Van sauna tot vriezer onder de "hoogtezon"deel 4

Leh, ‘rustdag’, zaterdag 12 juli 2003
Bijna dood, maar weer opgestaan, de grens!

De fietscomputergegevens zijn: we zijn en blijven op 3650 meter hoogte. Ik heb 1530 hoogtemeters gereden, was 4.33 uur onderweg, gemiddelde 6,6 km/uur en ik heb 30 km gefietst. Vanmorgen bij een bijna strakblauwe hemel begonnen om op onze rustdag de hoogste pas de Khardung La te beklimmen naar 5300 meter. De wind is minimaal en temperatuur is rond de 25 graden en later 15 graden

Afgelopen nacht alleen maar liggen draaien, grote druk op mijn maag en daarna…. een opluchting en slap tegelijk. Bij het ontbijt bleek dat Patrick en Henk ook niet fris uit hun ogen keken. Met een raar gevoel in m’n maag en niet te sterk op de benen ga ik naar buiten. Tegen kwart negen gaan we met z'n allen op weg op onze rustdag. Het eerste stuk door de ‘buitenwijken’ van Leh krijgen we regelmatig de groet ‘Julee’ en dan de klim naar de Khardung La.

Het is vanaf het begin klimmen en dat verandert niet. Ik word beloond met prachtige uitzichten op de Stokbergen met allemaal besneeuwde toppen. Keek je in het begin tegen de bergen, hoe hoger de klim vordert kijk je steeds meer tegen de bergen aan en worden de toppen steeds witter omdat je er steeds meer op kan kijken. Al snel ben ik de laatste die aan de klim bezig is. Op een gegeven moment passeert Pol en ik vraag hem of hij water kan bijvullen. Water bijgevuld, een blik naar boven en ik zie stippen die bewegen, dus er is nog wat te doen voor mij. Met goede moed weer verder, maar als de kilometers vorderen en dus ook de hoogte, wordt de kracht in mijn lijf minder. Bij een checkpoint kan ik zo doorrijden.

Het wegdek wordt wat minder maar is nog prima te fietsen, met mijn snelheid van 5 tot 6 km/ uur. Ik kijk nog eens naar boven waar de weg blijft en zie geen bewegende stippen meer. Op mijn eigen tempo kom ik ook boven, ik reken wat na en zou tegen 15.00 uur boven moeten zijn. Regelmatig stoppen voor wat eten, drinken en extra lucht. Af en toe word ik wat duizelig, maar het zicht op de weg en omgeving is nog goed. Ik neem een wat langere pauze voor eten en drinken en stap weer op, maar na enkele minuten voel ik me weer duizelig worden. Ik knijp in mijn remmen, sta binnen een seconde stil en leg mijn fiets op het wegdek. Voordat de fiets ligt voel ik me alsof er een bom gaat ontploffen vanbinnen en…... . De duizeligheid trekt weg, ik kijk naar de omgeving. Wat nu, hier blijven? Nee, want hoe lang. Terug? Nee, want ik ben wel verzwakt. In de verte zie ik een loods bij een haarspeldbocht. Al mijn krachten verzameld, op de fiets gestapt en mijn fiets in de loods gezet. Net toen ik de loods uit kwam, stond er een militair in de deuropening. Ik vraag of ik de fiets mag laten staan, en vertel hem dat ik naar de top wil waar de andere fietsers en de truck zijn. Hij maakt duidelijk dat dit geen probleem is en dat er zo een voertuig aankomt. Ik ben verbaasd want deze pas is heel rustig met verkeer. En ja, uit het niets zie ik een kleine militaire jeep aankomen. Ik stap midden op de weg, maar voordat ik wat kan zeggen hebben de militairen van de jeep en de loods contact en krijg ik een seintje dat ik achter in de jeep mag. Ik bedank ze voor de lift. Het is alsof er een turbo in die jeep zit, hij vliegt omhoog over keien, gaten en water, met moeite kan ik mij vasthouden aan de voorstoel om er achter niet uitgegooid te worden. Er wordt harde Hindi muziek gedraaid. Ik begin steeds sneller te ademen, tot hijgen aan toe. De top kan niet ver zijn, hooguit 7 km. Op een gegeven moment zie ik vlak voor de top de truck het pad afdalen, de weg is nu veranderd in een keienpad. Ik geef een seintje aan de militair voorin dat hij moet stoppen bij de truck. Vlak bij de truck geeft de jeep een signaal te stoppen. Patrick en Pol komen er aan, helpen mij naar de truck. Waar mijn fiets is hebben ze begrepen, zo krijg ik te horen. Hoe lager we komen hoe rustiger mijn ademhaling wordt. Patrick vertelt dat hij al zijn reserves heeft moeten aanspreken om boven te komen, maar dat hij dat van zichzelf moest. Hij heeft Claudine net boven ten huwelijk gevraagd en ze heeft ‘ja’ gezegd. Bij het checkpoint aangekomen, is mijn ademhaling weer redelijk normaal. De truck moet weer omhoog en ik kan aan de kant van de weg even bijkomen. Mark en Theo blijven voor de zekerheid bij mij. Bij het checkpoint is genoeg te zien. Wachtende bussen, mensen en daartussendoor lopen yaks, honden en kleine kinderen. Op een gegeven moment komt de legerjeep terug waar ik in gezeten heb en stopt bij een loods. Er komen verschillende militairen aan, allemaal in het gelid als de voorste militair uitstapt, een hoge oom waarschijnlijk. Dan ziet hij mij aan de kant van de weg zitten en gebaart dat hij de loods nog niet in gaat. Hij komt naar mij toe, vraagt hoe het mij gaat en ziet waarschijnlijk dat deze plek beter is dan die van 15 minuten geleden. Ik bedank hem nogmaals en dat wordt ontvangen met een brede glimlach. Hij loopt terug naar de loods en de manschappen springen weer in het gelid als hij de loods ingaat.

