|
|
||||
|
|
||||
|
Zwaag |
||||
|
|
||||
|
Historie |
||||
|
|
|
|
|
|
|
Enkele momentopnamen van meer dan 80 jaar duivensport in De Zwaluw-Zwaag Preambule Tussen 1929 en 2012 zitten 83 kalenderjaren. In die jaren is er
veel voorgevallen in duivensportvereniging De Zwaluw, teveel om op te noemen.
Het is dan ook niet de bedoeling om hier de gehele geschiedenis de revue te
laten passeren. Om op de hele geschiedenis zicht te krijgen, zou teveel tijd
kosten vandaar dat wij volstaan met enkele foto´s van weleer voorzien van een
weinig tekst. De bedoeling van het onderdeel “Historie” is om iets van de
sfeer van vroeger te laten zien. Het heden is bij velen bekend, ook de nabije historie is bij velen
bekend. Zelfs van 25 jaar terug is bij veel leden van De Zwaluw nog het
nodige bekend. Er zijn ook nogal wat van de huidige leden zo lang betrokken
bij de club. Als sitebeheerder van deze club is het
wel eens moeilijk meepraten over de historie, mijn historie bij de Zwaluw is
slechts ruim 20 jaren oud, dus veel van de informatie komt uit de geheugens
van een aantal van onze oudere leden. Met name door de steun
van Pieter Epema, Popke
Veenstra, Marten van Kammen, Meester Volbeda en de
archieven van Beperkt en selectief als die geheugens zijn, in positieve zin op te
vatten, leggen wij ons neer bij het feit dat de inhoud van dit historische
beeld zo beperkt is als het is. Toch vertrouw ik er op dat u bij het bekijken
van de foto´s en het lezen van de tekst u iets kunt proeven van de sfeer van
weleer. De sitebeheerder 2012 |
||||
|
Het eerste begin Over het eerste begin in
1928/1929 is weinig bekend, de duivensporters die De Zwaluw hebben destijds
voor het eerst vorm hebben gegeven zijn er niet meer om daarover te verhalen.
De eerste stappen naar georganiseerde duivensport in Zwaag |
||||
|
Het "Sweltsjenest"
. Op de foto staan vlnr. Popke
Veenstra, Jan Boskma, Pieter Epema,
Jan “Bob” Veenstra, Fokke Boskma en Tunnis van der Veen(?). De Huisvesting Hierboven staat het eerste echte “Sweltsjenest”.
Dat is niet voor niks, de geschiedenis van de Zwaluw tot aan 1965 kenmerkt
zich door een aaneenschakeling van huisvestingsproblemen. De foto hierboven
stond in 1965 ook in de krant, de bijbehorende tekst meldt dat De Zwaluw
eindelijk, sinds 35 jaar, een eigen onderkomen heeft. Het lokaal op de foto
stond op de “Oare Hoek”; de Koopmansweg en was een
noodwoning. De bewoner van dit pand was De Zwaluw had in de omgeving van de Koopmansweg al vaker een
onderkomen gevonden, zo werd er onder andere gebruik
gemaakt van de Romneyloods van Hindrik´s
Beike (Wijlen Hendrik van der Bei), ook op de Oare Hoek. Dat was net na de oorlog. Ook is er ingemand in het hok achter het
huis van Klaas Hernamdt aan de Koopmansweg, dat was
toen ook al een uit de nood geboren oplossing. Verder is bij meester Volbeda ingemand, eveneens in het hok achter huis. Er kon daar
echter alleen worden ingemand als het niet regende.
