Home

De doctrine (kerkelijke leer) van de onzichtbare wederkomst van Jezus Christus in het jaar 1914 kunnen we hierop vertrouwen.

   Een cruciaal punt in de berekening van 1914 is de val van Jeruzalem volgens wereldse wetenschappers en geschiedkundige viel de stad in 587 v.G.T , en volgens het Wachtoren genootschap in 607 v.G.T.

Wat nu van belang is:

Is de val van Jeruzalem in het jaar 587 v.G.T. in strijd met de bijbel.

Of is de val van Jeruzalem in het jaar 587 v.G.T. in strijd met de leringen van het Wachtoren genootschap.

     Het ontstaan van de doctrine.

   Er waren voor Barbour en Russell al meer mensen bezig geweest met bijbelse chronologie en de tweede komst van Christus. Om er een paar te noemen: Ussher Christopher Bowen, Wiliam Miller, E. B. Elliott, Robert Seeleyen Joseph Seiss.

 Ik wil bij de uitgave van de “THREE WORLDS AND THE HARVEST OF THIS WORLD.PUBLISHED BY N. H. BARBOUR. C. T. RUSSELL. ROCHESTER, N. Y. 1877” beginnen want vanaf hier heeft Russell later zijn eigen chronologie ontwikkeld.

   Barbour en Russell hingen de theorie aan dat iedere scheppingsdag 7 duizend jaar duurde. Dat God aan het eind van de zesde dag zijn rust in ging en dat we nog steeds in die laatste rustdag van God zitten. Deze rust dag bestaat uit een week van 7 maal duizend jaar, en de laatste duizend jaar zou de sabbat zijn het millennium.

   Dus na 6000 jaar menselijke geschiedenis zou Jezus wederkomen en zaken recht zetten, (Armageddon) en het duizendjarige koninkrijk zou aanvangen.

   Om de 6000 menselijke geschiedenis te berekenen vanaf de schepping van Adam tot de tweede komst van Jezus, met alleen het gebruik van de bijbelse chronologie is onmogelijk. Barbour en Russell (En hun voorgangers waar zij hun ideen vandaan hadden) moesten verschillende problemen overwinnen. Die van belang zijn i.v.m. de berekening van Russell’s zeventijden profetie, gaan we nu bespreken.

   De bijbelse chronologie zover die aan de hand van de bijbel is na te gaan, loopt tot het eind van de laatste koning Zedekia. De gevangenschap van Jojachin loopt nog 26 jaar door maar geeft geen aansluitings punten. (alleen een bevestiging van de canon van ptolemaeus die 43 jaar voor Nebukadnezar telt.)

   Om aansluiting te krijgen met wereldse geschiedenis moest dus naar een sleuteldatum gezocht worden. Voor deze datum kozen Barbour en Russell net als hun voorgangers de toen dichts bijzijnde datum, de val van Babylon. Er moest nu nog een probleem overwonnen worden om aansluiting te vinden want de bijbelse chronologie loopt niet tot aan de val van babylon. De oplossing werd gevonden in de 70 jaar ballingschap die eindigde met het decreet dat de Joden terug mochten keren. Ezra 5:13  In het eerste jaar van Cyrus. Maar dat creëerde weer een nieuw probleem. De Joden gingen op verschillende tijdstippen in Ballingschap     Zie :Jeremia 52:28-30
28 Dit is het volk dat Nebukadrezar in ballingschap voerde: in het zevende jaar drieduizend drieëntwintig joden.
29 In het achttiende jaar van Nebukadrezar waren er uit Jeruzalem achthonderd tweeëndertig zielen.
30 In het drieëntwintigste jaar van Nebukadrezar voerde Nebuzaradan, de overste van de lijfwacht, joden in ballingschap:
zevenhonderd vijfenveertig zielen. Al de zielen waren vierduizend zeshonderd in getal
. . .
einde aanhaling.
En ze kwamen ook in drie golven terug. Barbour moest een vast tijdstip hebben voor zijn berekening, hoe moest hij dit oplossen.

Dit kunnen we vinden in The THREE WORLDS,

BIBLE CHRONOLOGY.

