20.1 DE PARADOX VAN DE PROFETIE
Voor ons die nu leven is het grote raadsel: hoe is openbaring mogelijk? Hoe breng je onder woorden, dat het eeuwig verborgene geopenbaard zou worden? Terwijl voor de bijbelse mens het grote raadsel is: hoe is de ervaring van openbaring mogelijk? Hoe is het mogelijk dat de mens de verpletterende nabijheid van God doorstaat?
Voor de bijbelse mens is God een wezen wiens verschijning meer is dan vlees en bloed kunnen verdragen. Je kunt hem niet zien, je kunt hem niet horen en in leven blijven (Exodus 33:20: ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven’. Deuteronomium 4:33: Is er ooit een volk geweest dat de stem van een god heeft gehoord en dat heeft overleefd?). Opeens werd hij overweldigd door angst en diepe duisternis (Genesis 15:12). Hem te ontwaren is door zijn majesteit verpletterd te worden. Voor zijn aangezicht bedekken de serafs hun gelaat en de profeet roept: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen’ (Jesaja 6:5). Als de wereld in gloed staat door zijn nabijheid, wordt zij verteerd.
Toen vond het ontstellende moment plaats: God verscheen aan Mozes in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd (Exodus 3:2). Geconfronteerd met dit schrikwekkende feit dacht Mozes: Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken. De vraag ‘waarom’ is nooit beantwoord. Hoe is het immers voor de wereld mogelijk om het goddelijke te verdragen?
Wellicht is dit de betekenis van de brandende braamstruik. Een nieuw element werd geschapen: vuur dat brandt maar niet verteert. Het wees op een nieuw element in Gods verhouding tot de mens, namelijk dat hij moet verhullen om te openbaren, dat hij zijn kracht moet verbergen om zijn wijsheid te onthullen. Het maakte openbaring mogelijk.
De struik was het precedent voor Sinaï dat niet verpletterd werd, voor Israël dat niet verteerd werd. Toen de HEER op het punt stond om zijn woord te uiten:
De Sinaï was volledig in rook gehuld,
want de HEER was daarop neergedaald in vuur.
De rook steeg op als de rook uit een smeltoven,en de berg trilde hevig. Ex.19:18
De berg laaide van hemelhoog vuur,
te midden van duisternis en dreigende, donkere wolken. Deut. 4:11
De berg stond in brand en werd niet verteerd.
Voor de bijbelse mens bestond het wonder van de openbaring niet alleen uit het feit dat God sprak, maar ook uit het feit dat de mens dit kon verdragen.
Ga de hele geschiedenis maar eens na, vanaf de dag dat God de mens op aarde schiep, en doorkruis de hele wereld van het uiterste oosten tot het uiterste westen: is zoiets geweldigs ooit voorgekomen, heeft men ooit iets dergelijks vernomen? Is er ooit een volk geweest dat net als u vanuit een vuur de stem van een god heeft gehoord en dat heeft overleefd? (Deut. 4:32-33).
Aan de voet van de Sinaï smeekte het volk Mozes: ‘Spreekt u met ons, wij zullen naar u luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we’ (Ex. 20: 19).
2 IN DIEPE DUISTERNIS
De inhoud van de Tien Geboden is uitermate duidelijk, uitermate eenvoudig: Pleeg geen moord... Steel niet... En toch, de manier waarop deze woorden werden verkondigd, is gehuld in een mysterie. Deze woorden (de Tien Geboden) heeft de HEER tot u gesproken, toen u daar bijeen was, vanuit het vuur (esh), de donkere(‘arafel) wolken (‘anan) (Deuteromonium 5:22). Om te begrijpen wat hier is gesproken moeten we eerst vaststellen of ‘vuur’, ‘wolk’ en ‘donkerheid’ lege gemeenplaatsen zijn of onmiskenbare woorden, die een omlijnd concept uitdrukken.‘Diepe duisternis’ (‘arafel) is waar God woont. Salomo die de grote tempel in Jeruzalem bouwde, wist dat God, die de zon aan de hemel plaatste, besloot in ‘diepe duisternis’ te verblijven.1
Met een verbazingwekkende consequentie vermeldt de bijbel dat de godsverschijningen waarvan Mozes getuige was, plaatsvonden in een wolk. Telkens opnieuw horen we dat de HEER tot Mozes riep vanuit de wolk (Exodus 24:16); dat de HEER verscheen en tot hem sprak ‘in de wolkkolom’ (Num. 12:5; Deut. 31:15; Ps. 99:7); De HEER daalde neer in een wolk (Ex. 34: 5; Numeri 11:25); de majesteit van de HEER verscheen in een wolk (Ex. 16:10); ‘Ik verschijn in de wolk’ (Leviticus 16:2).
