|
DE VERBITTERING VAN VERBOGT
EEN WIJSWANGIG WISSEWASJE WANG EN DE WOORDEN OPHEF OVER UPHOFF RONALD GIPHART NOORDEN KWIJT? MARTIN ROS GEREHABILITEERD ARIE STORM WINDBUIL DE DROGE HUMOR VAN BERT NATTER BLURB / FOUT KOFFIE VERKEERD VAN DIS' DUBBELLIEFDE PLAGIAAT? NILGUN YERLI EN DE GASTARBEIDERSPERS BORREBACH WAS TIJD VOORUIT ZEEMAN VAART UIT MAARTEN 'T HART IJDEL |
||||||||||||||||
Zomer jl. gaf de schrijver THOMAS VERBOGT in het tijdschrift SCHRIJVEN lucht aan zijn frustraties als lezer van manuscripten. Er bestaan volgens hem drie typen manuscriptschrijvers: het type met talent, het type tegen wie gezegd is 'Je zou het allemaal eens moeten opschrijven' en het type dat zo graag schrijver worden wil. Dit laatste type zou VERBOGT het liefst een briefje willen sturen met:
De in 1981 bij DE BEZIGE BIJ verschenen verhalenbundel DE FEESTAVOND laat er geen twijfel over bestaan: al van meet af aan staat de naam THOMAS VERBOGT (1952) voor literatuur met een enorme L. Het eerste verhaal al - dat de spannende titel UIT LOGEREN draagt - begint op een wijze die zowel verbaast, ontroert, shockeert als aan het lachen maakt: de hoofdpersoon ontwaakt, staat op en kijkt uit het raam. Spec-ta-cu-lair! En voelt u de suspense? VERBOGT zuigt je als het ware het verhaal in. Hoe spijtig is het dat niet veel meer literatuur zo pakkend begint! Maar ja, welke schrijver wil er nu van plagiaat worden beticht? Daarbij, een goed begin mag dan het halve werk zijn, de andere helft is een tweede - reken maar!
VERBOGT slaagt voor alle onderdelen met een dikke tien. Als een ware STRINDBERG brengt hij een heus huwelijksdrama voor het voetlicht. Het botert niet meer zo tussen BERT en NETTY ... Wie gaat daar nu niet van watertanden? Het antwoord luidt: de hoofdpersoon. En uitgerekend hij is bij BERT en NETTY te gast! O drama, er is geen ontkomen aan. Zelfs de oorzaak van het slechte huwelijk krijgt hij op zijn bord: BERENDJE. BERENDJE? BERENDJE. BERENDJE is het kindje van BERT en NETTY. 't Is gehandicapt. Spastisch? Debiel? 'Niet goed,' laat VERBOGT NETTY zachtjes zeggen. En de lezer barst in tranen uit. Zo niet BERENDJEs bloedeigen vadertje BERT. O nee! BERT is boos. Hij rekent het NETTY aan dat BERENDJE 'niet goed' is. Daarom gaat hij naar de hoeren. Met de hoofdpersoon. Die zijn buik inmiddels zo vol heeft van de intermenselijke beerput waarin hij verzeild is geraakt, dat hij kotsend huiswaarts keert. Een meeslepend slot van een meeslepend drama. En: een onvervalst leidmotief! Want ook in het titelverhaal van DE FEESTAVOND (DE FEESTAVOND) en in het verhaal DE IDEEËN VAN STRAVERS wordt er lustig op los gekotst. Ruiken wij hier La nausée? De existentiële walging van JEAN-PAUL SARTRE? Vast en zeker! In elk geval krijgt de bundel van VERBOGT door dit stelselmatige gekots een schitterende consistentie. Of zou deze consistentie te danken zijn aan een stelselmatig gebruik van de hij-vorm?
Alle verhalen in DE FEESTAVOND zijn geschreven in de hij-vorm en daar GEBEURT wat mee. Maar wat? Dit laat zich niet eenvoudig analyseren. Wat opvalt is dat VERBOGT het woordje 'hij' zeer váák gebruikt. Om precies te zijn: 941 keer. Hij is waarachtig overal! Wie? Voilà, het risico van de hij-vorm: voor je het weet is er verwarring ontstaan. Closereading toont aan dat VERBOGT hier doelbewust gebruik van maakt. Een voorbeeld:
BRON: het ONDERNULNUMMER van PERMAFROST (september 2000).
Een gebeurtenis die een lijvig hoofdstuk in dé literatuurgeschiedenis van de laatste decennia verdient - maar die dat nooit zal krijgen, omdat de literatuurgeschiedschrijverij op z'n kont ligt in dit land - is de "babyshower" ter ere van HET TEDERE KIND, de tweede roman van LULU WANG. Waar veel auteurs hooguit de moeite nemen voor het zetten van een handtekening, verblijdde WANG - in een Shanghai-dress - haar publiek met een handlézing! De kritiek toonde haar ware aard.
