Dyslexie is voor het eerst beschreven in 1887. De term werd gebruikt voor mensen met taalkundige vaardigheden die om onverklaarbare redenen aanzienlijk lager zijn dan verwacht, gegeven hun intelligentie. Onderzoek heeft uitgewezen dat dyslexie een neurologische oorzaak heeft. Ook al zijn er talrijke varianten en oorzaken voor dyslexie, in veel gevallen zijn de hersenen niet goed in staat visuele of auditieve informatie te interpreteren. De hersenen kunnen dit op verschillende manieren deels, of in het geval van een milde vorm volledig compenseren door andere hersenfuncties te gebruiken. Dit is afhankelijk van de omvang van de aandoening. Gemiddeld gebruikt een dyslectisch persoon 10 keer meer hersencapaciteit bij het verwerken van taal gerelateerde informatie dan een normaal persoon. Op jonge leeftijd kan stimulering en training van de hersenen tot betere compensatie leiden. Dyslexie heeft voornamelijk invloed op leesvaardigheid, spelling en woordenschat. Dit is mede omdat veel dyslectische mensen beelddenken in tegenstelling tot taaldenken. Verder kan dyslexie ook invloed hebben op gehoor, spraak, schrijven en handschrift.

