En hij antwoordde vriendelijk: 'aandacht
is aandacht'
"Op een dag kwam er een man naar
Ikkyu toe en vroeg: 'Meester, wilt u alstublieft enkele stelregels
van de hoogste wijsheid voor me opschrijven?'
Ikkyu nam zijn penseel en schreef: 'Aandacht'.
'Is dat alles?' vroeg de man.
Toen schreef Ikkyu: 'Aandacht. Aandacht.'
'Nou,' zei de man, 'ik zie eigenlijk niet veel diepzinnigheid
in wat u hebt geschreven.'
Daarna schreef Ikkyu hetzelfde woord drie keer: 'Aandacht. Aandacht.
Aandacht.'
Half kwaad eiste de man: 'Wat betekent dat woord 'aandacht' eigenlijk?'
Ikkyu reageerde vriendelijk: 'Aandacht betekent aandacht'.
Zoals gewoonlijk stoot ook dit zenverhaal weer door tot de kern.
De vraagsteller probeert precies te doen wat nu net niet kan.
Hij probeert als het ware te zoeken naar bloemen met een metaaldetector.
Het enige dat Ikkyu kan doen is dan ook: elk corticaal begrijpen
op voorhand de pas afsnijden. Socrates deed hetzelfde met zijn
leerlingen.
De grote mystica Theresia van Avila zegt: 'Ik vraag jullie niet
om grootse, ernstige overwegingen in je denken op te nemen, alles
wat ik van jullie vraag is dat jullie kijken'.
Wat is aandacht? Zij is een waarnemen zonder een oogpunt van selectie,
zonder inperkende categorieën, zonder bedoelingen van consumeren
of produceren. Zij heeft alles te maken met een niet vooringenomen
kijk op de werkelijkheid.
Aandacht IS dan ook iets heel anders dan concentratie. Bij concentratie
richt je je cortex op één bepaald punt. Het gaat
dan om dit en niet om dat. Bij concentratie speelt steeds controle
mee. Als je gedachten afgeleid worden, sleep je ze er weer bij.
Concentratie leidt het denken van het ene punt naar het andere.
Bij concentratie begeef je je letterlijk naar het middelpunt van
de cirkel, bij aandacht echter gaat het om de cirkelende beweging
zelf. Het gaat om een cirkel, waarvan, volgens de klassieke uitspraak
van Empedocles het middelpunt overal en de omtrek nergens is.
Bij aandacht is er geen centrum meer dat zegt: ik moet aandacht
schenken. Je centreert je energie niet, je laat hem juist vloeien.
[...]
Weerstandsloos gewaarzijn
In een gebeurtenis die
de communicatiedeskundige Watzlawick overkwam, komen we op het
spoor van weer een andere karakteristiek van aandacht. Hij vertelt
dat hij, na een lezing gegeven te hebben in een badplaats, wat
gewandeld had op de boulevard en op een bank had plaats genomen,
waarvandaan hij een prachtig uitzicht had over de zee. Opeens
hoorde hij achter zich iemand tegen een conservenblikje aan schoppen.
Het blikje rinkelde over de tegels en het lawaai hield maar niet
op. Het stoorde hem en langzamerhand begon hij er zich mateloos
aan te irriteren. In een plotselinge opwelling van boosheid draaide
hij zich om, teneinde de blikjesschopper te verstaan te geven
hiermee op te houden. Tot zijn stomme verbazing merkte hij toen
dat een grote hond uitgelaten bezig was met een blikje te spelen.
Het beest holde het achterna, sloeg het dan weer met zijn poot
weg, enzovoort. Ineens was alle weerstand weg bij hem, hij draaide
zich om, keek weer uit naar de zee, en het geluid van het blikje
maakte deel uit van zijn aandachtsvolle houding. Het klonk hem
als muziek in de oren. De afzondering tussen hem en het 'lawaai'
was opgeheven.
