6 Het mysterie is niet opgelost
6.2 EEN BROOD
Wij hebben hierboven gezegd dat de wortel van de verering ligt in het gevoel voor de ‘wonderen die dagelijks bij ons zijn’. Er is geen verering of ritueel zonder een gevoel voor het mysterieuze. Want aanbidding en ritueel sluiten het vermogen in om ons tot God te richten - een gegeven dat niet in enig systeem van zuiver naturalisme kan worden geďntegreerd - en zijn slechts zinvol als een mysterie waarvan wij overtuigd zijn, zonder dat wij het kunnen analyseren of onderzoeken. Wat meer is: alle verering en ritueel zijn in wezen pogingen om onze ongevoeligheid voor het mysterie van ons eigen bestaan en van onze eigen bezigheden weg te nemen.
Neem nou een brood. Het komt voort uit het klimaat, de grond, en het werk van de boer, de koopman en de bakker. Als het onze bedoeling zou zijn om de krachten te prijzen die hebben samengewerkt bij de broodproductie, dan zouden we de loftrompet moeten steken over de zon en de regen, de grond en het menselijke verstand. Toch prijzen we deze niet alvorens het brood te breken. Wij zeggen: Gezegend Jij, o Heer onze God, koning van het heelal, die het brood voortbrengt uit de aarde. Zou het op grond van de gang van zaken niet juister zijn om de boer, de koopman en de bakker de eer te geven? In onze ogen zijn zij het die het brood voortbrengen.
Zoals we aan het mysterie van de plantengroei voorbijgaan, slaan we het wonder van de landbouw over. We zegenen Hem die zowel de natuur als de beschaving mogelijk maakt. Het is niet van belang om telkens stil te staan bij wat brood feitelijk is, te weten ‘een voedingsmiddel vervaardigd van meel en graan gemengd met water waar meestal gist aan wordt toegevoegd om het te laten rijzen, waarna het mengsel wordt gekneed en gebakken tot broden’. Het is van belang om telkens stil te staan bij wat brood uiteindelijk is.
Sterk en duurzaam zijn de wetten van de natuur. En toch wordt ons gezegd dat een boer die zaad zaait om het te laten groeien, dit moet doen in godsvertrouwen, niet in geloof in de natuur.6 Want dit is het wezen van het geloof: zelfs wat de gewoonste zaak van de wereld lijkt te zijn, is een daad van God.7
Joodse wetgetrouwheid is een duurzame herinnering, een krachtig beroep om te letten op Hem die de natuur te boven gaat, zelfs als we met de natuur bezig zijn. Het besef van het mysterie, dat niet vaak onder woorden wordt gebracht, is altijd aanwezig. Een klassiek voorbeeld van dat besef is de houding tegenover de Onuitsprekelijke naam.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005