8.3 HET EEUWIG HEIL IS DE NABIJHEID VAN GOD
Wat is dan de aard van de glorie? Misschien was het wat Mozes verlangde te kennen toen hij bad: ‘Laat mij toch uw majesteit zien.’ Zijn gebed werd verhoord en de Heer antwoordde: ‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan’ (Ex. 33:18,19). De luister is dus geen tastbare verschijning. Ze wordt gelijkgesteld aan de goedheid van God.
En zo werd de
glorie
geopenbaard.
Mozes stond
alleen op de
top van de
berg, het
majesteitelijke
ging voorbij,
‘de HEER daalde
af in een
wolk’, en het
grote antwoord
werd
geopenbaard:
De
HEER! De
HEER! Een
God die
liefdevol is en
genadig,
geduldig, trouw
en waarachtig,
die duizenden
generaties zijn
liefde bewijst,
die schuld,
misdaad en
zonde vergeeft,
maar niet alles
ongestraft laat
en voor de
schuld van de
ouders de
kinderen en
kleinkinderen
laat boeten, en
ook het derde
geslacht en het
vierde (Ex.
34:6-7 ).
De glorie is de nabijheid, niet het wezen van God; meer een daad dan een kwaliteit, en een gebeuren en geen substantie. De hemelse heerlijkheid toont zich voornamelijk als een macht die de wereld overweldigt. Ze is een macht die eerbetoon verlangt en neerdaalt om leiding te geven, om te doen herinneren. De glorie weerspiegelt een overvloed van goedheid en waarheid, de macht die in de natuur en in de geschiedenis werkt.
Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit. Dit betekent niet dat de glorie de aarde vult zoals ether de ruimte of water de oceaan vult. Het betekent dat de hele aarde vol is van zijn nabijheid.4
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005