WILLEM KUIPERS in DE VOLKSKRANT (25-11-1999):
WILFRED TAKKEN in NRC/HANDELSBLAD (26-11-1999):
GERRIT JAN ZWIER in de LEEUWARDER COURANT (3-12-1999):
WANG, vanachter haar glazen bol (HP/DE TIJD, 3-12-1999):
Het is de krantenmannen kennelijk ontgaan, maar al in 1998 - ruim een jaar voor de verschijning van HET TEDERE KIND - verklaarde WANG waaróm haar proza een onleesbare, hilarische brij vol taalfouten is. Ze deed dit in BRIEF AAN MIJN LEZERS, een werkje dat over de totstandkoming en het succes van haar debuutroman gaat. Een citaat (VASSALLUCCI, eerste druk, blz. 33-34):
"Tijdens de redigeersessies in de winter van 1996 onderbreekt XIANG [lees: WANG] haar redacteur om de twee zinnen:
Vervolgens kreeg de "vondst" een plaatsje in HET LELIETHEATER en wel op pagina 204 van de eerste druk. Meer smakelijke "vondsten": "een beestje op de poot volgen", "iemand de blouse van het lijf vragen", "iemand voor het doekje houden", "nieuwsgieriger dan een Aagje zijn" en "het bij het kromme eind hebben". De laatste drie "vondsten" zijn echter níet "XIANG-eigen": het zijn de vondsten van een grote vriendelijke reus...
Ruim vijftien jaar voor WANGs debuut - maar niemand die het nog weet: de literatuurgeschiedschrijverij ligt immers op z'n kont in dit land - werd het literaire wereldje opgeschrikt door het boek DE GROTE VRIENDELIJKE REUS, kortweg DE GVR. "ROALD DAHL" stond er als schrijver op de kaft vermeld, maar wie het boek goed las kon niet anders concluderen dan dat het geschreven moest zijn door de hoofdpersoon: DE GROTE VRIENDELIJKE REUS. Merkwaardig genoeg viel de kritiek uitsluitend over het taalgebruik. "Het regent taalfouten, die nooit aan het rode potlood van de corrector hadden mogen ontsnappen", schreef GERRIT JAN ZWIER verontwaardigd in de LEEUWARDER COURANT. Maar net als LULU WANG had ook DE GROTE VRIENDELIJKE REUS zich al verantwoord voor zijn taalgebruik: in het bekritiseerde boek notabene!
"Woorden." zei hij [de GVR], "is een o zo vermoeilijkend probleem voor mij. Dus moet je geduld met mij hebben en niet op alle plakjes zout leggen. Zoals ik al heeft gezegd: ik weet precies welke woorden ik wilt zeggen, maar op de een of andere manier raakt zij altijd door elkaar gehusseld."
Minder prachtig zijn natuurlijk de praktijken van WANG, die zowel haar "XIANG-eigen" stijl als de verantwoording hiervoor zonneklaar gejat heeft. Of berusten de overeenkomsten soms op louter toeval? Een klusje voor de reguliere literatuurkritiek. Gelukkig heeft de GVR zijn zegje al gedaan:
BRON: het ONDERNULNUMMER van PERMAFROST (september 2000).
In honderdduizenden Nederlandse boekenkasten staan de werken van LULU WANG. Ongelezen helaas, want WANG mag dan direct in het Nederlands schrijven, voor de meeste mensen is het Chinees. Er is weliswaar voorzien in een verklarende woordenlijst, maar daarin staan nu net de woorden die géén verklaring behoeven: 'regen en wolken' ... - zonneklaar. En zelfs een aap weet wat 'slingeren' is! Ronduit duister daarentegen zijn woorden als 'foeroe-woe-moeroe' en 'walawalawalawalawala'. Deze worden verklaard in de volgende lijst, waarin niet alleen alle vreemde woorden uit HET LELIETHEATER opgenomen zijn, maar ook die uit HET TEDERE KIND. Omdat WANG het wáárd is gelezen te worden.
BRON: het ONDERNULNUMMER van PERMAFROST (september 2000).
Geachte mevrouw DORRESTEIN,
Uw boeken bezorgen mij altijd veel plezier en na het lezen van "HET GEHEIM VAN DE SCHRIJVER" weet ik ook waarom: u bent een vakvrouw! Maar: hoe komt u er dan bij om MANON UPHOFF "het grootste jonge talent" te noemen? U doet dit in het januari-nummer van SURPLUS (1-2000) in een artikel over de ANNA BIJNS PRIJS. Uw motivering: "Ze heeft een ontzagwekkend vermogen om het juiste beeld op te roepen, is stilistisch punt- en puntgaaf." Stilistisch punt- en puntgaaf? Het juiste beeld? Het beeld van een kleuren-tv met roodvonk zult u bedoelen! Want kijk ik naar UPHOFF'S "GEMIS", dan zie ik achtereenvolgens:
Schallend rode bloemen, een rode streep, een rode branderige afdruk, een karmozijnrood tapijt, rode leren mapjes, rode vlekken, een rood potlood, een vlammend rood, rode lak, een gezonde rode kleur, dunne maar hele rode lippen, roodgerande woorden, een rood jurkje, een rode Chinese lampion, een rode gloed, een vurig rode vlek, een rood licht, een restje rode vloeistof, rode vlekjes en bultjes, een streep die zich rood vult, nogmaals een vlammend rood, een rode bank, iemand die rood van kwaadheid is, een vuurrood oog, rode landbouwwerktuigen, rood als een biet, twee kleine rode lampjes, een rode versleten divan en een rood hoofd.
