Deel 2 Openbaring

23 Israëls verplichting
 

23.1     VERKNOCHTHEID AAN GEBEURTENISSEN

De God van de filosofen* is uit abstracte denkbeelden afgeleid. De God van de profeten is ontleend uit daden en gebeurtenissen. De wortel van het joodse geloof is dus geen samen­vatting van abstracte beginselen, maar een innerlijke verknochtheid aan geheiligde gebeurtenissen. Geloven is gedenken, niet louter het aanvaarden van de waarheid van een stel dogma’s. Onze genegenheid drukt zich uit op de wijze waarop wij ze vie­ren, meer in de wekelijkse lezing van de Pentateuch, de vijf boeken van Mozes, dan in het uitspreken van een geloofsbelijdenis. Als je deze gebeurte­nissen negeert en alleen aandacht schenkt aan wat de nakomelingen van aartsvader Jakob in deze gebeurtenissen geleerd hebben, dan mis je een wezenlijk as­pect.

[*Blaise Pascal (Pensées): God van Abraham, God van Isaak, God van Jakob, niet van de filosofen en geleerden. Zekerheid, zekerheid, besef van vreugde, vrede.]

23.2    DE HERINNERING AAN EEN VERPLICHTING
Een esthetische ervaring laat een waarneming en plezier in de herinnering achter. Een profetische ervaring laat de herinnering aan een verplichting achter. Openbaring bracht geen plezier teweeg, God sprak en de mens bemerkte niet alleen de wil van God, maar aanvaardde die ook. Openbaring duurt een ogenblik, aanvaarding gaat door.

Dit wordt ons dus in de joodse traditie gegeven: niet een denk­beeld van, maar een verplichting tegenover de openbaring, Het is onze taak om onze houding ten opzichte van die verplichting te onderzoe­ken. Heeft het enige betekenis dat wij trouw zijn aan gebeurte­nissen die zich meer dan drieduizend jaar geleden afspeelden?

 

23.3    TROUW AAN EEN MOMENT
Het is een uiterste noodzaak voor menselijke wezens om in min of meer permanente en betrouwbare relaties met elkaar te le­ven. Er zijn allerlei vormen van relaties, bijvoorbeeld huwelijk, vriendschap, beroepsorganisaties en inter­nationale verdragen. Maatschappelijke relaties zijn - met uitzondering van die welke voortkomen uit ouderschap en derge­lijke - geen natuurlijke gegevens. Ze ontstaan niet uit een proces, ze beginnen met een daad of een gebeurtenis op een bepaald tijdstip. Deze relaties kunnen alleen voortduren als wij loyaal blij­ven aan het door ons gegeven woord of aan gemaak­te afspraken. Ze storten in als onze trouw ophoudt.

De paradoxale aard van zo’n loyaliteit is opvallend. Waarom zou een men zijn hele leven gebonden zijn door wat hij deed of zei op één enkel ogenblik? En toch hebben be­schaafde mensen altijd erkend dat hun belofte een bepaalde kracht had om hun toekomstige daden te beïnvloeden. Mensen geloven in het voorbijgaan van de tijd: ze beweren dat het verleden voor altijd dood is. Inderdaad, het ogenblik waarin een belofte is ge­daan, is gauw verdwenen: verdwenen van onze kalender, ver­dwenen van onze klokken. En toch zijn we bereid om het te be­schouwen als ware het onsterfelijk. Met andere woorden, we aanvaarden gebeurtenissen die plaatsvonden op voorbijgegane ogenblikken alsof die momenten er nog waren, alsof deze gebeurtenissen nu plaatsvonden.

23.4    EEN EREWOORD

Sinaï, het beslissende moment in Israëls geschiedenis, was het begin van een nieuwe betrekking tussen God en mens: God ver­bond zich aan een volk. Israël aanvaardde de nieuwe relatie en verbond zich met God. Het was een gebeurtenis waarin beide deelgenoot waren. God gaf zijn woord aan de nazaten van Jakob en het joodse volk gaf zijn erewoord aan God.

Een gegeven woord geldt voor altijd. Als wij een belofte doen is onze hele toekomst geïnvesteerd als onderpand. Het is een moment dat niet verdwijnt; het is een moment dat alle andere momenten bepaalt.