Although there is no direct evidence that at the end of six thousand years from the creation of Adam, the "second" Adam should begin the new creation, or restitution of all things; still there is much indirect evidence. Enough, at least, to make the subject of the age of the human family one of great interest, to those who are investigating the subject-matter of this book. The chronology by Bishop Usher, as found in the margin of our English Bibles, is one hundred and twenty-four years too short. That is, direct Scripture can be adduced giving that number ofJezus years over and above what is found in his chronology. For instance: instead of four hundred and fifty years, he gives but three hundred and fifty, for the time of the judges, and shortens the reign of the kings of Judah six years, in his efforts to harmonize them with the reign of the kings of Israel; and begins the seventy years captivity, or rather, the seventy years of desolation, during which the land was to enjoy her Sabbaths, (2 Chron. 36:21), eighteen years before it was thus made desolate. That is, in the fourth year of Jehoiakim, instead of at the end of Zedekiah's reign, who was the last king of Judah. Thus, in these three places, making the chronology one hundred and twenty-four years too short. Hence, although according to Usher, the six thousand years do not expire until A . D . 1996, the facts are, that they ended with the Jewish year which began in the autumn of A. D. 1872, and we are, therefore, already in "the great day of the Lord;" or, seventh thousand.

Hier zien we een stukje van hun werkwijze in de regel “and begins the seventy years captivity, or rather, the seventy years of desolation” En dan beginnen de 70 jaar ballingschap of bij voorkeur de 70 jaar woest legging” De verwoesting van Jeruzalem in het 18de jaar van Nebukadnezar is een vast punt zowel in de bijbel als in de wereldse geschiedenis. Dus als we bij 70 jaar dienst voor de koning van Babylon uit Jeremia 25:11-12 de nadruk leggen op 70 jaar woest en verlaten in plaats van in ballingschap weggevoerd worden, Dan heb je slim een vast punt in je berekening ingevoerd. En kun je 70 jaar terug rekenen van 536. (Toen kozen ze voor dit jaartal terwijl de meeste geschiedkundige toen al 539 als juiste datum aanvaarden. Wat ook opvallend is dat hier niet word gesproken over de twee jaar die de joden nodig zouden hebben om terug te keren?  En kwamen ze voor de val van Jeruzalem op 606 v.G.T) Hier is het punt waar er in de bijbelse chronologie gaten vallen. De herleidbare bijbelse chronologie eindigt bij Zedekia en Jojachin, van Seathiël en Zerubbabel is geen data bekend. En zo was een aansluiting gemaakt op de wereldlijke geschiedenis. Op deze manier konden ze de 6000 jaar herleiden tot het jaar 1872.Zie Geschiedenis
vergelijk met onderstaande aanhaling uit het “verkondigers boek”.



*** ka hfdst. 11 blz. 187 par. 6 „Daar is de bruidegom!” ***

6 In het volgende jaar (1877) gaf Russell samen met Nelson H. Barbour uit Rochester (New York) een boek uit getiteld „Three Worlds, and the Harvest of This World” (Drie werelden en de oogst van deze wereld). In dit boek werd uiteengezet dat het einde van de tijden der heidenen in 1914 G.T., zou worden voorafgegaan door een periode van veertig jaar die in 1874 G.T. met een drie en een half jarige oogsttijd was begonnen. Men geloofde dat deze oogst plaatsvond onder de onzichtbare leiding van de Heer Jezus Christus, wiens tegenwoordigheid of parousie in het jaar 1874 was begonnen, en dat kort na het begin van zijn parousie het grote tegenbeeldige Jubeljaar voor de mensheid was begonnen, dat was afgeschaduwd door het „jubeljaar” dat de joden in de oudheid onder de wet van Mozes moesten houden (Leviticus, hoofdstuk 25). Volgens de bijbelse chronologie die daarna werd aangenomen, eindigden de zesduizend jaar van ’s mensen bestaan op aarde in het jaar 1872, maar men geloofde niet dat de Heer Jezus aan het einde van die zes millennia van ’s mensen bestaan was gekomen, doch veeleer in oktober 1874, toen het tegenbeeldige Jubeljaar was begonnen. Men berekende dat in 1874 de zes millennia waren geëindigd waarin de zonde over de mensheid had geheerst. Men geloofde dat de mensheid vanaf die laatstgenoemde datum in het zevende millennium leefde.

