9.6 HET BEDROG VAN DE AFZONDERING
De profeten bestreden wat men zou kunnen noemen het bedrog van de afzondering. Dingen en gebeurtenissen, de mens en de wereld, kunnen niet los van de wil van God worden behandeld maar alleen als onafscheidelijke delen van een gelegenheid waarbij het goddelijke betrokken is. Als parafrase op de dichtregel ‘je kunt een bloem niet aanraken zonder een ster te hinderen’ zou een profeet kunnen zeggen: ‘Je kunt een menselijk wezen niet kwetsen zonder de levende God te grieven.’ Ons is geleerd te geloven dat waar de mens de mens liefheeft, Gods naam geheiligd wordt; dat in de harmonie tussen geliefden de nabijheid van God verblijft.
Voor de bijbelse mens is het verhevene slechts een vorm waarin de aanwezigheid van God doorbreekt. Niet altijd zijn de dingen lijdelijk. De sterren juichen; de bergen huiveren in zijn aanwezigheid.15 Om aan God te denken moet de mens de wereld horen. De mens is niet alleen in het verheerlijken van God. Hem te prijzen is zich te voegen bij alle dingen in hun loflied tot God. Onze verwantschap met de natuur is een verwantschap van lofprijzing. Alle wezens prijzen God. We leven in een gemeenschap van lofprijzing.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005