Na een halfuur kwam de truck terug en passeert iedereen het checkpoint. Mijn fiets ging verder met Pol en ik ging verder met de truck. Al hobbelend en met af een toe blik op de omgeving kwam ik weer terug bij het hotel.

Daar bleek dat Henk de gehele dag op bed had gelegen en goed ziek was. Ellen vertelde haar verhaal dat ze bovenop de top van de Khardung La het restant van het as van haar overleden moeder had verstrooid. Rob had met zijn laatste krachten de top had gehaald en dus zijn weddenschappen gewonnen. En zo had iedereen een bijzondere invulling gegeven aan de ‘rustdag’.

Wat een dag, maar wat kan het allemaal snel veranderen!

Lamayuru klooster, zondag 13 juli 2003
Heeeeerlijk geslapen, ik voel me een ander mens. Na het opstaan een koude douche en de dag ziet er meteen heel anders uit. Bij het ontbijt blijkt Henk weer een beetje opgeknapt, maar is Claudine helemaal leeg. Mijn ontbijt bestaat uit wat broodjes met jam en veel thee, het smaakt goed. Om 8.00 uur vertrekken 3 jeeps naar het Lamayura klooster, ongeveer 120 km van Leh af. Temperatuur circa 20 graden, regelmatig bewolkt en bij de lunch zelfs een spat water, wat was dat ook weer?

Het wordt een indrukwekkende jeeptocht in een landschap dat steeds boeiender lijkt te worden. Langs de Indus is goed het verschil te zien van in het zuiden het zandsteen en aan de noordkant het graniet.

Onderweg wordt regelmatig gestopt voor een foto of om even bij te komen van het gehobbel, aangezien de meesten even wat minder energie hebben. Mijn maag blijft in orde en alles blijft erin. De vergezichten over Indus en de omringende bergen blijven boeien, stof en dieselroet behoren tot de normale ingrediënten van dit land.

Bij het klooster van Alchi stoppen we om de oude Boeddhabeelden, schilderingen en gewaden te bekijken. Honderden jaren oud en vooral de muurschilderingen zijn met veel precisie geschilderd, met recht is dit monnikenwerk. De toegang is meestal zo laag dat ik, naast bukken voor mijn hoofd, ook rekening moet houden met mijn rug. De lunch wordt gegeten bij het klooster bij een restaurant, waar we alleen drinken nodig hebben, want al het eten is meegenomen vanuit het hotel. Alles kan in deze boeddhistische wereld.

Na de lunch de weg voorgezet en natuurlijk weer een checkpoint. Wat gedronken en toen bijna 600 meter stijgen via vele haarspeldbochten naar het klooster, adembenemend wat een uitzichten. Bij een soort maanlandschap met bijna een gele kleur blijf je foto's te maken. Dit landschap zou ontstaan zijn doordat een natuurlijke dam bezweken zou zijn, waardoor deze bijzondere kleur en vorm is ontstaan. Het klooster zou vroeger aan de rand van het meer gestaan hebben, waar nu alleen maar woeste bergen in vele kleuren te bekennen zijn.

Tegen 15.00 uur komen aan bij het klooster en ik krijg met Rob kamer 16. Een ruimte met rood tapijt, met twee eenpersoonsbedden met lakens en een kussen en verder alleen een klein ingebouwd kastje. De gangen zijn van kale beton, aan het eind van de gang zijn wastafels en toilet.

Om het hotel giert de wind op z'n tijd en ik zie allerlei monniken praten, eten, ambachtwerk doen als houtbewerken en met de hand voorbereidingen uitvoeren voor betonwerk, maar ook zie ik er enkelen een danspasje oefenen of muziek maken. Zonet was er hoorngeschal op het dak van het klooster recht voor me, voor de aanvang van de dienst.

