home
nieuws
biografie
werken
exposities
collecties
artikelen
gastenboek
links
contact
colofon

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Jan G. Nolst Trenité tijdens een interview met
het tijdschrift 'Idee en Werk', Oktober 1994

Jan G. Nolst Trenité en de wereld van de kunst | Het werk van Jan G. Nolst Trenité | Het vroege werk: De Schilderijen op linnen en paneel | Collages en Assemblages in gemengde techniek | Assisted Ready Mades | De Co-Producties | Het late werk | Rijk der Ribbels <

Jan G. Nolst Trenité en de wereld van de kunst 

De belangstelling voor de beeldende kunsten en de kunsten in het algemeen (muziek, poëzie, literatuur en theater) is Jan G. Nolst Trenité van jongsaf bijgebracht. Zoals veel biografische schetsen vermelden bezocht hij samen met zijn ouders al vele musea. Dat begon met stedelijke musea in Amsterdam, Amersfoort en Haarlem. Welke musea dat precies zijn geweest is niet duidelijk. Als we afgaan op zijn leeftijd van dat moment (8 jaar) constateren wij dat dit omstreeks 1927 moet zijn geweest. Een periode waarin de stroming van de moderne kunst, waartoe hij zich later heeft gewend, relatief onbekend was bij het grote publiek. Het ligt voor de hand dat de kunst waar Jan G. Nolst Trenité in eerste instantie mee in aanraking is gekomen een traditionele kunst is geweest. In zijn eerste publieke uitlatingen wordt dit bevestigd.

Desondanks zullen dergelijke bezoeken aan de tempels van de gevestigde kunst hem zeker ontvankelijk hebben gemaakt voor het schone en expressieve. Het is evenwel de vraag of deze ervaringen uiteindelijk beslissend zijn geweest voor zijn uiteindelijke keuze om ook zelf een intrede in de kunstwereld te maken.

Er bestaat een anekdote die Jan G. Nolst Trenité eens vertelde naar aanleiding van een gesprek over een klein portret dat hij had vervaardigd van de schilder Jan Mankes. De vader van de jonge Jan nam zijn zoon niet alleen mee naar musea, maar ook mee uit wandelen. Tijdens een van die wandelingen waren zij langs het huis van de schilder gekomen. Jan Mankes, die omstreeks 1922 is gestorven, woonde dus allang niet meer in dat huis, maar het feit dat hij daar had gewoond sprak blijkbaar voldoende tot de verbeelding om jaren later de aanleiding te zijn voor een kleine hommage aan deze bijzondere schilder.


Jan G. Nolst Trenité
De Schilder Jan Mankes [detail]
September 1978 | #399

De anekdote op zich is vrij onbetekenend, maar men moet natuurlijk wel bedenken dat een dergelijke ervaring in de geest van een jongeman, zeker een gevoelig exemplaar, een onuitwisbare indruk kan maken. De kunstenaar is namelijk per definitie iemand die staat voor een geheel andere levensstijl dan het burgermansbestaan. Het onorthodoxe, het andere, soms zelfs het exotische speelt hierin een rol, maar ook de rol van de buitenstaander, de paria en de outcast. Een dergelijke confrontatie met het afwijkende prikkelt dus op zichzelf al de verbeelding of gevoelens van affiniteit en kan ook jaren later een onbewuste drijfveer betekenen als onderdeel van een zoektocht naar bevrijding.

Over zijn inspiratiebronnen zegt de kunstenaar zelf in het vouwblad bij de expositie van Jan G. Nolst Trenité en H. J. Schorel, februari 1969, bij Hoogovens in Velsen-Noord, het volgende:

Mijn werk zou beinvloed kunnen zijn door de schilders Adriaen van Ostade, Rembrandt van Rijn, August Rodin, de schilderijen van Jan Mankes, Paul Klee, Claude Monet, L. Leembruggen, Rob Claus en de componisten Telemann, Johan Sebastian Bach, Claude Debussy, Leroy Anderson en Hogy Carmichael; de Dichters Longfellow, Edgar Alan Poe, J.J. Slauerhof, Gerrit Achterberg, Ans Wortel en vele anderen. 

Muziek roept beelden bij mij op en beelden melodieën. Dichters schilderen met woorden. Ik zou dan ook niet kunnen zeggen of Klee meer invloed heeft gehad op mijn schilderen heeft gehad dan Debussy. Misschien geen van beiden, maar men is niet alleen op de wereld. 


In de jaren die volgden heeft Jan G. Nolst Trenité vele musea en galeries bezocht. Later als (jong) volwassene ook in de grote wereldsteden in Amerika, Mexico en vele West-Europese landen. Dat hij daarmee in toenemende mate een liefhebber en kenner van de beeldende kunsten werd mag duidelijk zijn. Hij ontwikkeld ook een waardering voor schilders als Miro, Tàpies en herkent ook in zijn eigen benadering bepaalde elementen uit het werk van Joseph Beuys.

