Illusies

Uit het boek Illusies van Ingeborg Bosch (Past Reality Integration®), tweede druk bladzijde 80:

Een aantal gangbare ideeën over hoe we als mens in elkaar zitten en functioneren komt met deze inzichten uit de neurologie en cognitieve psychologie in een ander daglicht te staan.
Het idee dat ons bewustzijn - het ik zoals we dat ervaren - op dit moment heer en meester is over onze aandacht, waarnemingen en conclusies is niet juist. We worden zonder het te weten geleid door wat er al is gebeurd en in ons brein is opgeslagen. Het automatische gevolg hiervan is dat de oorsprong van ons gedrag en onze gevoelens zich aan ons zicht ontrekt, hoe stellig we ook overtuigd zijn van het tegendeel.
Ons gedrag blijkt zelfs gestuurd te worden door actiepotentialen (elektrische signalen in de hersenen waardoor neuronen contact met elkaar leggen en informatie aan elkaar doorgeven) in de hersenen die gemiddeld een halve seconde vooruitlopen op het moment dat een mens besluit tot een (bewuste) handeling. Dit is de 'vertraging van een halve seconde' van neurofysioloog Benjamin Libet, een van de weinige neurofysiologen die serieuze experimenten met het bewustzijn hebben uitgevoerd.
De paradox is dat we al 'weten' - onbewust - wat we moeten doen, voordat we het doorhebben. Tor Nørretranders (2000: p. 240):
'De wil om een handeling uit te voeren wordt pas bewust lang nadat de hersenen zijn begonnen de handeling te regelen. Maar het bewustzijn treedt op voordat de handeling wordt uitgevoerd [...] ondanks alles.'

In zijn beroemde experiment (gepubliceerd in 1979) vroeg Libet zijn proefpersonen om een eenvoudige handeling uit te voeren: buig je vingers of beweeg je hand wanneer je wilt. De resultaten van dit experiment, dat ook door andere wetenschappers is herhaald, toonde aan dat het actiepotentiaal in de hersenen 0,55 seconde voor de handeling ontstaat, terwijl het bewustzijn 0,2 seconde voor de handeling begint. Het bewuste besluit vindt 0,35 seconde plaats nadat de actiepotentiaal is begonnen. Er zit dus 0,35 seconde tussen het opgang komen van de hersenen en de ervaring van het bewustzijn van het moment waarop er een beslissing wordt genomen (Nörretranders 2000: 239). Als je het tijdstip waarop de handeling wordt uitgevoerd, op tijdstip 0 stelt, dan ziet de volgorde van gebeurtenissen er grafisch zo uit:

Actiepotentiaal_______________bewust 'besluit'__________handeling
____|___________________________|___________________|______
-0,55_________________________-0,2____________________0

Er vinden dus drie gebeurtenissen plaats: de actiepotentiaal gaat van start, en pas na 0,35 seconde (afgerond is dit 0,5 seconde, vandaar de naam 'de vertraging van een halve seconde' die Libet aan dit verschijnsel gaf) worden we ons bewust van het in gang zetten van de handeling, en nemen we het bewuste 'besluit' om de handeling uit te voeren en ten slotte wordt de handeling uitgevoerd.
Het principe van de vrije wil lijkt met deze gegevens op losse schroeven te komen. Als ik immers niet bewust bepaal waar het brandpunt van mijn aandacht zich op richt, maar dit wordt aangestuurd door een 'onzichtbare regisseur' in mijn brein en mijn besef van de keuze een handeling uit te voeren pas optreedt nadat de voorbereiding van die actie allang in de hersenen in gang is gezet en ik bovendien slechts een oneindig kleine hoeveelheid informatie van het geheel bewust kan registreren, waar blijft ddan het idee van de vrije wil, van bewust keuzes maken?
Libets bevindingen laten niet alleen zien hoe sterk we worden beïnvloed door niet-bewuste factoren, maar zij tonen ook aan dat het besef van de handeling nog wel optreedt voordat de handeling wordt uitgevoerd. Dit gegeven reikt ons bewustzijn een zeer belangrijk vermogen aan: wat Libet het vetorecht heeft genoemd. Dit vetorecht houdt in dat ons bewustzijn - het ik - kan besluiten de handeling te stoppen voordat die wordt uitgevoerd. Het bewustzijn heeft dus niet het vermogen een handeling te beginnen, maar het kan wel besluiten dat de handeling niet moet worden uitgevoerd.
Het bewustzijn werkt dus door besluiten te verwerpen die voortkomen uit het onbewuste en hiermee hebben we - gelukkig? - toch weer een zekere bewuste macht over ons doen en laten. De uitdaging wordt nu om de signalen uit het niet-bewuste gewaar te worden en dan bewust te besluiten of de handeling uitgevoerd moet worden of niet. Hier raken we heel dicht aan het principe van afweer en de omkering daarvan.
De prangende vraag die overblijft is: als het niet het ik is dat handelingen in gang zet, wie of wat is het dan wel? [...]
PK