7.7
NOTEN BIJ
HOOFDSTUK 7
1
Het begin
van wijsheid is
ontzag voor de
HEER, wie leeft
naar zijn wet,
getuigt van
goed inzicht.
Zijn roem houdt
stand, voor
altijd (Ps.
111:10).
Wijsheid begint
met ontzag voor
de HEER,
inzicht is vertrouwdheid met de Heilige (Spr. 9:10); zie Spr. 1:7: Het begin van alle kennis is ontzag voor de HEER; een dwaas veracht de wijsheid en weigert elk onderricht. 15:33: Wie ontzag heeft voor de HEER wint aan wijsheid, bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
Alles wat je hebt gehoord komt hierop neer: heb ontzag voor God en leef zijn geboden na. Dat geldt voor ieder mens (Pred. 12:13). Ontzag voor de Heer gaat boven alles; wie daarnaar leeft is met niemand te vergelijken. Liefde voor de Heer begint met ontzag voor hem, verbondenheid met de Heer begint met trouw aan hem. (Sirach 25:12-13) en Spreuken der Vaderen iii, 21:
Waar geen wijsheid is, is geen ontzag;
Waar geen ontzag is, is geen wijsheid.
2
En hij sprak
tot de mens:
‘Ontzag voor de
Heer – dat is
wijsheid; het
kwaad mijden –
dat is
inzicht.’
(Job 28:28)
3
Zie Man is
Not Alone,
p. 286.
4
Zohar,
dl I, 11 b. In
de eerste
paragraaf van
de Shulchan
Aruch, de
Verzameling
van Wetten,
wordt het woord
van de
psalmist,
Steeds houd ik
de HEER voor
ogen, met hem
aan mijn zijde
wankel ik niet
(16: 8)
beschreven als
het
grondbeginsel
van de thora
(volgens rabbi
Moshe
Isserles). Het
was in de
joodse
vroomheid een
vereiste om
zich
voortdurend
bewust te zijn
van Zijn
tegenwoordigheid.
Als hulp voor
dat gedenken
werd aanbevolen
om het
innerlijke oog
voortdurend
gericht te
houden op de
vier letters
van de
onuitsprekelijke
naam. Als
parafrase op
Ps. 32:2 werd
gezegd dat
gelukkig de
mens is voor
wie het een
zonde is om één
ogenblik niet
aan God te
denken.
5
Maimonides,
The Guide of
the Perplexed,
dl lIl, hfdst.
52: vertaald
door Ch. Rabin
(Londen 1952).
6
Met het oog op
God wordt
yirah in de
bijbel
voornamelijk
gebruikt in de
zin van ontzag.
Zie
Gesenius-Driver-Briggs,
Hebrew and
English Lexicon
of the Old
Testament
(Oxford 1906)
p. 431.
Vergelijk ook
Toon ontzag
voor je moeder
en je vader(Leviticus
19:3),
aansluitend op
de woorden in
de Tien
Geboden,
Toon eerbied
voor uw vader
en uw moeder.(Exodus
20:12); zie
Hosea 3:5:
Dan zullen ze
weer verlangen
naar de HEER,
hun God, en hun
koning David;
en uiteindelijk
keren ze vol
ontzag terug
naar de HEER en
zijn zegen.
Zie ook Robert
H. Pfeiffer,
‘The Fear of
God’, in:
Eretz Israël,
dl iii, p. 59
e.v. Op
sommige
plaatsen
betekent
yirah
inderdaad vrees
voor Gods straf
voor een zonde.
Zie Abraham Ibn
Daud, Emunah
Ramah
(Frankfurt a/M
1852) p. 100 en
Joseph Albo,
Ikkarim,
ed. Husik
(Philadelphia
1930) dl iii,
hfdst. 34.
Volgens Louis Finkelstein, Maho le-Massektot Abot ve-Abot d’Rabbi Nathan (New York 1950) p. 33 e.v., had de school van Shammai een tegenovergestelde opvatting over de verhouding tussen vrees en liefde.
7
Angst is
niets anders
dan het opgeven
van de hulp die
het redelijk
denken biedt.
(Wijsheid van
Salomo 17:12)
8
Zie Albo,
Ikkarim,
ed. Husik
(Philadelphia
1930) dl iii,
hfdst.
32.
9
Israël,
bedenk dus dat
de HEER, uw
God, niets
anders van u
vraagt dan dat
u ontzag voor
hem toont, dat
u de weg volgt
die hij u
wijst, dat u
hem liefhebt,
hem met hart en
ziel dient.
(Deuteronomium
10:12); zie Ps.
2:11:
Onderwerp u,
toon de HEER uw
ontzag, breng
hem bevend uw
hulde.
Vergelijk
Seder Eliahu
Rabba,
hfdst. 3: ‘Ik
vreesde in
mijn
blijdschap, ik
verblijdde mij
in mijn vrees
en mijn liefde
zegevierde over
alles.’
10
Zie ook Ps.
23:1, 4: De
HEER is mijn
herder, het
ontbreekt mij
aan niets. Al
gaat mijn weg
door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed. 102:26-29: Vóór alle tijden hebt u de aarde gegrondvest, de hemel is het werk van uw handen. Zij zullen vergaan, maar u houdt stand, zij zullen als kleren verslijten, u verwisselt ze als een gewaad en zij verdwijnen, maar u blijft dezelfde, uw jaren nemen geen einde. De kinderen van uw dienaren zullen veilig wonen, ook op hun nageslacht rust uw oog. 112:7: Voor een vals gerucht zal hij niet vrezen, hij is standvastig en vertrouwt op de HEER.
11
Zohar,
dl I, p. 11b.
Zie Shabbat,
31b. Vergelijk
Man is Not
Alone, p.
146.
12 Zie Wijsheid 6:10: Zij die alles wat heilig is zorgvuldig in ere houden, zullen zelf geheiligd worden, en zij die deze les ter harte nemen, zullen worden ontzien.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005