Waar je je als waarnemer niet afzondert van het waargenomene,
daar is aandacht. Dat kan zijn in spel en werk, in rust en beweging,
alleen en met anderen. Als je cortex zich bewust is van iets,
bijvoorbeeld door bezig te zijn met het luisteren naar muziek,
dan luister je al niet meer. Dan heb je je afgezonderd.
De schrijver Daudet beschrijft
dat hij als kind neerknielde bij een geliefde dode. Hij was echter
niet in staat tot werkelijke droefheid omdat hij zichzelf tevens
in de ogen van de omstanders zag neerknielen. Hij kon dit theatrale
gevoel niet van zich afzetten. Hij spreekt over de 'homo duplex'
in ons!
De aandachtige mens is juist een voorbeeld van eenvoud, zonder
dat hij dat beseft overigens! Ieder mens kent bij tijden deze
momenten. Het is alleen jammer dat we ze eerder aanvoelen als
uitzonderlijk, als een toegift, dan als ons dagelijks voedsel.
De werkelijkheid kunnen gadeslaan, laten voor wat zij is, is natuurlijk
soms ook uiterst moeilijk. Je moet een situatie in het hier en
nu onder ogen durven zien, je moet de dingen laten rijpen, bloeien
en rotten. We willen steeds ingrijpen. De mooie dingen willen
we bewaren en de slechte verdringen. We willen het licht grijpen
zonder de duisternis. Dit brengt onophoudelijk conflicten met
zich mee.
Vol aandacht in het leven staan, heft de schaduw van dat leven
niet op, maar wil zeggen: kunnen leven zonder weerstand te bieden
aan de schaduwkanten ervan en zonder hebberig te zijn ten aanzien
van de zonnige kanten. Aandachtig leven wil zeggen: de polaire
spanning intact laten, je daaraan overgeven.
Een voorbeeld vanuit mijn eigen werk. Ik werk met mensen. Ik merk
dan telkens weer, dat, wanneer ik 'conflictloos' weet te luisteren
naar dat 'lawaai', wanneer ik uitspraken niet als persoonlijk
'kwetsend' of 'lovend' registreer en mij niet afzonder van het
waargenomene, bijeenkomsten uitstekend verlopen.
In de gestaIttherapie staat aandacht centraal. Het is daar het
voornaamste instrument om veranderingsprocessen op gang te brengen.
De grondlegger van deze therapie, Perls, gebruikte voor dit type
bewustzijn de term 'awareness'. De meeste mensen zijn wel 'awake
but not aware'!
Lambrechts vertaalt dit Engelse woord met' gewaarzijn', een prachtige
omschrijving van 'aandacht'. Het gaat daarbij, schrijft hij, om
een horen zien en voelen van wat is, om die directe ervaring die
denken en weten achterwege laat, om een verbinding tussen 'ontvankelijk
wedervaren' en 'actief zoeken'.
'Ontvankelijk wedervaren' en 'actief zoeken'; tussen deze twee
polen diende juist de jongen hierboven zijn weg te vinden.
Bij 'gewaarzijn' gaat het volgens Lambrechts om 'leeg zijn', en
hij verwijst daarbij naar de beroemde elfde paragraaf uit de Tau-Te-Tsjing,
één van de meest diepzinnige, spirituele geschriften
van de mensheid.
'Al verenigt men dertig spaken in één naaf, in wat
er niet is, ligt de bruikbaarheid van de wagen.
Al wordt leem gevormd tot vaatwerk, in wat er niet is, ligt de
bruikbaarheid van het vaatwerk.
Al worden deuren en vensters uitgehakt om een huis te maken, in
wat er niet is, ligt de bruikbaarheid van het huis.
Daarom zijn voordeel doende met wat er is, maakt men gebruik van
wat er niet is.'
Het gaat uiteindelijk om aandacht voor de 'holle naaf', het 'lege
vaatwerk'; het gaat hierboven om 'die stilte in de hersenschors'.