De plek van dit klooster is al honderden jaren een bron voor meditatie en handel. Er heerst ook een bijzondere ontspannen sfeer. Ik ga zo eens een kijkje nemen in de omgeving.

Vervolg; net rond het klooster en de vele gebedstrommels gelopen en gedraaid. Ik liep met twee stokoude vrouwtjes mee die volgens mij nog geen 1,50 meter halen. Op een gegeven moment was er een overkapping op het pad, de twee liepen door maar ik kon net op tijd mijn hoofd bukken. De twee hadden pret aan hun ogen te zien. Het ijs was gebroken, na poseren voor de foto hebben we met z'n drieën de omloop nog tweemaal gevolgd.

Na nog indrukken van de omgeving vastgelegd te hebben was het avondeten er en het smaakte me prima. In deze bijzonder ontspannen sfeer ga ik nu in mijn slaapzak.

Leh, maandag 14 juli 2003
Even over 6.00 uur werd ik wakker van monniken die met trommels en twee grote hoorns van het klooster naar het plein bij het hotel liepen. De actie op het plein was slow en bleef beperkt tot een groep monniken die een soort danspasjes uitvoerden. Eén van de monniken deed de passen voor, want het ging niet allemaal gelijk, maar het was wel een leuk gezicht met die rondwapperende gewaden en het monotone geluid van troms of bekkens. Bij dit geluid hebben we ons ontbijt genuttigd.

Na het ontbijt het klooster bekeken, wat ten opzichte van andere kloosters behoorlijk licht was en daardoor kwamen alle kleuren van gewaden, sjerpen e.d. goed uit. Het was gewoon een fleurig gezicht. Daarna ben ik rustig afgezakt naar beneden naar het dorp. Af en toe lijkt het wel of je in andere eeuw loopt, zo eenvoudig het leven hier zijn gang gaat. Het dorpstafereeltje heb ik rustig op mijn hurken gadegeslagen. Terug in het hotel bleek het ritueel van de monniken nog steeds gaande te zijn. Regelmatig kwamen lokale bewoners het ritueel gadeslaan, op hun hurken onder een galerij in de schaduw. Enkelen met gebedsmolentjes en anderen met een soort rozenkrans. Op een gegeven moment was de dans afgelopen en werd een tekst door een monnik voorgelezen waarnaar iedereen aandachtig stond te luisteren. Daarna kon de lokale bevolking sjaaltjes kopen en mochten ze een voor een naar de hoofdmonnik op een kussen die de hele ochtend de dans had geleid. Iedereen die een sjaaltje aan de monnik gaf, kreeg een touwtje terug. En maar buigen en knielen. Na dit gedeelte werd de ‘winst’ geteld van de sjaaltjes en het geld dat ertussen zat.

Het werd tijd om met de jeeps te vertrekken, door een wonderlijk berglandschap met kleuren van geel, paars, bruin tot groen. We kwamen zelfs fietsers met bagage tegen die tegen de wind de berg opfietsten en even applaus kregen vanuit onze jeeps!

In het hotel de fiets eerst een kilo lichter gemaakt door met water uit een beekje en een oude sok de meeste modder eraf te spoelen. Daarna de doos gerepareerd, de fiets verbouwd en in de doos geschoven en de doos dichtgedaan. De tassen geordend (let op de kilo's, Kees). Nu afsluiten, want morgen is het vroeg dag. Het wordt weer een lange dag morgen, slaap halen we later wel in.

Delhi, dinsdag 15 juli 2003
Fiets mist vliegtuig!

Vanmorgen om 4.30 uur gewekt door Pol en om 5.00 uur was het ontbijt. Voordat ik ging eten nog even genoten van de prachtige zonsopkomst over de Stok Mountains, geen wolk aan de hemel, nog een volle maan en de eerste zonnestralen op de besneeuwde toppen, met nog geen andere geluiden dan vogelgezang. Kwart voor zes stonden er al drie jeeps en een truck voor de deur om ons en de fietsen op te halen. Kleine rit naar het vliegveld en dan gaat het wel wat anders dan in de westerse wereld. Voordringen kunnen de Indiërs als de beste en achter onze fietsdozen weten ze ook nog weg te kruipen. Maar na enig gedrang waren we binnen. Dan alle bagage door de scan, ook de dozen en dat kan natuurlijk niet. Gewoon de dozen ernaast schuiven, vriendelijk blijven praten en dan blijkt het goed te zijn, nadat een van de beambten toch even in een gaatje van een doos had gekeken. Als groep ingecheckt. We hadden zelf 28 stuks bagage geteld, maar volgens de balie waren het er 29, maar later weer 27 en uiteindelijk toch 28. De handbagage moest ook als bagage mee. Dan naar de persoonlijke controle voor de tweede keer en niet eerder dan dat je al je gegevens in een groot boek had opgeschreven. Daarna kwamen de hokjes voor vrouwen en mannen om te fouilleren, maar ik mocht doorlopen naar een volgende beambte, die wel belangstelling had voor mijn bidon: even erin kijken, ruiken en toen ik een slok water nam was alles oké. Ik kreeg een hand en kwam in de wachtruimte.

