Van sauna tot vriezer onder de "hoogtezon"

*****het hele verslag*****

Afgelopen zomer heb ik mijn hobby’s fietsen en reizen kunnen combineren op een heel bijzondere plek van de wereld: de Himalaya in Noord India voor een fietsexpeditie van vier weken over de hoogste passen van de wereld. nepmonto.jpg (9347 bytes)

Op 21 juni 2003 vertrek ik met minimale bagage en mijn fiets (kale randonneur) in een doos van Schiphol naar Delhi. Van Schiphol vertrekken ook mijn andere acht reisgenoten met dezelfde soort bagageomvang als ik en ook de Nederlandse reisleider Pol. Tijdens de vlucht realiseer ik mij, als op het scherm de vluchtinformatie te lezen is, dat ik straks op meer dan de helft van de hoogte (10.000 meter) fiets waar ik nu vlieg in een drukcabine.

Van deze fietsexpeditie heb ik bijgaand dagboekverslag gemaakt. 

De foto’s en hoogteprofiel zijn van Henk en Kees.

New Delhi, zaterdag 21 juni 2003
Nadat Annie de auto toch op een parkeerplek heeft kunnen zetten vanmorgen op Schiphol blijk ik een van de laatsten te zijn, ruim op tijd, maar iedereen heeft er zin in, een vluchtig afscheid en met tassen en fietsdoos verder. Inchecken op Schiphol verloopt prima, wel alvast wennen aan het wachten. Maar het wachten wordt korter door wat te babbelen en kijken, samen met m’n reisgenoten: Ellen en Henk uit Den Haag, Patrick en Claudine uit Etten Leur, Theo en Ank uit Driebergen, Mark uit Amsterdam, Rob uit Alphen a/d Rijn en onze reisleider Pol uit Utrecht. Allemaal hebben ze een mountainbike, behalve Rob die net als ik een randonneur heeft. Allemaal een beetje overgewicht maar terug beslist allemaal verplicht lichter. We vertrekken maar 15 minuten te laat van Schiphol.

Het is 6.35 uur vliegen over een afstand van 6400 km, waarbij het vliegtuig meestal op een hoogte is van 10.000 meter. In het vliegtuig realiseer ik mij dat ik op de helft van deze hoogte straks fiets, yes! Bij aankomst mondkapjes van het luchthavenpersoneel gekregen, met een vragenformulier om in te vullen over SARS en de algemene gezondheid. Ongeveer anderhalf uur bij de douane wachten, Ellen is haar koffer kwijt en dat geeft toch een papierwinkel! Ik blijf bij de bagage als de anderen geld gaan wisselen en Pol komt toch met een pak papier terug, voor 350 euro krijg je bijna een halve kilo papier in rupie. Voor het gemak rekenen we met 50 rupie voor 1 euro.

Na de douane bleek mijn fietsdoos aan één zijde opengesneden te zijn, waarschijnlijk controle. Weer dichtgeplakt en dat was maar goed ook want de drie KOGA-dozen (fietsen van Henk, Ellen en Kees) moesten op elkaar op de bus die ons naar het hotel bracht. Vele kleine Indiase handen wilden wel helpen, het leek wel of wij stroop waren waar men op af kwam. Ogen en oren kwam je te kort en dat bij een nachttemperatuur van 33 graden en met een relatieve vochtigheid van bijna 100%! Het liep met straaltjes van je lijf. Het transport naar het hotel is goed gegaan maar in dat kwartier door nachtelijk Delhi word je wel geconfronteerd met een heel andere wereld dan een paar uur geleden. Beelden van vele vreemde vervoermiddelen, slaapplaatsen, mensen en dieren, verkeer, begroeiing, afval, etc..

Ik deel de hotelkamer met Rob.  

Shimla, zondag 22 juni 2003
Vanmorgen om 5.00 uur ging de telefoon, ofwel wakker worden! Volgens mij lag ik net, nu Kees, dat kan wel kloppen je lag pas om 3.00 uur in je bed. Even water over mijn gezicht, de spullen bij elkaar in de tas en naar de eerste verdieping voor het ontbijt. Even kijken wat we kunnen eten vanmorgen. Toast, muffins en croissantjes met stukjes vers fruit en verschillende kleurtjes van soep, maar de toast met muffins smaken met een paar koppen thee prima met een banaan en een stuk meloen toe. Na nog wat informatie door Pol over eten, hygiëne en het vervolgen van de reis was het alles bij elkaar een stevig ontbijt. Bij een blik door de eetzaal bedenk je dat bij een volle bak de veiligheid in het gedrang zou komen: gedrapeerde stoffen aan het plafond en geen nooduitgangen. Maar we zijn maar met z’n tienen en er gebeurde verder niets.

De reis met de bus van het hotel naar het treinstation is een doorsnede van het leven in Delhi. Eerst de rust van de buitenwijken, dan een 2-, 3- en 4-baansweg met daarlangs het open riool waar koeien lopen te zoeken naar iets eetbaars met regelmatig een paar zeiltjes langs de weg met soms een stok en altijd slapen er mensen onder. Het is een complete vuilnisbelt waar mensen en dieren leven, hoe dichter naar de stad hoe meer afval, mensen en dieren. Buiten het station wat gelopen en gefotografeerd. De plaatjes geven straks maar een gedeelte van het totaal weer, want de herrie van auto's, mensen, muziek en de lucht/stank uit alle hoeken en gaten waar je loopt en kijkt (en dat allemaal op een bijna nuchtere maag) zijn op foto’s nooit te zien. Het is indrukwekkend hier te lopen in die andere wereld.

Nu even stoppen met het verslag, want de trein gaat zo tekeer. De trein rijdt nu namelijk sneller, we zijn buiten de wereldstad Delhi gekomen. Straks verder.

Nu, dat ‘straks’ wordt een dag later, want er gebeurt zoveel op een dag.

De treinreis was indrukwekkend door de hitte en de armoede, vooral de eerste kilometer was het schrijnend. Wat een wereld, zo vreemd naar onze westerse maatstaven. Maar we zien ook de uitgestrekte landerijen met maïs, rijst en suikerriet en dan, na 6 uur, zien we de eerste verhogingen in het landschap waarvoor wij gekomen zijn …… de Himalaya.

Op het station van Chandigarh worden we opgewacht door drie chauffeurs met taxibusjes die als gekken de bergen inrijden! Iedereen wist weer dat hij/zij een hart had en wat zijn de Indiërs agressief in het verkeer, niet te geloven. Het gaat iedere keer net goed tot ....... het eerste busje van achteren wordt aangereden tegen de opstapplank, alleen wat krassen en een deukje, maar van de andere auto de zijkant open, motorkap gedeukt en koeling stuk. Een ongeluk zit in een klein hoekje.

Na ruim 7 uur gereisd te hebben komen we aan bij hotel Royal Oaks in Shimla met alleen tweepersoonskamers met tweepersoonsbedden. Dat is niet gereserveerd en dan komt het onderhandelen. Uiteindelijk blijken er voldoende kamers te zijn en ik slaap heel luxe op een grote kamer met een tweepersoonsbed, wel met twee fietsen op de kamer want één van de kamers heeft er een bed bij gekregen.

De eerste kennismaking in het heerlijke Shimla met een temperatuur van 25 graden en geen benauwdheid is prima. En rustig, geen gehaast in de bazaar, ook omdat er geen auto's mogen komen. Een wirwar van straatjes tegen een berg opgeplakt met ‘duizenden’ winkeltjes, soms niet groter dan 1.5 bij 2 meter en straatverkoop, veel sikhs, soms Tibetanen en sporadisch een westerling, veel apen in de bomen en op de gebouwen en op straat af en toe een koe of een hond en als je goed kijkt veel klein kruipspul.

Na de koffie lopen de kok en zijn hulpje voor onze fietsexpeditie met ons mee terug naar het hotel waar we eerder al onze lokale reisleider hebben ontmoet. De kok is een Tibetaan, dezelfde als twee jaar geleden.

De fietsen uit de dozen halen en weer fietsen van maken trekt de lokale aandacht. Alles draait en schakelt weer, al is het wel een verrassing dat alles heel en compleet is gezien de deuken in de dozen. De fietsdozen zijn met een vrachtwagen van Delhi naar Shimla gebracht.

Slapen zal wel gaan na een nacht van drie uur, al had het achtergrondgeluid van de honden en de timmerman wel wat minder mogen zijn. De ramen van de kamer mogen niet open, want er kunnen apen binnenkomen en die zijn ook te horen als ze over de golfplaten daken rennen hier.

Shimla, maandag 23 juni 2003
Vanmorgen wakker gerammeld om 6.30, de luiken gingen open, ik slaap naast de voordeur. Later hoorde ik dat toen de koffer van Ellen werd gebracht. Toch nog even omgedraaid en .... om 7.55 toen het veel donkerder was dan om 6.30 hoorde ik Nederlands spreken in de gang, dus supersnel was ik 2 minuten te laat op het ontbijt. Morgen wel op tijd zijn voor de eerste trip van onze expeditie.Nieuw-1.jpg (21388 bytes)

Vanmorgen motregen. Maar even in de minihal van het hotel het ontbijt gehad en veel bij te praten. Vanmorgen wandelend met de hele groep het slot bezocht waar de onafhankelijkheid van India van Engeland is getekend. Wat een houtsnijwerk. Daarna lekker geluncht met Indiase gerechten. De hygiëne was weer een bijzondere discussie, Pol heeft wat teweeggebracht, maar wel goed dat je er bewust mee omgaat.

Vanmiddag proefritje van 33 km gereden met Mark. Een prachtige route, langer dan gepland: het zou maar 10 km mogen zijn volgens de informatie van Pol, maar wat extra’s rond Shimla is geen straf bij een temperatuur van 25 graden. Vanmiddag heeft de gehele groep geshopt. Om 19.00 uur al diner en om 20.00 uur naar de bazaar met lichtjes en vooral het dal was leuk om te zien.

Odi, dinsdag 24 juni 2003
2447 meter hoog is de kampeerplek nabij Narkanda, hoogste punt vandaag 2680 meter, totaal 1294 hoogtemeters gereden, 4.22 uur gefietst, gem. 16,4 km/uur en max. 52,2 km/uur, afstand 72 km. Begin zon, 27 graden, later bewolkt, onweer, regen en hagel, noodweer. Toen het iets minder werd toch maar fietsen bij 15 graden.

Vanmorgen groepsfoto, met de kok, kokshulpje, chauffeurs truck en jeep en de directeur trekkingbureau Remo, bij standbeeld Gandi op het centrale plein in Shimla, wat een hele samenscholing opleverde. En dan beginnen met onze eerste expeditietocht en dat werd het vandaag. Nu in mijn tent met regen erop, met m’n hoofdlamp op, probeer ik vandaag vast te leggen.

Het was een schitterend landschap, afgewisseld met leuke dorpjes en mooie vergezichten. Wij waren wel de aapjes vandaag, wat een bekijks van de lokale bevolking, maar ze zien ook geen westerling meer in deze streek. We bleven vandaag bij elkaar in verband met de vele afslagen. De pechvogel van vandaag was wel Henk met 2 lekke banden en een leegloper. Verder geen pech, maar de weergoden waren in de middag wel nadrukkelijk aanwezig met een harde regenbui die eindigde met grote hagelstenen. We reden af en toe gewoon door watervallen heen. In Theog hebben we de lunch gehad met prachtige dorpstafereeltjes.

De kampeerplek is op een soort sportveld, in het midden de eettent, rondom de tentjes, in de hoek de keukentent en in de andere hoek de toilettent. Rob heeft zijn eigen tent meegenomen, zodat alle single heren een eigen tent hebben. Het eten uit de keukentent is heerlijk, dat de kok met zo'n eenvoudige uitrusting zoveel lekkers kan maken!

Jeori, woensdag 25 juni 2003
Nu zitten we vlak bij het klooster op 2238 meter hoogte en hebben 1480 meter hoogte overbrugd, hoogste punt vandaag 2815 meter en laagste punt was 1050 meter, 6,38 uur onderweg, gem. 18,4 km/uur en max. 51,8 km/uur, afstand 122 km. Een zonnige dag, een boventemperatuur van 26 graden, beneden in het dal 40 graden en in de dorpen 42 graden ofwel snikheet.

De hele nacht is het droog gebleven en ik heb redelijk goed geslapen. Vanmorgen om 5 uur gewekt met een kopje thee en een bak water om je te wassen, om 6 uur ontbijt en om 7 uur zitten we op de fiets met meteen een stevige klim, de afdaling van gisteren nu omhoog. Daar word je vanzelf goed wakker van. We blijven stijgen naar 2750 meter via vele binnenwegen, waar het asfalt bijna verdwenen is, de keien hebben de overhand. In een gehucht even een ‘bananenstop’ gemaakt waarbij je ogen en oren te kort komt om alle indrukken te verwerken. Zelf vandaag regelmatig pech: een lekke band en een bidonhouder er afgegleden

De vergezichten de ravijnen waren indrukwekkend en de afdaling was van 2400 meter naar 1050 meter, mijn oren knapten onderweg open. De warmte kwam je tegemoet hoe dieper je het dal inkwam. Het laatste stuk vanaf Jeori met de truck meegegaan omhoog, met mij ook Ellen, Henk, Ank, Mark. De beloning boven was schitterend ..... besneeuwde toppen ver boven het dal van de Setluj rivier. De fietsers kwamen een voor een boven, een prestatie vind ik.

Tapri, donderdag 26 juni 2003
Vandaag een rustige dag. Het waren 878 hoogtemeters en we zitten op 2700 meter, 3,55 uur gefietst, gemid. 17,7 km/uur gereden met een max. van 48,5 km/uur en 75,2 km gereden.

Vannacht heerlijk geslapen al leek het wel dat de Indiërs nooit slapen, want als ik eens keer wakker werd, waren er altijd wel stemmen of andere geluiden te horen. De toppen van 6000 meter die we gisteren met sneeuw gezien hebben, waren indrukwekkend, maar vanmorgen waren ze nog niet te zien. De kok zette ongeveer 4.30 uur het gas aan voor heet water en toen begon het te (mot)regenen, geen toppen of omgeving te zien. Na de thee en het kommetje waswater was de dag weer begonnen. Om 7.00 uur vanmorgen zaten we op de fiets met alleen nog mist. Het eerste stukje berg af van de afdaling van 750 meter was maar kort, want eerst naar het hindoeklooster.