 

Gedenk tot in eeuwigheid

zijn belofte aan duizend geslachten,

het verbond dat hij sloot met Abraham.                                    1 Kronieken 16:15

Israël accepteerde het verbond: Jacobs nakomelingen gaven hun erewoord om het te houden.

Hoe beïnvloedt deze aanvaarding onze levens? Heeft één generatie het recht om alle andere generaties aan een verbond te verplichten? Waarom moeten wij ons verplicht voelen en tegenover wat?1

Sinaï is zowel een gebeurtenis die eens en voor altijd plaats­vond, als een gebeurtenis die constant plaatsvindt. Wat God doet, voltrekt zich zowel in de tijd als in de eeuwigheid. Vanuit ons ge­zichtspunt vond ze éénmaal plaats. Van zijn gezichtspunt uit vindt ze aldoor plaats. Monumenten van steen zijn gedoemd om te verdwijnen; dagen van spirit verdwijnen nooit. Over de aankomst van het volk bij de Sinaï lezen we in het boek Exodus: ‘In de derde maand, op precies dezelfde dag dat ze uit Egypte waren weggetrokken, kwamen de Israëlieten in de Sinaïwoestijn (19:1). Hier was een uitdrukking die de oude rabbijnen in verlegen­heid bracht: op dezelfde dag? Er had gezegd moeten worden: op die dag. Dit kan alleen maar betekenen dat de dag waarop de thora gegeven werd, nooit voorbij kan gaan. Die dag is deze dag, elke dag. De thora moet voor ons steeds wanneer wij haar bestuderen, zijn alsof zij ons vandaag geschonken werd’.2

leder van ons heeft de stem gehoord; allemaal hebben we de god­delijke gift van de vrijheid bij Sinaï ontvangen. Daarom heeft niemand het recht om zichzelf als slaaf te verkopen. Het oor van hem die vrijwillig slaaf wordt, moet doorboord worden (Ex. 21:1­6). ‘De Heilige, Hij zij geprezen, zei: Dit oor, dat Mijn stem heeft gehoord op de berg Sinaï toen ik verkondigde: Want de Israëlieten behoren mij toe. Ik ben de HEER, jullie God. (Leviticus 25:55) en geen knechten behoren dienaren toe en toch ging deze man heen en verwierf zich een meester -laat het doorboord worden.’3

Volg de bevelen van de koning op, zoals je hebt gezworen tegenover God (Prediker 8:2). Rabbi Yose zei: ‘Ik houd het gebod van de Koning der Koningen die mij bij de Sinaï zei: Ik ben de Here je God.’4 Alle generaties van aartsvader Jacob waren, naar ons verteld wordt, aanwezig bij de Sinaï (zie hoofdstuk 13, § 4).

Niet alleen met u, die hier nu ten overstaan van de HEER, onze God, bijeen bent, sluit ik dit verbond, maar ook met degenen die er nu nog niet bij zijn.

Deuteronomium 29:13-14

Het was een daad die het tegenwoordige te boven ging, omge­keerde geschiedenis: denken over de toekomst in de tegenwoordige tijd. Het was een profetisch vooruitzien, want een profeet gaat andere mensen vóór in de tijd, hij spreekt van de toekomst in de tegenwoordige tijd.

De tijdgenoten van Mozes slaagden er in boven hun tijdsgewricht uit te stijgen en vertrouwden de volgende generaties het woord van God toe, dankzij hun vermogen om over het leven te denken in ter­men van tijd.

Zij hadden geen ruimte, zij hadden geen land, het enige dat zij hadden, was tijd en de belofte van een land. Hun toekomst hing af van Gods trouw aan zijn eigen belofte, en hun trouw aan de profetische gebeurtenissen was de essentie van hun toekomst.

23.5    LEVEN ZONDER VERPLICHTING
Sommigen denken misschien: hoe onverstandig van onze voorou­ders om alle toekomstige generaties een verbond met God toe te vertrouwen. Maar het leven van een historisch volk is niet veel anders dan het leven van een enkeling. Er bestaat geen beschaving zonder maatschappelijke relaties en dat houdt het accepteren van verplichtingen in, het geven van een woord of het aanvaarden van een belofte. Om een relatie met God aan te gaan moest het volk een ver­plichting op zich nemen.