Is dit stilistisch punt- en puntgaaf, mevrouw DORRESTEIN? Ik noem het geklodder! Of is al dat rood soms symbolisch bedoeld? Waarschijnlijk is het allerminst, maar toegegeven, onmogelijk is het niet. Rood is tenslotte de kleur van hartstocht en bloed, van duivel en hel - kortom: "van de nachtzijde van het leven" - om uw vakkundig gekozen woorden te gebruiken. En deze zijde gaat UPHOFF "niet uit de weg", vervolgt u in SURPLUS. Vol bewondering. En merkwaardig eufemistisch: zelfs een blinde kan zien dat UPHOFF deze nachtzijde schaamteloos exploiteert! Neem haar verhalen. Neem haar roman. Neem haar essay over DE SADE. Nu ja, essay...
"DE KETENEN DER WRAAK" heet het gewrocht en het verscheen in LUST & GRATIE (#61), het huisorgaan van uitgeverij VASSALLUCCI. Zegt dat al niet genoeg? O, hoe schrijnend schril steekt het af bij het werk van échte Sadeaanse vrouwen als CARTER, PAPPOT en DE BEAUVOIR. Maar het gaat wel over DE SADE. Toevallig?
Dan attendeer ik u op het achterplat van "DE FLUWELEN MACHINE". "Nieuw proza vol passie, pijn en genot staat er op, en dat achterplat is een foto waarop UPHOFF staat afgebeeld als MORTICIA ADAMS in de bossen van Transsylvanië. "Te subtiel", oordeelde onze stiliste niettemin, waarop ze zich in het televisieprogramma "DE SPREKENDE EZEL" - door PETER KLASHORST! - liet portretteren met een nepwond in de hals. Mysterieus? Ha! Image! Looks! Glamour! Waar op zich niks mis mee is, als ik SURPLUS geloven mag. Ja ja. In elk geval weiger ik te geloven dat een "schrijfster" die niet van de buis te branden is, maar die nog geen column in DE VOLKSKRANT kan vullen - en wier oeuvre derhalve nog steeds niet meer dan anderhalve roman met een paardenkop telt - de erkenning van de vrouwelijke stem in de letteren ten goede komt. Dat u MANON UPHOFF als een potentiële winnares van de ANNA BIJNS PRIJS beschouwt vind ik dan ook - laten we maar eufemistisch blijven - "hilarisch".
BRON: het ONDERNULNUMMER van PERMAFROST (september 2000).
Weinig copywriters richten zich met zoveel succes tot hun doelgroep als RONALD GIPHART. Studentes waarderen seks nu al met een 7.4 en kinky capriolen boezemen hen niet langer afkeer in, zo bleek uit een onderzoek van het studentenblad SUM. Maar wanneer GIPHART het bij een andere doelgroep probeert, raakt hij het spoor volkomen bijster. Of maakte hij de misser in het voetbalblad HARD GRAS soms doelbewust? Omdat voetballers dom zijn? Oordeel zelf. Zoek de fout in de volgende passage uit het voetbalfeuilleton "DE VOORZITTER" en maak kans op de PERMAFROST LITERATUUR IN KRAKENDE KRITIEK PRIJS 2000!
*N.B. De prijs, een auto, ging naar mw. E. B. te L. Het goede antwoord was: "Vanaf de Afsluitdijk kun je de Noordzee niet zien, echt niet.
BRON: PERMAFROST KERSTEDITIE (december 2000).
Ten onrechte stelden wij ex-uitgever MARTIN ROS, grondlegger van het commerciële denken in de literatuur, in een kwaad daglicht. Wij deden dit op de achterkant voor onze kersteditie, onder de kop: 'MARTIN ROS IMITEERT JOHNNY THE SELFKICKER.' De aanleiding hiervan was een FIAT-commercial, die MARTIN ROS, op z'n zachtst gezegd, niet zonder verve insprak: met een zekere plechtstatigheid, heel gearticuleerd en toch razendsnel sprekend trachtte hij de luisteraars lekker te maken voor het Italiaanse merk. Maar waar smaakt het toch naar, vroegen wij ons af. En prompt schoot het ons te binnen. Naar een zoutjesreclame uit 1984, waarin op exact dezelfde manier werd gesproken door 'THE SELFKICKER' JOHNNY VAN DOORN! JOHNNY VAN DOORN, weet u nog wel, de veel te vroeg verscheiden dichter, die in de roaring sixties alle zalen plat kreeg met zijn 'elektrische acts' en die thans het grote voorbeeld is voor rappers als BART DROOG. Ook voor MARTIN ROS? Het kon niet anders, meenden wij. Totdat iemand ons wees op een passage uit LIEFDE EN OUDERDOM, de autobiografie van MARTIN ROS. De passage in kwestie toont onomstotelijk aan dat ROS in al 1956 tot zijn spreektrant kwam. Tijdens zijn ontgroening ontdekte hij dat hij zich het beste staande kon houden door 'met een zekere plechtstatigheid heel gearticuleerd en toch razendsnel te spreken.' Want: 'Je klonk dan overtuigend en niemand waagde het er nog tussen te komen.' Deze 'verworvenheid' zou ROS in het jaar dat hij in Utrecht studeerde grondig uitbouwen, waarmee de basis werd gelegd 'dank zij welke ik me vervolgens gedurende mijn lange, donkere jaren in Amsterdam kon handhaven.' MARTIN ROS gerehabiliteerd.