Bij het klooster allemaal lange broek aan en schoenen en sokken uit, met blote voeten en fietsoutfit is dit een bijzondere creatie. Rob blijft bij de fietsen en bij de ingang worden we begroet door een oude man, die een gesprek met mij aan wil. Zijn Engels is beperkt, ik denk dat zijn Hindi beter is, maar daar heb ik niets aan.

Na deze ontvangst gaan we over de stenen vloer van een binnenplein, trapje op, weer een binnenplein en stop: een militair met geweer houdt ons staande, we moeten een hoed op, de helm van Theo en de petten van enkele van ons zijn ook goed en de rest krijgt een mutsje. Weer trappen op en dan gaan we een van de hogere gebouwen in met heel veel houtwerk op de wanden en grote lopers op de vloer. Via smalle gangetjes lopen we steeds rond en komen steeds bij een trap uit die je weer hoger brengt. Uiteindelijk op de tweede verdieping komen de wierook en het gezang je tegemoet. Bij een opening zitten twee vrouwen en een man op de grond en een andere man met allerlei schaaltjes in een hoek. Theo, Ank en ik gaan al bukkend de ruimte in, we hurken op de grond en luisteren naar het gezang en de bewegingen van de mensen. Op het volle uur begint het met veel bellen, gongs en onder veel ander lawaai gaat het mannetje uit de hoek naar de verhoging met bellen, later met kaarsjes die de mensen kunnen aanraken. Na enige tijd is het stil en gaat men verder met neuriën en zingen. Een oud vrouwtje komt binnen, geeft de man in de hoek een plastic zakje met witte korreltjes en rozenblaadjes, van de man krijgt ze enkele witte bolletjes terug. Ze gaat op de grond zitten en krijgt een rode stip (tika) op haar voorhoofd en ze sprenkelt een paar druppeltjes water over haar hoofd. Ze wil dat haar rozenblaadjes bij de beelden gebracht worden, maar dat schijnt nu niet te mogen, want er wordt nee geschud. Met belangstelling volg ik dit ritueel. Het mannetje ziet dat ik het gevolgd heb en vraagt of ik ook wat wil ontvangen. Ik bevestig dat en krijg een tika op mijn voorhoofd en een paar druppels water, ik neem mijn pet af en sprenkel het water over mijn hoofd. Ik krijg ook de witte korrels en de man maakt duidelijk dat ik ze moet opeten, maar ik geef aan dat ik het aan de maag heb (ik wil ze niet opeten, want de Indiase handen zijn niet allemaal schoon). Hij kijkt verbaasd, maar dringt niet aan. Na nog even gezang te hebben aangehoord, ben ik bijna kruipend de gebedsruimte weer uitgegaan, zo laag is de deuropening. Met mijn kenmerk op mijn hoofd loop ik via de lopers in de omgang en ga ik de trappen weer af naar buiten. En na weer de verkleedpartij van lange broek uit, sokken en schoenen weer aan, kunnen we de afdaling weer vervolgen. Beneden in het dorp even wachten op de anderen en de trip langs de Setluj-rivier vervolgen.

Een indrukkende rivier met kolkende massa's water met een lawaai tussen die grote kloof! De weg is uitgehouwen uit de rotsen wat soms prachtige overkappingen en steile afgronden naar de rivier oplevert. In een dorpje onderweg bij een klein verhoogd terras de gebruikelijke cola gedronken en weer verder op pad. We blijven vlak langs de kolkende massa's water rijden met twee maal via een brug eroverheen. De lunch gebruiken we langs de weg want in het dorp was het behoorlijk stoffig en druk. In dit dorp wel geprobeerd Annie te bellen, maar dat lukte niet. Het proberen kostte 7 rupie, een stevige handdruk, een brede glimlach en twee verbaasde mensen in een winkeltje van 2 bij 2 meter waar het telefoontoestel op de verkoopplank stond. Na weer een brugovergang zijn Theo, Mark, Patrick en Claudina de 22 km naar boven gaan fietsen, de rest wacht op de truck, maar er wordt weer wat geregeld. Er komt uit het niets een jeep waar drie fietsen in kunnen en twee fietsen gaan op het dak van onze jeep die beneden blijft wachten op de permits voor de komende dagen. In de andere jeep moeten voorin twee personen en achterin 4 personen bij de drie fietsen en wat bagage en dat is proppen. Voor mij betekent het dat ik wel kan zitten op een zacht plekje, maar mijn benen rusten op de bumper en ik moet me vast houden aan de steunen van het dekzeil. De weg van honderden meters omhoog is geen pretje, vooral het laatste gedeelte niet waar de haarspeldbochten niet in één keer gehaald kunnen worden. Een beetje achteruit (je zweeft boven hemel en aarde) en dan een klap en dan zit het in de eerste versnelling en dan heel veel gas en weer rijden. Ik stap uit en word direct duizelig en misselijk, maar na even zitten en ogen dicht gaat het weer. Of deze manier van reizen ideaal is? Ik denk het niet. Zo'n klim naar boven fietsen langs diepe kloven is ook een hele klus, maar ze zijn alle vier vrij snel boven.

Op een grasveld voor een klein hotel kunnen we de tenten opzetten. De was kan gedaan worden door in een emmer twee kommen heet water bij de kok te halen, zeepsop erbij en maar draaien en spoelen en de was is weer toonbaar. Bij dit ‘hotel’ is ook een toilet en superdouche. Het toilet is hurken en de douche is een kraan met een straal koud water, plastic bakje en in de keukentent een beetje warm water halen en dat is toch heerlijk.... Het verslag was vandaag makkelijk te maken, want hier zijn normale stoelen en tafels. Verder wat zitten babbelen over de ‘landslide’ die gaat komen en andere zaken die we nog kunnen verwachten tijdens deze reis.

Thangi, vrijdag 27 juni 2003
Een schitterende dag fietsen met 1102 hoogtemeters en we zitten nu op 2423 meter, 4,26 uur gefietst met een gem. van 18 km/uur en een max. van 46,1 km/uur over een afstand van 80,5 km. Temperatuur van gemiddeld 24 graden.

Tegen halfacht gingen we aan de wandel naar een dorp boven de camping/hotelplek. Het was een kwartier wandelen en al was het toegezegd, er was geen hindoedienst en de boeddhatempel was gesloten, maar het was wel een prachtig dorp. Op de terugweg naar het dorp zag ik onder een afdak een vrouw aan een weefgetouw bezig met prachtige kleuren garen en vol ijver. Onze Nepalese gids vertaalde dat ze 3 uur bezig is met een strookje van 10 cm en dat ze meestal werkt in opdracht van andere dorpen.

Net na drie keer proberen via een telefoon van het hotel om ongeveer 7.30 uur Nederlandse tijd, Annie aan de lijn gehad. Wat was dat vreemd zo ver weg en dat ze niet de belevenissen meemaakt zoals ik nu mag zien, voelen, proeven en het is pas een week, het lijkt wel een maand. Na het telefoongesprek mijn handen gewassen, want alles kleefde aan het toestel, waarvan de cijfers voor de helft niet meer leesbaar zijn, dus dat is af en toe even tellen.

Tegen 12.00 uur stapten we op de fiets voor een afdaling van18 km, regelmatig vol in de remmen over een smalle en gladde weg met diepe ravijnen er naast. De regen werd mist, maar later werd het bijna droog. De weg is vandaag na de afdaling de Sutley rivier blijven volgen, eerst met enkele begroeide hellingen, later steile rotsen en in een nauwe kloof met het donderende geweld van het water. Regelmatig wordt en werd aan de weg gewerkt omdat de weg weg was, maar op een bepaald punt was de brug weg, dus met blote voeten door het water van steen naar steen en steun aan de fiets, ja het was bijna waterfietsen. Op andere plekken kun je er zo doorheen fietsen waar het water niet zo diep is. Toen we een keer stil stonden, kwamen veel Tibetaanse kinderen naar ons toe. Een van hen heeft een amulet van de Dalai Lama. Aan de overkant zaten vrouwen stenen te hakken met een hamer. De steen in een stalen ring met een handvat en maar tikken tot er kleine steentjes ontstaan. Een van de kinderen was aan het spelen met een deksel van een leeg doosje schoensmeer met een gat erin en daar een stuk ijzerdraad doorheen en rollen maar.

Het woeste landschap liet hoog boven je hoofd af en toe enkele besneeuwde toppen zien door de wolken, maar als de kloof erg diep is, moet je wel ver omhoog kijken. We zijn waarschijnlijk bij het plaatsje Morang verkeerd gereden. We (Theo, Mark, Rob en ik) besloten terug te rijden, de brug weer over, en na enkele kilometers was het checkpoint voor het verkregen permit en wat bleek: in het boek stonden de anderen van de groep al geregistreerd. De meneer achter het kleine loket schrijft veel uit de permit over, maakt daarna enkele aantekeningen op de permit en dan de korte kreet ‘next’.

Verder fietsen langs de nauwe kloof met zijn steile hellingen waar af en toe wel wat stukken rots vanaf vielen. Vlak voor een dorpje waar veel militairen waren bij de winkeltjes was Ank die ons met bananen begroette en met het nieuws dat we nog 10 km verder mochten rijden, want de campingplek kon niet gebruikt worden. Eerst wat eten en drinken en dan wat extra's fietsen. De 10 km worden er 17 en we komen bij een brug over een zijrivier waar enkele huisjes staan en bij de rivierbedding zijn in de storm de tenten neergezet. Ik zie nog net de zon de hoogste toppen beschijnen, wat een indrukwekkende natuur hier. Met rivierwater me een klein beetje gewassen en aan het verslag begonnen. De kok had weer goed zijn best gedaan en de pannen gingen bijna schoon leeg, nog wat info over morgen en iedereen ging naar de tent. Maar nu komt Pol met het bericht dat mogelijk de rivier gaat zwellen, dus alle tenten leeg, losmaken en oppakken, tussen de huisjes door dragen en op een kleine vlakke plek tegen elkaar en tussen de huisjes zetten. Het heet niet voor niets een expeditie! Bij de rivier met warm water van de kok mijn tanden gepoetst en even verder het grote toilet gebruikt. Nu is het 23.00 uur geworden, dus tijd voor mijn slaapzak naast het donderend geraas van de rivier.

Chango, zaterdag 28 juni 2003
Wat een dag! Eerst de tellergegevens. We zitten nu op 2920 meter en hebben 1359 hoogte meters gereden, 4.04 uur gefietst, gem. 13,1 km/uur, max. van 46,6 km/uur en de afstand was vandaag 54 km. Veel wind, meestal mee, de laatste km bijna een windhoos. De temperatuur: vanmorgen 20 graden en 24 graden maar vanmiddag boven de 30 graden.

Vannacht heerlijk geslapen tussen de huisjes van de plaatselijke bevolking en het geruis van de rivier op de achtergrond. De rivier bleek vanochtend niet gezwollen, maar na de volksverhuizing hebben we allemaal wel goed en veilig geslapen. De kop thee staat weer voor mijn tent tussen de vaten olie en benzine en ik wil de kop thee pakken, maar mijn maag ploft bijna. Ontluchting en enkele krampen en ik voel de kracht uit mijn lijf weg lopen. Bij het ontbijt alleen toast met thee genomen. Een aantal pillen Norit naar binnen gewerkt en wachten en kijken hoe de Indiërs met zeer grote ogen deze ochtendverhuizing van blanken gadeslaan.

Ik stond er waarschijnlijk niet zo florissant bij, een beetje hangen op mijn fiets en verder niet zo sterk op mijn benen staan. Ik ben als eerste vertrokken, heel rustig bewegen en klimmen op het kleinste blad. De anderen passeerden mij onderweg, alleen de laatste man Mark, en Ank weer op de fiets, deden ook rustig aan.

De uitzichten: eerst in de Sutleykloof en later de Spitikloof waren indrukwekkend, wat een hoogte of diepte en soms zo nauw met een uitgehouwen weg in de rotsen. We kregen ook een paar stevige hoogteverschillen te overbruggen over een weg met vele haarspeldbochten, langzaam klimmen naar de 3000 meter en hoger. Hoogste punt was vandaag 3145 meter. Af en toe dacht ik dat ik bijna doodging. Pap in de benen en bijna geen kracht meer in het lijf. Maar met enkele bidons ORS kwam ik steeds weer boven. Het spectaculaire klovenlandschap geeft verlichting van de inspanningen. Regelmatig foto's gemaakt en bij het rusten de omgeving zo goed mogelijk in mij opgenomen.

De lunchstop was bij de landslide. Een gapend gat van honderden meters waar de weg geheel is weggeslagen en de verbinding alleen via een katrol mogelijk is voor de bagage en zelf moet je ‘lopen’. Tussen de middag alleen wat droog brood met honing en een cola genuttigd, op een stoeltje dat steeds verder wegzakte. Wat gebeurt er? Ik zit langs een zandpad waarlangs wat bitumen is aangebracht, met als resultaat: kleefpasta en bitumendraden aan het stoeltje en mijn schoenen.

Voor het transport via de katrol alles in zo groot mogelijke zakken doen en alle losse dingen van de fiets er af. De bagage en de keukeninrichting naar de katrol brengen en wie wil, mag met zijn fiets aan de hand naar de overkant lopen. Patrick, Claudine, Rob, Theo en Mark nemen de fiets mee en dat werd een zware tocht. Van rotsblok naar rotsblok of alleen maar gruis en dan kwamen er bij enkele plekken nog steeds stenen naar beneden, dus een van de groep kijken en de anderen lopen. Het is gloeiend warm in deze landslide, geen wind alleen zon, verkoeling van het water is even lekker. Maar dan: wat we gedaald hebben weer omhoog en nu nog meer stof, maar we zijn allemaal aan de overkant gekomen. Dit is expeditiewerk! Vocht bijvullen met een cola en dan de fiets weer in elkaar zetten, want de wielen waren er uitgehaald voor het transport in de bak met katrol. Nog even 12 km bijna downhill en daar is van verre de appelboomgaard al te zien. Theo heeft m'n tent opgezet, alleen de binnentent, het regent voor 99 % niet (bleek te kloppen) en ik ben in diepe slaap gevallen en werd voor het avondeten wakker gemaakt. Een klein beetje gegeten, want de maag een beetje ontzien, tegen 21.00 ben ik in mijn slaapzak geschoven.