Lambrechts geeft het volgende commentaar op de Chinese tekst.
'Die leegte laat het gewaarzijn toe te stromen zoals de holte
de klok laat bonzen of de trommel roffelen: de energie die we
'leven' noemen, stroomt ongehinderd. Ze is de vervullende leegte.
Het deel van ons daarentegen dat bang is van die leegte, houdt
ons gewaarzijn gevangen door drukdoenerij, gepraat, gepieker,
machts- en seksspelletjes, emotionele hoogten en laagten... Vandaar
dat toelaten voorwaarde is om te kunnen loslaten. [Dat
is letterlijk bij Watzlawick het geval].
In therapie en meditatie wordt nogal eens aangeraden ons lijfelijk
losser te maken. Het is even belangrijk, misschien belangrijker,
gewoon toe te laten wat ons lichaam doet. Als we onze spanning
echt aanvaarden, zullen we loslaten zonder inspanning en zal onze
spanning verminderen. Loslaten is een soort loskoppelen, afstand
nemen, een disidentificatie. Al wat 'ik' beleef, zie, hoor, voel,
denk..., ben 'ik' niet. We zijn méér dan onze ervaringen,
beelden, gevoelens, gedachten'. Goed beschouwd gaat het hier niet
alleen om een psychosomatische ervaring, maar juist ook om een
spirituele.
Een misverstand steekt hier dikwijls hardnekkig de kop op, namelijk
dat geen-weerstand-bieden gelijk zou staan met passief-zijn, met
gods water over gods akker laten lopen. In het voorbeeld ontleend
aan mijn werk, valt het echter op dat door deze aandachtsvolle
houding juist heel actief, zakelijk en effectief vergaderd wordt.
'Beste mensen, laten we het heel simpel stellen. U zegt iets tegen
me wat me kwetst, en het pijnlijke van die kwetsende woorden wordt
opgetekend. De herinnering eraan blijft en wanneer zich opnieuw
iets pijnlijks voordoet, wordt ook dat weer vastgelegd. Zo wordt
gekwetstheid van jongs af aan versterkt. Terwijl, wanneer u iets
pijnlijks tegen me zegt en ik dat volledig observeer, het niet
als een kwetsing geregistreerd wordt. Zodra je het registreert
als kwetsend, blijft de notitie bestaan en de hele rest van je
leven word je gekwetst, omdat je telkens iets toevoegt aan die
oorspronkelijke kwetsuur. Maar als je pijn volledig gadeslaat
zonder die op te tekenen, betekent het dat je met je volle aandacht
erbij bent op het moment van de pijn. Doet u dat?
Stel dat je uitgaat en op straat loopt, dan hoor je allerlei soorten
geluiden, allerlei geschreeuw en vulgair, hard, grof gedruis,
en dat lawaai overdondert je. Het is meedogenloos - en hoe gevoeliger
je bent hoe meedogenloos agressiever het wordt, je hele organisme
doet er pijn van. Dan bied je weerstand aan die pijn en je trekt
dus een muur om je heen op. En zodra je een muur optrekt, isoleer
je jezelf. En je versterkt daarmee je isolement waardoor je meer
en meer gekwetst wordt. Als je dat lawaai echter gadeslaat, als
je er je aandacht bij hebt, zul je zien dat het je gestel nooit
kwetst.
Als je eenmaal dat grondprincipe begrijpt, heb je inzicht verkregen
in iets geweldigs: waar een waarnemer bestaat die zich afzondert
van het door hem waargenomene, daar is conflict'.