BRON: PERMAFROST 1-2001 (het zg. 'ballennummer').
Er mogen dan jaarlijks dertig tot veertig miljoen boeken worden verkocht in ons kikkerlandje, dat wil nog niet zeggen dat het literaire klimaat hier vruchtbaar is. 't Is kil. Gúúr. Siberisch! Een van de verantwoordelijke elementen is ARIE STORM.
ARIE STORM is schrijfdocent. Daarnaast schrijft hij. Dit jaar verscheen derde boek: DE ONGEBORENE. De hoofdpersoon in DE ONGEBORENE heet ARIE STORM. ARIE STORM schrijft, maar hij verdient de kost als schrijfdocent. Dat ARIE STORM liever alleen schrijver zou zijn, spat van elke pagina: NOG NOOIT HEBBEN WIJ BEGINNENDE SCHRIJVERS ZO VERSCHRIKKELIJK AFGEZEKEN ZIEN WORDEN ALS IN DIT BOEK! Door ARIE STORM? Ho ho! Door het personáge ARIE STORM. Uit de verantwoording achterin:
In ons archief troffen wij een tijdschrift aan, waarin de auteur ARIE STORM op persóónlijke titel over beginnende schrijvers schrijft. Uit BZZLLETIN 231-232 (december 1995-januari 1996):
BRON: PERMAFROST 2-2001 (de NICCI FRENCH-special).
BERT NATTER; wie kent hem niet? Het gros van lezend Nederland en dat is nogal wrang. Want BERT NATTER schreef mee aan zeker drie boeken van RONALD GIPHART: "DE BESTE SCHRIJVER VAN NEDERLAND", "DE ONTDEKKING VAN DE LITERATUUR" EN "WILLEM DE DIKKE". Waarom staat BERT NATTER dan ook niet in de spotlights, vraag je je dan af. De foto toont waarom.
Gelukkig is BERT NATTER niet uit het veld te slaan. Hij is redacteur geworden bij een uitgeverij. Ingezonden "slush" stuurt hij onverwijld retour, met een zelfgeschreven briefje. Dat hij dit met veel plezier doet lazen wij bij VAN EEDEN. Bij ED VAN EEDEN wel te verstaan: de man die voor het boekenvak het gelegenheidsdrukwerk maakt. Uit zijn "LITERAIRE SMAAKMAKERS", geschreven voor DE BIJENKORF ter gelegenheid van DE BOEKENMAAND 2000, citeren wij:
"Natuurlijk zijn er altijd redacteuren die zich de nodige speelse vrijheden veroorloven bij de formulering van hun afwijzingsbriefjes. Zo stuurde BERT NATTER, tegenwoordig redacteur van DE PROM/DE FONTEIN, in de tijd dat hij nog bij uitgeverij KWADRAAT werkte aan inzenders van manuscripten met onvoldoende kwaliteit regelmatig variaties van het volgende episteltje: 'Met bewondering hebben wij uw roman/verhalenbundel/poëzie gelezen. U hebt een heus meesterwerk in handen! Het spijt ons bijzonder dat onze uitgeverij niet geoutilleerd is om een werk van dit overweldigende niveau te publiceren. Daarom verwijs ik u graag naar onze collega's bij uitgeverij DE BOER MARITIEM.' De opgegeven naam van de collega-uitgeverij varieerde overigens regelmatig."
Wilt u ook eens lekker lachen? Zoek dan naar BERT NATTER op het internet.
BRON: PERMAFROST 2-2001 (de NICCI FRENCH-special).
Nipt op tijd voor moederdag, maar ruim op tijd voor de vakantie, verscheen dit jaar "DE RODE KAMER", de vijfde "literaire thriller" van het Britse duo NICCI FRENCH. Literaire thriller tussen aanhalingstekens, want dat de boeken van NICCI FRENCH maar bitter weinig met literatuur van doen hebben heeft zelfs de uitgever toegegeven. "We hopen zowel lezers die van spannende boeken houden te vangen als diegenen die waarde hechten aan de status en de chic van literatuur", verklaarde EVA COSSÉE van uitgeverij ANTHOS in onze kersteditie. Vandaar dus het predikaat "literaire thriller". Zelf spreken NICCI en FRENCH liever van "psychological thrillers". Geen artistieke hoogstandjes dus. Maar wel whodunits met brains?
