Er had geen mooiere foto genomen kunnen worden, toen Hobbema zijn beroemde laantje van Middelharnis schilderde. Bij Hobbema is het namelijk altijd een heldere dag, met grote witte wolken aan de lucht, die het landschap opfleuren.
Meindert Lubbertszoon Hobbema, geboren 31-10-1638 te Amsterdam, was een zoon van een timmerman en werd met zijn jongere broer en zuster op 15-jarige leeftijd in een weeshuis geplaatst en kwam twee jaar later uit het weeshuis in de leer bij Jacob van Ruijsdael om boodschappen te doen, verf te maken en het atelier op orde te houden. Weldra maakte hij met Ruijsdael studiereizen, vooral in het Oosten van Nederland. Niet de natuur, maar het werk van zijn oudere meester was zijn bron van inspiratie. De schetsen die zij in de bossen maakten, werden verwerkt in schilderijen. Daardoor komen dezelfde motieven bij beiden voor. Hobbema's geliefde watermolen is ook door Van Ruijsdael afgebeeld. Zijn beste werk produceerde Hobbema in de jaren zestig: brede boslandschappen met huizen, watermolens of zandwegen. In 1668 trouwde Hobbema in de Oude Kerk van Amsterdam met Eeltje Vink van Gorcum, de huishoudster van de Amsterdamse burgemeester Lambert Reynst. Getuigen bij het huwelijk waren Cornelis Vinck, broer van de bruid en leermeester Jacob van Ruijsdael. Dit laatste is niet zeker, want er waren twee Jacob van Ruijsdaels: Jacob, de schilder, zoon van Isaac en zijn neef Jacob, de lijstenmaker, zoon van Salomo van Ruijsdael. De burgemeester zorgde voor regelmatige inkomsten voor Meindert, hij werd als één van de zes wijnroeiers van de stad aangesteld. Buitenlandse wijnvaten, die in Amsterdam geimporteerd werden, moesten, met de vinger gemeten, op hun inhoudsmaat gecontroleerd worden en omgerekend in Amsterdamse maten. Sinds die tijd hield Hobbema vrijwel op met schilderen. Hobbema woonde op de Rozengracht tegenover de inmiddels verarmde Rembrandt. Het echtpaar kreeg vijf kinderen, twee stierven op heel jonge leeftijd. De laatste jaren van Hobbema waren moeilijk, zoals ook Rembrandt, Frans Hals en Jacob van Ruijsdael. Hun arbeid werd onvoldoende beloond en zij werden armlastig door onvoorzichtig om te gaan met hun middelen. Hobbema's vrouw en 2 kinderen stierven in 1704. Ze werden van de armen begraven op de Leidse begraafplaats van Amsterdam. Vijf jaar later, op 14-12-1709, werd Meindert Hobbema op de begraafplaats naast de Westerkerk begraven.
Hobbema behoort tot de kunstenaars die niet beinvloed zijn door Rembrandt. Jacob van Ruijsdael was weliswaar veelzijdiger en geniaal in zijn dramatische stemmingen, maar Hobbema's penseeltoets was spitser en vlugger, hij brengt licht in de donkere bossen, waarin Ruijsdaels ernstige en droevige geest zich thuisvoelde. De landschappen van Hobbema verschillen met die van Ruijsdael door een vrolijker stemming. Het gewoonlijk dichte en volle loof van de bomen schildert hij grauwig-groen, terwijl het in de schaduwen een wat meer bruine toon krijgt. Vaak geeft een boomstam, waarop het zonlicht valt een helder accent in zijn werk. Het is moeilijk voor te stellen dat deze "verstandelijke" schilder met zijn afgewogen, nauwgezette, evenwichtige en idyllische landschappen het schilderen heeft moeten opgeven omdat voor zijn kunst niet voldoende belangstelling was!
In de achttiende eeuw was Hobbema voor Engelse landschapschilders en aquarellisten het grote voorbeeld. De behangschilder Egbert van Drielst en de Engelse landschapschilder Thomas Gainsborourgh zijn door hem beïnvloed. Toen de Engelse landschapschilder John Crome in 1840 zijn dood voelde naderen, moet hij uitgeroepen hebben: "Oh, Hobbema, oh mijn grote Hobbema, hoe heb ik je bemind".