Dankar, zondag 29 juni 2003
Net voor Dankar, het klooster dat we morgen gaan bezoeken, staan we nu op een mooie plek langs de Spiti rivier. Vandaag 1082 hoogtemeters gefietst en we zitten nu op 3400 meter, 4.32 uur op de fiets gezeten, met een gem. van 14,6 km/uur, een max. van 48,9 km/uur over een afstand van 66 km. Eerst zon, later wat bewolking maar droog, temperatuur in het begin 16 graden, liep op naar 33, nu 26 graden.

Vanmorgen het gebruikelijke ochtendritueel, waar ik hoorde van twee gebroken spaken en een lekke band gisteren. Betrekkelijk snel was ik al gereed voor vertrek, dus ben ik rustig gaan fietsen tot het checkpoint. Het was een indrukwekkende weg met toppen van 4000 tot 6000 meter hoog met sneeuw en grillige rotspartijen zand/keien met vele kleuren en vormen met daar onder de weg de Spitirivier. De bewoners van de dorpen waren verbaasd over deze buitaardse mens op een fiets, maar altijd vriendelijk groeten.

Bij de checkpoint de papierformaliteit met deze keer stoelen voor het wachten en de bediende was secuur maar kon een grapje verdragen. We zitten nu ook maar 30 km van de Chinees/Tibetaanse grens. In een gehucht verderop cola gedronken en koekjes gegeten bij een simpel cafeetje met drie tafels en wat stoelen en ook twee bedden waar wat mannen op zaten te staren naar ons. Ter plaatse werden voor ons sipaties gebakken voor de lunch. In dit gebied komen niet veel buitenlanders, toevallig sprak ik er vanmiddag twee, het waren twee Canadezen die 8 maanden door India zwerven via de bus.

Mijn benen bleven redelijk goed vandaag en de weg begint al regelmatig slechter te worden met stenen uit de bergen, of geen of een klein beetje asfalt tussen de keien en in de dorpjes regelmatig ook een stroompje water over de weg. Het geeft wel mooie plaatjes, wat een indrukwekkend landschap.

Na 44 km kwamen we bij het Toba klooster aan. In het klooster bezochten we vier ruimten, waar elke keer de deur voor ontgrendeld moest worden en we kregen uitleg van Pol. Prachtige muurschilderingen van soms wel 1700 jaar oud. Heerlijk koel was het daar binnen. Wel schoenen uit, maar lange broek en hoofddeksel waren in dit boeddhistische klooster niet nodig.

Nu nog 22 km naar Dankar. We staan aan de oever van de Spitirivier, deze keer wel veilig kamperen. We hebben grote belangstelling van 5 kinderen, een plaatje waard. De meeste tenten waren al opgezet, wat een luxe. Met water uit de rivier heb mij gewassen. Het was wel wat zanderig, maar dat schuurt het vuil goed weg. Wat word je smerig in zo'n land, maar dat wordt iedereen dus het valt niet op.

Vandaag was Mark de pechvogel met een lekke band en een kei op zijn hand uit de bergen.

Kaza, maandag 30 juni 2003
Vandaag geen grote afstand, maar 27 km, in 1.58 uur met een gem. van 13,6 km/uur en een max. van 38,7 km/uur, met 426 hoogtemeters en we zitten nu op 3650 meter. We begonnen met een temperatuur van 15 graden, maar het werd snel 30 graden en nu (18.00 uur) is het 20 graden geworden bij een zonnige dag met af en toe wat wolken.

Bij het ontbijt om 6.00 uur was de etenstent al afgebroken, dus bij elke hap en slok een prachtig uitzicht op de bergen en de rivier. Met de opkomende zon een prachtig panorama. De zon was niet op tijd in het dal om de tenten te drogen, dus binnen- en buitententen apart opruimen.

Met Ellen en Ank hebben we alle spullen naar de truck gebracht en even later vertrokken wij drieën met Pol en de jeep naar het hoger gelegen Dankar klooster. De rest van de groep is de klim met de fiets gaan maken. De jeep slingerde langs de haarspeldbochten naar boven en we werden getrakteerd op prachtige vergezichten op bergen met kleuren, sneeuw, een vervlechtende rivier onder ons en zandsteen formaties die in de verte iets weg hadden van de Brice Canyon in USA. Het klooster en de omringende huisjes in dit berglandschap waren fantastisch om te zien. In het klooster, op een hoogte van 3850 meter, zijn wandschilderingen en kleden van vele eeuwen oud te bewonderen. Het is heel toeristisch: één blanke kwamen we tegen. Het klooster en de huisjes die tegen de bergwand geplakt zijn, gaven weer met de bewoners bijzondere plaatjes. En de uitzichten vanuit het klooster zijn indrukwekkend, zo mooi, en geen moment hetzelfde door de zon en de wolken die speelden met de grote steenmassa's.

Nieuw-2.jpg (20661 bytes)

Beneden had het hulpje van de chauffeur de hele tijd op de fietsen van Ellen, Ank en mij gepast. Eén van de banden van Ellen haar fiets was spontaan leeggelopen en wat bleek: bij het ventiel. Na zoveel indrukken van de overweldigende bergen en kleuren was het in het begin even rustig fietsen. Nu was snelheid ook niet mogelijk, gezien de staat van de weg en het fascinerende landschap. De zandsteenformaties en de brede rivier geven steeds weer nieuwe indrukken die je niet loslaten, dus regelmatig gestopt voor een foto en meteen vocht tot je nemen, want het wordt steeds hoger en je moet je keel wel blijven smeren. Onderweg zowaar een vos gezien die mijn pad kruiste en die even verderop nog even omkeek om te zien wat voor een soort van deze planeet ik was. Verder af en toe wat vogels, veel schapen, ezels en wat koeien.

In Kaza slapen we in een hotel, ik deel weer een kamer met m'n slapie Rob. Eerst de was gedaan, fiets schoongemaakt, heerlijk gedoucht met koud water (het elektra voor de boiler was uitgevallen), thee + water gedronken en wat zitten babbelen met Rob en andere reisgenoten. De hoogte geeft een zwaar gevoel in mijn hoofd. Hoogteziekte kan gaan opspelen, veel drinken is de remedie en goed luisteren naar de reacties van je lijf (vochtophoping, duizelig, zware hoofdpijn, e.d.).

Om 18.00 uur was het diner, het smaakte prima. De ruimte waarin we zitten, is heel bijzonder. Twee grote tafels, een grote lage tafel en enkele kleine tafels, aan een van de wanden grote foto’s van de Dalai Lama met vele boeddhistische afbeeldingen, sjaaltjes, kandelaars en wat kasten. In de hoek zit een vrouw in kleermakerszit op de grond bij een handnaaimachine een soort lakens aan elkaar te naaien, haar kind vliegt van binnen naar buiten en een man en een andere vrouw komen af en toe even kijken. Tijdens het eten en later bij de lage tafel krijgen we meer info over hoogteziekte en wat dan te doen. Het zware gevoel in mijn hoofd blijft hetzelfde en wordt zelfs minder tijdens het eten. In de gaten blijven houden. De meesten van de groep hebben alleen een zwaar hoofd, dus het gaat tot nu toe prima.

Losar, dinsdag 1 juli 2003
Wat een dag vandaag! 6,14 uur op de fiets gezeten, gem. 10,6 km/uur, max. 38,1 km/uur en op de keienwegen 6 km/uur, de afstand was 66 km, we hebben 1202 hoogtemeters gereden en zitten nu op 4005 meter hoog. Het was weer een dag met zon en wolken, met een temperatuur van 12 graden ‘s morgens naar 26 graden ‘s middags.

De eerste kilometers in een jack gefietst, want het was wel fris, geen warme wind. Bij de eerste brug na 4 km zag ik dat Ank verkeerd reed, roepen hoorde ze niet en dus kon Theo, die net kwam aan fietsen, er als een speer achteraan om haar weer op het goede spoor te brengen. Van de 66 km waren er vandaag maar 29 km geasfalteerd, verder bestond de weg alleen uit natuurlijke producten van keien en keien en keien en zand en regelmatig wat water van stroompjes die de weg kruisten. Dat keien in zoveel kleuren en grootte een soort wegdek kunnen vormen, is vandaag wel duidelijk geworden. Maar door de verschillende vormen en stapelingen blijft de aandacht naar het wegdek nadrukkelijk gewenst om niet op andere, grote stenen of in een afgrond terecht te komen. Om de imposante omgeving ook te kunnen zien, is regelmatig stoppen het devies en in combinatie met het soort wegdek is dat een goede mix. Af en toe kunnen we over paden rijden die uit leem bestaan en die bij het droge weer van nu goed te rijden zijn. Soms loopt zo’n pad parallel aan de weg, soms is het een afsnijding van een bocht. Eenmaal fietste ik bij deze alternatieve route op het leem dwars door een kudde met geiten en koeien heen, de herdershond bleef rustig. De pechvogel vandaag is zeker Claudine met 4 lekke banden, dus dat is plakken geworden. En de kampioen van vandaag is Rob, die met zijn betrekkelijk zachte banden niet lek heeft gereden.

Nieuw-3.jpg (19311 bytes)

Het aantal dorpjes wordt steeds minder en mensen zie je ook steeds minder langs de weg. De grootsheid van de bergen, zandpilaren en rivier blijft de aandacht vragen. Hoe verder we trekken hoe dichter de sneeuwgrens op ooghoogte komt, maar als we straks in het Taktsi dal slapen zit de sneeuw nog boven ons, hoewel het aantal bergen met sneeuw wel toeneemt in de omgeving. De lunchplek was schitterend, bijna boven een paar haarspeldbochten op een plek waar vroeger een meer was, aan de verschillende kleuren van het gesteente kun je dat goed zien. Het is mooi, mooier, mooist, hoe zullen de foto’s dit grootse landschap overbrengen?

De kampeerplek is langs een klein beekje in het Taktsi dal, met grote bergen met sneeuw, maar ook vele kleuren om ons heen. In het wat lager gelegen dal grazen vele bokken en koeien, zo te zien komen ze ook op deze kampeerplek. Het wassen in het ijskoude bergwater was heerlijk, weg stof, zweet en dieselroet. Om 18.00 uur heeft ‘Kokkie’ ons diner weer gereed.

Chatru, woensdag 2 juli 2003
Een hel was het af en toe vandaag, het wegdek van Parijs-Roubaix is vlak in vergelijking met wat we vandaag gereden hebben. Maar eerst de fietscomputer: we zitten nu 3300 meter hoog en hebben 761 hoogtemeters afgelegd. Ik zat precies 6.00 uur op de fiets, over een afstand van 56 km. Vanmorgen was het 6, op de top 14 en nu in de tent 30 graden. Veel zon en af en toe wat wolken, en regelmatig een stevige wind tegen.

Een lange nacht gehad, tegen 20.00 uur in de slaapzak en om 5.00 uur was er weer thee bij de tent. Het was behoorlijk fris toen ik uit de slaapzak kroop, maar dan word je snel wakker. Na ontbijt en tent afbreken kon de tocht beginnen. Alles vandaag over onverharde wegen, soms mocht het de naam ‘weg’ niet hebben. Een verzameling keien in vele kleuren en grootte met regelmatig wat zand ertussen of zelfs leem en ter afwisseling stroomt er hier en daar een beekje over de weg. De eerste 11 km omhoog naar 4550 meter, de Kunzum La, gingen goed. Niet te steil en wat een indrukwekkend uitzicht over toppen met sneeuw en gletsjers en kale hellingen. De gebedsvlaggetjes wapperden goed in de wind op de top. Alle voertuigen die de pas nemen, rijden links om de stoepa's en enkele mensen kwamen ook met sjaaltjes en een soort offergave bij een van de stoepa's. Ik ben rustig gaan dalen, ofwel behoorlijk in je remmen hangen en sturen tussen keien en water. Regelmatig stoppen om het indrukwekkende uitzicht op je te laten inwerken, want geconcentreerd rijden en gelijktijdig de omgeving zien, gaat met deze weg niet.

Nieuw-4.jpg (18091 bytes)

Beneden in het dal gaan we niet naar het Chandratal meer, want de weg is afgesloten door rotsblokken, dus we rijden nu twee dagen ‘voor’ en hebben de tenten opgeslagen bij de brug van Chatru. De weg langs de rivier de Chandra was zeer slecht en dat leverde vandaag 3 lekke banden op in de groep, zelf Rob reed lek na het advies van Pol om zijn banden harder op de pompen.

Bij het lokale tappunt langs de weg me even gewassen en dat voelt wel weer goed. Zonet even rondgelopen bij de drie winkeltjes en het café: dat was het dorp. Heerlijk thee gedronken en gebabbeld met de reisgenoten.

Jispa, donderdag 3 juli 2003
Van sneeuw tot (bijna) zonnesteek, met toetje van stof en dieselroet is een snelle samenvatting voor vandaag.

Eerst de gegevens. We zitten op 3280 meter, hebben 1537 hoogtemeters gereden, zaten 6.33 uur op de fiets, gemiddelde snelheid 13,7 km/uur, max. van 47,2 km/uur en de afstand was 90 km. De temperatuur is van 8 naar 25 tot 35 graden gestegen en om 20.00 uur weer 24 graden geworden, bij alleen maar zon, wind was er bijna niet.

Vanmorgen vroeg vertrokken om in mijn eigen tempo te rijden. Er bleek heel veel water over de weg te lopen en er waren zelfs sneeuwwallen langs de weg. Droge voeten houden was niet mogelijk voor dit gedeelte, regelmatig stroomt een beekje vanuit de bergen de weg over of volgt de weg en dan lijkt het wel waterfietsen. In Khoksar bij een paspoortcontrole een colastop gehad, nadat we het eerste asfalt gevoeld hadden. De jeep met chauffeur is niet meer bij de expeditie, maar teruggegaan naar Manali. De lunch was op 6 km voor Keylong op een prachtplek onder de bomen en met uitzicht op besneeuwde toppen. Het plaatsje ervoor is Rob ziek in de truck gestapt.