De hoofdfiguur in "DE RODE KAMER" is een psychiater en dat is veelbelovend. Specialisatie: het screenen van criminelen. Een diagnose: "Hij lijkt me in orde." Waarop de gediagnosticeerde de psychiater volkomen terecht het ziekenhuis in slaat. Of er uit: het is maar hoe je het bekijkt. In de rest van het boek is deze gediagnosticeerde uiteraard de gedoodverfde dader. Maar wij zijn niet gek. Als zou je het van de psychiater probleemloos kunnen worden.
"Roze is echt jouw kleur", typeert iemand de psychiater in het boek. En dat is zachtjes uitgedrukt. De psychiater "knabbelt voorzichtig aan worteltjes", neemt "hapjes zoete, sappige nectarine", "lepeltjes romige yoghurt" en ze drinkt met "kleine slokjes". "Ze", want de psychiater is natuurlijk een vrouw. Hoe kan het ook anders? De boekenmarkt bestaat voor 99,9 procent uit vrouwen en de firma NICCI FRENCH levert op maat. Dus: koffietijd!
"Er is daar een reformwinkel met een paar tafeltjes, waar je overdag koffie kunt drinken!" kirt de psychiater op pagina 57. Op pagina 112 smult ze verguld: "Ik kon koffie inschenken en koffie drinken en hoefde bijna niets te zeggen." Op pagina 324 zegt ze dromerig: "Ik stelde me voor hoe ze koffie aan het zetten waren..." Op pagina 248 biedt iemand aan: "Zal ik dan maar koffie zetten?" En onze psychiater glundert: "Ik zeg nooit 'nee' tegen koffie." Maar dat is geen zuivere koffie! Want hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, op dit punt in het boek heeft ze al ácht keer "nee" tegen koffie gezegd.
Op pagina 10: "Wil je koffie of thee?" "Nee dank je, ik heb nogal haast." Op pagina 46: "Thee? Koffie?" "Thee graag." Op pagina 63: "Koffie? Thee? Niets?" "Ik hoef geen thee." Maar koffie neemt ze evenmin. Op pagina 131: "Ik zette koffie, maar nam zelf een glas wijn." Pagina 145: "Ik schonk kokend water over de koffie en deed er melk bij. 'Alsjeblieft. En neem gerust een koekje.'" Zelf neemt ze niets. Pagina 182: "Koffie?" "Nee, dank u." 190: "Wil je koffie?" "Geen tijd, denk ik." 202: "Ik neem het basisontbijt. En jij?" "Ik wil alleen koffie." "Die kan ik je niet aanraden." "Thee dan."
Is dit een aanwijzing? Is de psychiater soms zelf gestoord? En dus de dader? Vergeet het maar. In dit boek wordt de dader er aan de haren bijgesleept en komt het motief als een deus ex machina uit een secretaire gerold. Naam van de dader: GABRIEL TEALE. Not done bij een whodunit, het verraden van de dader? Inderdaad. "DE RODE KAMER" is dan ook andere koffie. Binnenkort met spaarpunten.
BRON: PERMAFROST 2-2001 (de NICCI FRENCH-special).
Geen vakjargon is zo rijk als dat van het boekenvak. Een jargonwoord is in het boekenvak niet louter "een ander woord voor", het benadrukt er tevens de gevoelswaarde van. Neem "blurb". "Blurb" is een ander woord voor de aanbevelingstekst achterop een boek. "Blurb" klinkt als een natte boer en als zodanig wordt deze tekst in het boekenvak ook opgevat: dikwijls blijkt uit de "blurb" zelfs dat het aangeprezen boek niet eens gelezen is! Een schrijnend voorbeeld hiervan staat achterop "DE OUDE MAN EN DE ZEE" van ERNEST HEMINGWAY, in de uitgave van STRENGHOLT-NAARDEN, elfde druk.
"'DE OUDE MAN EN DE ZEE' mag een meesterlijk stuk literatuur genoemd worden. Iedere zin is de juiste; er staat geen woord te veel of te weinig in. Het verhaal had niet gaver verteld kunnen worden. Het onderwerp is eenvoudig. Sinds vierentwintig dagen heeft SANTIAGO, een oude Cubaanse visser, geen vis gevangen."
Maar de oude Cubaanse visser SANTIAGO heeft niet slechts vierentwíntig dagen niets gevangen, hij sloeg zelfs vierentáchtig dagen niets aan de haak! Futiel? Een fout die télt bij een meesterlijk stuk literatuur waarin iedere zin de juiste is en waarin geen woord te veel of te weing staat.
BRON: PERMAFROST 5 (februari 2002).
