 'wereld' en door anderen met 'kennis' (op grond van het verwante Arabische woord).
In overeenstemming met rabbijnse bronnen (Kohelet Rabba 3, 15; Tanhuma, Kedoshim, 8; Midrash Tehillim, 9, 1) verklaart Rashi het als 'verborgenheid' of mysterie.
2 Zohar, dl iii, p. 128a.
3 Abraham Flexner, Universities (New York 1930) p. 17.
4 Gilbert N. Lewis, The Anatomy of Science (New Haven 1926) p. 154.
5 'God alleen is wijs' volgens Socrates, en de mens die beweerde werkelijk wijsheid te bezitten, maakte zich schuldig aan verwaandheid, zoal niet aan godslastering. Hij noemde zich een minnaar van de wijsheid. Apologie, 20 e.v.
6. Oliver Goldsmith, The Citizen of the World, 37.
7 De etymologie wordt door hedendaagse geleerden meestal in twijfel getrokken. Vergelijk de verwijzing in Brown-Driver-Briggs, A Hebrew and English Lexicon of the Old Testament (Oxford 1906) p. 761.
8 Midrash Tehillim. 46, 1; Yalkut Shimoni, II, 751. Het is tekenend dat Midrash Tehillim, 45, 4 de idee van het stille gebed - In mijn hart wellen de juiste woorden op (Ps. 45:2; zie Or Zarua, p. 112) - van de zonen van Korach die, toen de aarde haar mond opende om Korach en zijn bende op te slokken, in stilte berouw kregen en niet omkwamen (Num. 26:11). Later ontvingen ze de gave der profetie en dichtten psalmen. Volgens één legende betraden ze in levenden lijve het paradijs. Zie Louis Ginsberg, Legends of the Jews, dl VI, p. 104. Vergelijk ook Genesis Rabba, 12, 1.
9 Rosh Hashanah, 21 b.
10. Mechilta op Ex. 12:2; Yalkut Shimoni, I, 764.
11 Sifre Num., p. 68.
12 Midrash Tehillim op 106:2.
13 Yalkut Shimoni, I, 173.
14 Yalkut Reubeni op Exodus 19:2.
15 Num. Rabba, 19,5.
16 Zohar, dl iii, p. 159a. Vergelijk de opmerking op Let there be light in dl i, 140a.
17 Zie Pred. Rabba op 12:9.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005