Deze gewichtige termen mogen we niet opzettelijk negeren of misbruiken alsof het allegorieën waren. Wat voor specifiek feit ze ook mogen aanduiden, ze brengen ondubbelzinnig de fundamentele waarheid onder onze aandacht dat God verborgen was zelfs toen hij openbaarde, dat zelfs toen zijn stem duidelijk werd, zijn wezen verborgen bleef.
In de hemelse woorden, die voor de eerste keer aan Mozes verkondigden dat de weergaloze godsverschijning op Sinaï op het punt staat te gebeuren voor de ogen van het gehele volk, komt een uitdrukking zonder weerga voor die nergens anders in de bijbel staat en die uitdrukt hoe God zich openbaarde: ‘Ik kom naar je toe in een donkere wolk’ (Ex. 19:9). In het duisterste of meest verborgen deel van een wolk, of in een verborgenheid, dieper dan die welke Mozes zelf gekend had, voltrok zich de godsverschijning op Sinaï.
3 VOORBIJ HET MYSTERIE
Het mysterie staat tussen God en het volk. Het volk bij Sinaï is vervuld van ontzag; het beeft en blijft op afstand staan.2 Maar voorbij het mysterie is het vol betekenis, voorbij ‘de diepe duisternis’ is het licht; hierdoor was Mozes in staat om te naderen tot de diepe duisternis waarin God was, in staat om ‘de wolk’ in te gaan (Ex. 20:21; 24:18).De bijbelse mens was zich voortdurend bewust van de uiterste verborgenheid van God. Dit bewustzijn maakte de transcendente betekenis duidelijk van het goddelijke woord: de duidelijke, ondubbelzinnige wil van God is niet lager, maar hoger dan het mysterie. Er ligt een zinvolle betekenis voorbij het mysterie. Dit is onze reden tot ultieme vreugde:
De HEER is koning – laat de aarde juichen,
laat vreugde heersen van kust tot kust.
In wolk en duisternis is hij gehuld,
zijn troon stoelt op recht en gerechtigheid. Psalm 97:1-2
DE TWEE ASPECTEN
Wat gebeurde er op Sinaï? De bijbel probeert dit op twee manieren te zeggen. Op de ene manier zegt de bijbel iets wat woorden nauwelijks kunnen dragen: De HEER was op de top van de Sinaï neergedaald (Exodus 19:20). Geen zin ter wereld heeft ooit meer gezegd: Hij die is aan gene zijde, verborgen en verheven boven ruimte en tijd, was dienstwillig hier, waarneembaar voor heel Israël. Maar de bijbel spreekt ook op een andere manier: ‘Ik heb vanuit de hemel met u gesproken’ (Ex. 20:22). Hij daalde niet af op de aarde; het enige dat er gebeurde was dat zijn woord ‘van de hemel’ uitging. Deze passages spreken elkaar niet tegen; ze verwijzen niet naar één maar naar twee gebeurtenissen. Want openbaring was zowel voor God als voor de mens een gebeurtenis. Inderdaad spreekt God in de tweede passage (in de eerste persoon); de eerste passage drukt uit wat het volk ervoer (ze spreekt van God in de derde persoon). Dezelfde handeling had twee aspecten. God daalde af en hij daalde niet af op de aarde. De stem kwam uit de hemel, maar de mens hoorde haar van Sinaï.Karig en schraal zijn de verslagen van de gebeurtenis als ze niet meer overbrengen dan wat ze letterlijk beschrijven, namelijk een natuurlijk verschijnsel. Voor ons is vuur een natuurkundig verschijnsel dat geen boodschap brengt en niet verwijst naar God die de wereld en de kracht van het vuur veroorzaakt. Sinaï was een ogenblik waarin het vuur dat niet verteert, een getuigenis was van God.
