9 De wereld

 

9.9   DE VRAAG VAN DE VERBAZING

De Griekse wijsbegeerte ontstond in een wereld zonder God. Zij kon de goden of het voorbeeld van hun gedrag niet aanvaarden. Plato moest met de goden breken en vragen: wat is goed? Zo ontstond het probleem van de waarden. En het denkbeeld van de waarden nam de plaats van God in. Plato laat Socrates vragen: wat is goed? Maar de vraag van Mozes was: wat verlangt God van u?

In het bijbelse Hebreeuws bestaat er geen woord voor twijfel; er zijn veel uitdrukkingen voor verwondering. Zoals twijfel het uitgangspunt is bij het vellen van een vonnis, zo is verwondering het bijbelse uitgangspunt tegenover de werkelijkheid. Het gevoel van de bijbelse mens voor de bovenmenselijke grootsheid van de werkelijkheid belette de macht van de twijfel om zijn eigen, onaf­hankelijke dynastie te stichten. Twijfel is een houding waarin de geest zijn eigen denkbeelden onderzoekt; verwondering is een houding waarin de geest het heelal beschouwd. Radicale scepsis is de uitwas van subtiele eigendunk en zelfvertrouwen. Toch was er geen eigendunk in de profeten en geen zelfvertrouwen in de psalmist.

En daarom vraagt de bijbelse mens nooit: is er een God? Het stellen van een dergelijke vraag, waarin twijfel tot uiting komt welke van twee mogelijke houdingen de juiste is, betekent de aanvaarding van de kracht en de geldigheid van een derde hou­ding, te weten de houding van de twijfel. De bijbel kent de twijfel als een absolute houding niet. Want er is geen twijfel waar het geloof geen rol in speelt. De vragen die de bijbel aan de orde stelt, zijn van een ander soort.

 

Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen?

 

Dit geeft geen denkproces weer dat keurig de volgorde in acht neemt van eerst de twijfel en daarna het geloof, eerst de vraag en dan het antwoord. Het geeft een toestand weer waarin de geest oog in oog staat met het mysterie en niet met zijn eigen ideeën. Een vraag is een vragende zin, waarop of een bevestigend, ofwel een ontkennend antwoord wordt verwacht. Maar de zin wie heeft dit alles geschapen? is een vraag die de onmogelijkheid in­houdt een ontkennend antwoord te geven. Het is een vermomd antwoord, een vraag uit verbazing, niet uit nieuwsgierigheid. Dit nu is de stelling van een profeet: er is een manier om de grote vraag zo te stellen dat ze slechts een bevestigend antwoord kan uitlok­ken. Wat is die manier?

Maar toen de zeven jaren verstreken waren, sloeg ik, Nebukadnessar, mijn ogen naar de hemel op en keerde mijn verstand in mij terug. Deze bekentenis van de koning van Babylon, vermeld in het boek Daniël (4:34), geeft ons een vermoeden van de manier waarop men zijn vermogen terug kan krijgen om de uiteindelijke vraag te stellen: zijn ogen opslaan naar den hemel. Het is dezelfde uit­drukking als die Jesaja gebruikte: ‘Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen?’

De volgende parabel werd verteld door rabbi Nahman van Bratzlaw. Er was een prins die op grote afstand van zijn vader leefde en die erg naar hem verlangde. Eens ontving hij een brief van zijn vader en hij was buiten zichzelf van vreugde en koester­de die brief. Maar de vreugde en het genot die de brief hem schonken, vergrootten zijn verlangen nog meer. Hij placht neer te zitten en te klagen: ‘O, als ik alleen maar zijn hand zou kun­nen aanraken! Als hij zijn hand naar mij zou willen uitsteken, hoe zou ik die grijpen. Elke vinger zou ik kussen in mijn grote verlangen naar mijn vader, mijn leraar, mijn licht. Genadige va­der, hoe graag zou ik ten minste je pink willen aanraken!’ En ter­wijl hij klaagde, voelde en verlangde naar een aanraking van zijn vader, flitste een gedachte door zijn geest: heb ik niet de brief van mijn vader, met zijn eigen hand geschreven! Is het hand­schrift van de koning niet vergelijkbaar met zijn hand? En een grote vreugde laaide in hem op.

Zie ik de hemel, het werk van uw vingers.                                Ps. 8:4

 


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - € 29,90.


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X
(ingenaaid), 480 pagina's, 3e druk

Prijs € 29,90