(Krishnamurti, Innerlijke revolutie)
We zeggen dat er onvermijdelijk conflict is, zolang er weerstand bestaat. Of het nu mijn vrouw is waartegen ik me verzet, of mijn man, of dat ik me afzet tegen het harde geblaf van een hond, of tegen het lawaai van de straat, conflict is onvermijdelijk. De vraag is hoe je zonder conflict naar het lawaai kunt luisteren - niet of het altijd zal doorgaan of dat er eens een eind aan komt - maar hoe je conflictloos naar lawaai kunt luisteren. Daar hebben we het hier over. Je kunt namelijk echt naar het lawaai luisteren, als je geest maar volkomen vrij is van weerstand in welke vorm ook - niet alleen tegen dat lawaai, maar tegen alles in het leven - van weerstand tegen je man, je vrouw, tegen je kinderen, tegen de man in de politiek. En wat is daar het gevolg van? Dat je met gescherpte zinnen luistert, dat je veel sensitiever wordt, en het lawaai daardoor maar een deelverschijnsel wordt, het is niet langer heel de wereld. De daad zelf van het luisteren is dan belangrijker dan het lawaai; daarom wordt dat luisteren dat waar het om gaat en niet langer het lawaai'.
Na een dergelijk gesprek is het gevaar van misverstanden groot. Vol aandacht in het leven staan, wil niet zeggen dat daardoor het leven mooier of fijner wordt, in die zin dat de polaire spanning eruit verdwijnt. En als het lawaai blijkbaar niet verdwijnt, wat lost aandacht dan eigenlijk op? Maar daar gaat het Krishnamurti niet om. Het lawaai gaat nooit weg, het is onontkoombaar gekoppeld aan stilte. De twee kunnen eenvoudigweg niet los van elkaar bestaan. In het algemeen geformuleerd: ik kan nog zo aandachtig in het léven staan, dat betekent daarom niet dat ik niet zal sterven!
Het mysterie van de hersenstam
Over basisfuncties,
psychosomatiek en spiritualiteit; door Tjeu Van Den Berk, over
de machtsstrijd tussen onze hersenstam die onze basisfuncties
regelt en onze cortex die een soort van rationele censuur uitoefent.
Dit boek is een pleidooi voor de herwaardering van onze hersenstam
met enkele kernachtige ideeën hierover uit verschillende
disciplines, zoals bijvoorbeeld uit de gestallttherapie: "most
people are awake but not aware!"
Als we de fysiologische
basis van ons leven uit het oog verliezen, worden we schijnheilig
en arrogant. Dan ontgaat ons de zin van alles. Ons verstand, gezeteld
in de hersenschors, kan in die zin wel blijven zoeken, maar steunend
op eigen kracht zal ze die nooit vinden. Alleen onze instincten,
gezeteld in de hersenstam, zouden die zin kunnen vinden, maar
zullen die nooit bewust zoeken. Wijsheid is de onbewuste signalen
van de hersenstam bewust weten te integreren in de hersenschors.
Dat wil in dit boek onder meer zeggen, dat we aandacht mogen hebben
voor onze basisfuncties zoals: slapen en dromen, eten en drinken,
vrijen en ademhalen. Daar ligt niet alleen de ingang voor psychosomatisch
gezond leven maar ook voor een (nieuwe vorm van ) spiritueel leven.
Vele levensbeschouwingen hebben dit steeds geweten en daadwerkelijk
tot uitdrukking gebracht; alleen het westerse christendom heeft
daar de laatste eeuwen grote moeite mee. Het verassende in dit
boek is dat eeuwenoude levenswijsheden juist meer inzichtelijk
en reëler worden wanneer we ze bezien vanuit de werking van
ons meest archaïsche brein, de hersenstam, die 500 miljoen
jaren oud is.
De kerk heeft de ziel van de
moderne mensen geen voedsel meer te bieden. Maar die willen nog
steeds weten waartoe ze op aarde zijn, het bestaan blijft een
mysterie. Daarom gaan ze naar psychologen, therapeuten, leesgroepen.
Of ze zoeken het in de kunst, ze gaan naar het theater, de concertzaal.
Daar worden ze in hun buik geraakt. Niet in de kerk.
Uit:
Naar de kerk met Tjeu van den Berk
Trouw 5 november 2001
| |