8.2 DE GLORIE IS GEEN DING
Wat is de aard en de betekenis van de glorie of, zoals ze later veelvuldig genoemd werd, de Shechinah? Omdat de glorie vaak geopenbaard werd in een wolk en haar verschijning vergeleken werd met een laaiend vuur (Exodus 24:17), werd ze soms gekenschetst als een zuiver extern verschijnsel, zonder enige inhoud; een vertoon van macht, nimmer van de geest.2 Zo’n voorstelling is echter verkeerd. Is het mogelijk vuur of wolk in de profetie van Haggai (2:8) in de plaats te stellen van het majesteitelijke: ‘mijn huis zal ik vullen met pracht en rijkdom? Of in de woorden van de psalmist (85:10): Voor wie hem eren is zijn hulp nabij: zijn glorie komt wonen in ons land? Is het voorts denkbaar dat dit is wat de serafijnen verkondigen: de hele aarde is vol vuur of rook?
Het is waar dat
de glorie, het
majesteitelijke,
als profetisch
verschijnsel
niet onverhuld
optreedt.
Terwijl
Mozes de berg
op ging, werd
deze overdekt
door een wolk:
de majesteit
van de HEER
rustte op de
Sinaď. Zes
dagen lang
bedekte de wolk
de berg. Op de
zevende dag
riep de HEER
Mozes vanuit de
wolk. En
terwijl de
Israëlieten de
majesteit van
de HEER zagen,
als een laaiend
vuur op de top
van de berg,
ging Mozes de
wolk binnen en
klom hij verder
omhoog (Ex.
24:15 e.v).
Toen werd de
ontmoetingstent
overdekt door
een wolk en
werd de
tabernakel
gevuld door de
majesteit van
de HEER. Mozes
kon de
ontmoetingstent
niet meer
binnengaan,
want de wolk
rustte daarop
en de majesteit
van de HEER
vulde de
tabernakel.
Zolang hun
tocht duurde,
trokken de
Israëlieten pas
verder wanneer
de wolk zich
van de
tabernakel
verhief.
Wanneer de wolk
niet opsteeg,
trokken ze niet
verder; ze
wachtten tot de
wolk weer
opsteeg. Zolang
hun tocht
duurde, rustte
overdag de wolk
van de HEER op
de tabernakel,
’s nachts
verscheen er
een vuur in,
dat voor alle
Israëlieten
zichtbaar was
(40:34
e.v.). Zodra
de priesters
uit het
heiligdom naar
buiten kwamen,
vulde een wolk
de tempel van
de HEER. De
priesters
konden hun
dienst niet
meer
verrichten,
want de
majesteit van
de HEER vulde
de hele tempel
(1 Koningen
8:11).
Een verheven verschijnsel als een storm, een vuur, een wolk of weerlicht, het verschaft een ‘achtergrond voor de luister; het is niet de glorie zelf’.3
Evenmin is de glorie hetzelfde als het wezen of het bestaan van God. Het gebed van de psalmist De luister van de HEER moge eeuwig duren (104:31) kan niet betekenen: ‘Het bestaan van de HEER zet zich voort tot in eeuwigheid’; dit zou godslasterlijk zijn.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005