Net buiten de wachtruimte stond buiten weer alle bagage, na een lopende band van 10 meter, toen alles weer controleren en van stempels voorzien. Weer naar binnen en daarna weer naar buiten waar vrouwen en mannen afzonderlijk gecontroleerd werden. En weer was mijn bidon interessant. We moesten in een bus stappen en werden over een hobbelweg naar het vliegtuig gebracht. We zagen dat een stuk bagage van een kar viel, maar wel opgeraapt werd. Vlak voordat we met de bus vertrokken, bleek dat de fietsdozen van Ellen en mij bleven staan, maar zoals we eerder deze reis al hebben gezegd: ‘loslaten’. Het vliegtuig was een prima Boeiing met vriendelijk personeel dat hard moest werken om ons op de vlucht van 1,5 uur een volledig ontbijt voor te schotelen.

Het werd een spectaculaire vlucht, eerst omhoog vanuit het Indusdal en dan klimmen over de toppen van 5000 tot 6000 meter. Schitterende vergezichten van alleen besneeuwde toppen en grote gletsjers, een indrukwekkend schouwspel bij een heldere hemel. Later werd het weer wat minder door bewolking, maar toen vlogen we de bergen uit. De landing in Delhi ging prima. Toen bij de lopende band bleek dat men ook de fietsdozen hierop legde, werd er even vreemd gekeken, maar alle bagage en fietsdozen kwamen via de band binnen behalve de drie kogadozen van Henk, Ellen en mij. Na even zoeken bleken er twee nog buiten te liggen, ze waren te groot voor de band en na even overleggen werden ze via de personeningang binnengebracht. Maar waar is mijn fiets?!? Een dame van de luchthaven wist wel raad. Papieren invullen, Pol ging met haar mee en kwam even later terug met de mededeling, dat aan het eind van de ochtend mijn fiets met een vlucht van Air India naar Delhi wordt gevlogen en in de loop van de middag zal worden afgeleverd in het hotel. Mijn fiets heeft dus letterlijk het vliegtuig in Leh gemist. Vanavond maar eens informeren of hij terug is en hoe hij is afgeleverd, want de dozen gaan plat het vliegtuig in.

Met de bus weer van het vliegveld naar het hotel vervoerd. Het hotel ‘Broadway’ op de grens van Old Delhi is prachtig ingericht, helemaal in de stijl van Broadway en de filmhelden. De middag is nog lang na de lunch in het hotel, dus Rob en ik gaan aan de wandel. Na tien stappen buiten gezet te hebben voel je de warmte en de hoge relatieve vochtigheid, ofwel alles plakt. En wat ruik je, zie je en voel je een heel andere wereld! Overal mensen die zitten, kijken, werken, lachen of slapen. Onder een afdak staan op een tafeltje veel oude typemachines, waar mensen brieven maken, heel klantgericht werk. Even verder staan een paar koeien bijna met kop en kont strak in de ruimte. Ze worden gemolken en vijf meter verder is de bakker brood aan het bakken, worden fietsen gerepareerd en wordt door kinderen met water gegooid. Er is in deze ‘middeleeuwen’ ook een telefoonshop en wat blijkt: ik kan ook buiten India bellen! Ik krijg alle ruimte om op een gammel krukje te zitten, tussen wierook, stukken vlees en zakken meel. Er staat een toestel voor me, waarbij het gokken is waar de cijfers precies zitten (versleten en vet), maar ik krijg helder Annie aan de lijn, het lijkt wel een wonder.

Later in de middag in het hotel een klop op de deur, Pol: "Kees er is wat afgeleverd voor je vanmiddag". Wat bleek: de doos, het voorwiel en de rest van m’n fiets waren afgeleverd, maar allemaal apart. Het lijkt wel of mijn fiets een bijzondere aantrekkingskracht heeft. In de gang voor de kamer van de ‘doos’ weer een doos gemaakt met de laatste restjes plakband die ik nog had, de fiets er weer in geschoven en het geheel geparkeerd op de kamer. De fietsreis wordt vervolgd.

