John Lathouwers  inhoud

Friese klokken

Friese stoelklok Friese stoelklok
Friese stoelklokken

Friese stoelklokken

uurwerk van een Friese stoelklokFriese stoelklokken zijn waarschijnlijk ontstaan uit Zaanse stoelklokken. Met zekerheid is dit niet te zeggen. De Friese stoelklok is een type klok dat rond 1750 ontstond en tot 1820 veel gemaakt is. De klokken zijn meestal met gaand slag- en wekkerwerk uitgevoerd. Zonder slagwerk noemt men de klok een meidenklok.

De stoelklok dankt zijn naam aan het feit dat de klok als het ware op een stoel staat die gemaakt is van een wandplaat en een horizontaal plankje. Hierop staat de klok op vier van hout gedraaide pootjes. Het geheel wordt bekroond door een gebogen luifel die op zijn beurt is voorzien van een loden ornament. Onder, boven en veelal opzij van de wijzerplaat zijn ook van dit soort ornamenten geplaatst die meestal verguld (ook wel beschilderd) zijn. garnituur van een Friese stoelklokDe zijkanten zijn voorzien van de zogenaamde wangen die meestal als zeemeerminnen, papegaaien of vaasvormig gezaagd en beschilderd zijn. De voorste wangen zijn van lood, soms van ijzer. De wijzerplaat is van ijzer en is beschilderd met een ronde cijferring met cijfers. Voor het gaande werk èn voor het slagwerk is èèn gewicht in gebruik, het hangt met een katrol aan de zogenaamde doorlopende ketting, een uitvinding van Christiaan Huygens. Het voordeel hiervan is dat de klok doorloopt en geen tijdverlies heeft bij het ophalen van het gewicht.

Vaak ziet met in de hoeken van de wijzerplaat figuren die de vier jaargetijden voorstellen, ook florale en decoratieve motieven (vaak met groen, geel, rood en wit) sieren deze klokken op. Binnen en boven de cijferring bevindt zich meestal een landschap of een stads- of zeegezicht. Ook putti en engelen ziet men wel.

Enige verwanten van de Friese stoelklok zijn de Groninger stoelklok, de Drentse stoelklok, de Zaanse stoelklok en de Ruempolklok.

Veel klokken zijn in latere tijden over geschilderd, dit is helaas niet altijd even netjes gedaan.

Na de intrede van de Friese staartklok werden er veel minder stoelklokken gemaakt. Omstreeks 1880 werden ze soms weer meer gemaakt uit nostalgisch oogpunt.

Ook werden er stoelschippertjes gemaakt, dit is de kleiner variant die op schepen werden gebruikt.

Friese staartklokken

Friese staartklokDe Friese staartklok deed zijn intreden omstreeks 1780 als luxe variant van de stoelklok. De stoelklok werd al snel na de intrede van de staartklok als boers gezien. Daarom verdween de stoelklok om plaats te maken voor de meer statige stadse klok die ook nog het voordeel had nauwkeuriger te zijn. Door de ankergang in plaats van de spillegang ontstaat er minder wrijving waardoor de klok nauwkeuriger loopt.

De staartklok is ontzettend veel gemaakt en dus zeker niet zeldzaam. Hij heeft meestal een eiken of mahoniehouten kast met gebogen kap, bekroond met aanvankelijk houten vaasmotieven, later latoenkoperen vaasvormen of een houten beeldengroep met Atlas en bazuinschallende engelen.

De kast bestaat uit een boven en onderkast. De bovenkast heeft een getoogde ruit aan de voorkant en twee aan de zijkanten. Er zijn ook exemplaren met een zogenaamde dubbele kap. Men noemt dergelijke klokken burgemeesterklokken.

Klokken met een ajour gezaagde, verhoogde kap (de zogenaamde Amsterdamse kap) komt men ook wel tegen. Aan de zijkanten van het deurtje (dat wil zeggen niet op de vroegste staartklokken) bevinden zich twee zuilen met basis en kapiteel.

De onderkast is het gedeelte waar de slinger in hangt. Op de hoogte waar het slingergewicht hangt, zit een slingerlens die is afgewerkt met een gegoten of latoenkoperen ornament, meestal vadertje tijd met zijn oppassende vinger en zijn zeis, of een vaasmotief. Opvallend zijn de uitstulpingen, (om de slinger de vrije ruimten te geven). Deze zijn geheel afgestemd op de mooie vormgeving van de klok. De vroege staartklokken kenmerken zich door hun opvallend kortere staart, de zogenaamde spinnenkop of dikkopje. Deze klokken zijn erg geliefd, vooral onder verzamelaars. Bij de aanvang van de negentiende eeuw kwam de staart op zijn huidige lengte. Er is ook een klein model staartkolk, het kantoortje of notarisklokje genaamd. Zeldzamer is het schippertje dat ook tot de Friese staartklokken behoort. Het schippertje heeft een opengezaagde staart en heeft in feite een spillegang, vermomd als ankergang. Door zijn korte slinger loopt hij snel, ook als hij uit het lood hangt. Hierdoor werd hij wel op binnenvaartschepen gebruikt. Het lijkt mij wel overdreven omdat de zeilschepen van toen erg schuin voeren. De gewichten zakken af in kokers omdat ze anders maar heen en weer bengelden. Om een scheepsklok te laten lopen, waren er wel wat betere varianten in de handel, zoals de scheepschronometer. Maar, goed het is een mooie klok.

Al met al is een Friese klok een waardevol bezit en mooi om er een in huis te hebben.


naar boven inhoud