Onze "erfenis" van Het kasteel van Mesen.
De nalatenschap van de markies de Bette
De familie Borstlap is verwant met de familie De Gruyter die betrokken is bij de nalatenschap van Emanuel Ferdinand Francois de Bette, de laatste markies van Lede, die kinderloos stierf op 6 juli 1792. Want mijn oma Pieternella Borstlap is de achterkleindochter van Commerina de Gruyter . De vader van Commerina, Leendert de Gruyter geboren 10 juli 1771 en van beroep meesterwagenmaker te Brielle, was ten tijde van het overlijden van de markies 'erfgenaam'.
De acties in de periode 1960 tot 1978 hebben echter niets opgeleverd.
De markies Emanuel Ferdinand Francois de Bette was zeer vermogend. Zo ook zijn voorouders. Zijn over-overgrootvader was Jacob de Bette, een ridder, die heer was van Angrelles, Atreppe, Hollebeke, Schellebelle, Wanezeele, Muysbrouck, Warwane, Peronne, Fontaine, Croix, Gosette, Chreau, Eessegem, enz. Deze Jacob de Bette is in 1549 getrouwd met Elisabeth de Gruyter, dochter van Jan de Gruyter, ridder en heer van Lede. De grootvader van Jan de Gruyter was Boudewijn de Gruyter. Deze Boudewijn kreeg twee kinderen: Philippus de Gruyter en Paulina de Gruyter die huwde met Jan van Hembyse. Philippus was de vader van Jan.
Toen de markies kinderloos stierf kwam volgens de wet 1/3 van zijn bezit toe aan zijn moeder en 2/3 aan zijn neven en nichten. Het wonderlijke van de afhandeling van de nalatenschap is geweest dat alleen de neven en nichten die afstammen van Paulina gedeeld hebben in het vermogen. De afstammelingen van Philippus schijnen niet geďnformeerd te zijn geweest. Achteraf zijn er vele pogingen geweest om deze foutieve afhandeling van de nalatenschap recht te zetten.
In 1934 is vanuit de familie De Gruyter een Comité van Actie opgericht tot onderzoek naar de aanspraken op de nalatenschap. De conclusie van dit Comité was in 1935 dat de vordering reeds lang verjaard is. In het slotdocument van dit Comité wordt ook melding gemaakt van eerdere pogingen in 1799 en 1886.
In 1799 hebben enige personen die aanspraak maakten op de nalatenschap een proces aanhangig gemaakt voor de Rechtbank van het Departement van de Schelde (een zgn. action en purge civile de la succession). Op 8 juli 1799 is er recht gesproken in deze zaak waarbij werd beslist wie de wettige erfgenamen in welke tak waren en wie van hen als naaste erfgenaam overeenkomstig de wetten en gewoonten, die van kracht waren ten tijde van het overlijden van de erflater, de uitsluitend rechthebbende was. De niet verschenen erfgenamen werden van elk recht uitgesloten. Ook werd besloten dat de Republiek geen vorderingsrecht had ten aanzien van deze nalatenschap.
Op 29 juli 1978 stond er een artikel in De Telegraaf over de geschiedenis van deze erfenis en over alweer pogingen om alsnog recht te halen. Aan het woord is vooral mevr. Clazien van den Boomen-Rombouts uit Eindhoven. Volgens een wijziging in de Belgische wet zou de erfenis nu opeens op 31 december 1978 verjaren. In het artikel worden nog andere pogingen genoemd, namelijk in de periode 1809 tot 1819 en rond 1845. Deze pogingen zijn gestrand door het ontbreken van een volledige stamboom. Vandaar dat hierna door een aantal personen hard gewerkt is aan het volledig krijgen van de stamboom. Rond 1960 zijn er grote familievergaderingen belegd in Gent en Den Bosch. In Den Bosch waren zo'n 850 De Gruyter's aanwezig uit Nederland, België, Frankrijk en West-Duitsland. Albert de Gruyter uit Poperinge was in deze tijd zeer actief namens de familie.
Momenteel is de hele kwestie zeker verjaard.
Meer informatie is te vinden in de dossiers van het Centraal Bureau voor Genealogie te Den Haag.
Overigens is de kruideniersfamilie De Gruyter geen directe familie van de hiervoor genoemde familie De Gruyter. Hoewel, misschien is er wel iets gemeenschappelijks in een ver verleden.