een meesterwerk
Eén van de laatste en zeker één van de origineelste werken van Hobbema is het Laantje van Middelharnis, één van de meest 'klassieke Hollandse landschappen', eenvoudig van opzet en toch monumentaal. De gehele compositie is gecentraliseerd, de belangstelling wordt zowel op het midden, op de verre afstand als op de onmiddellijke voorgrond gericht. Er is in dit schilderij gewerkt met lijnperspectief en een lage horizon. De bijzonder gesnoeide bomen langs de weg worden steeds kleiner en vager. Door lijnen te trekken langs de toppen van de bomen en de rand van de weg komen alle lijnen in een verdwijnpunt samen. Hobbema zal geïmponeerd zijn geweest door het landschap in deze streek, de uitgestrekte vlakten met daarboven de door de wind gedreven heldere wolken. Helaas is tijdens het schoonmaken van het schilderij in de 19de eeuw de lucht zwaar beschadigd. Veel van de luchtschildering is het werk van moderne restaureurs. De grote wolk rechts is het best bewaarde deel.
extra bomen
Zoals de 'Nachtwacht' van Rembrandt zijn geheimen heeft, zo zijn er rondom het beroemde Laantje van Hobbema ook nog onopgeloste vragen. De bomen zijn geen populieren, zoals wel verondersteld werd, maar volgens het gemeentearchief werden in 1664 zeven en vijftig essenbomen aan 'den Steenwegh' geplant. Wist U dat Hobbema op de voorgrond van de laan er nog 2 extra schilderde? Röntgenanalyse heeft uitgewezen dat deze later zijn overschilderd. Gelet op bepaalde afgebroken, slijtageplekken in de luchtpartij, is het mogelijk dat een restaureur in het begin van de 19e eeuw besloten heeft om ze te verwijderen! Zou het schilderij hierdoor aan waarde verloren of gewonnen hebben ?
Wanneer is het laantje geschilderd ?
Op het schilderij zijn slechts drie cijfers van het jaartal te lezen: 16.9. De ronding van het derde cijfer dat nog aanwezig is kan zowel op een 6 als op een 8 wijzen. Algemeen wordt aangenomen dat 1689 het juiste jaar is. C.G. 't Hoofd Jr heeft in het gemeentearchief van Middelharnis naar gegevens gezocht en kwam tot de volgende konklusie. De hoogte van de essenbomen, die de kerk omringden, die in 1664 werden geplant, en de aanwezigheid van het vuurbaken (dit werd eerst in 1682 aan de Oostdijk opgericht) wijzen ondubbelzinnig op 1689.
Wie is die wandelaar ?
Het is wel erg druk op die landweg uit 1689! Het dorp had in die tijd nauwelijks 300 huizen. Niet alleen de jager met zijn geweer op zijn schouder en zijn jachthond komen ons tegemoet, op de achtergrond zijn nog minstens 5 mensen onderweg, terwijl in de berm nog een vrouw naar het land staat te kijken. Hoort dat kleine hondje bij haar? Op het land staan een man en een vrouw te praten en een boomkweker is bezig boompjes te snoeien net zo als dat gedaan is met de lange getopte bomen langs de weg. In Middelharnis en Sommelsdijk was in die tijd een levendige handel in jonge vruchtboompjes, die naar de 'overkant' geëxporteerd werden. Rechts zien we een meestoof, waarin de wortels van de meekrapplant werden fijn gemalen tot poeder. Van dit poeder werd een rode verfstof gemaakt, waarmee men textiel beschilderde. Het water bij de meestoof wordt nog steeds de Stoofkreek genoemd.
We krijgen een duidelijk beeld hoe klein Middelharnis was aan het eind van de 17e eeuw. De kerk, omringd door hoge bomen en enkele huizen grenst aan de polder.
De Steenenweg was één van de weinige wegen, die verhard waren in Middelharnis, op een heel oude kaart wordt deze met Stienweg aangeduid. Op het schilderij lijkt de Steenenweg meer op de Boomgaardweg, maar die ligt in het verlengde van de Steenenweg, verder van het dorp afgelegen.
Vanaf de Steenenweg is de ligplaats van de haven te zien. Aan de rechterkant de vuurtoren en de masten van enkele schepen in de haven. De torenspits werd in 1811 door de Fransen verwijderd om een seintoestel te kunnen plaatsen. Links herkennen we het 'grote huys' waarin in de 17e eeuw de baljuw Abr. Kip woonde. Dit huis stond aan de Ring op de plaats waar nu de brandweerkazerne staat. Het pand is in 1910 onder de slopershamer verdwenen. Vóór de kerk zien we een boerderij met een trapgevel. Deze boerderij stond ongeveer op de plaats waar nu het voormalige postkantoor staat.