Socrates leerde ons dat een leven zonder denken niet waard is geleefd te worden. Nu is denken een nobele inspanning, maar de mooiste gedachtes kunnen in haarkloverij worden gesmoord. In het denken is de mens aan zijn lot overgelaten, misschien stijgt hij omhoog tot in de ruimte van de sterren en verkondigt hij de mooiste gedachtes, maar wat zal de echo zijn en wat de betekenis voor de ziel?

De bijbel leerde ons dat een leven zonder verbintenis niet waard is om geleefd te worden, dat denken zonder wortels bloe­men zal voortbrengen maar geen vruchten. Onze verplichting is tegenover God en we zijn geworteld in de profetische gebeurtenissen van Israël­.

De waardigheid van de mens staat zowel in verhouding tot zijn plichten alsook tot zijn rechten. De waardigheid van joden en het jood­se gedachtegoed ligt in het verantwoordelijkheidsgevoel, en de betekenis van de joodse geschiedenis draait om de trouw van Israël aan het ver­bond.

23.6    OPENBARING IS EEN BEGIN
Maar verknochtheid aan gebeurtenissen alleen verklaart de essentie van het joodse leven niet compleet. Een gebeurtenis is een for­mele categorie, die het feit van een voorval zonder meer be­schrijft. Toch is het spreken over een loutere gebeurtenis, over een op zichzelf staande gebeurtenis, het spreken over een kunstmatige abstractie die nergens anders bestaat dan in het hoofd van sommige theologen. Het ogenblik van de openba­ring moet niet worden losgemaakt van de inhoud of de hoofd­zaak van de openbaring. Trouw aan de maatstaven en gedachten door de gebeurtenis overgebracht is even wezenlijk als de werke­lijkheid van de gebeurtenis. De aanvaarding was niet volledig, de vervulling heeft niet plaatsgevonden. Het beslissende ogen­blik moet nog komen. De gebeurtenis moet vervuld worden, niet alleen geloofd. Wat bij Sinaï verwacht werd, gebeurd op het ogenblik van een goede daad. Een gebod is een vooruitzien, een daad is een vervulling. De daad maakt de gebeurtenis volledig. Openbaring is maar een begin, onze daden moeten voortgaan, onze levens moeten haar vervolmaken.

Wij moeten het ogenblik of de gebeurtenis niet verafgoden. De wil van God is eeuwig en overstijgt alle tijdsmomenten, alle gebeur­tenissen met inbegrip van openbaringen. De betekenis van tijd hangt af van wat je ermee doet in de verhouding met zijn wil. Het tijdstip bij de Sinaï hangt voor zijn vervulling af van dít tijdstip, van alle tijdstippen. Als Israël ontrouw geworden zou zijn na Sinaï, dan zou dat grote ogenblik beroofd zijn van alle beteke­nis. De Tafelen worden gebroken iedere keer wanneer het gouden kalf wordt aangeroepen. Het joodse gedachtegoed vertrouwt erop dat elk uur de mogelijkheid biedt om betekenis te geven - of te onthouden - aan alle andere uren.5

 

23.7    NOTEN BIJ HOOFDSTUK 23

1 De woorden rebus sic stantibus (nu de zaken er zo voorstaan) drukken de beperking uit die bij over­eenkomsten vanzelf spreekt. Moreel gesproken is een aanvaarde ver­plichting alleen maar afdwingbaar als de omstandigheden funda­menteel dezelfde blijven.

2          Tanhuma, ed. Buber, ii, 76; Sifre op Deuteronomium 11:13; Berachot, 63b; Rashi op Exodus 19:1; Deut. 11:13-14 (Als u de geboden gehoorzaamt die ik u vandaag voorhoud, en de HEER, uw God, liefhebt en hem met hart en ziel dient, belooft de HEER: ‘Ik zal jullie akkers op de juiste tijd regen geven, in het najaar en in het voorjaar.) en 26:16 (Vandaag draagt de HEER, uw God, u op om u aan deze wetten en regels te houden. Neem ze zorgvuldig in acht en leef ze met hart en ziel na.)

3          Kiddushin, 22b.

4          Jerushalmi Sanhedrin, IV, 21b.

5          ‘Als iemand slechts één sabbat behoorlijk onderhoudt, wordt dat be­schouwd alsof hij alle sabbats onderhouden had sedert de dag waarop God Zijn wereld schiep tot de tijd van de wederopstanding der doden’ (Mechilta op Exodus 31:16).

 


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - € 29,90.


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X (ingenaaid), 480 pagina's
3e druk

Prijs € 29,90