Deel 3 Antwoord

42 De geest van het jodendom

 

42.1    DE BETEKENIS VAN GEEST
Godsdienst wordt schuldig wanneer deze de afzondering van God be­gint te bepleiten, begint te vergeten dat het ware heiligdom geen muren heeft. Altijd heeft de godsdienst geleden onder de neiging om een doel in zichzelf te worden, het heilige af te zonderen, parochiaal, zelfgenoegzaam en zichzelf zoekend te worden. Alsof de opdracht niet was om de menselijke aard te verheffen, maar om de macht en de schoonheid van zijn instellingen te versterken of de grote hoeveelheid doctrines te vergroten. De godsdienst heeft vaak meer gedaan om vooroordelen heilig te verklaren dan om te worste­len om waarheid; om het heilige tot fossiel te maken dan om het wereldlijke te heiligen. Toch is het de taak van de godsdienst om te waken tegen de stabilisatie van waardes.

Diep in ons hart is er een voortdurende verleiding om het indrukwekkende te vereren, om een afgod te maken van dingen die ons dierbaar zijn. Het is gemakkelijk om het illustere te adoreren. Het is makkelijk om schoonheid te waarderen en moeilijk om de maskerade van pretenties te doorzien. Als een dich­ter Samaria, de hoofdstad van het noordelijke rijk Israël, zou hebben bezocht, dan zou hij liederen hebben gedicht ter meerdere glorie van haar schitterende bouwwerken, haar mooie tempels en mo­numenten van wereldlijke glorie.1 Maar Amos van Tekoa (ca. 755 v.C.) sprak tijdens zijn bezoek aan Samaria niet over de pracht van het ‘huis van ivoor’ en evenmin zong hij de lof van de paleizen. Wanneer hij ze bekeek, zag hij niets anders dan morele ver­warring en onderdrukking. In plaats van gefascineerd te zijn was hij met schrik vervuld. ‘Ik heb een afschuw van de hoogmoed van Jakobs volk, ik heb een afkeer van zijn burchten’ riep hij uit in de naam van de Heer. Was Amos niet ge­voelig voor schoonheid?

Wij moeten geen enkele menselijke instelling of object als een doel op zichzelf beschouwen. Al wat de mens in deze wereld tot stand brengt, zijn maar pogingen, en een tempel die meer gaat betekenen dan een herinnering aan de levende God is een gruwel.

Wat is een afgod? Een ding, een kracht, een persoon, een groep, een instelling of ideaal beschouwd als suprème. God alleen is de allerhoogste.

De profeet verafschuwt idolatrie. Hij weigert om het middel als doel en het tijdelijke als het uiteindelijke te beschou­wen. Mensheid, noch natuur is het aanbidden waard, evenmin ideeën of idealen. Zelfs het kwade moet niet verafgood worden, maar instrumenteel gebruikt. De boze drang voorspelt geen onheil, het kan in de dienst aan God geïntegreerd worden. Het was rabbi Meir mogelijk om op te merken: ‘En God zag dat het zeer goed was - zeer goed is de boze impuls.’

Zelfs de wetten van de thora zijn geen absolute grootheden.2 Niets wordt vergoddelijkt: macht noch wijsheid, hel­den noch instituties. Het toeschrijven van goddelijke eigen­schappen aan wat dan ook, hoe subliem en verheven het ook zij, is een vertekening van zowel het denkbeeld dat het vertegen­woordigt als van het concept van het goddelijke dat wij het toe­kennen.

Na langs de afgrond van het heidendom te zijn gegaan is het jodendom dikwijls een eenzame, onopgemerkte stem, die zich verheft tegen de neiging van de mens om middelen in doelen te veranderen. Een uitdaging van de soevereiniteit van elke waarde, of het nu het ego, de staat, de natuur of de schoonheid is. Het jodendom heeft de onwrikbaarheid en het isolationisme van waardes verstoord door het natuurlijke te verheffen tot het morele, door de schoonheid op te lossen in het geheiligde en door te proberen het menselijke te vormen naar het beeld van het god­delijke. Het heeft niet alleen schoonheid verafschuwd wanneer die ten koste van de rechtvaardigheid ten toon werd gespreid, het heeft het ritueel verworpen, wanneer het verricht werd door moreel verwerpelijke lieden. Zelfs de godsdienst zelf, de eredienst, werd niet als een absolute waarde beschouwd. ‘Uw gebeden zijn een gruwel,’ zegt Jesaja tegen de uitbuiters van de armen. Blijf weg uit de sy­nagoge, schreef de Gaon van Vilna aan zijn gezin, als jullie je niet kunnen onthouden van afgunst en roddelen over de kle­ding van de andere aanwezigen.

Er bestaat niets ten behoeve van zichzelf, er is niets geldig uit ei­gen hoofde. Wat een doel lijkt te zijn is maar een oponthoud op de weg. Alles is geplaatst in de dimensie van het heilige. Alles is begiftigd met oriëntatie op God.

