6 Het mysterie is niet opgelost
6.4 HET MYSTERIE IS NIET GOD
Is dit de betekenis van de menselijke situatie: vastgebonden te zijn op de brandstapel en te volharden? Job is niet opgedragen om de roede te kussen, om zich te onderwerpen aan het noodzakelijke. Hem is niet gezegd dat er geen gerechtigheid of wijsheid is, maar alleen de duisternis van het mysterie. Bij zijn speuren naar betekenis wordt hem gezegd:
God kent haar wegen
en hij weet waar ze verblijft.
Want hij ziet tot aan de randen van de aarde,
onder heel de hemel ontsnapt niets aan zijn blik.
Toen hij de kracht schiep van de winden
en de wateren omgrensde,
toen hij zijn wet oplegde aan de regen
en de wegen van de donderwolken baande,
zag hij de wijsheid en hij toetste haar,
hij peilde en doorgrondde haar.
En hij sprak tot de mens:
‘Ontzag voor de Heer – dat is wijsheid;
het kwaad mijden – dat is inzicht.’ Job 28:23-28
Gods macht is niet willekeurig. ‘De Almachtige - die wij niet kunnen navorsen is groot in macht, maar op recht en overvloedige rechtvaardigheid maakt Hij geen inbreuk.’ Wat voor ons mysterieus is, is van God uit gezien eeuwig betekenisvol. De natuur is onderworpen aan zijn doelbewuste wil en de mens aan wie een deel van zijn wijsheid werd geschonken, is geroepen tot verantwoordelijk leven en om deelgenoot van God te zijn in de verlossing van de wereld.
Van de uiterste verborgenheid van God zijn we ons voortdurend bewust. Toch is zijn mededogen, zijn leiding, zijn wil, zijn gebod geopenbaard aan de mens en door de mens te ervaren .
God is een mysterie, maar het mysterie is niet God.18 Hij onthult mysteries (Daniël 2:47). Hij onthult diepe, verborgen dingen, hij weet wat in duister is gehuld, en het licht woont bij hem. (Dan. 2:22). In de woorden van de liturgie van de Ontzagwekkende Dagen: ‘Jij kent eeuwige geheimenissen en de diepste geheimen van al wat leeft.’ De zekerheid dat er aan gene zijde van het mysterie een bedoeling is, is de reden voor uiteindelijke blijdschap.
De HEER is koning – laat de aarde juichen,
laat vreugde heersen van kust tot kust.
In wolk en duisternis is hij gehuld,
zijn troon stoelt op recht en gerechtigheid. Ps. 97:1-2
We vergoddelijken het mysterie niet; we vereren hem die in zijn wijsheid alle wonderen te boven gaat. Zoals reeds gezegd is het niet onze taak om de afsluitingen te verbreken, om de geheimen te doorgronden. Elke poging om de geheimen te peilen door middel van occulte kunsten, dodenbezwering of door zijn toevlucht te nemen tot orakels is bij de wet verboden.19
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005