In Keylong is het gelukt Annie te bellen en ze was thuis. Wel bijzonder uit een aangebouwd hokje in de zon haar aan de lijn te hebben en haar proberen mee te nemen in de andere wereld waarin ik nu leef. Keylong leek wel een open riool, en straten lagen open en het stonk behoorlijk. Pol kwamen we in het dorp ook tegen. Alle verkeer stond vast op de ‘hoofdweg’ langs het dorp door een lange militaire colonne. Na de warme colastop, met de helft van de groep, was het even klimmen om weer bij de hoofdweg te komen en daar kregen we nog een staartje mee van de drukte van militaire en burger voertuigen. Dan ben je maar een fietser, vooral als er voor je wordt ingehaald, is het goed kijken naar de stand van de wielen van de tegemoet komende wagen. Recht op je af: de berm in, een licht schuine wielstand: langs het randje blijven fietsen. Soms komen zonder reden vrachtwagens vlak langs je rijden en willen de inzittenden je een hand geven, maar meestal krijg je een oorverdovend claxongeluid vlak achter je te horen. Op je hoede blijven! Vooral waar het asfalt weg is, is stuurmanskunst noodzakelijk.

Aan de dorpen waar we vandaag doorheen fietsen merk je dat het weer Hindoeïstisch is geworden met af en toe een stoepa. De mensen in de dorpen blijven zich verbazen over die blanken op fietsen en vaak hoor je ‘hallo’ of ‘julee’ roepen.

image004.jpg (22722 bytes)

De warmte was duidelijk merkbaar en er werd besloten de dagafstand niet te wijzigingen en bij het plaatsje Jispa te kamperen. Nu, dat is voor de lokale bevolking een uitje. Op een kleine weide langs een stroompje worden de tenten neergezet, de weide is van de weg gescheiden door een stenen muurtje waarop voornamelijk mannen naar ons zitten te turen. Wij zijn voor de lokale bevolking een bezienswaardigheid. Er is geen tappunt, wassen is alleen mogelijk 20 meter verderop aan de andere kant van de straat bij een bron. Daar aangekomen met nog enkele anderen van de groep krijgen we van een oude baas te horen dat water nemen wel mag, maar dat niet gebruikt water terug moet, omdat het hun drinkwaterpunt is. Met een stalen bak uit de keuken water scheppen en dan al het roet en zand van je af boenen onder toeziend oog van een tiental Indiërs. Je wordt vanzelf weer wat lichter van kleur.

 

Avondeten deden we in de buitenlucht, met o.a. twee heerlijke pizza's en nog meer lekkers, met schitterend uitzicht op een paar besneeuwde bergtoppen, waarvan de kleur veranderde door de ondergaande zon. Na zo'n dag piept en knarst er wel wat aan je fiets, maar van het schoonmaken van de fiets is niets gekomen. Misschien morgen vroeg nog, maar dan staat er heel wat klimwerk op het programma.

Sardi Kilang, vrijdag 4 juli, gletsjermeer
De koninginnetocht vandaag, wat een uitdaging en wat een indrukwekkend decor van bergen, sneeuw en vele kleuren!

De computer geeft aan dat we nu op 4420 meter hoogte ons kamp hebben opgeslagen, 2001 hoogtemeters hebben gereden, 7,20 uur op de fiets hebben gezeten, met een gemiddelde van 9,8 km/uur en een max. van 38,8 km/uur hebben gereden over een afstand van 72 km. Het is vandaag lang bewolkt gebleven en dat was wel lekker bij zo’n beklimming. De zon liet zich af en toe even zien, de wind was matig maar meestal mee, de temperatuur is gemiddeld 16 graden.

Omdat vandaag een stevige klim op het programma staat, vertrekken de langzame rijders eerder dan de rest, dus Ank en ik vertrekken om 7.30 voor onze rit van vandaag. Eerst door een slaperig dorp waar al heel wat mensen gadeslaan hoe wij ons door de plassen en kuilen van de dorpsweg een weg banen. Na 7 km komen we bij de Barai Nala rivier waar een checkpoint is. Een man met een trainingspak roept mij een klein heuveltje op waar twee legertenten staan. Uit de ene tent komt een man met een legeruniform en zegt, dat ik de andere tent in moet waar de man met trainingspak achter een piepklein bureau is gaan zitten. De tent is zo laag dat ik met gebogen hoofd moet lopen. Er is nog een tweede man die mij aanspreekt en zegt dat ik een ‘strong man for my age’ ben. Ik vraag hem of hij dan weet hoe oud ik ben ..... en tot mijn verbazing zegt hij ‘52 year’ en ik geef hem een compliment. Hij gelooft het niet, dus in het hindoes wordt aan de man in trainingspak gevraagd in mijn paspoort mijn geboortedatum op te zoeken en na het antwoord beginnen beiden te lachen. Ik mocht op een klein plastic stoeltje zitten tussen een bed en een kastje op een drijfnatte vloer met allerlei materialen. Na beantwoording van wat vragen kwam Ank binnen en zij kreeg een briefje mee met onze gegevens voor het volgende checkpoint 10 km verderop (blijkt 20 km). Nadat zij ons een goede reis gewenst hebben, gingen we de lange brug met de standaard losse houten planken over. Aan de andere kant van de rivier meteen klimmen, voorproefje voor straks. De weg is redelijk goed met af en toe alleen keien, maar water was vandaag wel steeds nadrukkelijk aanwezig. Probeerde ik de eerste keer nog droge schoenen te houden, bij de volgende waterpartijen kon je de bodem niet zien, dus stap voor stap door de stroomversnelling over de weg met de fiets aan de hand. Van dit ritueel, fietsend of lopend door het water, kreeg je ijskoude voeten, want het is sneeuwwater. Intussen waren de eersten van de groep ons al gepasseerd.

Bij een legerkamp aan weerszijden van de weg, met een slagboom over de weg, werden we door een vriendelijke militair aangesproken en hij maakte duidelijk dat wij het formulier niet hoefden af te geven. Na een babbel over het land en de vraag waar we vandaan komen, kreeg ik een stevige handdruk, waarna de slagboom omhoogging. Aangestaard door tientallen militairen reden Ank en ik over het militaire terrein met alle faciliteiten van keuken tot cinema tot officiersmess naar de volgende slagboom die door de op wacht staande militair direct werd geopend zodra hij ons zag. En ja, nu in dit ruige landschap ligt de Baralacha La met zijn 4900 meter voor ons.

Ik had me voorgenomen in mijn eigen tempo naar boven te rijden, dus op tijd rusten, eten, drinken en van het indrukwekkende berglandschap te genieten. Ank ging in haar eigen tempo verder en ik zag haar veel later op de top pas weer terug. De bergen hebben op de toppen nog sneeuw. In de flanken is een weg aangelegd met redelijk asfalt, al waren het soms weer grote keien en water uit de bergen, maar natter konden de schoenen en sokken toch niet worden. Soms was de weg links en rechts alleen maar rotsblokken. Wat een werk moet dat zijn geweest om aan te leggen en wat een werk ook om te onderhouden, want in de winter ligt hier een pak sneeuw en is het 40 graden onder nul! De weg is dan ook maar 4 maanden per jaar open. Als laatste kwam ik boven en ik werd gegrepen door het wonderlijke landschap en de vergezichten. Blauw, wit, grijs en bruine tinten en ver kunnen kijken! Snel wat kleren aantrekken, want er staat een koude wind. De lunch bij dit bijzondere decor naar binnengewerkt zonder dat ik wist wat ik at. Pol informeerde nog of ik last had van hoogteziekte, maar ik was alleen kortademig en dat is normaal op deze hoogte na zo'n inspanning.

Na de lunch afdalen, met beperkt asfalt, dus krijgen mijn fiets en ik zelf weer heel wat klappen op de vangen van het onregelmatige wegdek. Mijn zitvlees begint wel dun te worden of er begint eelt te groeien, maar ik voel het goed. Halverwege de afdaling stonden er enkele tenten die als café en winkel dienst doen. In een ervan even zitten. Eigenlijk meer liggen zoals enkelen van de groep op grote kleden (als een groot bed) wat liggen te drinken en te rusten. De rest van de groep komt ook in de tent en er worden zelfs sokken, muts en handschoenen gekocht. Na deze bijzondere stop verder naar beneden hobbelen en van verre zag ik het gletsjermeer met de vrachtwagen. Op het zompige terrein de tent opgezet tussen de honderden bloeiende edelweissplanten en de schapenstront. Even later, tijdens het eten, liep de kudde schapen het terrein over. In een beekje van ijswater mijn roet en stof afgespoeld en al stond ik te klappertanden: het voelde heerlijk en later gloeide ik weer. Het avondeten was weer prima, er gingen weer heel wat verhalen over tafel en tegen 21.00 uur gingen we vlak. Rob heeft het laatste gedeelte van de dag weer gefietst, maar Henk moest even rustig aan doen halverwege.

Sardi Kilang, zaterdag 5 juli 2003
RUSTDAG

Nee, vandaag niet gefietst. De fiets alleen maar aangeraakt en verder gewoon relaxt bij het gletsjermeer.

Na het ontbijt de was gedaan: een grote stalen bak met warm water uit de keuken gehaald, wat zeep er bij en dan op m'n hurken wassen maar. De bak had ik naast het beekje gezet, dus na het wassen (niet alles wordt schoon, maar alles ruikt weer even anders) met ijswater uit de beek een paar keer spoelen. Bij de tweede keer spoelen begonnen mijn vingers krom te staan. De was aan de lijn en gauw in de tent, handschoenen aan en muts op en ik werd weer warm. De was doen riep bij de meeste wel de thuissituatie op, waar alles hup in de automaat gaat in plaats van pionieren bij een beekje ijswater.

Iedereen was rustig wat aan het freewheelen. Na de lunch kon ik niet achter blijven bij Rob die zijn fiets helemaal, de eerste keer in deze vakantie, had schoongemaakt. Hij moest ook zijn achterremblokken vervangen, want aluminium op aluminium remt niet meer. Mark had zijn oude blokken nog bewaard en die pasten op Rob zijn fiets. Net als ik had Rob aan het begin van het seizoen nieuwe remblokken op zijn fiets gedaan. Mijn remblokken slijten ook snel, maar ik denk net deze vakantie te halen. Nog nooit vertoond in één vakantie een paar remblokken verslijten. Dit zegt wel iets over de fietsomstandigheden (veel sneeuwwater met zand). O ja, we kwamen er achter dat er gisteren geen lekke band was. Mijn fiets kan weer naast die van Rob staan (schoon). Morgen zal waarschijnlijk al na de eerste bocht de fiets weer een nieuwe kleur hebben.

Na fiets poetsen, de droge was binnengehaald, wat gelezen, een tukje gedaan en het verslag bijgewerkt, wat gebabbeld, wat gedronken, etc. Anderen gingen een stukje wandelen, kaarten, fiets poetsen, verslag bijwerken of slapen, allemaal heel relaxt.

Straks na het warme eten zal Pol wat vertellen over het boeddhisme, zodat we meer van de gebruiken, goden en afbeeldingen kunnen plaatsen bij de komende bezoeken aan kloosters.

 

Van de hoogte van 4420 meter heeft niemand veel last. Alleen niet te snel lopen of bukken, want dan is het naar adem happen. En veel blijven drinken.

Bij een klein stroompje na de Nakeela pas, zondag 6 juli 2003
Panorama's en 21 haarspeldbochten! De gegevens van de fietscomputer: we slapen vannacht op het hoogste punt van de trip tussen twee passen op 4700 meter, hebben 1093 hoogtemeters gereden, zaten 4.40 uur op de fiets, gemiddeld 14 km/uur, een max. van 45,4 km/uur en een afstand van 65 km afgelegd. Vanmorgen was het open en wat bewolking, later alleen zon en nog later weer bewolking, temperatuur vanmorgen bij vertrek 4 graden, op de pas 12 graden en nu, nadat de bewolking is verdwenen, 18 graden om 17.00 uur; wind matig en meewind.

Was dat even koud vannacht! Een stevige koude wind kwam van de besneeuwde bergen zo het dal in waar wij sliepen, het is net boven nul gebleven, maar lekker warm werd het niet in mijn slaapzak. Uiteindelijk met een muts op en extra kleren aan en op de slaapzak heb ik enkele uren geslapen met onderbreking van enkele sanitaire opluchtingen. De sterrenhemel was prachtig, maar mijn tent met slaapzak toch wel fijner.

Veel kleine oogjes bij het ontbijt, meer mensen hadden het koud gehad vannacht. Na het ontbijt met rijstepap, geroosterd brood, toast, ei en beleg was de bodem gelegd voor de tocht vandaag.

Om 6.30 uur zat ik op de fiets en dat ging over prima asfalt met grotendeels vals plat naar beneden door een vlak groen gebied met daarnaast de uitgeschuurde Yunam River met aan de oevers pilaren van zandsteen, los of gedeeltelijk vast aan de oever. Het is rustig op dit tijdstip, de hele wereld voor jezelf en allerlei bergen op korte afstand met vele kleuren met vele vormen steen met zandlagen ertussen.

Na ongeveer 15 km kon ik niet verder. Bij de politiepost werd het werk heel serieus opgepakt. Iedereen moest de tent/ politiepost in bij het passeren van de controle en er werd streng gekeken. Druppelsgewijs kwam de groep tot dit punt. Pol ging met onze paspoorten en aanwezige strookjes naar binnen en toen was het snel geregeld. De route kon vervolgd worden door een adembenemend landschap. Ik reed weer alleen en de bergen, rivier, kleuren namen bezit van me. Op mijn fiets probeerde ik een panorama van 360 graden in mij op te nemen, maar dat lukte niet, dus op een mooi punt op een rotsblok gaan zitten en 360 graden om mij heen gekeken, wel bijna een uur. Beneden kwamen drie watervallen in de brede meanderende rivier, rechts rotsformaties van bruin naar geel, links rotsen van paars/lila en daartussen een doorkijk naar hoge bergen met sneeuw. Dit kun je opschrijven of op foto vastleggen, maar het zal nooit meer dan een klein stukje weergeven van dit grootse landschap.

Aan het begin van de Nakeela Pas, met een totale klim van 700 meter en het eerste stuk met 21 haarspeldbochten, even water bijgevuld en wat lekkers van ‘kokkie’ gegeten. In mijn eigen tempo naar boven gereden om de grootsheid van het landschap in mij op te nemen. Bij het punt na de haarspeldbochten stopte iedereen even voor een prachtig overzicht van veel van deze bochten. Maar dan ben je er nog niet, verder klimmen over een afstand van 10 km. Onderweg was iedereen mij al gepasseerd. Ik kijk omhoog en zie de top nog niet. Al rij ik mijn eigen tempo, ik krijg trek, dus stoppen, wat koekjes eten, wat drinken en het landschap in mij blijven opnemen. Boven aangekomen, met applaus van de groep, snel wat aantrekken en mijn verdiende lunch eten. Daarna naar beneden suizen en bij een klein stroompje de tent opgezet tussen de twee passen. Het gebrom van de vrachtwagens die de Lachalung La opklimmen, hoor je goed. Dit is voor mij morgen naar het hoogste punt op de route. Het zal het ooit hoogst gemaakte verslag zijn en blijven? Het koelt weer af en het avondeten is bijna klaar, dus ik sluit af om 18.00 uur na een indrukwekkende dag.

