Wat is nou eigenlijk dat objectieve religieuze gevoel, dat zo moeilijk onder woorden te brengen is, en zo volstrekt anders is? De definitie die in mijn oren het mooist klinkt is:

'Het gevoel van het mysterium tremendum kan met milde stroom het innerlijk vervullen in de vorm van zwevende stille stemming van verzonken eerbied. Zo kan het overgaan in een rustig vloeiende gestemdheid van de ziel, die lang aanhoudt en natrilt, tot zij uiteindelijk wegsterft en de ziel weer in het alledaagse achterlaat. Het kan worden tot het stille en deemoedig sidderen en verstillen van de mens voor het ­ ja waarvoor? Voor wat in onzegbare geheimenis boven alle schepsels is'.

Een van de belangrijkste vruchten van het geloof is, dat het over de grenzen van de conventionele psychotherapie kan heengaan. Deze moet afhaken bij de existentiële bestaansangst, waarvan de sleutel in de duisternis van de meest verborgen hoeken van de menselijke geest ligt. Het godsvertrouwen, om het maar even wat ouderwets te formuleren, geeft de mogelijkheid om daar te komen waar de waanzin van het niet meer aankunnen van de zelfconfrontatie en het overwinnen van de weerstanden die op vooroordelen gebaseerd zijn, op de loer ligt.
Zeker, een goede en vaak kostbare en langdurige psychoanalyse kan je daar ook brengen. Maar dat is niet voor iedereen weggelegd. God wel, die is toegankelijk voor wie bij Hem aanklopt.
De Europese zwarte zakenvrouw van dit jaar, Grace Boldewijn, heeft dit onlangs nog kort en bondig geformuleerd:
'Als ik het niet weet, vraag ik het God. Ik krijg altijd antwoord, daarover hoef je niet moeilijk te doen!'
Dat dit de ongelovige als hocus-pocus voorkomt is te begrijpen. Maar voor de zakelijke markt van de ratio is toch het resultaat het belangrijkst? Het gaat uiteindelijk om de vruchten. Zelfs als alle bewustzijn met mijn lichaam zou afsterven, heb ik er in ieder geval veel plezier en baat bij gehad en daarmee ook mijn omgeving. Maar de psycholoog James ging daar niet vanuit: 'Al het werkelijke moet ergens ervaarbaar zijn, en alles wat ervaren wordt moet ergens werkelijkheid zijn'. De Amerikaanse psychologe Helen Schucman ging een stap verder: 'Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat.'