Dat lijkt opmerkelijk maar de logica zat hem in het feit dat als het wel
regende, de was binnen moest hangen te drogen, en dan konden er geen
duivenmelkers meer in het hok. Ook is er ingemand bij Johannes de Boer
thuis, ook weer een uit de nood geboren oplossing en werden de klokken wel
gelicht bij Verder zijn er vergaderingen gehouden in de school aan de huidige Conradistraat, het gebouw waarin nu Schildersbedrijf
Elzinga gehuisvest is. Dit gebouw is echter niet gebruikt voor het inmanden. Er is wel een zogenaamde “tafelkeuring”
gehouden door de toen zeer bekende keurmeester Willy van Uden. Als onderkomen voor tentoonstellingen werd in die tijd ook café “De
Hossebos” wel gebruikt, dat was ook een hele
happening want de zaal moest dan eerst aangekleed worden met plastic, dit in
verband met de stofontwikkeling. In 1973 werd het Sweltsjenest vervangen
door een grote bouwkeet. Die bouwkeet werd ook al weer geplaatst op de Oare Hoek, recht tegenover Hindrik´s
Beike (Hendrik van der Bei), waar nu een grote
vijver is aangelegd. In dit onderkomen werd een heuse bar getimmerd en de vaste
barkeeper was Piebe Sikma.
In 1981 is dit hok gesloopt en de materialen zijn weer gebruikt in het
huidige onderkomen aan de Miedlaan. |
||||
|
Tentoonstellingen Tentoonstellingen en keuringen
waren vroeger evenementen waaraan veel werd deelgenomen. De keurmeesters
kwamen ook van heinde en ver. Zoals net genoemd was Willy van Uden een
bekende keurmeester. Hij kwam uit Brabant en besteedde zijn dag goed. Volgens Pieter Epema was het net een soort vuilnisvat: dik, rond en je
kon er alles ingooien. Pieter kwam zo gemakkelijk van z´n boerenkool af. Willy deed niet alleen
tentoonstellingskeuringen maar ook keuringen op het hok. De keurmeester was
toen nog een gerespecteerd selecteur. Nu selecteren de meeste liefhebbers hun
duiven zelf maar vroeger liepen er keurmeesters rond die voor een geringe
vergoeding per duif dat moeilijke werkje wel wilden doen. Ook Nijenhuis
uit Enschede was vermaarde keurmeester. Ook hij deed zijn ronde in Zwaag |
||||
|
Rivaliteit, eerzucht,
gezelligheid en saamhorigheid hand in hand: vlnr
Pieter Epema, Johannes vd Bei († in 2000) en Popke Veenstra. De Sfeer Hoewel de omstandigheden zich
niet lieten vergelijken met die van deze tijd, was er toch sprake van een
prima sfeer. Het “Sweltsjenest” op de Oare Hoek had geen drankvoorziening, er was geen bar of iets
wat op een kantine leek zoals de lokalen tegenwoordig worden ingericht. Maar
er kwam natuurlijk wel een kratje bier of een slokje op tafel. Er werd
gelapt, toen nog een paar kwartjes de man en voor een knaak stond er een
heuse fles met geestverrijkend vocht op tafel. De winkel van Kinge Akke was slechts enkele passen van het Sweltsjenest verwijderd en Ajax (Hendrik Zuidema) zorgde
voor de distributie. Als het dan was afgelopen in het Sweltsjenest,
werd door de “echten” nog even doorgezet bij Jan Klopstra.
Die moest de winkelwagen ´s avonds nog weer vullen voor de volgende dag en
dan konden de dôwemântsjes nog even rond het krat
bier verder praten. Als het koud was in het Sweltsjenest werd de kachel eerst opgestook,
vanwege de geweldige rookontwikkeling lag men soms plat op de grond te
wachten tot de rook was opgetrokken. Staan kon dan niet anders stikte je
bijna. Onder deze omstandigheden werd
ook eens een tentoonstelling georganiseerd. Je kon geen hand voor ogen zien,
laat staan duiven keuren, een beetje schaamte ten opzichte van de keurmeester
zal er wel geweest zijn maar er werd nadien hartelijk om gelachen. Het was een k Toch werd er wel op de
kleintjes gelet want het inkopen van de bekers voor de kampioenen werd elk
jaar gecombineerd met het bezoek aan de afdelingsvergadering in Leeuwarden.
