8.8 NOTEN BIJ HOOFDSTUK 8
1 Zie ook Ex. 16:6,7: Hierop zeiden Mozes en Aäron tegen de Israëlieten: ‘Vanavond nog zult u inzien dat de HEER zelf u uit Egypte heeft geleid, en morgen, in de ochtend, zult u de majesteit van de HEER zien. Hij heeft gehoord hoe u zich beklaagt. Dat is tegen hem gericht, want wie zijn wij dat u zich bij ons zou beklagen?’. Zodra Aäron dit aan het volk had opgedragen en allen zich met het gezicht naar de woestijn hadden opgesteld, verscheen in een wolk de majesteit van de HEER (10). De majesteit van de HEER rustte op de Sinaï. Zes dagen lang bedekte de wolk de berg. Op de zevende dag riep de HEER Mozes vanuit de wolk. En terwijl de Israëlieten de majesteit van de HEER zagen, als een laaiend vuur op de top van de berg, ging Mozes de wolk binnen en klom hij verder omhoog (24:16 e.v.).
2 Zie 1. Abrahams, The Glory of God (Oxford 1925) p. 17, weerleggend A. van Gall, Die Herrlichkeit Gottes (Giessen 1900).
3 I. Abrahams, op.cit., p. 24 e.v.
4 Kavod, het Hebreeuwse woord voor heerlijkheid, waarvan de wortel ‘zwaarte’ betekent, dan rijkdom, sterkte, eer, roem, waardigheid en waarde. Maar het betekent ook de hogere ziel, zoals blijkt uit Ps. 30:13: Mijn ziel zal voor u zingen en niet zwijgen. Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel (16:9). Ontwaak, mijn ziel, ontwaak met harp en lier (57:9). Laat dan de vijand mij achtervolgen, mij inhalen, vertreden en vertrappen in het stof, mij beroven van mijn eer en mijn leven (7:6); en Ik wil niet deelnemen aan hun beraad, op hun bijeenkomsten wil ik niet zijn. In woede ontstoken doden zij mannen, moedwillig verlammen ze stieren (Genesis 49:6). Zo zegt de psalmist: Mijn hart is gerust, o God, ik wil zingen en spelen. Mijn ziel, ontwaak met harp en lier, ik wil het morgenrood wekken (108:2). Vergelijk Qimhi, Sefer ha-Sherashim (Berlijn 1847) p. 311; verg. I. Abrahams, The Glory of God, p. 18 en Pedersen, lsrael, i-ii, index, onder kabhodh. In onze studie houden we ons alleen bezig met kavod toegepast op God. Het zou natuurlijk onzinnig zijn om te veronderstellen dat in het meest verheven profetische visioen de serafs zouden uitroepen: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’
5 Zie ook Jesaja: In het westen zal men de naam van de HEER vrezen en in het oosten zijn majesteit (59:19). Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de HEER. Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de HEER, zijn luister is boven jou zichtbaar. Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel (60:1-3). De tijd is gekomen om alle landen en volken bijeen te brengen. Ze zullen komen en mijn luister zien (66:18). De HEER is koning – laat de aarde juichen, laat vreugde heersen van kust tot kust (Ps. 97:1). Zijn bliksems verlichten de wereld,
de aarde ziet het en beeft. De bergen smelten als was voor de HEER, voor de Heer van heel de aarde. De hemel vertelt van zijn gerechtigheid, alle volken aanschouwen zijn majesteit (4-6).
6 Man is Not Alone, p. 63 e.v.
7 Likkute Maharan, i, 133. ‘Rabbi Helbo zei: De wijn van Perugitha (een plaats in het noorden van Israël, beroemd om haar wijn) en het water van Diomsith sneden de tien stammen van Israël af (ze werden zo in beslag genomen door deze genoegens dat ze de studie verwaarloosden en hun geloof verloren, wat ten slotte leidde tot hun ballingschap en verdwijning).’ ‘Rabbi Eleazer ben Arak bezocht die plaats en voelde zich aangetrokken tot (haar inwoners en hun overdadige leven) en (daarom) verdween zijn geleerdheid. Toen hij terugkeerde naar (zijn woonplaats), stond hij op om in de Rol (van de thora) te lezen. Hij wilde Hahodesh hazeh lakem (Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn, Ex. 12:2) lezen, (in plaats waarvan hij las) hahares’h hayah libbam (wat betekent: hun hart was stil en ongevoelig). In elk woord van de tekst las hij een letter verkeerd,’ Shabbat,147a.
8 Zie Niddah, 31a.
9 Ibn Gabirol, A Choice of Pearls, ed. Ascher (Londen 1859) p. 82.
10 Jes. 42:20.
11 Ez. 12:1; zie Jer. 5:21: Luister toch, dwaas en onverstandig volk, dat ogen heeft, maar niet ziet, en oren heeft, maar niet hoort.
12 Hagigah, 12b. De bozen kunnen het geestelijke licht dat verborgen is voor de ogen van het lichaam, niet van duisternis onderscheiden. Dit is te wijten aan hun blindheid. Waren ze wijs, dan hadden ze inzicht en begrepen ze hoe het ze zou vergaan. (Deut. 32:29). Maar zij’ zijn onwetend, het ontbreekt hun aan elk begrip; ze lopen in duisternis rond. Ze weten zelfs niet dat ze in de duisternis wandelen. Ze lijken op hem die op de middag tastend rondloopt ‘zoals de blinde tastend rondloopt in de duisternis’. Het is een dubbele duisternis: ze zijn blind en ze beseffen hun blindheid niet. (Rabbi Phinehas Horowitz, Hamakneh, voorwoord.)
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005