Nauwelijks hersteld van de plagiaat-affaire van 1992, werd ADRIAAN VAN DIS in december vorig jaar voor de tweede maal van letterdiefstal beticht. Deze keer was zijn reisverslag "EEN BARBAAR IN CHINA" (1987) aan de beurt. Maar liefst dríe passages zou VAN DIS - volgens ene DR. ULDRIK SPEERSTRA - "vrijwel letterlijk" hebben overgenomen uit de roman "FROM HEAVEN LAKE" (1983) van de Indiase auteur VIKRAM SETH. "Vrijwel letterlijk", want het begrip "plagiaat" werd door deze DOCTOR SPEERSTRA wel érg ruim opgevat.
Ter vergelijking: "In welke stad je ook komt, de straten hebben gelijkluidende namen. Overal is een Oost-Weststraat, de warenhuizen, drogisten en boekwinkels dragen allemaal dezelfde naam en in elke stad is het Sun Yat Sen Park eender aangelegd." ("EEN BARBAAR IN CHINA", 1e druk, pagina 44)
Bij VIKRAM SETH: "Even the names of the streets repeat themselves from city to city; the bookstores all have the same name and there is invariably a Sun Yat Park to visit."
Toegegeven, er zijn overeenkomsten, maar dat is dan ook alles. En is de passage van SETH zo bijzonder dat zij het stelen waard is?
Voor VAN DIS dubbel en dwars, zo stelden wij proefondervindelijk vast met behulp van DOCTOR SPEERSTRA's vrije methode: ook in VAN DIS' Zuid-Afrika-boek "HET BELOOFDE LAND" (1990) troffen wij de gestolen passage aan! Zij het dus vrijwel letterlijk...
Uit de eerste druk, pagina 88: "Alles herhaalt zich. De namen van de straten, de honden suffend in de goot, de krassende waterpomp in de tuinen, de bomen tot hun middel gewit, de geur van braaivlees in de namiddag. Dezelfde namen op graven. Overal Pep Stores, dezelfde nieuwe hekken om de politiebureaus."
Het blijft natuurlijk vreemd dat VAN DIS helemaal naar China en Zuid-Afrika gereisd is om deze constatering op - of over - te schrijven. Bij ons zijn de steden immers ook identiek: in elke stad is wel een Kerkstraat met een BRUNA-, een AKO-, of een LIBRIS-vestiging. Is dit VAN DIS dan werkelijk nog nooit opgevallen? Dan is hij wel érg ver heen! Of: hij is nooit verder gekomen dan zijn woonplaats Amsterdam... Maar wat heeft hij dan met het geld van zijn reisbeurzen gedaan? Vergokt? Verzopen? Naar de hoeren gebracht? Gelet op het losbandige karakter van zijn meest recente roman "DUBBELLIEFDE" (1999) lijken dit waarschijnlijke opties. Maar de methode van DR. SPEERSTRA leert ons dat ook dit boek grotendeels uit plagiaat bestaat.
Het bewijs: op pagina 169 van de eerste druk gaat de hoofdpersoon naar een vrouw van lichte zeden. Ze zegt: "Wat een weertje hè? Ik heb de kachel gezellig aan, hierbinnen zal je er niks van merken. Trek je broek maar helemaal uit, want ik kan die kou niet op met hebben..." De bron: wat denkt u van LENNAERT NIJGHs beroemde lied "IK DOE WAT IK DOE", eerste couplet? "Nou doe je jas uit en warm maar eerst je handen, want kouwe jatten aan me lijf, daar ril ik van, het lijkt wel winter, 'k heb de kachel laten branden, die regen hè, daar vind ik ook niks an."
Helaas is het weinig zinvol om VAN DIS zelf te vragen vragen wat hij allemaal gejat heeft en van wie. "Ik schrijf, bladzij na bladzij, want mijn angst om te vergeten is sterker dan mijn geheugen", verklaart hij in "HET BELOOFDE LAND" (1e druk, pagina 81). Al is het - DR. SPEERSTRA volgend - dus niet uitgesloten dat iemand anders dit verklaart.
Heeft DR. SPEERSTRA dan álles op losse schroeven gezet? Neen. Vast staat dat de roman "ZILVER" (1988) honderd procent authentiek - én autobiografisch is. Uit de 2e druk, pagina 90: "Hij (ZILVER, lees: VAN DIS) wil DOUZY (zijn vriend) verrassen met drie lange verzen. [...] Omdat het rijmen hem zo moeilijk valt, leent hij regels uit 'DICHTERS VAN DEZE TIJD'." Hoe het met dit "lenen" afloopt lezen we op pagina 116: "DOUZY heeft het vers gekraakt, wat te lang was kort gemaakt. Alleen de geleende regels konden zijn kritiek doorstaan. ZILVER zag zijn epos krimpen."
We zijn benieuwd wat er van VAN DIS' epos overblijven zal. En van VAN DIS.
BRON: PERMAFROST 5 (februari 2002).