Jodendom is de trouw aan valse goden verwerpen, is gevoe­lig zijn voor Gods oneindige inzet in elke eindige situatie, is ge­tuige zijn van zijn nabijheid in de uren van zijn verbor­genheid, is te onthouden dat de wereld onverlost is. Ge­boren om een antwoord te zijn op zijn vraag. Onze weg is of een pelgrimstocht of een vlucht. We zijn verkozen om gevrijwaard te zijn van bevliegingen van wereldse successen, om onaf­hankelijk te blijven van hysterie en bedrieglijke pracht. Niet verkozen voor de overgave aan schitteringen, zelfs als daardoor een prijs betaald moet worden.

Dit is de betekenis van het woord geestelijk: het is de ver­wijzing naar het overstijgende in ons eigen bestaan, de richting van het Hier naar het Ginds. Het is de extatische kracht die de oogmerken beroert, die waardes bevrijdt uit de benauwdheid van in zichzelf gekeerde doelen, die van een aankomst een nieuwe pelgrimage maakt, een nieuw onderweg gaan. Het is een alles­doordringende neiging, die alle waardes omvat en overstijgt, een nimmer eindigend proces, de opwaartse beweging van het zijn. Her geestelijke is niet iets wat wij bezitten, maar iets waar­aan we deel mogen hebben. Wij bezitten het niet; wij kunnen er­door in bezit genomen worden. Als wij het bespeuren, is het alsof onze geest een ogenblik meedrijft op een eeuwige stroom, waarin onze denkbeelden kennis worden, boven zichzelf uit geheven.

Het is onmogelijk om geest als zodanig te vatten. Geest is een rich­ting, het zich wenden van alle wezens tot God: theotropisme. Het is al­tijd meer dan - en verheven boven - wat wij zijn en kennen.

42.2    DE GEEST VAN HET JODENDOM
Is er een unieke uitdrukking voor de geest van het jodendom? Is er een woord dat zijn uitzonderlijke aard zou kunnen uitdrukken?

Neem de tekst van de Tien Geboden, het meest typerende monument van joodse onderwijzing, om te zien of een dergelijk woord gevonden kan worden. De Tien Geboden zijn in alle talen vertaald en hun woordenschat is deel gaan uit­maken van de wereldliteratuur. Wanneer wij die ver­maarde tekst lezen in welke taal dan ook, Grieks, Latijn of En­gels, dan valt een verrassend feit op. Alle woorden van de He­breeuwse tekst zijn vlot vertaald in gelijkwaardige woorden. Er is een woord voor pesel: een gesneden beeld; er zijn woorden voor bij voorbeeld shamayim en erets: hemel en aarde. De hele tekst is getrouw in andere talen vertaald en toch leest het alsof het oor­spronkelijk in die andere talen geschreven was. Maar let eens op! Er is één Hebreeuws woord waar geen woord voor gevonden is en dat onvertaald is gebleven: sabbat. ‘Gedenk den sabbatdag’. In het Grieks van de Septuagint lezen wij Sabbaton, in het Latijn van de Vulgaat Sabbatum; in het Aramees Shabbatha, in de King James-vertaling de Sabbath.

    Wellicht is sabbat het denkbeeld dat het meest kenmerkende van het jodendom uitdrukt.

Wat is de sabbat? Een herinnering aan de koninklijke waar­digheid van elk mens. De afschaffing van het onderscheid tussen meester en slaaf, rijk en arm, succes en mislukking. Wie de sab­bat viert, ervaart zijn uiteindelijke onafhankelijkheid van be­schaving en maatschappij, van prestatie en mislukking. De sab­bat is de belichaming van het geloof dat alle mensen gelijk zijn en dat gelijkheid van de mensen de adeldom van de mensen bete­kent. De grootste zonde van de mens is te vergeten dat hij een vorst is.

De sabbat is een verzekering dat de geest groter is dan het universum, dat voorbij het goede het heilige is. Het heelal werd in zes dagen geschapen, maar het hoogtepunt van de schepping was de zevende dag. De dingen die gedurende de zes dagen verwezenlijkt werden, zijn goed, maar de zevende dag is heilig. De sabbat is heiligheid in de tijd.

Wat is de sabbat? De nabijheid van eeuwigheid, een ogenblik van Gods majesteit, de glans van vreugde. De ziel wordt ver­ruimd, tijd is een verrukking en ingekeerdheid een hoogste belo­ning. Verontwaardiging wordt gevoeld als een ontheiliging van de dag en ruzie als de zelfmoord van zijn toegevoegde ziel. De mens staat niet alleen, hij leeft in de tegenwoordigheid van de dag.3

42.3    DE KUNST OM DE BESCHAVING TE OVERTREFFEN
Sla je blik op en zie: wie heeft dit alles geschapen. Zes dagen per week zijn we bezig om de natuurkrachten te onderwerpen, bezig met de vaardigheden van de beschaving. De zevende dag is gewijd aan de herinnering aan de schepping en aan de herinnering aan de verlossing, aan de bevrijding van Is­raël uit Egypte, aan de exodus uit een grote beschaving de wil­dernis in, waar het woord van God gegeven werd. Door ons werk gedurende zes dagen nemen wij deel aan de werken van de geschiedenis. Door de zevende dag te heiligen worden wij her­innerd aan de handelingen die de geschiedenis overtreffen, verheffen en verlossen.