Van invloeden kan men inderdaad niet anders zeggen dan dat zij bestaan en als zodanig een rol spelen. Men moet het belang daarvan echter ook niet overdrijven, want uiteindelijk is wat men zelf, vanuit dit scala van uiterlijke en innerlijke factoren, neerzet in de wereld hetgeen er werkelijk toe doet. Voor de autodidact is het traject van zelfstudie en oefening wellicht van groter belang.
Zo bevond zich in de verzameling boeken van Jan G. Nolst Trenité een exemplaar van het standaardwerk 'You are an artist' van Fred Geffens. Dit werk uit 1965 beschrijft enerzijds alle toen bekende technieken die gebruikt worden in de moderne kunst. Anderzijds steekt zij de beginnende artiest ook een hart onder de riem door het kunstenaarschap in een breder perspectief te plaatsen. Een citaat vindt u onderaan het artikel Jan G. Nolst Trenité | De Mens en zijn Kunst.


You are an artist
Standaardwerk uit 1965

Een ander aspect waar men ook rekening mee moet houden is de tijd waarbinnen Jan G. Nolst Trenité zich bevond. Op het moment dat Jan G. Nolst Trenité de volwassenheid had bereikt zitten we historisch gezien midden in de crisisjaren. Het uitbreken van de 2e wereldoorlog is slechts enkele jaren verwijderd. Deze situatie maakt het voor de man die hij dan is vrijwel onmogelijk om voor een kunstenaarsbestaan te kiezen. Bovendien waren er andere obstakels die een dergelijke keuze ook niet snel waarschijnlijk zouden maken. Hij bevond zich in een situatie die hem tegelijkertijd niet minder rusteloos heeft gemaakt.

Deze rusteloosheid uitte zich onder andere in een zwervend bestaan. De opleiding tot Kwekeling op de School voor de Zeevaart en de daaruit volgende beroepen die hij uitoefende [stuurman grote vaart, sleepbootkapitein, brandweerman, etc.] laten een ontwikkeling zien die zich schoksgewijs voltrok. Tegen de tijd dat daar een huwelijk en een snel groeiende kinderschare aan werd toegevoegd ontstond er steeds minder ruimte voor een kunstzinnige ambitie en de vrijheidsdrang die hem toch zeer eigen moet zijn geweest. De verantwoordelijkheden die men in een dergelijke situatie moet dragen, de zorg voor werk, woning en gezin, temperen daarmee een al te vrij uitleven van de eigen drijfveren. Een totale ontkenning van dergelijke drijfveren is echter meestal een hachelijke zaak, ze zijn te onderdrukken, maar tegelijkertijd zoeken dergelijke motieven toch altijd naar een uitlaatklep.

Jan G. Nolst Trenité is in zijn 45ste levensjaar, en werkzaam als stafmedewerker bij Hoogovens, als hij zijn liefde voor de kunst weet om te zetten in een daad. Zijn vrouw Lida had zich laten inschrijven voor deelname aan de Talensprijs. Zij zag evenwel geen kans om op tijd een schilderij af te krijgen. Men zou kunnen denken dat deze daad op zichzelf staat. Als wij echter beseffen dat het werk dat hij in zal sturen genummerd is met #66 dan is het duidelijk dat hier al enige productie aan vooraf was gegaan. Het was bovendien bekend dat hij zich al in zijn jeugdjaren met veel plezier met het schilderen had beziggehouden. Een onbeschreven blad was hij dus niet. Het werk dat hij in de plaats van zijn vrouw instuurt, ‘Wall Street’ genaamd, wint tot zijn eigen verbazing de eerste prijs. In de geschiedenis van de kunst zijn er veel voorbeelden te noemen van de grote impact die het winnen van een prijs voor de betreffende kunstenaar betekent. Bij Jan G. Nolst Trenité heeft ook dit moment een beslissende rol gespeeld, omdat deze ervaring hem tevens bevrijdde van een oud trauma dat hem jarenlang parten had gespeeld.


Jan G. Nolst Trenité
Wallstreet
Oktober 1964 | #66

In vele interviews en artikelen komt dit thema regelmatig ter sprake. Deze rem op zijn activiteiten als kunstenaar en het gebrek aan geloof en vertrouwen in zijn eigen vermogens, stammen uit de tijd dat hij studeerde aan het gymnasium. De docent tekenen had ooit te kennen gegeven aan de leerlingen dat ‘zij er absoluut niets van konden’. Hoewel de leerlingen de docent beschouwden als een charlatan bleken zij niet ongevoelig voor deze opmerking, die bij Jan G. Nolst Trenité in ieder geval jarenlang als een obstakel heeft gefungeerd. Hoewel hij in zijn gymnasiumtijd al heel erg genoot van het schilderen als vrijetijdsbesteding was hij door dit incident toch overtuigd geraakt van zijn eigen onvermogen. Eenmaal bevrijd van deze rem op zijn expressie is het hek dan ook volledig van de dam.