Delhi, woensdag 16 juli 2003
Een telefoon rinkelt in het holst van de nacht en Rob en ik komen als zombies uit bed, het is kwart over vier, wassen en naar beneden voor het ontbijt. Het is donker en het motregent buiten. Bij de bar, waar het ontbijt wordt geserveerd, zitten de overigen van de groep heel rustig aan de toast, ei en koffie of thee. Er wordt wat gepraat, maar iedereen is rustig bij de start van deze lange dag. Tegen vijf uur heeft iedereen het ontbijt naar binnen gewerkt en kunnen we naar buiten om naar de bus te gaan.

Buiten staat de stad niet stil. Van alle kanten komen vrachtwagens, bussen en vooral brommertaxi’s langs. De kantoren zijn nog leeg, maar in de portieken slapen veel mensen. Enkele buitenslapers naast het hotel krijgen te horen dat ze niet in het portiek moeten blijven en een vroege bedelaarster wordt met norse stem weggestuurd. Wachten, geen bus, Pol gaat bellen, de bus zit vast in het verkeer, wachten, de zon laat zich zien en daardoor wordt deze ochtend meteen fleuriger. Nog een keer bellen, geen gehoor, nu niet langer wachten: er worden twee minibusjes geregeld die achter elkaar naar het station van Delhi rijden. Hier is het een chaos met veel claxons, pratende mensen, slapende mensen op de meest bijzonder plekken: naast een afvalbak, op de trappen naar de perrons, soms vier naast elkaar. Dan weer een hond die zijn kostje op dit vroege uur aan het zoeken is en regelmatig een rat die zeker zijn kostje wel weet te vinden tussen de bergen afval voor het station. We lopen onder de overkapping door over de perrons naar de andere kant van het station, waar de man van Remo ons naar de trein zou brengen. Maar er is niemand van Remo, alleen honderden andere Indiërs die hun trein zoeken. Even wachten en dan maar vragen waar de trein naar Agra vertrekt. Op het juiste perron blijken we de man van Remo tegen te komen als we bijna bij de juiste coupé zijn aangekomen. De airconditioned coupé is bijna helemaal vol als wij hebben plaatsgenomen. De trein zet zich enkele minuten later in beweging en onze reis naar het zuiden is begonnen. Al snel krijgen we een fles mineraalwater en een kleine lunch aangeboden. Daarna val ik in slaap en word vlak voor Agra wakker gemaakt.

Op het perron de gebruikelijke drukte. Verkoopstalletjes, veel goederen in kisten en soms los opgeslagen, slapende mensen en etende mensen op de grond van het perron en dan regelmatig een rat of een hond die er tussendoor schiet. Midden op het perron staat een grote Indiër die ons welkom heet als de ‘polbike’ groep. We lopen braaf achter hem aan tussen alle mensen, bagage en dieren. Buiten een wirwar van voertuigen en mensen. We komen bij een ruime toeristenbus helemaal speciaal voor ons, we nemen plaats en de Indiër vertelt dat hij ons naar de gids voor vandaag zal brengen. Even later stapt er een man in en een andere jonge man stapt ook in en stelt zich voor als Rimi. Eigelijk heet hij met een mond vol wel een naam zo lang als een zin, maar dit is praktischer. In het Engels met een behoorlijk accent vertelt hij wie hij is en hoe de dag eruit gaat zien. De afgestudeerde student kunstwetenschappen (als ik het goed heb begrepen) wil graag roepies ontvangen voor alle toegangskaarten die vandaag betaald moeten worden: "Trust me. Don't buy anything from the men outside, they are looking for your wallet".

Na weer vele Indische stadstafereeltjes te hebben gezien onderweg, van transport per kameel tot hoofdlasten van meer dan een meter hoge juten zakken en papier, komen we bij een parkeerterrein aan waar iedereen uit alle voertuigen moet overstappen op elektrische bussen ter bescherming van deze monumenten (meer dan 300 jaar oud) tegen erosie: we zijn aangekomen bij de Taj Mahal. De gebouwen en toegangspoorten zijn allemaal opgetrokken uit het plaatselijk aanwezige roodsteen, zelfs de toegangspaden zijn hiervan gemaakt. Toegang tot dit complex krijg je alleen via een scan, wat later nog eens wordt herhaald. De Taj Mahal is schitterend, ondanks de niet optimale weersomstandigheden (bewolking). Wat ik zo vaak op een foto heb gezien zie ik nu in het echt: het grootse wit marmeren mausoleum voor de beroemdste vrouw van India die stierf na de geboorte van haar 13de kind. De gids geeft veel achtergrondinformatie en het gebouw krijgt steeds een nieuwe kleur door de wolken of het spaarzame licht van de zon. Hoe dichter we erbij komen hoe anders het gebouw wordt. De details zijn schitterend, steen in steen gelegd met bloem- en andere motieven, schitterend. Het gebouw binnen, de omloop en minaretten mogen alleen met sokken betreden worden. De grootsheid van het complex op me laten inwerken bij een muurtje van een minaret. Met de elektrische bus weer terug naar onze toeristenbus.