Omdat het dorp op de achtergrond zo minutieus en accuraat is geschilderd, het zou een foto kunnen zijn, vragen we ons af, wie de wandelende landman was daar op die Stenenweg. Was het de opdrachtgever? Alles wijst erop dat het schilderij in opdracht van een plaatselijke liefhebber gemaakt is. Het laantje van Middelharnis is in bezit geweest van de secretaris van Sommelsdijk, Theodorus Kruislander, een echte kunstverzamelaar, maar deze stierf ongeveer 100 jaar later en kan het dus niet geweest zijn. Overigens moeten we aannemen dat de man door iemand anders geschilderd is. Evenals bij Ruijsdael werden figuren vooral door Adriaan van de Velde geschilderd.
een tweede laantje
Wist U dat er nog een tweede laantje van Middelharnis bestaat, ongeveer uit dezelfde periode en met dezelfde Stenenweg? Het is beslist geen kopie van Hobbema's schilderij. De tekenaar heeft op een andere plaats, dichter bij het dorp, deze tekening gemaakt. Frappant is dat de brede sloot en het hekje zowel op het schilderij van Hobbema, als op deze tekening te zien zijn. Op het schilderij van Hobbema ziet men het hekje links van de jager, maar de bebouwing er achter is bij Hobbema een veld met boompjes en in deze tekening een weide met koeien.
Deze tekening is veilig opgeslagen onder het nieuwe stadhuis in den Haag, in het grote archiefdepot van het gemeentelijk archief. De landschappelijke prent wordt toegeschreven aan Jan de Beijer, gedateerd 1699, vervaardigd in Amsterdam. Gelet op de jonge bomen, die in 1664 geplant zijn, zou het jaartal kunnen kloppen. Jan de Beijer werd evenwel in 1703 geboren. Expert Alphons te Beek schrijft hierover het volgende: "Eind 1969 verscheen van de hand van H. Romers de Oeuvre Catalogus van Jan de Beijer's omvangrijke werk (een 1600 tekeningen en gravures, enz.). In de jaren 90 van de vorig eeuw werd dit gevolgd door in 6 delen het bijbehorende afbeeldingen-materiaal, alsmede een upgrade van de catalogus (ROC = Romers Oeuvre Catalogus). Welnu, noch in de catalogus, noch in de latere uitbreiding, komt bij Zuid-Holland de naam Middelharnis voor, kennelijk heeft Jan de Beijer deze plaats overgeslagen toen hij rond 1745-50 een 80-tal tekeningen vervaardigde in Zuid-Holland. Bij mijn weten heeft hij geen oudere tekeningen gebruikt om over te tekenen (zoals Abraham Rademaker ook wel deed), zodat het niet erg waarschijnlijk is dat de afbeelding door Jan de Beijer is vervaardigd. Dat hij deze tekening in 1699 heeft vervaardigd - zoals in de gegevens bij de afbeelding staat - is uiteraard onmogelijk. De stijl van de tekening past niet bij de wat zwieriger tekenwijze van De Beijer, met uiterst kleine details in gebouwen, bomen, doch ook mensen".
koopje
De gemeente van Middelharnis heeft het schilderij van Hobbema uit de inboedel van Theodorus Kruislander, de secretaris van Sommelsdijk, gekocht op 15 oktober 1782 voor f 25,50. Lambertus Kolff, de baljuw, schout en dijkgraaf van Middelharnis liet het 'Laantje' in de Raadkamer ophangen. In 1822 is het beroemde schilderij ingeruild tegen een kopie van Adriaan van der Koogh en een tweede groot schilderij van dezelfde schilder, die in Middelharnis werd geboren (De weg bij Renkum). Dit romantische landschap van de dordse schilder werd beschreven als "een verrukkelijk Geldersch landgezicht en voorzien van een kostbare vergulde lijst". Het 'Laantje' zou in 1815 in Dordrecht voor f. 1000,-- verkocht zijn en later zou het voor f. 1600.-- in de verzameling van R. Pot in Rotterdam terecht gekomen zijn. (Ver)kocht deze het in 1824 ? In 1828 werd het in Edinburg verkocht voor £ 204 s.15 en spoedig daarop in London voor £ 800. In 1835 werd het tentoongesteld in British Institution. Het was toen onderdeel van de verzameling van Sir Robert Peel, die het in 1871 aan de National Gallery schonk. Mocht de gemeente Middelharnis belangstelling hebben om het schilderij terug te kopen (het hoort echt thuis in het voormalig Rien Poortvlietmuseum): de afmetingen van het doek zijn 101,2 x 138,7 cm, en de geschatte waarde is......onschatbaar. Helaas.