6 Het mysterie is niet opgelost
6.8 NOTEN BIJ HOOFDSTUK 6
1 In de Septuagint wordt de paradox verduidelijkt door enkele toegevoegde woorden. Het vers luidt: ‘De zon plaatste Hij aan de hemel. De HERE heeft gezegd in donkerheid te willen wonen.’
2 HegeI, The Philosophy of Religion, dl ii, p. 122. Hegels omschrijving is nauwelijks deugdelijk.
3 Mishnah Hagiga, 2, 2.
4 Sirach 3:21 e.v. Zie Jerushalmi Hagigah 77c; Genesis Rabba 8, 2. ‘De grote mysteriën van de wereld zijn aan God alleen bekend.’ Maimonides in zijn brief aan rabbi Hisdai, in Kobets, ed. Lichtenberg, dl ii, p. 24d. De eerste woorden van de Heer die Mozes in zijn leven hoorde, waren: Mozes, Mozes, kom niet dichterbij. Mozes was dichterbij gekomen om het ‘wondere verschijnsel’ te zien van de brandende braamstruik, maar toen de stem zijn ziel bereikte, bedekte hij zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.(Ex. 3:3,5 e.v.). En de rabbijnen zeiden: als beloning voor ‘Toen verborg Mozes zijn gezicht’ en de HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. (Exodus 33:11) en omdat hij beducht was om te kijken, lezen we: hij aanschouwt de gestalte van de Heer (Numeri 12:8). Maar ontvingen Nadab en Abihu, die hun hoofden ontblootten en zich verlustigden in de aanblik van de glans van de Shechinah, niet (de doodstraf) voor wat ze gedaan hadden? (Exodus Rabba, Ex. 3.1.)
5 De reden voor dit voorschrift is, omdat het Heilige der Heiligen de woonplaats is van ‘de heerlijkheid, die troont op de cherubs, de Levieten voorschriften krijgen opdat ze niet doordringen tot de Heer om te kijken. Ze moeten wachten tot de priesters de sluier brengen. Dan zal de heerlijkheid geopenbaard worden in de verhulling van zijn macht en naar zijn woonplaats terugkeren’. Nahmanides, Commentaar op Num. 4:20; zie rabbi Eliëzer van Mainz, Yereyim, 352.
6 Shabbat, 31a, zie het commentaar in Tosafot, verwijzend naar Jes. 36:6.
7 Rabbi Isaac Meir Alter van Ger, geciteerd in Sefat Emet, dl iii, p. 81a.
8 Kiddushin, 71 a.
9 K. KohIer, in Jewish Encyclopaedia, dl I, pp. 202-203, s.v.. ‘Adonai’; W. Bacher, ibid., dl XI, pp. 262-264, s.v. ‘Shem Hameforash’; L. Blau, ibid. dl XII, p. 119-120, s.v. ‘Tetragrammaton’. De betekenis van het Hebreeuwse gelijkwaardige woord voor de Onuitsprekelijke naam, ‘Shem Hameforash’ (ook ‘Shem Hameyuhad’), is duister. Over ‘The Substitutes for the Tetragrammaton’, zie Jacob Z. Lauterbach, Proceedings of the American Academy for Jewish Research (1931) dl ii, pp. 39-67.
10 Een Babylonische Amora parafraseerde Ex. 3:14 als volgt: Ik word niet gelezen, zoals Ik geschreven word; Ik word geschreven als het Tetragrammaton en uitgesproken als’ Adonai’.
