Poeh

Deze vrolijke beer, hoofdpersoon en held van de boeken, is erg met zichzelf en zijn leven ingenomen. Honing is heel belangrijk voor Poeh: hij wordt gedreven door zijn eetlust en komt daardoor geregeld in benarde posities terecht. Eten is voor Poeh ook gezelligheid en een reden om op visite te gaan. Krijgt hij zelf bezoek, zoals van Teigetje, dan wil hij zijn ontbijt wel delen. Ofschoon hij het niet onprettig vindt dat Teigetjes niet van honing blijken te houden.

Hij is een zorgeloos type en het liefst houdt hij zich bezig met het kijken naar de rivier, het genieten van een mooie dag, of het verzinnen van een toepasselijk lied. Gezelschap van zijn vriendjes zijn ook erg belangrijk voor hem. Hij wil het die vriendjes ook graag naar de zin maken en is een en al behulpzaamheid. Hij doet vooral zijn best voor de sombere Eeyore, die er het meest behoefte aan lijkt te hebben opgevrolijkt te worden. Zo gaat Poeh zijn vermiste staart zoeken, en als hij ontdekt dat Eeyore jarig is organiseert hij meteen een verjaarspartijtje. Bovendien bedenkt hij dat Iejoor‘s winters een huis nodig heeft en gaat het onmiddellijk bouwen.

En ofschoon Poeh een Beer is Met Heel Weinig Hersens lopen zijn plannen en ondernemingen vaak zeer succesvol af . En ironisch genoeg komt het juist door dit gebrekkige brein dat alles toch nog goed komt. Andere dieren als Konijn en Uil hebben de naam slim te zijn maar het is Poeh die effectief handelt. Pooh wordt zelfs door zijn beste maatjes niet op de juiste waarde geschat. Hij is ook een creatieve beer. Voortdurend komen er liedjes in hem op.



Knorretje

Knorretje is een varkentje die zich er van bewust is ‘Een Heel Klein Dier' te zijn en dat maakt hem schuchter en verlegen. Hij voelt zich erg kwetsbaar en is bang voor echte (Springerige Teigetje) en gefantaseerde dieren. Wel is hij goedhartig.

Uiteindelijk wordt Knorretjes geringe grootte een pluspunt: ofschoon iedereen in het Woud ervan overtuigd is dat Uil degene is die kan lezen en schrijven, is het Knorretje die klein genoeg is om in de zak van Janneman Robinson mee naar school te gaan en zo leert lezen en schrijven.

Knorretje is zich soms pijnlijk bewust van zichzelf, hij is bang laf gevonden te worden en schaamt zich dan. Doordat Poeh hem moed in spreekt en de positieve kanten van het varkentje laat zien, kan Knorretje zichzelf accepteren. Niet langer beschaamd en onzeker kan hij zijn beperkingen toegeven.


Teigetje

Deze tijger is ook echt een kind, een energiek, speels en naïef kind. Hij kent zijn grenzen niet, tot hij ze heeft overschreden. Maar dan laat hij de moed niet zakken en bedenkt meteen iets anders waarin hij waarschijnlijk (en met hem alle Teigetjes) wel goed in is. In zijn kinderlijke egocentrisme heeft hij niet in de gaten dat de anderen zich bedreigd voelen door zijn gespring.


Iejoor

Deze oude ezel leidt een bezadigd, enigszins geïsoleerd leven in het duistere oord. Hij is een zwartkijker die altijd het ergste verwacht. Iejoor is er zeker van dat de wereld zich tegen hem samenspant en heeft erg met zichzelf te doen. Hij klaagt veel maar komt zelf weinig in actie. Zo gaat hij niet zelf op zoek naar zijn gestolen staart. Hij moppert dat hij niemand ziet maar gaat zelf niet op pad.

Door zijn cynisch taalgebruik weet hij anderen op een subtiele, maar effectieve manier te manipuleren. Al is hij sarcastisch en klaagt hij voortdurend, toch wil hij er graag bij horen en in het middelpunt staan. Ondanks zijn somberheid zijn er ook momenten van vreugde. Hij lijkt alleen met zichzelf bezig maar heeft toch wel oog voor anderen.


Konijn

Konijn is een voorzichtig iemand die op gevaar is voorbereid. Als Poeh hem bezoekt meldt hij voor alle zekerheid dat er niemand thuis is tot zijn bezoeker zich bekend maakt. Als Poeh een week in zijn voordeur moet blijven zitten blijkt Konijn een praktische instelling te hebben: hij gebruikt de achterpoten van Poeh zolang als handdoekenrekje. Konijn voelt een verbondenheid met Uil als hij zegt: "Jij en ik hebben hersens, de anderen hebben alleen maar Pluis in hun kop. Als het hier in het Woud op denkwerk aankomt - en als ik denkwerk zeg, dan bedoel ik denkwerk - dan komt dat op jou en mij neer." Toch is het niet zozeer wijsheid als wel leiderschap waar Konijn op uit is.


Kanga en Roe

Kanga en Roe zijn kangaroes. Kanga is de enige vrouw in het Woud en is vooral moeder. Ze moedert over haar kind Roe (let op of hij voldoende eet, op tijd rust enz.). Ze beschermt hem door hem in haar buidel mee te dragen. De namen Kanga en Roe accentueren hun verbondenheid/eenheid. Haar moederhart is groot genoeg om Teigetje als pleegkind te adopteren.

Het lijkt misschien of Kanga haar kind wat erg beschermt maar dat is wel nodig want de energieke Roe gaat op onderzoek uit wanneer hij maar de kans krijgt. Hij heeft geen oog voor gevaar en staat graag in het middelpunt van de belangstelling. Hij is naïef en heeft een onbeperkt vertrouwen in zijn vriend Teigetje. Het feit dat Teigetjes springen maakt ze tot een ideale vriend voor kangaroes.


Uil

Voelt zich de intellectueel van het Woud. Hij staat altijd klaar met advies dat nergens toe dient. Hij vertelt verhalen vol ‘moeilijke' woorden die door de eenvoudige bosbewoners niet begrepen worden. En ofschoon hij ogenschijnlijk verhalen vertelt die iets met de huidige situatie te maken hebben, is hij meer geïnteresseerd in de verteller dan in de luisteraar. Hij is erg breedsprakig en zelfingenomen. Ondanks zijn pretenties en ongevoeligheid, is Uil zich af en toe scherp bewust van zijn beperkingen en wil hij graag de illusie van zijn wijsheid, die hem een bijzonder iemand maakt in het Woud en zijn relatie tot de anderen bepaalt, in stand houden. Ironisch genoeg bewijst hij zijn scherpzinnigheid het meest in zijn pogingen zijn onwetendheid te verbergen. Tenslotte heeft Uil toch een bepaald soort intelligentie. Ofschoon hij zijn eigen naam alleen kan spellen als "ULL", weet hij hoe hij zijn intellectuele façade op moet houden.