Na een volkomen foute bestseller-carrière bij uitgeverij AMBO/ANTHOS - waar zij het zelfs bestond de losse flodders van NICCI FRENCH voor literair te verkopen! - maakte uitgeefster EVA COSSÉE op 6 september 2001 bekend haar leven te zullen beteren. "Dat is onze verdienste!" riepen wij euforisch. En dat was fout. Weliswaar hebben wij op alle mogelijke manieren geprobeerd EVA COSSÉE tot deze omslag te bewegen, iemand daadwerkelijk verleiden, dat vermag alleen DE LIEFDE.
CHRISTOPH BUCHWALD heet de liefde in het geval van COSSÉE en zij is nu met hem getrouwd. Als directeur van uitgeverij SUHRKAMP VERLAG in Frankfurt stond hij garant voor niets minder dan Deutsche Gründlichkeit in de hedendaagse letteren, als we DE VOLKSKRANT van 7 september 2001 mogen geloven. Samen met hem en ex-MEULENHOFF-redacteur WIL HANSEN heeft COSSÉE nu uitgeverij COSSEE opgericht.
DE VOLKSKRANT van 5 januari 2002 bericht: "De oprichters van uitgeverij COSSEE typeren zichzelf als 'mensen voor wie literatuur geen bijzaak is of uitsluitend handelswaar' en van WIL HANSEN, een van die mensen, mag dat gerust een beginselverklaring heten. 'EVA COSSÉE en ik komen allebei van uitgeverijen waar het boek handel was geworden en waar de kwaliteit verloren dreigde te gaan. Vanuit die motivatie zijn we ook COSSEE begonnen.'"
Wat zal deze "motivatie" opleveren, is nu natuurlijk de grote vraag. Artistieke vrijheid voor elke auteur? Een drastische redactie? Of gewoon een voortzetting van de aloude kruidenierspolitiek? Surf naar www.cossee.nl .
BRON: PERMAFROST 5 (februari 2002).
Voor mijn vakantie kocht ik DE GARNALENPELSTER van NILGUN YERLI. Wat een miskoop! Volgens het achterplat zou dit boek de ontroerende autobiografie zijn van een Turkse jongedame in Nederland, maar (a) in plaats van ontroerend is het platweg larmoyant; het is (b) te onsamenhangend om de naam 'autobiografie' te kunnen dragen, en (c) geschreven door een dame die langer genaturaliseerd is dan zij ooit Turks of jong is geweest! Maar ondertussen betreft het hier wel een boek van DE ARBEIDERSPERS: toch niet de minste uitgeverij, dacht ik zo! Wat is hier loos?
Geachte lezer,
DE GARNALENPELSTER van NILGUN YERLI verscheen in maart 2001 en dat verklaart al een heleboel: maart is de maand waarin DE BOEKENWEEK™ valt en voor 2001 had de organiserende CPNB™ het thema 'Schrijven tussen twee culturen' bedacht - dit ongetwijfeld ingegeven door kaskrakers als LULU WANG, ABDELKADER BENALI, CLARK ACCORD - ja, eigenlijk de voltallige stal van uitgeverij VASSALLUCCI™. De paniek in Uitgeversland was totaal. Want waar ter wereld nog een allochtoon gevonden die níet onder contract stond bij VASSALLUCCI™?
Bij uitgeverij DE ARBEIDERSPERS™ konden ze er slechts één bedenken: NILGUN YERLI. Van deze 'multi-culti-colomniste' had men in 2000 de bundel TURKSE TROEL uitgegeven - die nog lang niet was uitverkocht. Een feestelijke boekenweekherdruk zat er dan ook niet in. En ja, toen moet de chef van de DE ARBEIDERSPERS™ YERLI hebben gevraagd een nieuw boek te schrijven. Iets autobiografisch. In de trant van LULU WANG. Om maar niet voor VASSALLUCCI™ onder te hoeven doen. En dat is gelukt.
Kortom: wie DE GARNALENPELSTER heeft gekocht, had net zo goed TURKSE TROEL kunnen kopen - of eigenlijk béter nog, want bij een columnbundel is het tenminste meteen duidelijk waarom elke samenhang ontbreekt. Maar het allerbeste is natuurlijk om geen van beide boeken te kopen. Want zelfs bij DE ARBEIDERSPERS™ is men vandaag de dag - om het met een uitdrukking uit het GROOT WOORDENBOEK DER NEDERLANDSE TAAL™ te zeggen - 'aan de Turken overgeleverd'.
BRON: PERMAFROST NUMERO 7 (november 2002).
Naar aanleiding van onze vraag naar aparte porno (in PERMAFROST #6) attendeerde de Leeuwarder fotograaf PAUL VAN EIK ons op HANS BORREBACH (1903-1991). In diverse donkere kamers wordt BORREBACH nog altijd geroemd als maker van pikante fotoboeken en nóg pikantere seksromans en -strips, terwijl hij in menig bejaardenoord bezongen wordt als illustrator van de o zo brave meisjesromans van CISSY VAN MARXVELDT c.s.