En toch was de waarneming van vuur, donder en bliksem een gewaarwording aan de buitenzijde. Ze aanschouwden een ontzagwekkend licht, maar ze durfden het niet binnen te gaan.
Heel het volk was getuige van de donderslagen en lichtflitsen, het schallen van de ramshoorn en de rook die uit de berg kwam. Bij die aanblik deinsden ze achteruit, en ze bleven op grote afstand staan... maar Mozes ging naar de donkere wolk waarin God aanwezig was’ (Ex. 20:18-21).
Toen de heilige meester rabbi Isaac Jacob, de Ziener van Lublin, de zegen over de vier boomtakken van Soekot zou gaan uitspreken, drong de menigte achter hem de soeka binnen.* Ter voorbereiding van het uitspreken van de zegen verzonk de meester in een meditatie die bijna een uur duurde. Ondertussen wiegde hij op en neer bevend van ontzag. De menigte die elke beweging gadesloeg, werd meegesleept door wat zij zagen en wiegden met hem en beefden. Er was één chassidiem [aanhanger van een mystieke stroming rond de Baäl Sjem, circa 1750] die aan de kant stond en zich niet uitputte in voorbereidende extases. Maar toen al het buigen en beven afgelopen was en de meester de woorden van de zegen begon uit te spreken, kwam de chassidiem naderbij om in zich op te nemen wat hij hoorde.
Zo ging het bij Sinaï. De menigtes namen het uiterlijke waar: ze zagen het bazuingeschal en de donder en de bliksem en de berg in vlammen en ze beefden toen ze het zagen - maar ze bleven ver weg. Mozes echter schonk geen aandacht aan al deze verschijnselen; in plaats daarvan ‘naderde hij tot de dikke duisternis waar God was’.3
[*Loofhuttenfeest (Hebr.: Soekot), door de joden gevierd in het najaar. Oorspronkelijk was het een dankfeest na de oogst; later kwam daarbij de herinnering aan de goddelijke bescherming tijdens de omzwervingen in de woestijn. Families bouwen ter gelegenheid van dit feest een soeka, een tijdelijke hut ter herinnering aan de tijd dat de Israëlieten nog geen vast woonplaats hadden en verzamelen vier soorten boomtakjes van een palm, mirte, wilg en paradijsappel (Citrus medica). Onder het zingen van passages uit de Psalmen 113 t/m 118 worden de takjes naar alle windstreken bewogen: ‘Van U – aan U. En zoals dit zo alles overal ter wereld!’]
Hoe wist Israël dat wat hun oog en oor hadden waargenomen in de woestijn van Sinaï, niet denkbeeldig was? Luchtspiegelingen zijn een gewoon verschijnsel in de woestijn. Wat is een luchtspiegeling? Het is een optische illusie waarbij iets wat van een voorafgaande ervaring bekend is, gezien wordt op een plaats waar het niet is. Als gevolg van atmosferische omstandigheden kunnen reizigers die tevoren een werkelijke waterplas hebben gezien een schijnbare waterplas zien op een snelweg op een hete dag. Waar en wanneer heeft nu - voorafgaande aan het moment op Sinaï - het volk Israël of welk ander volk ter wereld vanuit de atmosfeer een stem gehoord die zei:
‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
Inderdaad kan elke waarneming in beginsel een illusie zijn. Maar er zijn waarnemingen die zo overweldigend zijn dat het zinloos is om een vermoeden in die richting te opperen.
Een kosmisch ontzag omsingelde allen die bij Sinaï stonden, een ogenblik overweldigender dan het hart kon voelen. De aarde reageerde heftiger dan het menselijke hart: Iedereen beefde... de berg trilde hevig (Exodus 19:16 e.v.). Was die waarneming een waandenkbeeld? Wát we zien kan een zinsbegoocheling zijn; dát we zien kan nooit in twijfel worden getrokken. De donder en de bliksem bij Sinaï kunnen louter een indruk zijn geweest; maar om plotseling begiftigd te zijn met het vermogen om de wereld vervuld te zien met een overweldigend ontzag voor God, was een nieuw soort gewaarwording.