Tsho Kar zoutmeer, maandag 7 juli 2003
Gegevens van de fietscomputer: we zitten nu 4540 meter hoog en hebben 811 hoogtemeters gereden, 5,31 uur op de fiets gezeten, gemiddeld 14,8 km/uur gereden met een max. van 47,4 km/uur en de afstand was 81 km.

Het was echt koud vannacht, de tenten waren allemaal bevroren en vanmorgen was het in de tent 1 graad boven nul. Vanmorgen om 4.45 uur zijn we gewekt om bij de beklimming van de Lachalung La de militaire colonne uit Pang niet tegen te komen. Daarom zat ik al om 6.10 uur op de fiets met vele lagen kleding en kromme vingers. Met beklimmen draait de inwendige motor al snel op hoge toeren, dus koud krijgen is er niet bij. Alleen boven op de Lachalung La was het fris met 6 graden op een hoogte van bijna 5000 meter. Na het nemen van een paar foto's was het afdalen naar Pang. De weg was zeer slecht, eigenlijk was het geen weg. Volgens Pol was twee jaar geleden de afdaling prima asfalt. Omdat je naar beneden ging, hoefde je niet te trappen, maar alleen te sturen en af en toe in de prachtige vallei te kijken. Pilaren van zandsteen en keien gaven een bijzondere vorm aan de vallei. Halverwege de afdaling zag ik de militaire colonne van tientallen vrachtwagens al aankomen. Bij een klein monument, waar alle anderen van de groep stonden te wachten, heb mijn fiets ook neergelegd. Wat blijkt: bijna alle voertuigen stoppen bij dit monument! De chauffeurs komen uit de truck, steken wierookstokjes aan, rinkelen een bel, leggen wat geld neer of zeggen een paar woorden. Omdat de voertuigen steeds stilstaan, wordt het een lange file. Aan een van de militairen gevraagd wat de betekenis van dit alles is. Hij vertelt, dat een van hun kameraden is verongelukt op deze plaats, het wrak lag beneden bij de rivier en ze gedenken hem iedere keer als ze langs komen. Toen een van de militairen het geofferde geld pakte om mee te nemen, vroeg ik waarom hij dat deed. Voor zover ik het begreep wordt met dat geld in het klooster een nieuw offer gebracht voor de kameraad. Omdat de file meer stilstond dan reed, zijn we voorzichtig aan de bergkant langs de voertuigen gereden tot einde file.

Voordat we bij het gehucht Pang aankwamen, heb ik weer een half uur op een muurtje gezeten en gekeken naar het spel van zon en wolken op de indrukwekkende rotsen en steenpilaren met kleuren van bruin, geel, goud en grijs en vele variaties daartussen. Op enkele plekken ligt nog sneeuw en de snelstromende beek beneden is goed hoorbaar. Nadat de laatsten langs gekomen waren, ben ik weer op pad gegaan tot een colastop in Pang. Pang is niet meer dan een politiecontrolepost, alleen maar tenten om te eten, drinken en slapen. Na de stop de brug over of door de rivier, want de brug wordt gerepareerd. Ik koos voor de brug, fiets op de schouder en over stalen liggers lopen met in de diepte zicht op de rivier. Iedereen, zowel de brug- als de rivierlopers, is goed aan de overkant gekomen. Na de rivier een klim van 300 meter naar de hoogvlakte en de lunch. De hoogvlakte op een hoogte van ongeveer 4500 meter was goed asfalt maar opletten blijft geboden, want soms mis je zomaar een stuk wegdek. Daarna was het even stayeren met wind in de rug en vals plat omlaag, dus het grote blad zit toch niet voor niets op mijn fiets.

Bij de afslag naar het Tsho Kar zoutmeer stond Pol te wachten bij het pad ernaartoe, eigenlijk een zandbak van 11 km, soms fietsen in rul zand, soms stilstaan en lopen. De brede banden van de mountainbikes zijn nu duidelijk in het voordeel. Dit pad brak mijn dag, zoveel plezier gehad en schitterende landschappen gezien en dan zo’n pad! Pol geeft bij het meer meteen aan dat morgenochtend alle fietsers met de truck naar de verharde weg teruggebracht zullen worden.

De kampeerplek is schitterend bij een groot zoutmeer, omringd door vele gekleurde bergen en verder niemand te zien. Af en toe een wervelwindhoos van zand en aan de overzijde van het meer van zout, een bijzonder gezicht. Zo’n windhoos heeft vanmiddag de tent van Rob ook meegenomen en die belandde in het meer, gelukkig niet zo ver. Met wat brak kwelwater me gewassen, want anders zou je helemaal wit worden van het zoute water.

Vandaag had alleen Henk een lekke band, het blijft een lekke bandentocht, maar ja waar rijden we af en toe ook overheen. Ik zal zo mijn ketting nog even smeren, want die lijkt wel bruin/grijs dropveter in plaats van blinkende schalmen.

Hemis, dinsdag 8 juli 2003
De hoogste pas op de route, de Taglang La (5240 meter), en de kleurenkloof naar de Indus.

De fietscomputer geeft aan dat we nu op 3625 meter hoog zitten, 1236 hoogtemeters hebben gereden, 6.43 uur op de fiets hebben gezeten, gemiddeld 15,9 km/uur hebben gereden met een max. van 48,3 km/uur; de afstand was 107 km. Het weer was goed met een start van 10 graden naar 16 graden op de top naar hier op 20 graden. De wind hadden we bijna de gehele dag tegen, behalve bij de beklimming van Taglang La.

Vanmorgen het gebruikelijke ritueel, alleen deze keer geen start met fietsen, maar een start met de truck, behalve Patrick en Claudine, die gingen wel fietsen in de ‘zandbak’. Zeven fietsen en berijders moesten in de truck, ofwel twee personen voorin zitten en vijf staan tussen de fietsen in de open bak van de truck. De rit ging prima en bij de verharde weg werden we afgezet. Allemaal reden we de juiste kant op om boven de 5000 meter te komen.

Onderweg naar de Taglang La kregen we nog enkele nomaden langs de weg te zien met kuddes Yaks en schapen. Vele Yaks hadden jongen, maar de nomaden gingen daar niet zachtzinnig mee om, even drinken bij moeders en de rest van de melk was voor de bazin. De weg was goed asfalt en de eerste 10 km wat glooiend, maar de volgende 18 km was het bijna 800 meter stijgen naar 5240 meter. Onderweg werd ik ingehaald door een militaire colonne, dus maar even wachten in de berm en genieten van het berglandschap. Ook word ik tijdens de beklimming o.a. ingehaald door Patrick en Claudine, wat een klimgeiten zijn zij. De weg was af en toe gitzwart van de nieuwe bitumen waar men met de weg bezig is. Uit platte bakken met kokend teer, grind en zand wordt met rijdende bakjes het gloeiende goedje op de weg aangebracht. Om een rechte lijn te houden wordt een dik touw langs de wegkant gelegd en op aanwijzingen van een man in uniform komen ze met de karretjes aanrijden. Wil je niet vast komen te zitten met je fiets, dan moet je wandelen langs de weg, al komen er toch behoorlijke klodders bitumen aan je wiel, maar die laten snel los. De weg is af en toe weg, maar water en keien hebben een zodanige samenstelling dat doorfietsen mogelijk blijft. Op een gegeven ogenblik zie ik de militaire colonne met alle bussen en vrachtwagens in de verte stilstaan. Onze truck staat er ook tussen. Wat blijkt: een van de militaire trucks is stuk en kan niet voor- of achteruit. Volgens Pol kan dit nog wel een uur duren, dus tussen de voertuigen door verder naar de top, waar ik redelijk opfiets met Henk.

Nieuw-5.jpg (20080 bytes)

Op de top hangen honderden gebedsvlaggetjes, staat een tempeltje en een werkplaats van wegenbouwers en is het uitzicht schitterend. Een van de wegenbouwers heeft foto’s van de groep gemaakt en zelf heb ik de grootse uitzichten vastgelegd waarop de weg die ik heb afgelegd en nog af moet leggen hopelijk goed is te zien. En dan die vele besneeuwde toppen, ja de Himalaya ligt aan je voeten.

In de afdaling was in het begin goed uitkijken voor het wegdek, met sneeuwduinen langs de weg; even een sneeuwpop op mijn fiets gezet. Het wordt weer druk, de legertrucks hebben ze aan de kant gezet en nu is het een stroom van allerlei voertuigen. De weg wordt beter en het wordt warmer en tientallen haarspeldbochten brengen mij naar het dal waar het nog heerlijk blijft dalen. In het plaatsje Rumptse hebben we de lunch weer bij groene veldjes en veel waterkanaaltjes. Rob kon na de lunch niet vertrekken, lekke band ofwel oude plakker los.

We gaan nu door een kloof, met grote stenen hanenkammen in de kleuren rood, lila en groen. Tussen de hanenkammen is het zachte zandsteen verdwenen en daardoor krijg je dit wonderlijke natuurverschijnsel. Onderweg de fiets nog even op de schouder genomen, omdat een stuk berg verwijderd was en de bulldozer nog wel even werk had. Na deze schitterende tocht door de kloof met zijn kleuren komen we in de Indusvallei uit. En daar kregen we toch nog wat heuveltjes met als toetje wind tegen, en de Indus volgen we stroomafwaarts. In Karu waren we weer compleet, al had Patrick net weer een spaak verspeeld.

De kampeerplek was zichtbaar, daarboven bij de bomen en stoepa's. Het was een kleine klim en we kwamen uit bij een soort ommuurde tuin met verschillende stoepa's. Het geheel is een onderdeel van het klooster van Hemis. Er staan hier meer tenten en er lopen veel paarden rond met bellen, die wandeltrekkings begeleiden. Bijna niemand heeft last (gehad) van de grote hoogte waarop we vandaag geweest zijn.

Hemis, woensdag 9 juli 2003
Tijdens het ontbijt wordt het al duidelijk dat dit een grootse lokale gebeurtenis gaat worden. Tientallen bussen, met mensen op de daken en hangend aan de bussen, jeeps afgeladen met mensen zien we de bergweg naar boven volgen langs onze tenten. Vandaag geen fietsen maar een kleine voettocht naar het klooster, waar vandaag een festival is. Zo’n festival wordt eenmaal in de zomer en eenmaal in de winter gehouden.

Op weg naar het klooster mengden we ons snel met de lokale bevolking, die allerlei prachtige gekleurde gewaden droeg, en monniken in hun rode mantels. Verder veel getoeter van jeeps en bussen. Hoe dichter bij het klooster hoe meer kraampjes met drank en eten en lokale huisvlijt.

Op het binnenterrein van het klooster kwam je oren en ogen te kort. Zoveel kleuren van klederdrachten, hoeden, gewaden, verweerde gezichten, kleine kinderen, monniken en sinds lange tijd in verhouding veel toeristen, waaronder ook Nederlanders. Je oren kregen veel geluid van praten, schuifelende mensen, hoorns en fluiten te horen. Ik blijf fotograferen, prachtige gezichten, kleurige kleding, muziekinstrumenten en de dansvoorstelling die op het binnenterrein wordt gegeven. Af en toe is het zelfs overdreven hoe de toeristen de plaatselijke bevolking op film of foto willen zetten. Ik blijf aan de rand van de voorstelling en krijg ook mooie plaatjes. Het klooster zelf is ook prachtig met een zeer grote boeddha in een ruimte en vele kamers met attributen voor de voorstelling. Verder zijn er gebedsruimten en een keuken (ik heb nog nooit zulke grote ketels gezien met rijst en saus en ook bestek had de kok genoeg voor de monniken). De lunch hadden we op de kampeerplaats en de weg ernaartoe was weer een mengeling van vele kleuren en geuren, want alle eettentjes hadden wat aan te bieden.

Het klaverjasspel was spannend zo te horen aan de stemverheffing. Mark heeft het achterwiel van Partick weer recht gekregen en Rob heeft zijn tent weer zoutvrij gekregen na het waaien in het zoutmeer gisteren. Ik sluit het verslag voor vandaag. Wat gebeurt er toch ontzettend veel in zo'n vakantie (expeditie)!

Leh, donderdag 10 juli 2003
Gegevens van de fietscomputer zijn: we zitten in het hotel Panorama in Leh op een hoogte van 3650 meter, we hebben toch nog 531 hoogtemeters afgelegd vandaag, ruim 2 uur gefietst, gemiddeld 19,4 km/uur gereden met een max. van 59 km/uur en de afstand is 46 km. De gehele dag zon met bewolking bij een temperatuur van gemiddeld 25 graden en een briesje tegenwind.

Gisterenavond was een gezellige afsluiting. De keukenstaf had een grote caketaart gemaakt met de tekst ‘polbike’. Na het eten bij de koffie werd in een ronde kring van alle deelnemers en de complete staf op een leuke manier afscheid genomen van de staf. Theo en Rob hadden een algemeen verhaal en voor iedereen een persoonlijk woord en de bekende envelop. Tijdens het eten gisteren nog een break gehad om het schitterende schouwspel van de ondergaande zon te aanschouwen bij de bergen aan de overzijde van de Indus.

Vannacht prima geslapen voor de laatste keer in mijn tent, ontbijt buiten bij een opkomende zon, maar ook veel wolken en dit gaf een mooi kleurenpalet op de omringende bergen. Rustig met z'n allen de berg afgedaald naar de Indus en een stuk stroomafwaarts gefietst in deze vruchtbare vallei. Het contrast tussen bouwgrond en woestenij/kaalheid is heel groot. Na 20 km even omhoog naar het Thikse Monastery.