Later  in de uitgave GENTILE TIMES: WHEN DO THEY END?  Kwam Russel met een eigen chronologie dat de zeven tijden uit daniël 4 profetisch waren en het zelfde als de tijden der heidenen die in Lukas worden genoemd. Dit idee had hij overgenomen van John Aquila Brown gepubliceerd 1823 in de “The even-Tide” dat de zeven tijden 2520 jaar waren, maar Brown stelde de zeven tijden niet gelijk aan de tijden der heidenen en liet ze ingaan met het begin van Nebukadnezars rijk in 604 tot 1917. Russell liet echter de “zeven tijden “ingaan toen de laatste koning die in naam van Jehovah regeerde afgezet werd. Hij gebruikt nog de zelfde constructie als in “the tree worlds” Maar dan dat het begin van de 70 jaar ballingschap synchroon loopt met het begin van de zeventijden der heidenen. Aan deze slimme koppeling  hangt de hele 2520 jaar. Zie “Het herstel van het paradijs voor de mensheid” blz. 132 par. 23
Alleen was er nog een klein probleempje in het bijbelboek Daniël Hoofdstuk 2 word door Daniël verteld dat hij in het tweede jaar van het koningschap van Nebukadnezar de droom uitlegde van het beeld. En Daniël zei in vers 38 en in wiens hand hij, overal waar de mensenzonen wonen, de dieren van het veld en de gevleugelde schepselen van de hemel heeft gegeven, en die hij tot heerser over die alle gemaakt heeft, gijzelf zijt het hoofd van goud. einde bijbel vers.
Hij zei niet u moet het nog worden. Dus in zijn tweede regerings jaar was Nebukadnezar al wereld heerser ook over Juda. zie Daniël boekje
Dit komt in conflict met Russells begin van de zeventijden der heidenen lering.
Omdat deze tijden ingingen in het achtiende regerings jaar van Nebukadnezar toen Zedekia af werd gezet.
En werd volgens Russell op dat moment Nebukadnezar wereld heerser. Is het een beetje lastig als de bijbel verteld dat hij dat al in zijn tweede regerings jaar was.

Deze uitleg van de bijbel door Russell komt met diverse punten uit de bijbel in conflict.
Daniël Het tweede jaar Nebukadnezar word verschoven naar het twintigste.
En dit leidt tot nog groter chronologies probleem
Jeremia
Jeremia 52:30 hoe kan Jeruzalem verlaten zijn als in het 23ste jaar nog joden in ballingschap worden gevoerd.

2Koningen 24:1 In zijn dagen trok Nebukadnezar, de koning van Babylon, op, en zo werd Jojakim zijn knecht, drie jaar lang. Maar hij keerde zich om en rebelleerde tegen hem. Volgens het genootschap is de eerste inval van Jeruzalem door Nebukadnezar in zijn zevende regeringsjaar. Hoe verklaar je dan dit vers. Denk je dat als Nebukadnezar optrekt tegen Jeruzalem en de koning die daar verblijft Jojakim zich vrijwillig tot Vazalschap laat dwingen zonder slag of stoot? en dit is weer in overeenstemming met Daniël Hoofdstuk 2:1 Dat Daniël de droom van Nebukadnezar in zijn 2de regeringsjaar uitlegde verklaart dat hij al voor het 7de jaar gevangen was genomen.. dus met 2koningen 24:1

2Koningen 24:2  En Jehovah zond nu tegen hem roversbenden van Chaldeeën en roversbenden van Syriërs en roversbenden van Moabieten en roversbenden van de zonen van Ammon, en hij bleef ze tegen Juda zenden om het te verdelgen, naar Jehovah’s woord dat hij gesproken had door bemiddeling van zijn knechten, de profeten.
Inzicht 1 blz.1324.staat : ......moeten de drie jaar dat hij vazal was (Jojakim) in het 8ste jaar van zijn regering zijn. Jojakim zou elf jaar regeren. Zoals we in 24 vers 1 hebben gelezen dat Jojakim na de 3 jaar knechtschap rebelleerde zou dus volgens de tijdlijn van het genootschap de inval in het zevende regeringsjaar van Nebukadnezar plaatsvinden.
Dan kom je in de knoei met vers 2 want dan is er geen tijd meer voor de invallen van de Chaldeeën, Syriërs,Moabieten en roversbenden van Ammon. zie hier

Zacharia 1:7 betreft het tijdstip het 2de jaar van Darius is 519 v.G.T. vers 12 waar een engel zegt O Jehovah der legerscharen, hoe lang zult gijzelf geen barmhartigheid betonen aan Jeruzalem en aan de steden van Juda, die gij deze zeventig jaar openlijk hebt veroordeeld? Zou de Engel vragen hoe lang nog als de joden al terug gekeerd waren?

