Bij
Op dit moment kent De Zwaluw de volgende kampioenschappen:
Vitessekampioenen: 1 aangewezen en 5 onaangewezen hokkampioenen en 4 duifkampioenen.
Midfondkampioenen: 1 aangewezen en 5 onaangewezen hokkampioenen en 4 duifkampioenen.
Fondkampioenen: 1 aangewezen en 5 onaangewezen hokkampioenen en 4
duifkampioenen.
Jonge duiven kampioenen: 1 aangewezen en 5 onaangewezen hokkampioenen
en 4 duifkampioenen.
Natoerkampioenen: 1 aangewezen en 5 onaangewezen hokkampioenen en 4 duifkampioenen.
Generaalkampioenen:
5 aangewezen en 10 onaangewezen hokkampioenen, 1 oude Asduif en 1 jonge Asduif.
Bij de onaangewezen hokkampioenschappen gaat het om de prestaties van
de ploeg duiven, bij de aangewezen hokkampioenschappen om het voorspellend
vermogen van de liefhebber en bij de duifkampioenschappen gaat het om de
prestaties van de individuele duif.
“Vitesse” staat voor alle vluchten die korter zijn dan 300 kilometer
en die voor uitsluitend oude duiven zijn bedoeld. “Midfond” staat voor vluchten
tussen 250 en 450 km en die uitsluitend voor oude duiven bedoeld zijn. “Fond”
staat voor vluchten van 400 tot 800 kilometer, op deze vluchten mogen alleen
maar oude duiven worden gespeeld. “Jonge duiven” staat voor zich, jonge duiven
zijn duiven die zijn geboren in het huidige kalenderjaar.
“Natoer” staat voor vluchten voor jonge en oude duiven, de afstanden
liggen onder de 300 kilometer.
“Generaal” staat voor alle hiervoor genoemde disciplines tezamen.
Allround is een vergelijkbare term.
Op elke vlucht worden punten verdiend door de snelste 33% duiven van
de vereniging. Het puntenaantal dat een duif krijgt, hangt af van het
snelheidsverschil met de snelste duif. De snelste duif krijgt 1000 punten en
elke volgende duif krijgt 1000 punten minus de meters per minuut die de duif
achterligt op de snelste duif. Als de eerste 2 duiven dus exact dezelfde
snelheid hebben, krijgen ze ook beide 1000 punten.
Bij de individuele duifkampioenschappen worden de punten van alle
vluchten, die in aanmerking komen voor een discipline, opgeteld en gedeeld door
het aantal vluchten. Het middelen van de punten gebeurt omdat sommige
liefhebbers hun duiven niet spelen op vluchten die op zondag plaatsvinden. Zij
laten de zondagsvluchten buiten beschouwing en hun gemiddelde wordt daardoor
dan niet beïnvloed.
Bij de onaangewezen hokkampioenschappen worden de prestaties van het
gehele hok met duiven gewaardeerd met punten. Hiervoor werd in 2010 en team van
15 oude duiven, een team van 25 jonge duiven en een team van 25 natoerduiven opgegeven. De eerst aankomende duif van het
team won de punten voor de baas. Voor 2010 en na 2010 wordt naar alle
deelnemende duiven gekeken, per tiental duiven (of een deel daarvan) moet er 1
in de uitslag staan om punten te verdienen voor het hok. De punten worden
gedeeld door het aantal tientallen dat is ingemand.
Voorbeeld: een lid heeft 18 duiven mee, dat is 1 tiental en 1 deel daarvan, hij
moet dus 2 duiven in de uitslag spelen voor punten. De punten van de eerste duif
tellen voor 100% mee en de punten van de 2e duif voor 80%, deze
punten worden opgeteld en gedeeld door 1,8. Het berekende aantal punten is de
score van het hok voor die bepaalde vlucht.
Bij de aangewezen hokkampioenschappen wordt de voorspellende
bekwaamheid van de liefhebber gemeten. Iedere liefhebber geeft op welke twee
duiven het eerst thuis verwacht worden. De punten van de snelste van deze twee
tellen voor deze vlucht. Voor de discipline worden de punten per vlucht opgeteld
en gemiddeld. Per discipline zijn er 4 tot 8 vluchten, het gemiddelde dat wordt
behaald over deze vluchten bepaalt de kampioenen. Ook hier wordt het gemiddelde
genomen om mogelijk te maken dat zondagsvluchten buiten beschouwing kunnen
blijven zonder de niet deelnemende leden te duperen.
Het generaalkampioenschap gaat dus over alle vluchten. Om vakanties
mogelijk te maken en om pech uit te sluiten als belangrijke bepalende factor,
worden voor het onaangewezen hokkampioenschap de twee slechtste resultaten van
het seizoen niet meegeteld. Een weekend vakantie betekent dus nul punten, dat
zou wel een zware straf zijn, daarom wordt zo´n vakantieweekend buiten
beschouwing gelaten. Ook kan het gebeuren dat er iets mis is met een klok of
elektronisch constateersysteem, ook in dat geval zou nul punten wel een erg
zware straf zijn. Vandaar dus de twee aftrekvluchten.
Asduiven zijn duiven die
over alle voor hen in aanmerking komende disciplines de meeste punten hebben
behaald. Bij oude duiven gaat het dan over de disciplines vitesse, midfond,
fond en natoer. Bij de jonge duiven gaat het dan over de jonge duivenvluchten
en de natoervluchten.