Een klooster met prachtige kleuren en op een berg boven de vallei. Veel bloemen in potten maakten alles tot een nog kleuriger geheel. In het klooster een (toekomstig) boeddhabeeld van twee verdiepingen hoog met prachtige afwerking en details. Een verdieping hoger waren verschillende gebedsruimten en in een ervan ging ik naar binnen nadat ik mijn schoenen had uitgedaan. In een hoek van de ruimte van 3 bij 5 meter zat een roodkapmonnik hardop voor te lezen van streepjes papier van 5 bij 20 centimeter die hij een voor een omsloeg. In de ruimte was verder niemand behalve twee spitsmuisjes die over de vloer en tussen de olielampjes of boeddhabeelden renden. Een vond mijn tas wel interessant maar bleef toch op afstand. Het voorlezen ging met monotone stem. Op een gegeven moment wordt op een trom en bekkens geslagen, later rinkelde er een bel en werden er stokjes wierook aangestoken. De muisjes gingen gewoon verder met hun onderzoek en maakten niets van het lawaai in deze ruimte. Mijn oren suisden nog even na.

Boven op het dak even uitwaaien en genieten van het overzicht van de groene Indusvallei. Na het bezoek aan dit klooster was een rit met de fiets van 15 km voldoende voor het volgende bezoek aan een orakel. Na even zoeken en een niet te begrijpen uitleg en ontkenning van de Indiërs, bleek het orakel wel aanwezig te zijn, volledig in trance. Via een droge rivierbedding (de fietsen konden blijven staan bij het einde van de weg, iemand van de staf bleef erbij), een paar steegjes, een stal met kleine deuren en twee koeien kom ik op een klein pleintje en in een kleine huisje zou het moeten zijn. Een kamer van 5 bij 5 meter met keuken, tafel, kast en 20 personen en nu wij er nog bij met 10 mensen wordt het dringen. In het minikeukentje van 1 bij 1 meter konden Pol en ik net hurken. Voor mij op een kleed met veel spullen, zoals sjaals, rijst, bel, tak, potjes met iets erin, een trom, etc., zat een vrouw van volgens mij tegen de negentig te prevelen. Wie iets te vragen had aan deze geheel in trance zijnde vrouw kon naar voren schuiven en via een tolk werd het van Engels in Nepalees voor haar vertaald. Afhankelijk van de vraag, kreeg je advies en soms een draad om je vinger of een sjaal/touwtje om je nek gebonden. Voor een lokale jongen met behoorlijke uitslag op zijn gezicht werd er zelfs een gloeiend heet mes bijgehaald waar zij haar tong langs liet gaan en daarna blies zij in het gezicht van de jongen. Er heerste een bijzondere, maar geen gespannen sfeer, mensen praatten, kinderen huilden en ik kon gewoon foto's maken. Een heel bijzonder moment was toen ze uit de trance kwam: beven, allerlei rituelen uitvoeren, bijvoorbeeld slaan op haar rug. Toen ging de kap van haar mond en zat er een gewoon lief vrouwtje dat vriendelijk babbelde met een klein kind vooraan in haar huisje.

Via de steegjes, koeienstal en rivierbedding kwamen we weer bij onze fietsen. De voorband van Ellen was geknapt, er bleek een plakker los. Daarna als groep naar Leh en dat was weer even wennen aan de drukte van de stad! Vlak voor de stad waren weer tientallen mensen met handen, beitels en schoppen een weg aan het verbreden: uit de berg een groot rotsblok laten rollen en zo verhakken dat er klein grind overblijft voor het asfalt, alles alleen maar handkracht. Pol loodste ons door Leh heen. Wat een sfeer met winkels, mensen (lokalen, Nepalesen, Tibetanen, hippieachtige westerlingen, etc.), getoeter, dieren, geuren en stank. We kwamen net buiten de stad in een rustige omgeving in hotel Panorama aan (het enige hotel met centrale verwarming volgens het reclamebord; ‘s winters is het hier min 40 graden). De lunch werd met de staf van Remo genuttigd op het terras van het hotel en daarna namen we definitief afscheid van hen.

De kamer deel ik weer met Rob. We hebben schitterend uitzicht op de Stokbergen met pieken boven de 6000 meter met sneeuw. Na een heerlijke warme douche sinds 17 dagen was ik weer een ander mens.

Leh, rustdag, vrijdag 11 juli 2003
Nu, een rustdag bij deze expeditie is ook betrekkelijk.

De fietscomputer geeft aan dat we op 3650 meter hoogte zitten, 52 minuten op de fiets gezeten en een afstand was 10 km gereden. Vandaag zonnig, af en toe een wolk, met temperaturen tot 25 graden en een licht briesje uit het noorden.

Vanmorgen uitgeslapen, 8.00 uur ontbijt, maar vóór 6.00 uur was ik al wakker. Rob gaf ook tekenen van leven, dus hebben we de gordijnen opengedaan en vanuit onze bedden genoten van het prachtige uitzicht op bergen van 6000 meter hoog met sneeuw en de zon die als het ware met de kleuren van de bergen aan het spelen was. Iedereen bleek vroeg wakker, maar de meesten hebben zich nog maar een keer omgedraaid.

image006.jpg (15644 bytes)

Na het ontbijt ben ik op pad gegaan met mijn fiets op zoek naar een gebruikte kentekenplaat, het liefst uit dit district, voor mijn verzameling. Bij verschillende garages geweest, maar het taalprobleem is een barrière. Bij de vijfde zaak begrepen ze mij ook niet, maar wel dat ik iets wilde vragen in het Engels. Ik werd gewenkt om even mee te lopen naar de buurman. Fiets tussen de motor- en auto-onderdelen neergelegd. De buurman, een bakker, bleek een beetje Engels te spreken. Het was hem snel duidelijk wat ik bedoelde en ja hoor aan de overkant van de weg is het gelukt een gebruikte plaat te krijgen bij een ijzerwarenzaak. Nagekeken door een paar verbaasde Indiërs ging met mijn ‘schat’ terug naar het hotel in Leh.

Na de lunch, tegen 2 uur met bijna iedereen aan de wandel naar het oude paleis en twee kloosters, via het centrum van Leh achter de moskee langs. Het was een pittige wandeling, maar met prachtige vergezichten. Na de wandeling ben ik begonnen met het verslag, je maakt wat mee op een vrije dag. Patrick is teruggekomen uit het centrum met gebak van de Duitse bakker en dat was toch lekker.

Leh, ‘rustdag’, zaterdag 12 juli 2003
Bijna dood, maar weer opgestaan, de grens!

De fietscomputergegevens zijn: we zijn en blijven op 3650 meter hoogte. Ik heb 1530 hoogtemeters gereden, was 4.33 uur onderweg, gemiddelde 6,6 km/uur en ik heb 30 km gefietst. Vanmorgen bij een bijna strakblauwe hemel begonnen om op onze rustdag de hoogste pas de Khardung La te beklimmen naar 5300 meter. De wind is minimaal en temperatuur is rond de 25 graden en later 15 graden

 

Afgelopen nacht alleen maar liggen draaien, grote druk op mijn maag en daarna…. een opluchting en slap tegelijk. Bij het ontbijt bleek dat Patrick en Henk ook niet fris uit hun ogen keken. Met een raar gevoel in m’n maag en niet te sterk op de benen ga ik naar buiten. Tegen kwart negen gaan we met z'n allen op weg op onze rustdag. Het eerste stuk door de ‘buitenwijken’ van Leh krijgen we regelmatig de groet ‘Julee’ en dan de klim naar de Khardung La.

Het is vanaf het begin klimmen en dat verandert niet. Ik word beloond met prachtige uitzichten op de Stokbergen met allemaal besneeuwde toppen. Keek je in het begin tegen de bergen, hoe hoger de klim vordert kijk je steeds meer tegen de bergen aan en worden de toppen steeds witter omdat je er steeds meer op kan kijken. Al snel ben ik de laatste die aan de klim bezig is. Op een gegeven moment passeert Pol en ik vraag hem of hij water kan bijvullen. Water bijgevuld, een blik naar boven en ik zie stippen die bewegen, dus er is nog wat te doen voor mij. Met goede moed weer verder, maar als de kilometers vorderen en dus ook de hoogte, wordt de kracht in mijn lijf minder. Bij een checkpoint kan ik zo doorrijden.

Het wegdek wordt wat minder maar is nog prima te fietsen, met mijn snelheid van 5 tot 6 km/ uur. Ik kijk nog eens naar boven waar de weg blijft en zie geen bewegende stippen meer. Op mijn eigen tempo kom ik ook boven, ik reken wat na en zou tegen 15.00 uur boven moeten zijn. Regelmatig stoppen voor wat eten, drinken en extra lucht. Af en toe word ik wat duizelig, maar het zicht op de weg en omgeving is nog goed. Ik neem een wat langere pauze voor eten en drinken en stap weer op, maar na enkele minuten voel ik me weer duizelig worden. Ik knijp in mijn remmen, sta binnen een seconde stil en leg mijn fiets op het wegdek. Voordat de fiets ligt voel ik me alsof er een bom gaat ontploffen vanbinnen en…... . De duizeligheid trekt weg, ik kijk naar de omgeving. Wat nu, hier blijven? Nee, want hoe lang. Terug? Nee, want ik ben wel verzwakt. In de verte zie ik een loods bij een haarspeldbocht. Al mijn krachten verzameld, op de fiets gestapt en mijn fiets in de loods gezet. Net toen ik de loods uit kwam, stond er een militair in de deuropening. Ik vraag of ik de fiets mag laten staan, en vertel hem dat ik naar de top wil waar de andere fietsers en de truck zijn. Hij maakt duidelijk dat dit geen probleem is en dat er zo een voertuig aankomt. Ik ben verbaasd want deze pas is heel rustig met verkeer. En ja, uit het niets zie ik een kleine militaire jeep aankomen. Ik stap midden op de weg, maar voordat ik wat kan zeggen hebben de militairen van de jeep en de loods contact en krijg ik een seintje dat ik achter in de jeep mag. Ik bedank ze voor de lift. Het is alsof er een turbo in die jeep zit, hij vliegt omhoog over keien, gaten en water, met moeite kan ik mij vasthouden aan de voorstoel om er achter niet uitgegooid te worden. Er wordt harde Hindi muziek gedraaid. Ik begin steeds sneller te ademen, tot hijgen aan toe. De top kan niet ver zijn, hooguit 7 km. Op een gegeven moment zie ik vlak voor de top de truck het pad afdalen, de weg is nu veranderd in een keienpad. Ik geef een seintje aan de militair voorin dat hij moet stoppen bij de truck. Vlak bij de truck geeft de jeep een signaal te stoppen. Patrick en Pol komen er aan, helpen mij naar de truck. Waar mijn fiets is hebben ze begrepen, zo krijg ik te horen. Hoe lager we komen hoe rustiger mijn ademhaling wordt. Patrick vertelt dat hij al zijn reserves heeft moeten aanspreken om boven te komen, maar dat hij dat van zichzelf moest. Hij heeft Claudine net boven ten huwelijk gevraagd en ze heeft ‘ja’ gezegd. Bij het checkpoint aangekomen, is mijn ademhaling weer redelijk normaal. De truck moet weer omhoog en ik kan aan de kant van de weg even bijkomen. Mark en Theo blijven voor de zekerheid bij mij. Bij het checkpoint is genoeg te zien. Wachtende bussen, mensen en daartussendoor lopen yaks, honden en kleine kinderen. Op een gegeven moment komt de legerjeep terug waar ik in gezeten heb en stopt bij een loods. Er komen verschillende militairen aan, allemaal in het gelid als de voorste militair uitstapt, een hoge oom waarschijnlijk. Dan ziet hij mij aan de kant van de weg zitten en gebaart dat hij de loods nog niet in gaat. Hij komt naar mij toe, vraagt hoe het mij gaat en ziet waarschijnlijk dat deze plek beter is dan die van 15 minuten geleden. Ik bedank hem nogmaals en dat wordt ontvangen met een brede glimlach. Hij loopt terug naar de loods en de manschappen springen weer in het gelid als hij de loods ingaat.

Na een halfuur kwam de truck terug en passeert iedereen het checkpoint. Mijn fiets ging verder met Pol en ik ging verder met de truck. Al hobbelend en met af een toe blik op de omgeving kwam ik weer terug bij het hotel.

Daar bleek dat Henk de gehele dag op bed had gelegen en goed ziek was. Ellen vertelde haar verhaal dat ze bovenop de top van de Khardung La het restant van het as van haar overleden moeder had verstrooid. Rob had met zijn laatste krachten de top had gehaald en dus zijn weddenschappen gewonnen. En zo had iedereen een bijzondere invulling gegeven aan de ‘rustdag’.

Wat een dag, maar wat kan het allemaal snel veranderen!

Lamayuru klooster, zondag 13 juli 2003
Heeeeerlijk geslapen, ik voel me een ander mens. Na het opstaan een koude douche en de dag ziet er meteen heel anders uit. Bij het ontbijt blijkt Henk weer een beetje opgeknapt, maar is Claudine helemaal leeg. Mijn ontbijt bestaat uit wat broodjes met jam en veel thee, het smaakt goed. Om 8.00 uur vertrekken 3 jeeps naar het Lamayura klooster, ongeveer 120 km van Leh af. Temperatuur circa 20 graden, regelmatig bewolkt en bij de lunch zelfs een spat water, wat was dat ook weer?

Het wordt een indrukwekkende jeeptocht in een landschap dat steeds boeiender lijkt te worden. Langs de Indus is goed het verschil te zien van in het zuiden het zandsteen en aan de noordkant het graniet.

Onderweg wordt regelmatig gestopt voor een foto of om even bij te komen van het gehobbel, aangezien de meesten even wat minder energie hebben. Mijn maag blijft in orde en alles blijft erin. De vergezichten over Indus en de omringende bergen blijven boeien, stof en dieselroet behoren tot de normale ingrediënten van dit land.

Bij het klooster van Alchi stoppen we om de oude Boeddhabeelden, schilderingen en gewaden te bekijken. Honderden jaren oud en vooral de muurschilderingen zijn met veel precisie geschilderd, met recht is dit monnikenwerk. De toegang is meestal zo laag dat ik, naast bukken voor mijn hoofd, ook rekening moet houden met mijn rug. De lunch wordt gegeten bij het klooster bij een restaurant, waar we alleen drinken nodig hebben, want al het eten is meegenomen vanuit het hotel. Alles kan in deze boeddhistische wereld.