De wereld is afhankelijk van de schepping en de waarde van de geschiedenis is afhankelijk van de verlossing. Het joodse gedachtegoed is de wereld te bevestigen zonder geknecht te zijn, een onderdeel van de beschaving te zijn en die te boven te gaan, en de ruimte te veroveren en de tijd te heiligen. Het jodendom is de kunst om de be­schaving te overtreffen, heiliging van de tijd, heiliging van de ge­schiedenis.

De beschaving wordt op de proef gesteld. Haar toekomst zal ervan afhangen hoeveel van de sabbat haar geest zal doordrin­gen.

De sabbat, zoals die door de mens ervaren wordt, kan niet overleven in ballingschap, als een eenzame vreemdeling te mid­den van goddeloze dagen. Zij heeft behoefte aan het gezelschap van de andere dagen. Alle dagen van de week moeten geestelijk stroken met de zevende dag. Zelfs als we niet een hoogte kunnen

bereiken waarop ons hele leven een pelgrimstocht naar de zeven­de dag zou zijn, zou de gedachte aan en de waardering van wat die dag ons zou kunnen brengen, altijd bij ons moeten zijn. De sabbat is de melodie van ons leven, volgehouden ondanks alle opschudding en wisselvalligheden die ons geweten bedreigen, ons besef van Gods nabijheid in de wereld. Zij leert ons de genietingen van de geest te voelen, de vreugden van het goe­de, de grandeur van een leven onder geopende hemel, in het zicht van de eeuwigheid.

Wat de sabbat is onder de dagen, is de geheiligde mens, de tal­mid chacham, onder ons, het gewone volk. De geheiligde mens is hij die weet hoe de tijd moet worden geheiligd. Niet misleid door de schittering van de ruimte blijft hij zijn aandacht richten op de plaats waar het goddelijke raakt aan het wervelende wiel van het leven.

De sabbat is meer dan een dag, meer dan een naam voor één zevende deel van de week. Het is eeuwigheid in de tijd, de geeste­lijke ondergrond van de geschiedenis.

In de taal van de jood betekent leven onder geopende hemel leven in het licht van de sabbat.4 Elke vrijdagavond worden lichten in de ziel ontstoken, het mededogen versterkt, de gevoelig­heid verdiept.

De sabbat is één dag, Shabbesdikeit zou al onze dagen moeten doordringen. Shabbesdikeit is spiritualiteit, de samenvatting en de geest van het jodendom.

De grote droom van het jodendom is niet om priesters te vor­men, maar een volk van priesters. Om alle mensen te heiligen, niet alleen enkele mensen.

‘En waarom werd aan de stam van Levi niet een deel in het land Israël toegekend? ...Omdat hij gewijd was aan de verering van God en aan Zijn dienst. De roeping van de stam van Levi was om de menigte de oprechte wegen van de Heer en Zijn rechtvaardige oordelen te onderwijzen... Maar niet alleen de stam van Levi was hiertoe geheiligd. Elk menselijk wezen, in deze wereld geboren, wiens geest hem opwekt en wiens verstand hem leidt om zich aan de Heer tot te wijden teneinde Hem te dienen en Hem te aanbidden en Hem te leren kennen en die handelt in overeenstemming met Gods bedoeling en de doolwe­gen die de mensen bedacht hebben, vermijdt, wordt geheiligd met de hoogste heiligheid.’5

42.4    NOTEN BIJ HOOFDSTUK 42

1          [Omri werd koning van Israël. Hij regeerde twaalf jaar. Toen hij zes jaar in Tirsa had geregeerd, kocht hij van een zekere Semer een berg. Hij liet er huizen op bouwen en noemde de stad die hij liet bouwen Samaria, naar Semer, de vorige bezitter van de berg (1 Kon. 16.24).]

2          Zie hoofdstuk 32 Een godsdienstig gedragspatroon § 5 Thora is meer dan wet e.v.

3          Vergelijk A. J. Heschel, The Sabbath (New York 1951/Boston, Mass. 2003; De Sabbath, zijn betekenis voor de moderne mens, Houten 1987). [Het wezen van de joodse godsdienst is naar de woorden van A.J. Heschel de betrokkenheid op de dimensie van de tijd. Niet de ruimtelijke zaken staan in het middelpunt, maar de ‘heiliging’ van de tijd. De sabbat is het teken en het voorbeeld van die beleving en is, zo stelt Heschel in het eerste hoofdstuk van dit boekje ‘een paleis in de tijd’. Vanuit dit thema wordt de verhouding met God, de eeuwigheid, en de opdracht aan de mens, en de houding t.o.v. het werk gezien.]

4          [Onder geopende hemel: sub specie aeternitatis; in het licht van de sabbat: sub specie Sabbatis.]

5          Maimonides, Mishneh Torah, Shemitah ve-Yobel, 13, 12-13.

 


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - € 29,90.


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X (ingenaaid), 480 pagina's
3e druk

Prijs € 29,90