Via buitenwijken van Agra komen we bij de volgende attractie aan van deze stad: het Rode Fort. Niet een fort zoals wij dat kennen, maar waar vroeger 8000 mensen woonden, met paleizen, harems, tuinen, tempels, te veel om op te noemen. We kunnen maar een klein gedeelte bekijken, maar dat is groot genoeg, de rest is in gebruik bij het Indiase leger. De uitzichten over de rivier en op de Taj Mahal op afstand zijn prachtig.

De reis wordt voortgezet naar een plaats 35 km buiten de stad: de ‘verlaten stad’. Tijdens deze trip gaan heel wat oogjes toe, maar ze zijn allemaal weer open als de bus stopt. Hier kunnen we zonder scan naar binnen. Binnen geen stad, maar paleis na paleis en groot, groter, grootst. De bekledingen zijn weg, maar de gebeitelde kolommen en de plafonds zijn nog goed zichtbaar. Wat een rijkdom moet dit geweest zijn en maar ongeveer 12 jaar gebruikt, want men zegt dat er een watertekort was en iedereen vertrekken moest. De eigenlijke stad zou vlak bij het huidige droge meer gelegen moeten hebben, maar daar gaan we niet heen.

Weer in de bus na zoveel indrukken kost het moeite de ogen open te houden, maar af en toe dansende beren zien van rondtrekkende zigeuners is toch wel bijzonder. Onderweg nog heel wat plattelands- en stadstafereeltjes gezien en opgeslagen in mijn geheugen, het is te veel om op te schrijven. Het is echt een andere wereld waar ik me nu bevind. Van acht pratende mannen op een bed, vrouwen die de was doen in een riviertje of met grote lasten op hun hoofd lopen. Transporten per kameel, ezel en vele gemotoriseerde voertuigen en verkooppunten van alles wat los en vast te krijgen is in dit land, het geheel omlijst door een stoffige weg, waterplassen en modder opzij, met daarin spelende kinderen en diverse dieren.

Voordat we met de trein terug gaan nog even een stop bij een tapijtknoperij en een steenbewerking zoals in de Taj Mahal te zien was, het geheime proces van al meer dan 300 jaar geleden. De cola is nog maar net op als we naar het restaurant gaan voor een snelle hap en een sanitaire stop voordat we vertrekken met de trein.

We zitten net in de trein of er wordt mineraalwater met een kleine hap geserveerd. Daarna schommelend terug naar Delhi met af en toe een colonne schoonmakers (kakkerlakken) die over de vloer loopt. Moe, maar toch nog even onder de douche en ik slaap al bijna voordat ik in bed lig. Morgen de laatste dag.

Delhi, donderdag 17 juli 2003
Vanmorgen een roffel op de deur, hoe kan dat, we hebben toch pas om 8.00 uur het ontbijt? Nog een roffel, het blijkt Pol te zijn: "Hé, jongens wakker worden, we gaan om halftien naar Old Delhi, wordt nu wakker." Ik denk, nog even omdraaien, maar dan krijgen we de mededeling over de huidige tijd: "Weten jullie dat het nu negen uur is?" Volledige stilte in de kamer, de herhaling van Pol over de tijden slaat hard aan, we pakken onze horloges en het blijkt te kloppen! We geven een teken van leven en kijken elkaar verbaasd aan, is het al negen uur? Ik zeg tegen Rob dat we deze uren slaap alvast gehad hebben vandaag, de rest van de slaapuren moeten we nog zien te krijgen in het vliegtuig. Met enige haast (wat is dat, hebben we nog niet gehad op deze reis) gaan we ons snel wassen, aankleden en ontbijten en om 9.30 zijn we klaar, gelijk met de anderen als die weer van hun kamers komen.

Toen we naar de ontbijtroom gingen, was er een aanzienlijke moessonbui. Een kwartier later was het al weer droog, maar als je buiten komt, loop je tegen een muur van vocht aan. Met bijna de hele groep gaan we Oud Delhi in. Wat een wereld, alles nat, veel modder, mensen, brommers, fietstaxi's en wel duizenden winkeltjes en werkplaatsen waar van alles gemaakt en verkocht wordt. Te koop (in de open lucht) is vlees zo van het geraamte, papier, autoportieren, handgrepen, ijs, veren, banden, kippen, allerlei specerijen, groenten. Er zijn bedelende mensen en gaarkeukens waar mensen op hun hurken op het pad zitten te wachten tot ze wat te eten krijgen (allemaal starende gezichten). De wijze waarop de elektriciteit is geregeld, schitterend, allemaal kabels los over elkaar op uitstekende delen van gebouwen of over stalen liggers en geen draad die te volgen is, alles schots en scheef. Meestal blijft alles werken, meestal, want soms valt de stroom uit en gaan er wat aggregaten werken of het blijft donker voor een bepaalde periode, maar ze krijgen het meestal wel snel weer aan de praat. Regelmatig zie je tussen de stalletjes en de winkeltjes de ratten hun kostje bij elkaar scharrelen en laten we de honderden vliegen maar niet vergeten die overal op gaan zitten. Je ogen, neus, je hele lijf voelt de bijzondere wereld waar ik mij nu in bevind. Als je de brommers en motoren wegdenkt, lijkt het wel of je in de Middeleeuwen loopt.