Na de lunch de weg voorgezet en natuurlijk weer een checkpoint. Wat gedronken en toen bijna 600 meter stijgen via vele haarspeldbochten naar het klooster, adembenemend wat een uitzichten. Bij een soort maanlandschap met bijna een gele kleur blijf je foto's te maken. Dit landschap zou ontstaan zijn doordat een natuurlijke dam bezweken zou zijn, waardoor deze bijzondere kleur en vorm is ontstaan. Het klooster zou vroeger aan de rand van het meer gestaan hebben, waar nu alleen maar woeste bergen in vele kleuren te bekennen zijn.

Tegen 15.00 uur komen aan bij het klooster en ik krijg met Rob kamer 16. Een ruimte met rood tapijt, met twee eenpersoonsbedden met lakens en een kussen en verder alleen een klein ingebouwd kastje. De gangen zijn van kale beton, aan het eind van de gang zijn wastafels en toilet.

Om het hotel giert de wind op z'n tijd en ik zie allerlei monniken praten, eten, ambachtwerk doen als houtbewerken en met de hand voorbereidingen uitvoeren voor betonwerk, maar ook zie ik er enkelen een danspasje oefenen of muziek maken. Zonet was er hoorngeschal op het dak van het klooster recht voor me, voor de aanvang van de dienst.

De plek van dit klooster is al honderden jaren een bron voor meditatie en handel. Er heerst ook een bijzondere ontspannen sfeer. Ik ga zo eens een kijkje nemen in de omgeving.

Vervolg; net rond het klooster en de vele gebedstrommels gelopen en gedraaid. Ik liep met twee stokoude vrouwtjes mee die volgens mij nog geen 1,50 meter halen. Op een gegeven moment was er een overkapping op het pad, de twee liepen door maar ik kon net op tijd mijn hoofd bukken. De twee hadden pret aan hun ogen te zien. Het ijs was gebroken, na poseren voor de foto hebben we met z'n drieën de omloop nog tweemaal gevolgd.

Na nog indrukken van de omgeving vastgelegd te hebben was het avondeten er en het smaakte me prima. In deze bijzonder ontspannen sfeer ga ik nu in mijn slaapzak.

Leh, maandag 14 juli 2003
Even over 6.00 uur werd ik wakker van monniken die met trommels en twee grote hoorns van het klooster naar het plein bij het hotel liepen. De actie op het plein was slow en bleef beperkt tot een groep monniken die een soort danspasjes uitvoerden. Eén van de monniken deed de passen voor, want het ging niet allemaal gelijk, maar het was wel een leuk gezicht met die rondwapperende gewaden en het monotone geluid van troms of bekkens. Bij dit geluid hebben we ons ontbijt genuttigd.

Na het ontbijt het klooster bekeken, wat ten opzichte van andere kloosters behoorlijk licht was en daardoor kwamen alle kleuren van gewaden, sjerpen e.d. goed uit. Het was gewoon een fleurig gezicht. Daarna ben ik rustig afgezakt naar beneden naar het dorp. Af en toe lijkt het wel of je in andere eeuw loopt, zo eenvoudig het leven hier zijn gang gaat. Het dorpstafereeltje heb ik rustig op mijn hurken gadegeslagen. Terug in het hotel bleek het ritueel van de monniken nog steeds gaande te zijn. Regelmatig kwamen lokale bewoners het ritueel gadeslaan, op hun hurken onder een galerij in de schaduw. Enkelen met gebedsmolentjes en anderen met een soort rozenkrans. Op een gegeven moment was de dans afgelopen en werd een tekst door een monnik voorgelezen waarnaar iedereen aandachtig stond te luisteren. Daarna kon de lokale bevolking sjaaltjes kopen en mochten ze een voor een naar de hoofdmonnik op een kussen die de hele ochtend de dans had geleid. Iedereen die een sjaaltje aan de monnik gaf, kreeg een touwtje terug. En maar buigen en knielen. Na dit gedeelte werd de ‘winst’ geteld van de sjaaltjes en het geld dat ertussen zat.

Het werd tijd om met de jeeps te vertrekken, door een wonderlijk berglandschap met kleuren van geel, paars, bruin tot groen. We kwamen zelfs fietsers met bagage tegen die tegen de wind de berg opfietsten en even applaus kregen vanuit onze jeeps!

In het hotel de fiets eerst een kilo lichter gemaakt door met water uit een beekje en een oude sok de meeste modder eraf te spoelen. Daarna de doos gerepareerd, de fiets verbouwd en in de doos geschoven en de doos dichtgedaan. De tassen geordend (let op de kilo's, Kees). Nu afsluiten, want morgen is het vroeg dag. Het wordt weer een lange dag morgen, slaap halen we later wel in.

Delhi, dinsdag 15 juli 2003
Fiets mist vliegtuig!

Vanmorgen om 4.30 uur gewekt door Pol en om 5.00 uur was het ontbijt. Voordat ik ging eten nog even genoten van de prachtige zonsopkomst over de Stok Mountains, geen wolk aan de hemel, nog een volle maan en de eerste zonnestralen op de besneeuwde toppen, met nog geen andere geluiden dan vogelgezang. Kwart voor zes stonden er al drie jeeps en een truck voor de deur om ons en de fietsen op te halen. Kleine rit naar het vliegveld en dan gaat het wel wat anders dan in de westerse wereld. Voordringen kunnen de Indiërs als de beste en achter onze fietsdozen weten ze ook nog weg te kruipen. Maar na enig gedrang waren we binnen. Dan alle bagage door de scan, ook de dozen en dat kan natuurlijk niet. Gewoon de dozen ernaast schuiven, vriendelijk blijven praten en dan blijkt het goed te zijn, nadat een van de beambten toch even in een gaatje van een doos had gekeken. Als groep ingecheckt. We hadden zelf 28 stuks bagage geteld, maar volgens de balie waren het er 29, maar later weer 27 en uiteindelijk toch 28. De handbagage moest ook als bagage mee. Dan naar de persoonlijke controle voor de tweede keer en niet eerder dan dat je al je gegevens in een groot boek had opgeschreven. Daarna kwamen de hokjes voor vrouwen en mannen om te fouilleren, maar ik mocht doorlopen naar een volgende beambte, die wel belangstelling had voor mijn bidon: even erin kijken, ruiken en toen ik een slok water nam was alles oké. Ik kreeg een hand en kwam in de wachtruimte.

Net buiten de wachtruimte stond buiten weer alle bagage, na een lopende band van 10 meter, toen alles weer controleren en van stempels voorzien. Weer naar binnen en daarna weer naar buiten waar vrouwen en mannen afzonderlijk gecontroleerd werden. En weer was mijn bidon interessant. We moesten in een bus stappen en werden over een hobbelweg naar het vliegtuig gebracht. We zagen dat een stuk bagage van een kar viel, maar wel opgeraapt werd. Vlak voordat we met de bus vertrokken, bleek dat de fietsdozen van Ellen en mij bleven staan, maar zoals we eerder deze reis al hebben gezegd: ‘loslaten’. Het vliegtuig was een prima Boeiing met vriendelijk personeel dat hard moest werken om ons op de vlucht van 1,5 uur een volledig ontbijt voor te schotelen.

Het werd een spectaculaire vlucht, eerst omhoog vanuit het Indusdal en dan klimmen over de toppen van 5000 tot 6000 meter. Schitterende vergezichten van alleen besneeuwde toppen en grote gletsjers, een indrukwekkend schouwspel bij een heldere hemel. Later werd het weer wat minder door bewolking, maar toen vlogen we de bergen uit. De landing in Delhi ging prima. Toen bij de lopende band bleek dat men ook de fietsdozen hierop legde, werd er even vreemd gekeken, maar alle bagage en fietsdozen kwamen via de band binnen behalve de drie kogadozen van Henk, Ellen en mij. Na even zoeken bleken er twee nog buiten te liggen, ze waren te groot voor de band en na even overleggen werden ze via de personeningang binnengebracht. Maar waar is mijn fiets?!? Een dame van de luchthaven wist wel raad. Papieren invullen, Pol ging met haar mee en kwam even later terug met de mededeling, dat aan het eind van de ochtend mijn fiets met een vlucht van Air India naar Delhi wordt gevlogen en in de loop van de middag zal worden afgeleverd in het hotel. Mijn fiets heeft dus letterlijk het vliegtuig in Leh gemist. Vanavond maar eens informeren of hij terug is en hoe hij is afgeleverd, want de dozen gaan plat het vliegtuig in.

Met de bus weer van het vliegveld naar het hotel vervoerd. Het hotel ‘Broadway’ op de grens van Old Delhi is prachtig ingericht, helemaal in de stijl van Broadway en de filmhelden. De middag is nog lang na de lunch in het hotel, dus Rob en ik gaan aan de wandel. Na tien stappen buiten gezet te hebben voel je de warmte en de hoge relatieve vochtigheid, ofwel alles plakt. En wat ruik je, zie je en voel je een heel andere wereld! Overal mensen die zitten, kijken, werken, lachen of slapen. Onder een afdak staan op een tafeltje veel oude typemachines, waar mensen brieven maken, heel klantgericht werk. Even verder staan een paar koeien bijna met kop en kont strak in de ruimte. Ze worden gemolken en vijf meter verder is de bakker brood aan het bakken, worden fietsen gerepareerd en wordt door kinderen met water gegooid. Er is in deze ‘middeleeuwen’ ook een telefoonshop en wat blijkt: ik kan ook buiten India bellen! Ik krijg alle ruimte om op een gammel krukje te zitten, tussen wierook, stukken vlees en zakken meel. Er staat een toestel voor me, waarbij het gokken is waar de cijfers precies zitten (versleten en vet), maar ik krijg helder Annie aan de lijn, het lijkt wel een wonder.

Later in de middag in het hotel een klop op de deur, Pol: "Kees er is wat afgeleverd voor je vanmiddag". Wat bleek: de doos, het voorwiel en de rest van m’n fiets waren afgeleverd, maar allemaal apart. Het lijkt wel of mijn fiets een bijzondere aantrekkingskracht heeft. In de gang voor de kamer van de ‘doos’ weer een doos gemaakt met de laatste restjes plakband die ik nog had, de fiets er weer in geschoven en het geheel geparkeerd op de kamer. De fietsreis wordt vervolgd.

Delhi, woensdag 16 juli 2003
Een telefoon rinkelt in het holst van de nacht en Rob en ik komen als zombies uit bed, het is kwart over vier, wassen en naar beneden voor het ontbijt. Het is donker en het motregent buiten. Bij de bar, waar het ontbijt wordt geserveerd, zitten de overigen van de groep heel rustig aan de toast, ei en koffie of thee. Er wordt wat gepraat, maar iedereen is rustig bij de start van deze lange dag. Tegen vijf uur heeft iedereen het ontbijt naar binnen gewerkt en kunnen we naar buiten om naar de bus te gaan.

Buiten staat de stad niet stil. Van alle kanten komen vrachtwagens, bussen en vooral brommertaxi’s langs. De kantoren zijn nog leeg, maar in de portieken slapen veel mensen. Enkele buitenslapers naast het hotel krijgen te horen dat ze niet in het portiek moeten blijven en een vroege bedelaarster wordt met norse stem weggestuurd. Wachten, geen bus, Pol gaat bellen, de bus zit vast in het verkeer, wachten, de zon laat zich zien en daardoor wordt deze ochtend meteen fleuriger. Nog een keer bellen, geen gehoor, nu niet langer wachten: er worden twee minibusjes geregeld die achter elkaar naar het station van Delhi rijden. Hier is het een chaos met veel claxons, pratende mensen, slapende mensen op de meest bijzonder plekken: naast een afvalbak, op de trappen naar de perrons, soms vier naast elkaar. Dan weer een hond die zijn kostje op dit vroege uur aan het zoeken is en regelmatig een rat die zeker zijn kostje wel weet te vinden tussen de bergen afval voor het station. We lopen onder de overkapping door over de perrons naar de andere kant van het station, waar de man van Remo ons naar de trein zou brengen. Maar er is niemand van Remo, alleen honderden andere Indiërs die hun trein zoeken. Even wachten en dan maar vragen waar de trein naar Agra vertrekt. Op het juiste perron blijken we de man van Remo tegen te komen als we bijna bij de juiste coupé zijn aangekomen. De airconditioned coupé is bijna helemaal vol als wij hebben plaatsgenomen. De trein zet zich enkele minuten later in beweging en onze reis naar het zuiden is begonnen. Al snel krijgen we een fles mineraalwater en een kleine lunch aangeboden. Daarna val ik in slaap en word vlak voor Agra wakker gemaakt.

Nieuw-6.jpg (16595 bytes)

Op het perron de gebruikelijke drukte. Verkoopstalletjes, veel goederen in kisten en soms los opgeslagen, slapende mensen en etende mensen op de grond van het perron en dan regelmatig een rat of een hond die er tussendoor schiet. Midden op het perron staat een grote Indiër die ons welkom heet als de ‘polbike’ groep. We lopen braaf achter hem aan tussen alle mensen, bagage en dieren. Buiten een wirwar van voertuigen en mensen. We komen bij een ruime toeristenbus helemaal speciaal voor ons, we nemen plaats en de Indiër vertelt dat hij ons naar de gids voor vandaag zal brengen. Even later stapt er een man in en een andere jonge man stapt ook in en stelt zich voor als Rimi. Eigelijk heet hij met een mond vol wel een naam zo lang als een zin, maar dit is praktischer. In het Engels met een behoorlijk accent vertelt hij wie hij is en hoe de dag eruit gaat zien. De afgestudeerde student kunstwetenschappen (als ik het goed heb begrepen) wil graag roepies ontvangen voor alle toegangskaarten die vandaag betaald moeten worden: "Trust me. Don't buy anything from the men outside, they are looking for your wallet".

Na weer vele Indische stadstafereeltjes te hebben gezien onderweg, van transport per kameel tot hoofdlasten van meer dan een meter hoge juten zakken en papier, komen we bij een parkeerterrein aan waar iedereen uit alle voertuigen moet overstappen op elektrische bussen ter bescherming van deze monumenten (meer dan 300 jaar oud) tegen erosie: we zijn aangekomen bij de Taj Mahal. De gebouwen en toegangspoorten zijn allemaal opgetrokken uit het plaatselijk aanwezige roodsteen, zelfs de toegangspaden zijn hiervan gemaakt. Toegang tot dit complex krijg je alleen via een scan, wat later nog eens wordt herhaald. De Taj Mahal is schitterend, ondanks de niet optimale weersomstandigheden (bewolking). Wat ik zo vaak op een foto heb gezien zie ik nu in het echt: het grootse wit marmeren mausoleum voor de beroemdste vrouw van India die stierf na de geboorte van haar 13de kind. De gids geeft veel achtergrondinformatie en het gebouw krijgt steeds een nieuwe kleur door de wolken of het spaarzame licht van de zon. Hoe dichter we erbij komen hoe anders het gebouw wordt. De details zijn schitterend, steen in steen gelegd met bloem- en andere motieven, schitterend. Het gebouw binnen, de omloop en minaretten mogen alleen met sokken betreden worden. De grootsheid van het complex op me laten inwerken bij een muurtje van een minaret. Met de elektrische bus weer terug naar onze toeristenbus.

