Talmoed

Talmoed (verwant met de Hebr. werkwoordstam lmd, = leren, onderwijzen), de schriftelijke vastlegging van discussies die gedurende enige eeuwen zijn gevoerd door joodse geleerden over de praktische toepassing van de thora-voorschriften en de mondelinge leer (misjna) in het dagelijks leven (zie ook thora).

Rabbijn Rabbijn Guetz (foto) is de rabbijn die verantwoordelijk is voor de Klaagmuur in Jeruzalem. Rabbijn betekent in het Aramees en Hebreeuws 'mijn leraar'. Volgens de traditie waren zulke leraren mensen die de Thora, zowel in geschreven als gesproken vorm, of de Misjna (Hebreeuws voor 'leerstof, herhaling') konden interpreteren en anderen erover konden onderwijzen. De rabbi's van tegenwoordig hebben meer een prekende en pastorale functie.Sylvain Grandadam/Photo Reserachers, Inc.

In deze gesprekken, die het gevolg waren van de talloze gevallen waarvoor de geleerden zich in een steeds veranderende wereld gesteld zagen, is ook de contemporaine wetenschap verwerkt, zodat een veelvoud van onderwerpen, meestal in associatief verband, aan de orde komt.

Daardoor is de talmoed geworden tot de bron bij uitstek voor de uitleg en vaststelling van de halacha (joodse gedragscode), alsmede voor de kennis van de cultuurgeschiedenis van het jodendom en zijn naaste omgeving in de eerste vijf eeuwen n.C.

1. COMMENTAAR
Het werk is een commentaar bij een aantal traktaten van de misjna. Deze commentaar noemt men gemara (van een Aramees werkwoord dat ‘aanvullen’, ‘voltooien’ betekent, en – naar een andere lezing – ‘uit het hoofd leren’). Als pars pro toto wordt ook de gehele talmoed (misjna, gemara en latere commentaren) wel gemara genoemd. Een andere benaming is sjas (gevormd van de beginletters van het Hebr. sjisja sedariem [Aram.: sjita sidra], = lett.: zes ordeningen, dwz. de zes hoofdafdelingen van de misjna).

2. PALESTIJNSE TALMOED
Er bestaat zowel een Palestijnse of Jeruzalemse talmoed als een Babylonische. De Palestijnse talmoed is ontstaan in de Scholen van Sepphoris, Caesarea en Tiberias en werd tegen het einde van de 4de eeuw afgesloten. De taal is het Westaramees. Het oudst bekende handschrift werd geschreven in 1289 en bevindt zich in Leiden. De eerste gedrukte uitgave van Bomberg in Venetië is van 1520–1523.

3. BABYLONISCHE TALMOED
Hoewel de tradities van de Palestijnse talmoed de oudste en misschien meest betrouwbare zijn, werd zijn gezag toch overvleugeld door de Babylonische talmoed. Deze bevat een gemara bij 37 traktaten van de misjna. De tekst is grotendeels geschreven in het Oostaramees met stukken in het Hebreeuws, alsmede Griekse en Latijnse leenwoorden. Het oudst bekende handschrift is van 1343 en bevindt zich in München. De eerste druk is weer van Bomberg, gedateerd 1523–1524. De grondleggers van de Babylonische talmoed zijn Rav, Sjmoe’eel (Samuël) en Juda ben Ezechiël, in de 3de eeuw resp. hoofd van de rabbijnse academies te Soera, Nehardea en Poembedita in Zuid-Mesopotamië.

Hun leerlingen hebben in onderlinge discussies de talmoed gevormd. Zij heten, ter onderscheiding van de leraren van de misjna (de Tannaïm), de Amoraïm.

Het hoogtepunt van hun activiteit valt in het midden van de 4de eeuw; de laatste redactie wordt op het eind van de 5de eeuw gedateerd.

Niet alle joodse gemeenschappen aanvaardden het gezag van de talmoedgeleerden. Met name verzetten zich de Karaïeten, die noch de misjna noch de talmoed erkenden. Van niet-joodse zijde is de talmoed herhaaldelijk aangevallen en verboden. Een triest hoogtepunt van deze vorm van antisemitisme was de talmoedverbranding in Parijs tijdens de regering van Lodewijk de Heilige (1242).
Ondanks alle oppositie wordt de talmoed ook heden ten dage over de hele wereld bestudeerd, vooral in talmoedhogescholen, de jesjivot (zie jesjiva).

UITG: (met vert.): d. I. Epstein, The Babylonian Talmud, de zgn. Soncino-uitgave (Hebr.-Aram./Eng., 21961 vv.); El Am-uitg., Talmud with English translation and commentary (1965 vv.); d. A. Steinsaltz, The Talmud, gevocaliseerde tekst met verklaarders en Eng. vert. (meer dln., 1989 vv.); d. S.M. Lehrman e.a., Hebrew-English edition of the Babylonian Talmud with notes, glossary and indices (30 dln., 1982).
VERT: Le talmud de Jérusalem, d. M. Schwab (11 dln., 1879–1900); Der babylonische Talmud, d. L. Goldschmidt (12 dln., 1929–1936).


© 1993-2001 Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.

 

Voorwerk

Inhoud

Chassidisme

Misjna

Talmoed


 

Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4