We lopen gezamenlijk tot aan de moskee en daarna gaat ieder zijn weg. Met Rob, Ellen, Patrick en Claudine ga ik Old Delhi weer in en blijf me verbazen over de wereld waar ik nu in loop. Papier wordt nu de lijn die we gaan volgen. Ellen gaat voor verschillende papiersoorten voor haar composities en Claudine zoekt papier en kaarten voor de toekomstige wedding. Beiden zijn geslaagd voor een paar honderd rupie ofwel een paar euro. Lawaai en stank gaan een beetje wennen, maar als ik uren later weer in het restaurant van het hotel zit voor een pizza als lunch merk je toch wel de uitersten van de wereld waar ik nu leef.

De islamieten worden nu opgeroepen voor gebed, en ik mag het ook horen.. Tegen kwart voor zeven is het laatste diner en tegen halfnegen gaan we naar het vliegtuig, we moeten drie uur van tevoren aanwezig zijn. Verslag voor vandaag sluit ik nu af.

Thuis, vrijdag 18 juli
Net heerlijk gedoucht. Het is drie uur in de middag en ik zit bij de tafel thuis even de laatste wetenswaardigheden van vandaag in de handcomputer te kloppen. Dan is de reis op papier afgesloten, maar deze reis zal in mijn gedachten eeuwig blijven bestaan.

Maar eerst even terug naar gisteravond. Het laatste avondeten in de eetzaal van Broadway was gezellig en een leuke afsluiting van de reis. Patrick en ik sloten goed op elkaar aan bij de afscheids- en dankwoorden bij de overhandiging van het cadeau aan Pol. Vooral de nieuwe woorden die tijdens de reis zijn ontstaan over Pol en Mill en in het bijzonder over maten en hoogten, net iets meer of anders. Buiten tijdens een stevig moessonbuitje gaat de laatste bagage in de bus. Alleen die fietsdoos van Kees, waar laten we die? Gangpad, nee, draai niet te krijgen, op het dak is te nat en achterin te vol met bagage. Dan maar rechtdoor vanaf de deur naast de bestuurderruimte en de deur goed dicht. Iedereen er in? Ja? Deur sluiten en rijden maar. Rijden gaat goed in de avondspits, stukje bij beetje komen we vooruit, maar de deur sluit niet. En bij een bocht schuift de doos richting deur die net openspringt, de medewerker van Remo kan net op tijd de doos tegen de bestuurdersruimte drukken, zodat de doos binnenboord blijft en niet een onderdeel van het voortrijdende verkeer van Delhi wordt. Na veel keren proberen en zelfs een keer stoppen, zodat de bijrijder kan proberen de deur dicht te krijgen, worden de pogingen gestaakt en maakt de man van Remo de deur dicht door tape te wikkelen om de deursluiting en deurpost; mijn fiets is weer veilig.

Na een natte bustocht door Delhi komen we op Delhi International Airport aan waar het een drukte van jewelste is. Dan het gebruikelijk dringen en duwen voor de hal, met de eerste paspoortcontrole. Binnengekomen in de rij gaan staan bij KLM, maar nee, eerst moet alle bagage gescand en voorzien worden van een stikker. Alle bagage betekent dus ook de fietsdozen, maar de grote dozen zijn te groot of het scanapparaat is te klein. De dienstdoende medewerker weet raad: doos openen, controleren, sluiten en er een stikker op plakken. Lijkt ons niet zo’n goed idee, want de dozen zijn al niet meer in al te beste staat en ze kunnen door de verruimde handgaten zien dat er een fiets in zit. Wat heen en weer praten brengt geen oplossing. De man van Remo komt er bij. Hoort de situatie aan en daarna vindt er in rap Hindi een discussie plaats tussen hem en de controlebeambten. Er komt een groot boek tevoorschijn waar alles precies in wordt geschreven, alsof er een vrijwaringbevel wordt vastgelegd. Hierna krijgen we eerst alleen maar één stikker voor drie dozen, maar dat wordt door de man van Remo snel en duidelijk opgelost.

