| John Lathouwers | inhoud |

Onder
het regime van Lodewijk XV rond 1750
ontstonden de eerste Franse pendules, ze zijn gemaakt in de zogenaamde Rococo, deze stijl is erg krullerig en heeft een asymmetrische bouw, het zijn eigenlijk opvolgers
van de consoleklokken de grotere voorganger waarvan de uurwerken vierkant zijn, bij de franse pendule is deze rond. De Franse pendule is mede door zijn formaat ideaal
geschikt voor op de schoorsteenmantel waar deze ook gebruikelijk geplaatst werd. Er werd veel vuur verguld messing gebruikt dat een prachtig effect geeft bij het toen
gebruikelijke kaarslicht. De eerste pendules lijken qua vorm nog sterk op de consoleklokken, weldra kwam chinoiserie in de mode en werd toegepast in de pendule. Aan
het einde van de Lodewijk XV periode werden er veel dierpendules gemaakt, deze zijn erg gewild, ze bestaan uit een langgerekt horizontaal voetstuk met een groen
gepatineerd dier erop, door de aandacht voor exotisme vaak een Afrikaans dier, (soms Europees) met dáár weer op een mensfiguur of een aapje.
Allerlei gangwerken werden er gebruikt maar geleidelijk aan worden dit steeds meer ankergangen. Onder het bewind van Lodewijk XVI word de vormgeving weer
klassieker, de Griekse en Romeinse oudheid was weer populair 'het neo classicisme', zuilen, guirlandes, urn- en vaasvormen waren erg geliefd. Er kwam ook een nieuw
type klok bij, de kolompendule deze heeft de vorm van het front van een tempel het uurwerk wordt gedragen op of tussen het fries. De klokken bestaan nu voornamelijk
uit wit marmer met vuur verguld brons of messing. Er werden ook pendules gemaakt met cijferringen die boven elkaar rond draaien en met èèn wijzer ervoor
die de tijd aangeeft. de zo genaamde 'à cercles tournants', ze zijn in een vaasvorm van porselein of als ronde tempel (Temple de l´amour) vaak van marmer
met vuur verguld beslag (deze zijn erg gewild). Met het uitbreken van de Franse revolutie kreeg de pendulebouw een korte inzinking, dit is niet verwonderlijk omdat de
pendule voor de beter gesitueerde was, en deze vluchten, doken onder of werden een kopje kleiner gemaakt,
er zijn dus maar weinig pendules te vinden met symbolen van de revolutionaire leuzen en puur omdat de
kopers niet tot deze groep behoorde, dit in tegenstelling van de Comtoise (de klok voor eenvoudige mensen). Lang heeft deze inzinking niet geduurd, tijdens de reizen
van de militair leider Napoleon met zijn veroveringszucht ontstond de negerpendule, een zwartbruin gepatineerd voedstuk met het uurwerk en een neger er op, deze stijl
noemt met wel directoire, en is de overgangs periode van de revolutie naar de empire, juist in deze tijd werden de mooiste pendules gemaakt. Veel belangstelling was er
voor het Egyptisch ornament en dit alles had te maken met het reizen van Napoleon, die naar men zegt zijn soldaten toesprak vanaf een piramide.
De vormgeving van de empire ontstond even voor 1800 en eindigt omstreeks 1830 alhoewel de empire zelf van 1804 tot 1815 duurde tijdens het keizerrijk van Napoleon.
Empire pendules zijn er te vinden in grote verscheidenheid veel materialen werden toegepast. Ook de kolompendule word nog steeds gemaakt de plaats van het uurwerk verhuist van boven of tussen de architraaf naar onder de architraaf veel zijn er in wit marmer even later maakte men ook kolompendules van mahonie, kleurig marmer en albast. Het onderwerp leid naar de Griekse en Romeinse oudheid mythologie speelt een grote rol. De empirestijl doet wat star en stijfjes aan, de ornamenten zijn ondergeschikt aan het geheel en bestaat vaak uit lauwerbad, rozetten, en meanders. Vaak ziet men pendules met een langwerpige voet met daarop de klok met een mythologische persoon, en dit alles in vuurverguld brons.
Rond 1830 ziet men pendules met een zeer hoog
voedstuk, en de voorstelling wordt voorzichtig romantischer, Men spreekt hier van Charles X. Onder het bewind van Napoleon III (de seconde empire). De 2e helft van de
19e eeuw bestaat alles alleen nog uit herhalingen van oude stijlen die meestal een mengelmoes zijn van meerdere stijlen door elkaar heen (eclectisch). De slinger werd
niet meer aan een touwtje opgehangen zoals voorheen, dit was overigens bij kolompendules al lang niet meer het geval inverband met de zware compensatieslinger (een
roosterslinger die temperatuursverschillen compenseert zodat de klok nauwkeuriger loopt). Rond 1850 werden er veel kolompendules van hout met marketterie gemaakt,
veel ook met getorste pilaren vooral de zwartgepolitoerde zijn mooi om te zien.
De kasten van pendules van kort na 1850
werden niet meer van gegoten brons maar gegoten zink gemaakt, op enkelen uitzonderingen na, de kwaliteit was een stuk minder geworden.
Aan het einde van de 19e eeuw waren klokkenstellen erg in, pendules bestaan nu uit drie soms zelfs vijf delen, de pendule in het midden, met twee kaarsenstandaards of vazen daarnaast, èn er ontstaat een nieuwe stijl, de Art Nouveau of Jugendstil (nieuwe kunst) genoemd.
Vaak is deze in frankrijk met name Parijs curve lineair, de vrouwelijke contouren speelde een belangrijke rol, en altijd verticaal van opbouw. Een bekende ontwerper uit deze tijd is Louis Moreau. In Nederland was deze stijl meer geometrisch. Franse uurwerken werden naar Nederland geïmporteerd en in kasten van plateel geplaatst, dus half Nederlands en half Frans.
Na deze stijl kwam in de jaren twintig van de twintigste eeuw de Art Decor tot bloei pendules met veel marmer en sterk gestileerde dierfiguren in fantasie vormen komen veelvuldig voor. De kwaliteit van de uurwerken is drastisch achteruit gegaan, opvallend is dat de meeste latere uurwerken zaagslaguurwerken zijn, hetgeen het voordeel heeft dat het uurwerk bij het verzetten van de tijd de klok niet van slag kan gaan, waarschijnlijk is het conservatisme wat de Franse uurwerkmakers hadden om dat ze deze verbetering pas aan het einde hebben toegepast.
Franse pendules komen in tal van soorten en vormen voor en eigenlijk is het niet te doen deze allemaal te beschrijven. Dit is een kort overzicht van wat er zoal te vinden is.


| naar boven | inhoud |