Op dat ogenblik was het volk Israël niet alleen in staat om gevoelens te koesteren, maar ook om te delen in een ontzag dat de wereld plotseling vervulde. Alleen op ogenblikken waarop we in staat zijn deel te hebben aan de geest van ontzag die de wereld vervult, zijn we in staat om te begrijpen wat Israël overkwam bij Sinaï. Er is gezegd dat het doel van deze gebeurtenis was om u op de proef te stellen en u met ontzag voor hem te vervullen, zodat u niet meer zondigt (Ex. 20:20). Het is Gods gebed: ‘Hadden ze altijd maar zo’n verlangen om mij te vereren’ (Deuteronomium 5:29).
Net zo belangrijk als het probleem van de oorsprong of het directe auteurschap, is het probleem van het belang van de bijbel: of de maatstaven waar deze voor staat alleen voor de mens van belang zijn of ook voor God. Openbaring betekent dat de diepe stilte die de onmetelijke afstand tussen God en de menselijke geest vult, doorbroken werd en dat de mens werd gezegd dat God betrokken is bij het menselijke streven; dat niet alleen de mens God nodig heeft, dat God ook de mens nodig heeft. Deze wetenschap maakt de ziel van Israël ongevoelig voor wanhoop. Hier is de waarheid niet tijdloos en los van de wereld, maar een wijze van leven en meespelend in alle daden van God en mens. Het woord van God is geen voorwerp van beschouwing. Het woord van God moet geschiedenis worden.
Zo kwam het woord van God de wereld van de mens binnen; niet als een ‘verplichting en noodzakelijkheid per saldo’, geen denkbeeld zwevend tussen zijn en niet-zijn, geen schaduw van de wil of een aardigheidje van de geest, maar een eeuwigdurende gebeurtenis, een verlangen van God, werkelijker dan een berg, indrukwekkender dan alle donderende bliksemslagen.
5 EEN WIJZE VAN DENKEN
De spirit van de filosofie is vaak gekarakteriseerd als de speurtocht naar waarden, als een zoeken naar wat van de grootste waarde is. Wat is de geest van de bijbel? Het gaat hier niet om het abstracte concept van niet tastbare waarden, losgemaakt van de bestaande werkelijkheid. Het gaat hem om de mens en zijn verhouding tot de wil van God. De bijbel is de zoektocht naar de rechtvaardige mens, naar een rechtvaardig volk.
De HEER kijkt vanuit de hemel naar de mensen
om te zien of er één verstandig is, één die God zoekt.
Allen zijn afgedwaald, allen ontaard,
geen van hen deugt, niet één. Psalm 14:2,3
De gebeurtenissen die in de bijbel voor het opmerkzame oog zijn opgetekend, zijn episodes van één groot drama: de zoektocht van God naar de mens, zijn zoeken van de mens en de vlucht van de mens voor hem.Het jodendom is een manier van denken, niet alleen een manier van leven. En dit is een van zijn kardinale vooronderstellingen: de bron van de waarheid is niet te vinden in ‘een proces dat zich voor eens en altijd in het hart van de mens heeft ontwikkeld’ maar in unieke gebeurtenissen, die zich op bepaalde ogenblikken in de geschiedenis voltrokken. Openbaring en profetische gebeurtenissen zijn onvervangbaar. Het joodse denken wordt niet bepaald door abstracte denkbeelden, door een altijd en overal geldende moraal. Bij Sinaï hebben we geleerd dat geestelijke waarden niet alleen verlangens in ons zijn, maar een reactie op een op ons gedaan buitenzintuiglijk beroep.
Ondanks alle vaagheid -tekent één trek zich duidelijk af. Voor het besef van de profeet was een openbaring niet louter een gebeurtenis die hem alleen overkwam. De profetische daad is een ervaring van een daad van God, die zowel de mens te boven ging als in het belang van de mens plaatsvond.