(Haggaï 1:1) 1 In het tweede jaar van koning Darius, in de zesde maand, op de eerste dag van de maand, kwam het woord van Jehovah door bemiddeling van de profeet Haggaï tot Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, de stadhouder van Juda, en tot Jozua, de zoon van Jozadak, de hogepriester, hetwelk luidde:

(Haggaï 2:1-3) 2 In de zevende [maand], op de eenentwintigste [dag] van de maand, kwam het woord van Jehovah door bemiddeling van de profeet Haggaï, hetwelk luidde: 2 Zeg alstublieft tot Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, de stadhouder van Juda, en tot Jozua, de zoon van Jozadak, de hogepriester, en tot de overgeblevenen van het volk het volgende: 3 Wie is er onder U overgebleven die dit huis in zijn vroegere heerlijkheid gezien heeft? En hoe ziet gijlieden het nu? Is het niet, in vergelijking daarmee, als niets in UW ogen?
einde aanhaling uit de bijbel.

Ook hier word er weer gesproken over het 2de jaar van Darius 519 v.G.T.

In vers 3 van Hoofdstuk 2 van Haggaï word gevraagd wie heeft de Tempel in zijn vroegere heerlijkheid gezien.
Als de tempel in het jaar 607 vernietigd zou zijn? en je moet minimaal 10/15 jaar oud geweest zijn om zijn oorspronkelijke luister te herinneren.
Dan zijn die overgeblevenen 607-519 +10/15 = 98/103 jaar oud.
De vraag van Jehovah zal dan hoogwaarschinlijk met Nee beantwoord moeten worden.

Wel wat oud om het werk ter hand te nemen
Haggaï 1:14 b......alle overgeblevenen van het volk; en zij kwamen toen binnen en namen het werk ter hand in het huis van Jehovah der legerscharen, hun God.

De 20 jaar die het genootschap bij de Neo Babylonische periode teld leid tot nog meer problemen. Volgens de telling van het genootschap werd Daniël in 617 gevangen genomen zeg hij was 15 jaar oud dan was hij in 632 geboren en was hij bij de val van Babylon 93 jaar oud.

Ook Nabonidus ontkomt niet aan een heel oude leeftijd. zie inzicht 2 blz. 390 derde par. In het achtste jaar van Nebukadnezars regering (617) was hij aangesteld over een stad. Dit vermelden spijkerschrift tabletten. Stel dat hij 20 was wel erg jong om de verantwoording van een stad te hebben dan was hij in 539 ook tegen de 100. Dit word in Inzicht in twijfel getroken met uitspraken als somige geschiedschrijvers geloven...... Zoals raymond Franz in zijn boek gewetensconflict verteld hebben ze heel veel zoekwerk gedaan om historisch bewijsmateriaal te vinden voor 607. Wat dus niet gelukt was, vandaar de taktiek om alles wat het tegendeel bewijst af te zwakken.

Wat Russell nooit hadden kunnen bevroeden was dat er later in de tijd allerlei historisch bewijs materiaal opgegraven zou worden in de vorm van kleitabletten inscripties in steen enz. Die onomstotelijk bewijzen dat Jeruzalem viel in het jaar 587 v.G.T.  En zo als er al een zeventijden profetie zou bestaan, deze zou eindigen in het jaar 1934.
Deze conclusie heeft nogal wat consequenties.

Zie kan 1914 naar 1934?
apestaartje

Als U nog aanvullend materiaal heeft hou ik me aanbevolen
of in het bezit bent van Babylonian chronology 626 B. C.-A. D. 75 / by Richard A. Parker & > Waldo H. Dubberstein.

Of het boek van de familie Egibi die zou ik graag willen bestuderen voor aanvullende informatie voor deze site.
 

[Home] [Geschiedenis] [uw koninkrijk kome] [galileo] [kan 1914 naar 1934] [bijbel] [missing link] [Nieuwe sleutel datum] [spychologie] [voorspellingen] [144000] [bl. 105] [jermia 25] [historisch bewijs] [Daniël Tijdlijn] [Daniël boekje] [pro site] [WTG] [nieuwsgroep] [Organisatie] [Kapstok] [Statistieken] [Humor]