In die tijd had ook niet elk dorp z´n eigen sportprijzenwinkel.
Sporthuis De Jong was toen hofleverancier bij De Zwaluw.
Fokke “Gratema”
Boskma († in 1987) en Pieter Epema in gesprek over de hogere
duivensportkunde. |
||||
|
Het Bestuur In de jaren 60 was het volgens
de ingewijden al net zo moeilijk besturen als tegenwoordig. Iedereen wilde het
liefst niets doen. Het meeste werk kwam toen ook al op de schouders van
slechts een paar mensen terecht. Die paar waren er meer dan nu, maar er moest
ook veel meer gebeuren. Het was in ieder geval wel zo erg dat als iemand zich
aanmeldde voor een bestuursfunctie, er onmiddellijk werd gemeld dat er ook
werk was verbonden aan de functie. Dat viel dan toch altijd nog weer tegen en
zo lag ook destijds het tempo van bestuurderswisselingen al hoog. Zo kreeg
eigenlijk iedereen een beurt om bestuurslid te worden. De voorzitters die in het
verenigingsgeheugen bewaard zijn gebleven zijn: Fokke Brouwer, Hendrik Boorsma, Pieter H. Epema, Jan
“Bob” Veenstra, Geale Westra, Johannes de Boer, Het verschil in opstelling
tussen de religieuze en niet religieuze leden heeft ook altijd gespeeld, soms
manifest en soms niet. In de duivensport komt het belangenverschil tussen de
religieuzen en niet-religieuzen aan de orde bij het klokken op zondag als de
vlucht op zaterdag niet doorgaat of niet afgelopen is. Tot op de dag van
vandaag kunnen de discussies daarover hoog oplopen. Deze discussies
verdwijnen echter naar de achtergrond: sinds 1999 is het onderwerp redelijk
naar believen geregeld. |
||||
|
De Kampioenen De Zwaluw heeft in haar vroege
jaren niet veel grote kampioenen voortgebracht. In laat jaren 60 en begin
jaren 70 maakten daar Gebr. De Vries en Libbe Wijbenga
een eind aan. Zij klasseerden zich in de top 10 van de afdeling Friesland. Libbe Wijbenga maakte maar liefst 13 jaar achtereen deel
uit van de top van de provinciale duivensport. In 1970 was hij de nummer 1.
Het was later in de jaren 70 dat Piet Jongsma grote
bekendheid verkreeg dankzij zijn voortreffelijke spel op met name de lange
afstand. Provinciaal was hij de te kloppen man maar zijn bekendheid ging
zelfs de landsgrenzen over. In de jaren 80 was het Eelke
van der Bei, toen nog aan de Bovenweg wonend, die de sterren van de hemel
vloog. Eelke had meerdere duiven die zeer vroege
prijzen konden vliegen en die dat ook met grote regelmaat deden. Dat leverde
destijds ook nog een mooi zakcentje aan poulegeld op. Vanaf 1992 was het de
combinatie van Geert sr, Wieger en Geert jr.
Elzinga die De Zwaluw op het erepodium plaatste in de provincie Friesland.