11 Mishnah Sanhedrin, X, 1.
12 In de Musaf-liturgie voor de Ontzagwekkende Dagen.
13 Jerushalmi Yoma iii, 7, 40d; Bab. Yoma 39b; Pred. Rabba 3, 15.
14 Otzar Hegeonim, Kiddushin, 71 a.
15 Sefer Hasidim, ed. Wistinetzki (Frankfurt a/M 1924) pp. 388, 1588.
16 In Psalm 9:1 leest de grote Masorah al mut als één woord in de betekenis van ‘verborgenheid’; zie Rashi’s Commentaar. Midrash Tehillim schijnt het ook zo gelezen te hebben (zie S. Bubers opmerking ter plaatse) en somt dientengevolge ettelijke ‘verborgen’ thema’s op zoals de paradox dat de as van de rode koe de onreine reinigt en de reine verontreinigt; de beloning voor goede daden; het einde der dagen. Aldus had het eerste hoofdstuk van het boek Genesis niet de bedoeling ons in te lichten omtrent de wijze waarop het heelal tot stand kwam. De menselijke taal heeft geen woorden om dergelijke inlichtingen te verstrekken. ‘Aangezien het onmogelijk is om het mysterie van de schepping uit te drukken, verborg de Schrift het in de woorden In het begin schiep God den hemel en de aarde.’ Batei Midrashot, ed. Wertheimer (Jeruzalem 1950) dl I, p. 251; Maimonides, The Guide of the Perplexed, Inleiding; Nahmanides, Commentaar op Gen. 1:1. Over het mysterie van de goddelijke kennis zegt Maimonides: ‘Geen mond kan hierover iets zeggen, geen oor kan hiervan iets horen en geen mensenhart kan haar betekenis vatten.’ Mishneh Torah, Yesode Hatorah, 2, 10. Evenmin is ‘het einde der dagen’ iets wat een mens kan doorgronden. Zou een mens je vertellen wanneer de dag van de verlossing zal komen, antwoord hem dan: de Heer zegt: ‘het is in Mijn hart.’ ‘Als het hart het geheim niet geopenbaard heeft aan de mond, aan wie zou mijn mond het hebben kunnen openbaren?’ Pred. Rabba op 12:9; vergelijk Sanhedrin, 99a, en het commentaar van Maharsha. Zelfs voor de profeten bleef ‘de komende wereld’ een mysterie. ‘Niemand heeft het gehoord of vernomen, geen oog heeft het gezien.’ Het is ‘wijn bewaard in de druiven sedert de dagen der schepping’ (Berachot, 34b en Jes. 64:4).
17 Deut. Rabba, 11,8. Gewoonlijk is elke nieuwe perikoop in de Pentateuch van de vorige gescheiden door de ruimte van negen letters. De perikoop in het boek Genesis, waar de laatste dagen van Jakob in beschreven zijn, is echter ‘gesloten’; ze is van de voorgaande gescheiden door de ruimte van maar één letter. Als reden hiervoor wordt gegeven dat ‘Jakob het einde (wanneer de Messias zou komen) wenste te openbaren, maar het was voor hem verborgen (gesloten)’ (Gen. Rabba, 96, 1). Terwijl de zoons stonden rondom het gouden bed waarin Jakob lag, bezocht de Shechinah hem voor een ogenblik en vertrok even snel en met haar verdween elk spoor van de kennis van het grote mysterie uit de geest van Jakob. Deze wenste het einde aan zijn zoons te openbaren en zei tot hen: Kom allemaal hier, dan zal ik jullie vertellen hoe het je in de toekomst zal vergaan. (Gen. 49:1). God zei tot hem: Eer aan God, omdat hij dingen verbergt (Spreuken 25:2). Deze daden liggen niet op jouw weg. Bij een roddelaar is een geheim niet veilig, wie betrouwbaar is, hult zich in zwijgen.(Spr. 11:13). Genesis Rabba, hfdst. 96 (nieuwe bewerking).
De taal van de bijbel is bijzonder rijk aan woorden die het concept ‘verbergen’ of ‘verborgen zijn’ uitdrukken. Deze overvloed is vooral indrukwekkend in vergelijking tot de Griekse taal. De Griekse vertalers van de bijbel konden maar één woord vinden: krypto (behalve kalypto) om de talrijke Hebreeuwse synoniemen weer te geven. Theologisches Wörterbuch zum Neuen Testament, dl iii, p. 967.
18 Want de HEER is een alwetende God (1 Samuël 2:3).
19 Zwijgen moeten de leugenaars, die hoogmoedig en vol verachting rechtvaardige mensen beschuldigen. (Ps. 31:19). Deze woorden werden door de rabbijnen als volgt uitgelegd: ‘Laat hen gebonden worden! Laat hen stom gemaakt worden! Laat hen tot zwijgen gebracht worden! de leugenaars, die hoogmoedig spreken tegen (de wil van) de Rechtvaardige, die het leven is van alle werelden, over aangelegenheden die Hij aan Zijn schepselen onthouden heeft, met trots, om snoevend te kunnen zeggen: Ik spreek over (het mysterie van) de schepping en hoon om te denken dat hij Mijn heerlijkheid minacht.’ Genesis Rabba 1, 5.
20 Sophocles, Antigone, 951 en 133 e.v.
21 Genesis 18:25.
22 Man is Not Alone, p. 241 e.v.
23 Plotinus, Enneaden, iii, 8.4.
24 De Musaf-liturgie voor sabbat.
25 Zie neer vanuit de hemel, kijk vanuit uw heilige, luisterrijke woning. Waar zijn uw strijdlust en uw machtige daden? U bent niet meer met mij begaan, uw ontferming gaat aan mij voorbij. Jesaja 63:15; Waar is uw liefde van vroeger, Heer, hebt u David geen trouw gezworen? Psalm 89:50 en Yoma, 69b.
26 Vergelijk Maimonides, The Guide of the Perplexed, dl ii hfdst. 25.
27 Menahot, 29b.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005