DE KRINGLOOP VAN AGRESSIE

In de wereld van nu is bijna iedereen er van overtuigd dat het niet alleen logisch maar ook verstandig is te allen tijde een verdedigingssysteem paraat te hebben. Deze houding hebben we ons eigen gemaakt omdat we agressie onvermijdelijk achten en zo nodig willen kunnen terugslaan. Volgens deze denkwijze wordt de kans op een aanval kleiner naarmate onze verdediging sterker is.

Die zienswijze blijkt zowel uit onze persoonlijke relaties als uit internationale verhoudingen.
Op het persoonlijke vlak demonstreren we onze waak-zaamheid op allerlei manieren. De vuistregel schijnt te zijn: 'Als je denkt dat iemand je aanvalt, sla dan terug'.
Waar agressie heerst, heerst geen liefde. Je kunt iemand gewoon niet aanvallen of je dat zelfs maar voornemen en tegelijkertijd liefdevol zijn. Angst en agressieve gedachten leiden tot schuldgevoel, zodat er een chaotische warboel van angst, schuld, woede, agressie en verdediging ontstaat.
Als we volgens Gods wet, de wet van liefde, te werk gaan, herkennen we het licht van liefde in iedereen die we tegenkomen en houden onze ideeën over aanval en verdedi-ging op te bestaan. Als we ervoor kiezen geen agressie van anderen of onszelf te zien, is er geen angst en ervaren we onze natuurlijke staat, die geen verdediging kent.

WAARDELOZE ZINSBEGOOCHELINGEN

VoeIen we daarentegen woede in ons opkomen, dan komt dat omdat we nog in de werkelijkheid van angst en woede geloven. Soms proberen we onze woede te onderdrukken of te verdringen, alleen om deze in andere vorm, bijvoorbeeld als zelfagressie, weer te zien opkomen. Verdringing of onderdrukking van onze gevoelens kan het probleem dus niet oplossen. Het antwoord ligt in de onderkenning dat angst, schuld en woede zelf waanideeën, en dus waardeloos, zijn. Als we ons ervan bewust worden dat iets waardeloos is, valt het ons makkelijk ons ervan te ontdoen. We zijn alleen gehecht aan en gesteld op dat wat waarde voor ons heeft.

We hebben al besproken dat we maar twee gevoelens hebben: liefde (vertrouwen) en angst (wantrouwen). Liefde is ons natuurlijk erfdeel en angst is door onze geest verzonnen. Angst kan niet werkelijk zijn. Hij is altijd een waanidee, dat voortspruit uit de onjuiste gedachte dat we worden aangevallen, en gaat meestal gepaard met woede en schuldgevoel.
Gods liefde is de enig bestaande werkelijkheid en liefdevolle gedachte is alles wat onze geest is. Omdat geesten niet kunnen aanvallen - dat kunnen alleen lichamen - is de illusie dat we lichamen zijn niets anders dan de onjuiste opvatting dat we van God en elkaar gescheiden zijn.
Jezus leerde ons steeds maar weer dat het enig waardevolle, het enig wezenlijke, liefde is. Hij wist dat hij alleen met God een wezenlijke relatie had, en in deze verhouding was geen sprake an angst. Vanuit het zekere weten dat zijn Vader hem nooit ou verlaten of hem zijn steun zou onthouden, liet Jezus ons telkens weer zien wat het betekent je in je verhouding tot anderen niet te verdedigen.

Gerald Jampolsky