De ontwikkeling die volgde op deze bevrijding en af te lezen valt in werkwijze, techniek en thematiek zal in een ander artikel [Het Werk van Jan G. Nolst Trenité] nader worden beschreven. Zijn activiteiten als beeldend kunstenaar komen na zijn pensionering in een stroomversnelling. Vanaf de zeventiger jaren exposeert hij regelmatig. Ook de tachtiger jaren laten een gestage groei van het aantal exposities zien. Het zal evenwel tot ver in de negentiger jaren duren voor hij ook door zijn kunstbroeders van KZOD [De Haarlemse professionele kunstenaars vereniging ‘Kunst Zij Ons Doel’] wordt geaccepteerd als een van hen. Hij heeft dan, naast zijn successen, evenveel afwijzingen te verwerken gehad van galeriehouders, kunstcommissies en kunstenaarsverenigingen.

Een belangrijke reden voor deze afwijzingen is een punt waarin zowel zijn kracht als zwakte is gelegen; Zijn veelzijdigheid en de tegenstrijdigheden die daardoor in de perceptie van zijn werk ontstaan. Voor een buitenstaander en zeker voor degene die slechts met een oppervlakkige indruk van zijn werk genoegen neemt, is in de eerste plaats zijn productie alleen al overweldigend. De gedrevenheid tot creatie, die bij Jan G. Nolst Trenité in ruime mate aanwezig is, zorgt ervoor dat hij een onoverzichtelijke en grote hoeveelheid werk produceert die tevens sterke verschillen vertoond qua techniek, themakeuze en kwaliteit. Daarmee brengt hij menig beschouwer van zijn werk danig in verwarring. Een extra probleem voor de perceptie was dat veel van zijn vroege werk, dat geschilderd is op doek en paneel en ook het beste van zijn latere werk, vaak snel het atelier verliet om in een collectie opgenomen te worden. Wat daarna in het atelier overbleef was vaak van een mindere kwaliteit en omdat het juist bij een atelierbezoek meestal om een eerste kennismaking gaat, kan een dergelijke situatie zonder de juiste begeleiding een bron van misverstanden worden.

De professionele kunstenaar is gewend om in zo’n geval zelf een strenge meester te zijn over zijn werk. Wat getoond wordt aan de buitenwereld zal in zo’n geval de toets der (zelf)kritiek moeten doorstaan. Een van de middelen die de kunstenaar terzijde staat in het beschermen van zijn werk is deze selectie- en de presentatiewijze. Daarmee wordt zowel de waarde als het karakter van het werk ondersteund en veranderd ook de betekenis. Deze gestrengheid bevorderd namelijk het objectmatige van een kunstwerk, dat ontstaat na arbeid, selectie en presentabel maken, en is nu juist het beslissende element dat een werk op zichzelf doet staan, neerzet in zijn waarde en aldus het mogelijk maakt om te overleven in een kritische of onverschillige buitenwereld.

Dat Jan G. Nolst Trenité het effect van een dergelijke benadering van zijn werk [selectie en presentatie] vooral in zijn latere jaren nogal heeft onderschat is zeker te wijten aan het feit dat hij hiervoor niet was opgeleid. Een dergelijke opleiding hoeft overigens niet perse academisch te zijn, maar kan ook plaatsvinden door het contact met collega kunstenaars die aan een dergelijke benadering belang hechten.


Jan G. Nolst Trenité
Coproductie 9
Oktober 1991 | Zonder nummer

Een nieuwe aanzet tot een grondige selectie en presentatie is gekomen toen Madelon Goemans een van de laatste exposities in 2001 van het werk van Jan G. Nolst Trenité organiseerde in Galerie Art[s] in Amsterdam. Enige van zijn coproducties waren ter gelegenheid daarvan gerestaureerd en vervolgens met smaak ingelijst bij deze expositie. Ook de selectie van andere werken was met aandacht gemaakt. Door deze zorg werd het werk zelf daarmee in een nieuw daglicht gezet. Daarmee werd dan ook recht gedaan aan het belang en de betekenis dat het werk in zich draagt.

Ook deze website beoogt door een zorgvuldige selectie en presentatie een bredere waardering van het werk van Jan G. Nolst Trenité mogelijk te maken, een kunstenaar die met een bewonderenswaardige naïviteit werk heeft gemaakt van een grote originaliteit.


Jan G. Nolst Trenité en de wereld van de kunst | Het werk van Jan G. Nolst Trenité | Het vroege werk: De Schilderijen op linnen en paneel | Collages en Assemblages in gemengde techniek | Assisted Ready Mades | De Co-Producties | Het late werk | Rijk der Ribbels <