Via buitenwijken van Agra komen we bij de volgende attractie aan van deze stad: het Rode Fort. Niet een fort zoals wij dat kennen, maar waar vroeger 8000 mensen woonden, met paleizen, harems, tuinen, tempels, te veel om op te noemen. We kunnen maar een klein gedeelte bekijken, maar dat is groot genoeg, de rest is in gebruik bij het Indiase leger. De uitzichten over de rivier en op de Taj Mahal op afstand zijn prachtig.

De reis wordt voortgezet naar een plaats 35 km buiten de stad: de ‘verlaten stad’. Tijdens deze trip gaan heel wat oogjes toe, maar ze zijn allemaal weer open als de bus stopt. Hier kunnen we zonder scan naar binnen. Binnen geen stad, maar paleis na paleis en groot, groter, grootst. De bekledingen zijn weg, maar de gebeitelde kolommen en de plafonds zijn nog goed zichtbaar. Wat een rijkdom moet dit geweest zijn en maar ongeveer 12 jaar gebruikt, want men zegt dat er een watertekort was en iedereen vertrekken moest. De eigenlijke stad zou vlak bij het huidige droge meer gelegen moeten hebben, maar daar gaan we niet heen.

Weer in de bus na zoveel indrukken kost het moeite de ogen open te houden, maar af en toe dansende beren zien van rondtrekkende zigeuners is toch wel bijzonder. Onderweg nog heel wat plattelands- en stadstafereeltjes gezien en opgeslagen in mijn geheugen, het is te veel om op te schrijven. Het is echt een andere wereld waar ik me nu bevind. Van acht pratende mannen op een bed, vrouwen die de was doen in een riviertje of met grote lasten op hun hoofd lopen. Transporten per kameel, ezel en vele gemotoriseerde voertuigen en verkooppunten van alles wat los en vast te krijgen is in dit land, het geheel omlijst door een stoffige weg, waterplassen en modder opzij, met daarin spelende kinderen en diverse dieren.

Voordat we met de trein terug gaan nog even een stop bij een tapijtknoperij en een steenbewerking zoals in de Taj Mahal te zien was, het geheime proces van al meer dan 300 jaar geleden. De cola is nog maar net op als we naar het restaurant gaan voor een snelle hap en een sanitaire stop voordat we vertrekken met de trein.

We zitten net in de trein of er wordt mineraalwater met een kleine hap geserveerd. Daarna schommelend terug naar Delhi met af en toe een colonne schoonmakers (kakkerlakken) die over de vloer loopt. Moe, maar toch nog even onder de douche en ik slaap al bijna voordat ik in bed lig. Morgen de laatste dag.

Delhi, donderdag 17 juli 2003
Vanmorgen een roffel op de deur, hoe kan dat, we hebben toch pas om 8.00 uur het ontbijt? Nog een roffel, het blijkt Pol te zijn: "Hé, jongens wakker worden, we gaan om halftien naar Old Delhi, wordt nu wakker." Ik denk, nog even omdraaien, maar dan krijgen we de mededeling over de huidige tijd: "Weten jullie dat het nu negen uur is?" Volledige stilte in de kamer, de herhaling van Pol over de tijden slaat hard aan, we pakken onze horloges en het blijkt te kloppen! We geven een teken van leven en kijken elkaar verbaasd aan, is het al negen uur? Ik zeg tegen Rob dat we deze uren slaap alvast gehad hebben vandaag, de rest van de slaapuren moeten we nog zien te krijgen in het vliegtuig. Met enige haast (wat is dat, hebben we nog niet gehad op deze reis) gaan we ons snel wassen, aankleden en ontbijten en om 9.30 zijn we klaar, gelijk met de anderen als die weer van hun kamers komen.

Toen we naar de ontbijtroom gingen, was er een aanzienlijke moessonbui. Een kwartier later was het al weer droog, maar als je buiten komt, loop je tegen een muur van vocht aan. Met bijna de hele groep gaan we Oud Delhi in. Wat een wereld, alles nat, veel modder, mensen, brommers, fietstaxi's en wel duizenden winkeltjes en werkplaatsen waar van alles gemaakt en verkocht wordt. Te koop (in de open lucht) is vlees zo van het geraamte, papier, autoportieren, handgrepen, ijs, veren, banden, kippen, allerlei specerijen, groenten. Er zijn bedelende mensen en gaarkeukens waar mensen op hun hurken op het pad zitten te wachten tot ze wat te eten krijgen (allemaal starende gezichten). De wijze waarop de elektriciteit is geregeld, schitterend, allemaal kabels los over elkaar op uitstekende delen van gebouwen of over stalen liggers en geen draad die te volgen is, alles schots en scheef. Meestal blijft alles werken, meestal, want soms valt de stroom uit en gaan er wat aggregaten werken of het blijft donker voor een bepaalde periode, maar ze krijgen het meestal wel snel weer aan de praat. Regelmatig zie je tussen de stalletjes en de winkeltjes de ratten hun kostje bij elkaar scharrelen en laten we de honderden vliegen maar niet vergeten die overal op gaan zitten. Je ogen, neus, je hele lijf voelt de bijzondere wereld waar ik mij nu in bevind. Als je de brommers en motoren wegdenkt, lijkt het wel of je in de Middeleeuwen loopt.

We lopen gezamenlijk tot aan de moskee en daarna gaat ieder zijn weg. Met Rob, Ellen, Patrick en Claudine ga ik Old Delhi weer in en blijf me verbazen over de wereld waar ik nu in loop. Papier wordt nu de lijn die we gaan volgen. Ellen gaat voor verschillende papiersoorten voor haar composities en Claudine zoekt papier en kaarten voor de toekomstige wedding. Beiden zijn geslaagd voor een paar honderd rupie ofwel een paar euro. Lawaai en stank gaan een beetje wennen, maar als ik uren later weer in het restaurant van het hotel zit voor een pizza als lunch merk je toch wel de uitersten van de wereld waar ik nu leef.

De islamieten worden nu opgeroepen voor gebed, en ik mag het ook horen.. Tegen kwart voor zeven is het laatste diner en tegen halfnegen gaan we naar het vliegtuig, we moeten drie uur van tevoren aanwezig zijn. Verslag voor vandaag sluit ik nu af.

Thuis, vrijdag 18 juli
Net heerlijk gedoucht. Het is drie uur in de middag en ik zit bij de tafel thuis even de laatste wetenswaardigheden van vandaag in de handcomputer te kloppen. Dan is de reis op papier afgesloten, maar deze reis zal in mijn gedachten eeuwig blijven bestaan.

Maar eerst even terug naar gisteravond. Het laatste avondeten in de eetzaal van Broadway was gezellig en een leuke afsluiting van de reis. Patrick en ik sloten goed op elkaar aan bij de afscheids- en dankwoorden bij de overhandiging van het cadeau aan Pol. Vooral de nieuwe woorden die tijdens de reis zijn ontstaan over Pol en Mill en in het bijzonder over maten en hoogten, net iets meer of anders. Buiten tijdens een stevig moessonbuitje gaat de laatste bagage in de bus. Alleen die fietsdoos van Kees, waar laten we die? Gangpad, nee, draai niet te krijgen, op het dak is te nat en achterin te vol met bagage. Dan maar rechtdoor vanaf de deur naast de bestuurderruimte en de deur goed dicht. Iedereen er in? Ja? Deur sluiten en rijden maar. Rijden gaat goed in de avondspits, stukje bij beetje komen we vooruit, maar de deur sluit niet. En bij een bocht schuift de doos richting deur die net openspringt, de medewerker van Remo kan net op tijd de doos tegen de bestuurdersruimte drukken, zodat de doos binnenboord blijft en niet een onderdeel van het voortrijdende verkeer van Delhi wordt. Na veel keren proberen en zelfs een keer stoppen, zodat de bijrijder kan proberen de deur dicht te krijgen, worden de pogingen gestaakt en maakt de man van Remo de deur dicht door tape te wikkelen om de deursluiting en deurpost; mijn fiets is weer veilig.

Na een natte bustocht door Delhi komen we op Delhi International Airport aan waar het een drukte van jewelste is. Dan het gebruikelijk dringen en duwen voor de hal, met de eerste paspoortcontrole. Binnengekomen in de rij gaan staan bij KLM, maar nee, eerst moet alle bagage gescand en voorzien worden van een stikker. Alle bagage betekent dus ook de fietsdozen, maar de grote dozen zijn te groot of het scanapparaat is te klein. De dienstdoende medewerker weet raad: doos openen, controleren, sluiten en er een stikker op plakken. Lijkt ons niet zo’n goed idee, want de dozen zijn al niet meer in al te beste staat en ze kunnen door de verruimde handgaten zien dat er een fiets in zit. Wat heen en weer praten brengt geen oplossing. De man van Remo komt er bij. Hoort de situatie aan en daarna vindt er in rap Hindi een discussie plaats tussen hem en de controlebeambten. Er komt een groot boek tevoorschijn waar alles precies in wordt geschreven, alsof er een vrijwaringbevel wordt vastgelegd. Hierna krijgen we eerst alleen maar één stikker voor drie dozen, maar dat wordt door de man van Remo snel en duidelijk opgelost.

Verder naar de incheckbalie van KLM. Daar wordt elke doos en elk stuk bagage precies gewogen en snel wordt duidelijk dat de grens op 22 kg per persoon ligt. Voor de zekerheid haal ik mijn fleecejack uit mijn tas, maar als ik aan de beurt ben, blijkt mijn fiets wel erg licht geworden te zijn: 12 kg. Waar is de rest gebleven?!? Bij weging van de lange dozen blijkt mijn doos door z’n afmetingen voor een gedeelte op de loopband en voor een gedeelte op de weegschaal te rusten, dus twee rustpunten, wat het gewicht beïnvloedt. Voor mij geen probleem! De grote dozen zijn voor de lopende band wel een probleem, ze vallen om en blijven haken achter pilaren waardoor steeds opstoppingen ontstaan. Een zeer inventieve medewerker geeft een andere medewerker opdracht per doos mee te gaan op de lopende band, dat ziet er goed uit. Dan in de rij voor paspoortcontrole en een nieuw formulier in te vullen. Ik krijg de stempel van vertrek in mijn paspoort en wil het paspoort opruimen, als ik tot mijn verbazing vlak voor me mijn fietsdoos langs zie komen, getrokken door een Indiër en twee seconden later zie ik mijn fietsdoos op de grond vallen. Wat blijkt: de lopende band is tien meter en grote stukken moeten dan dwars over langs de paspoortcontrole naar een lift gebracht worden en dozen groter dan de mensen zelf zijn dan lastige dingen. Maar niet verder meer aan denken en ik loop naar de volgende controle, aangemaand door medewerkers van KLM, want we moeten op tijd bij het vliegtuig zijn. Het is dan nog meer dan een uur voor vertrek!

De volgende controle is een mens- en handbagagecheck. Op mijn lijf geen gepiep, maar mijn handbagage halen ze eruit en een jonge dame met indringende stem zegt: "Open please en give me your knive." Ik antwoord haar dat ik geen ‘knive’ in mijn handbagage heb, maar ze houdt vol dat ik haar mijn ‘knive’ moet geven. De dame gaat zoeken in mijn bagage en vindt twee trappers, die ze zegevierend laat zien aan haar collega's. Maar het is geen mes, dus verder zoeken en ja hoor, ze vindt de steun van mijn stuurtas. Ook dit is geen ‘knive’, dus verder zoeken. Ze vindt een doosje pottertjes, zoekt verder, kijkt naar haar collega’s en zegt uiteindelijk: "Oké, thank you." Eerst word ik gemaand te vertrekken, maar dan ziet ze dat ze vergeten heeft de veiligheidsstikker op te plakken en die krijg ik nu snel. Een cola, van de laatste roepies van Rob, smaakt daarna prima in de wachtruimte waar iedereen lekker onderuitzit.

Een half uur later dan gepland vertrekken uit Delhi ofwel om 1.20 uur vrijdagmorgen. Volgens de gezagvoerder heeft hij een korte route naar Amsterdam gekregen. Onderweg een snack gekregen, drie aardige films gezien, een paar uurtjes gedommeld, ontbeten en om 5.25 uur zijn we geland op Schiphol. De laatste uren waren voor Rob zwaar, want hij bleef lopen naar het toilet. Met de handbagage van mezelf en Rob naar de lopende band van de bagage gegaan. Wachten op de bagage. Eerst komen de fietsen via een speciale band en wat blijkt: mijn voorwiel steekt uit de doos. Schade aan de voorwielas, voorwiel verbogen en misschien krom en wat krassen op het frame. Schade gemeld bij de balie van KLM en zo goed en zo kwaad als het gaat mijn wiel weer in de fiets gezet.

Afscheid genomen van alle reisgenoten en van Pol. Als een van de laatsten ga ik naar de douane die er niet meer is. Dan door de deuren en ja, daar komt ze aanrennen, my love. Met de wandeling naar de parkeergarage van het rustige Schiphol is mijn verhaal begonnen en volgens Annie is het bijna een doorlopende voorstelling gebleven, ook 's avonds toen de buren langskwamen.

Thuis in de achtertuin realiseer ik me nog meer dat binnen 24 uur de wereld er wel heel anders uitziet. Fijn om weer thuis te zijn, maar de herinneringen zijn voor eeuwig en zullen nog regelmatig weer bovenkomen. Een hele ervaring rijker, een prachtige reis met een fijne groep. Dit had ik voor geen prijs willen missen. Zo’n reis verrijkt je leven, zoveel natuur, cultuur en religie!

Expeditieonderdelen met afstand:
Fiets 1200 km met 19000 hoogtemeters

Vliegtuig 14600 km

Trein 400 km

Jeep 360 km

Bus 20 km

Brommertaxi 30 km

Voeten 50 km