Anders dan de mystieke handeling is openbaring niet het gevolg van een zoeken naar esoterische ervaringen. Het is integendeel een kenmerk van de profeet dat hij moeite doet om een dergelijke ervaring te ontwijken. Nooit schept hij behagen in zijn visioen, zoals men behagen schept in het bereiken van een begeerd doel. Openbaring is niet een onderdeel van zijn zoeken maar van zijn gezocht worden, een onderdeel van Gods zoeken van de mens. De profeet probeerde niet God te bereiken. Gods zoeken van de mens, niet de speurtocht van de mens naar God, is naar algemene opvatting de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis van Israël geweest. Dit is de kern van al het bijbelse denken: God is niet een wezen dat los van de mens is en dat gezocht moet worden, maar een kracht die de mens zoekt, achtervolgt en uitnodigt. De weg tot God is een weg van God. De religie van Israël was meer het initiatief van God dan een menselijke inspanning. Die godsdienst was niet een uitvinding van de mens, maar een creatie van God, was geen voortbrengsel van een beschaving, maar een zelfstandig gebied. De mens zou God niet gekend hebben als hij niet dicht bij de mens was gekomen. Zijn relatie tot de mens gaat vooraf aan de relatie van de mens tot hem.
De mystieke ervaring is de wending van de mens naar God; de profetische daad is Gods wending naar de mens. Het eerste is voornamelijk een gebeurtenis in het leven van de mens, afhankelijk van het streven en het initiatief van de mens. Het tweede is voornamelijk een gebeurtenis in het leven van God, afhankelijk van de bewogenheid en het initiatief van God. Dankzij de mystieke ervaring kunnen we een menselijk inzicht bereiken in het leven van God. Dankzij de profetische daad komen we achter een inzicht van God in het leven van de mens.
Daarom is het karakteriseren van openbaring als een profetisch inzicht of een profetische ervaring, de verarming van een werkelijkheid tot een waarneming. Van menselijk standpunt gezien is het ontvangen van een openbaring er getuige van zijn hoe God zich wendt tot de mens. Het is niet een kwestie van staren naar de goddelijke werkelijkheid, een statisch en eeuwig mysterie. De profeet staat midden in een goddelijk gebeuren, een gebeuren in het leven van God, want als God zich tot de profeet richt, komt hij uit zijn onwaarneembaarheid te voorschijn om hoorbaar te worden voor de mens. Het volle gewicht van de gebeurtenis ligt niet in het feit dat ‘de mens hoort’ maar in het feit dat ‘God spreekt’ tot de mens. De mystieke ervaring is een vervoering van de mens; openbaring is een vervoering van God.
Zoals door de profeten beschreven in termen van tijd en ruimte staat de daad van openbaring voor het beeld van een transcendente gebeurtenis, weerspiegeld in de beperkte termen van menselijke ervaring. Haar oereigenschap is de creatieve wijze waarop het goddelijke gebracht werd in de concrete ervaring van de mens. Doordrenkt met een gevoel voor het verpletterende wonder van Gods werkelijkheid, vergeleken waarbij de mensheid minder dan niets lijkt,4 moeten de profeten meer verbaasd over hun ervaring geweest zijn dan iemand van ons, voor wie de transcendentie van God niet meer dan een vaag concept is waarvan we ons nu en dan bij rustige overdenking bewust worden.
Samengevat is openbaring een moment waarin God slaagde in het bereiken van de mens. Een openbaring ontvangen is getuige zijn van het wenden van God naar de mens.
Voor een fenomenologische analyse van het profetische gebeuren zoals zich dat weerspiegelt in het bewustzijn van de profeten en voor een vergelijking van de bijbelse profetie met soortgelijke verschijnselen in andere godsdiensten, zie mijn boek The Prophets.
1 1 Koningen 8:12: HEER, u hebt gezegd dat u in een donkere wolk wilde wonen; Psalm 18:10 en 2 Samuel 22:10: Hij schoof de hemel open en daalde af, duisternis onder zijn voeten.
2 Twee maal zegt de bijbel: Het volk bleef op grote afstand staan (Ex. 20:18, 21).
3 Rabbi Yehuda van Zakilkov, Lekute Maharil (Lublin 1899) p. 47 a.
4 De volken betekenen niets in zijn ogen, voor hem zijn ze minder dan niets. (Jesaja 40:17); De mensen op aarde zijn slechts nietige wezens; hij doet met de hemelse machten en met de mensen op aarde wat hij wil. Er is niemand die hem kan tegenhouden of tegen hem kan zeggen: ‘Wat hebt u gedaan?’ (Daniël 4:32)
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005