Zelf had BORREBACH zijn faam graag minder versnipperd gezien. Bij het inleveren van alweer een mierzoet prentje voor alweer een mierzoet meisjesboek schreef hij de uitgever: "Als tegenhanger van dit, zend ik U ter oriëntatie en ter lezing één van mijn kortgeleden geschreven boeken. Indien U de moeite van 't lezen wilt nemen, dan kunt U zich hierin op de hoogte stellen van mijn stijl en opvattingen omtrent de samenstelling van een vlot en prettig leesbaar boek voor oudere meisjes. Indien U er iets voor voelt in de komende najaarsuitgaven ook een boek van mij op te nemen, dan hoor ik dat gaarne."
"Hoe aangenaam ook de wederzijdse verhouding is, in dezen doen wij toch beter om niet met elkaar in zee te gaan", schreef de uitgever, de heer A. KNOTTNERUS van CALLENBACH, huiverig terug. In 1952... Nu zou om het even welke uitgever meteen met BORREBACH in zee zijn gegaan - en zou hij wereldwijd in de schijnwerpers hebben gestaan. HANS BORREBACH was zijn tijd ver vooruit.
BRON: PERMAFROST NUMERO 7 (november 2002).
Na dichter des vaderlands GERRIT KOMRIJ en onze volksschrijver GERARD REVE, is nu ook Nederlands bekendste boekbespreker geëmigreerd. MICHAËL ZEEMAN heeft zijn anker in Rome uitgeworpen. "Op zoek naar het geheugen van de wereld", kopte het boekenvakblad BOEKBLAD - dat uiteraard niet om het nieuws heen kon: voor hoeveel extra omzet heeft "ZEEMAN MET BOEKEN" immers niet gezorgd?
Zegge en schrijve twéé pagina's trok BOEKBLAD (Magazine, juli/augustus 2002) voor het afscheid uit, waarvan er een hele verspild werd aan een nietszeggende foto. Terwijl ZEEMAN normaal gesproken aan de halve VOLKSKRANT nog niet genoeg heeft om zijn zegje te kunnen doen! Toch slaagde hij er wonderwel in duidelijk te maken waarom hij niet langer in Nederland wenst te wonen - en waarom BOEKBLAD hem zo weinig ruimte bood!
"Het ergst aan de Nederlandse boekwinkels is misschien nog wel die lijpe inrichting, de opdringerige aanwezigheid van rommel en uitgekiende kopersfuiken, de ordening van onderwerpen, presentatietechnieken en functies", voer ZEEMAN uit: "Je weet wat er van je verwacht wordt, hoe je moet lopen, hoe je moet kijken en waar je moet stilstaan. Iemand heeft dat voor jou bedacht. Je bent geen nieuwsgierige boekenverslinder meer, maar een onnozele sul die doet wat winkelinrichters van hem verwachten. Het heeft ook geen zin meer de boekverkoper te vragen naar specifieke kennis: altijd zal hij naar zijn beeldscherm lopen, een beeldscherm dat aangesloten is op precies hetzelfde databestand waarop al die andere beeldschermen van al die andere boekverkopers in al die andere steden ook zijn aangesloten. Wegwezen dus."
Nu maar hopen dat ZEEMAN in zijn nieuwe thuishaven een schat aan parels op zal duiken. En: dat hij daar verslag van zal doen in die heerlijk heldere, bijna anti-intellectualistische duizend-bommen-en-granaten-stijl waartoe BOEKBLAD hem gedreven heeft.
BRON: PERMAFROST NUMERO 7 (november 2002).
'Wat een onvoorstelbare zotternij, die lintjes! En wat afschuwelijk dat daarbij ook nog onderscheid wordt gemaakt in rang en stand, dat je hoge en lage lintjes hebt - ORDE VAN DE NEDERLANDSE LEEUWIN of OFFICIER VAN ORANJE BAARLE-NASSAU of hoe die gekkigheid verder allemaal mag heten', fulmineerde MAARTEN 'T HART drie jaar terug in een column over de lintjesregen. Maar toen hij dit jaar (2003) zelf door HARE MAJESTEIT DE K. tot RIDDER IN DE ORDE VAN DE NEDERLANDSE LEEUW geslagen werd, aanvaardde hij dit dankbaar. Voortschrijdend inzicht? Vond hij het onderscheid in rang en stand bij nader inzien toch zo kwalijk niet? Hier is slechts één conclusie mogelijk: MAARTEN 'T HART heeft dit onderscheid NOOIT kwalijk gevonden. Zowel bij het schrijven van zijn column als bij het aanvaarden van zijn lintje werd hij gedreven door niets anders dan IJDELHEID. In het eerste geval als DE GEPASSEERDE PRINSES, in het tweede geval, nu ja: als RIDDER IN DE ORDE VAN DE NEDERLANDSE LEEUW. Wie hem heeft voorgedragen heeft dit aantoonbaar gemaakt. En verdient een lintje.
BRON: PERMAFROST NUMERO 9 (juli 2003).
|
|||||||||||||||||