Vier maal eerst en tweemaal derde over heel Friesland inclusief de
Noordoostpolder en een stuk Flevoland. In 2005 overleed Geert sr en in 2010 overleed Wieger. Het stokje van het succes
werd overgenomen door Dat het in de eerste jaren met
de Zwaag Nog altijd spelen de Zwaag Een nog gedenkwaardige dagprijs
won een drietal leden van De Zwaluw in juli 1994: er vlogen ongeveer 10.000
duiven interprovinciaal (Groningen Friesland en Drenthe) vanuit het Franse Bourges. Het hele erepodium was voor |
||||
|
De Helden Elke cultuur en elke club met
geschiedenis heeft zijn helden. De helden zijn de voorbeelden van hoe het
moet, de mensen die de positieve stereotypen vormen voor de groep. Fokke “Gratema”, Boskma was zijn
werkelijke achternaam, lid sinds het eerste begin van De Zwaluw was zo´n
held. Een man die bijzonder tot de verbeelding sprak, misschien niet eens
zozeer vanwege zijn prestaties als duivenmelker maar meer vanwege zijn
bekwaamheden als redenaar over duiven. Een man van boude uitspraken die hij
van tijd tot tijd ook waarmaakte. Als hij zei dat hij dure duiven ging kopen,
dan kon de bank de kassa maar opentrekken. Hij kocht bij zeer vooraanstaande
kampioenen zijn duiven. Hij overleed in 1987 maar er
wordt nog altijd met respect over hem gesproken. Nog een naam die veel
gehoord wordt ondanks dat de drager van de naam niet meer leeft, is Tjeerd Plantinga (bijnaam: Tseerd Chinees), lid vanaf de jaren vijftig tot ongeveer
1990. Hij is machinist geweest en heeft nog veel meer beroepen gehad, maar
zijn heldendom in de duivensport dankt hij aan het feit dat hij in het
inkorflokaal durfde te verschijnen met één of twee duifjes in de binnenzak
van z´n jas. Met de opmerking “deze kunnen het morgen wel doen” werden ze
verzonden en heel De Zwaluw had de volgende dag het nakijken: een eerste
prijs en nog een steenvroege terwijl de meesten nog
niets thuis hadden. Een sterk verhaal maar meer dan eens gebeurd. Wie het
niet geloven wil kan het nog in geuren en kleuren horen vertellen op een
gezellige vrijdagavond in het lokaal. Tseerd hield niet van veel duiven
maar wel van goede. Geen helden maar namen uit de eerste jaren van de Zwaluw
zijn: Albert Aaikeapmân (Leegsma), Fokke Brouwer, Teade de Vries, Hendrik Veenstra, Johannes Proost (Elzinga),
Jelle Elzinga, Wessel de Roos. Paulus Venema, Reinder
Boorsma, Hendrik Buks (Westra) vertegenwoordiger
bij de Baaarsma's, Sietse en Dries Veltsje (Postma), Hendrik Boorsma.
Hendrik de Vries (Vader van Rienk), Foppe van der
Veen en Geert Venema. Meerdere van deze namen van oud-Zwaluw
leden komt u tegen in de geschiedschrijving over Zwaag Tot slot Het tijdperk waarover wij hier
verhalen eindigt omstreeks 1982. Toen werd er verhuisd van de Oare Hoek naar de Miedlaan.
Inmiddels wordt daar alweer 30 jaar onder optimale omstandigheden de
duivensport in verenigingsverband “gevierd”. De duiven worden vervoerd met
aluminium manden die precies passen in speciaal voor het duiventransport
ontworpen vrachtwagens. Ze worden voorzien van chipringen in plaats van
gummiringen en hun aankomst wordt geregistreerd door elektronische
constateersystemen. De uitslag wordt enkele uren later per computer gemaakt
en de tussenstanden zijn op hetzelfde moment bekend. De leden wachten op de
uitslag aan de bijna professionele bar in de bijna professionele kantine. Als er iemand zich nog zorgen
maakt over geld dan is het privé want de club heeft een stop op de
vermogensgroei gezet, uiteraard ook om de leden te ontzien. Er wordt meer dan
ooit betaald aan onroerende zaak belasting (OZB) en het mooiste is: De club is in 2010 voor de 6e
maal gehuldigd als de beste club van Friesland. Een club van fanatieke en
succesvolle duivensporters dus. |
||||
|
Duiventransport ging vroeger in
rieten manden, sinds 1982 worden aluminium manden gebruikt voor het
georganiseerde transport. Op de foto links staat Koeke
de Bruin en de foto rechts vervoerder Pieter Epema. |
||||
|
|
||||
|
|
|
|
|
|