Verder naar de incheckbalie van KLM. Daar wordt elke doos en elk stuk bagage precies gewogen en snel wordt duidelijk dat de grens op 22 kg per persoon ligt. Voor de zekerheid haal ik mijn fleecejack uit mijn tas, maar als ik aan de beurt ben, blijkt mijn fiets wel erg licht geworden te zijn: 12 kg. Waar is de rest gebleven?!? Bij weging van de lange dozen blijkt mijn doos door z’n afmetingen voor een gedeelte op de loopband en voor een gedeelte op de weegschaal te rusten, dus twee rustpunten, wat het gewicht beïnvloedt. Voor mij geen probleem! De grote dozen zijn voor de lopende band wel een probleem, ze vallen om en blijven haken achter pilaren waardoor steeds opstoppingen ontstaan. Een zeer inventieve medewerker geeft een andere medewerker opdracht per doos mee te gaan op de lopende band, dat ziet er goed uit. Dan in de rij voor paspoortcontrole en een nieuw formulier in te vullen. Ik krijg de stempel van vertrek in mijn paspoort en wil het paspoort opruimen, als ik tot mijn verbazing vlak voor me mijn fietsdoos langs zie komen, getrokken door een Indiër en twee seconden later zie ik mijn fietsdoos op de grond vallen. Wat blijkt: de lopende band is tien meter en grote stukken moeten dan dwars over langs de paspoortcontrole naar een lift gebracht worden en dozen groter dan de mensen zelf zijn dan lastige dingen. Maar niet verder meer aan denken en ik loop naar de volgende controle, aangemaand door medewerkers van KLM, want we moeten op tijd bij het vliegtuig zijn. Het is dan nog meer dan een uur voor vertrek!

De volgende controle is een mens- en handbagagecheck. Op mijn lijf geen gepiep, maar mijn handbagage halen ze eruit en een jonge dame met indringende stem zegt: "Open please en give me your knive." Ik antwoord haar dat ik geen ‘knive’ in mijn handbagage heb, maar ze houdt vol dat ik haar mijn ‘knive’ moet geven. De dame gaat zoeken in mijn bagage en vindt twee trappers, die ze zegevierend laat zien aan haar collega's. Maar het is geen mes, dus verder zoeken en ja hoor, ze vindt de steun van mijn stuurtas. Ook dit is geen ‘knive’, dus verder zoeken. Ze vindt een doosje pottertjes, zoekt verder, kijkt naar haar collega’s en zegt uiteindelijk: "Oké, thank you." Eerst word ik gemaand te vertrekken, maar dan ziet ze dat ze vergeten heeft de veiligheidsstikker op te plakken en die krijg ik nu snel. Een cola, van de laatste roepies van Rob, smaakt daarna prima in de wachtruimte waar iedereen lekker onderuitzit.

Een half uur later dan gepland vertrekken uit Delhi ofwel om 1.20 uur vrijdagmorgen. Volgens de gezagvoerder heeft hij een korte route naar Amsterdam gekregen. Onderweg een snack gekregen, drie aardige films gezien, een paar uurtjes gedommeld, ontbeten en om 5.25 uur zijn we geland op Schiphol. De laatste uren waren voor Rob zwaar, want hij bleef lopen naar het toilet. Met de handbagage van mezelf en Rob naar de lopende band van de bagage gegaan. Wachten op de bagage. Eerst komen de fietsen via een speciale band en wat blijkt: mijn voorwiel steekt uit de doos. Schade aan de voorwielas, voorwiel verbogen en misschien krom en wat krassen op het frame. Schade gemeld bij de balie van KLM en zo goed en zo kwaad als het gaat mijn wiel weer in de fiets gezet.

Afscheid genomen van alle reisgenoten en van Pol. Als een van de laatsten ga ik naar de douane die er niet meer is. Dan door de deuren en ja, daar komt ze aanrennen, my love. Met de wandeling naar de parkeergarage van het rustige Schiphol is mijn verhaal begonnen en volgens Annie is het bijna een doorlopende voorstelling gebleven, ook 's avonds toen de buren langskwamen.

Thuis in de achtertuin realiseer ik me nog meer dat binnen 24 uur de wereld er wel heel anders uitziet. Fijn om weer thuis te zijn, maar de herinneringen zijn voor eeuwig en zullen nog regelmatig weer bovenkomen. Een hele ervaring rijker, een prachtige reis met een fijne groep. Dit had ik voor geen prijs willen missen. Zo’n reis verrijkt je leven, zoveel natuur, cultuur en religie!

Expeditieonderdelen met afstand:
Fiets 1200 km met 19000 hoogtemeters

Vliegtuig 14600 km

Trein 400 km

Jeep 360 km

Bus 20 km

Brommertaxi 30 km

Voeten 50 km