| Home
De drie kiemlagen en hun functie |
Slechts
een klein deel van de spermacellen overleeft de toch naar de
baarmoederhals, die overigens vol hindernissen zit. Om deze hindernissen te
kunnen trotseren hebben de zaadcellen een “energiepakket” bij zich. Vlak
achter de kop van de zaadcel ligt een hoeveelheid mitochondriën.
Deze
vormen de krachtbundels van de zaadcel. De energie die deze mitochandriën
leveren is genoeg voor urenlange beweging van de zaadcel zonder dat daar extra
energie voor nodig is. De energie die de zaadcel in goede “conditie” ,verkrijgt van de mitochondriën is over het algemeen genoeg om de bevruchting te
kunnen voltooien. Heeft de zaadcel toch niet genoeg energie om de bevruchting te
voltooien neemt hij brandstof op uit de afscheiding van de eileider.
Tijdens de eisprong maken kleine kliertjes in de baarmoederhals, die normaal afgesloten zijn met een ondoordringbare slijmprop, een vloeistof waardoor ze ongeveer vierentwintig uur open zijn. De zaadcellen krijgen zo de kans om in deze korte tijd gemakkelijker de baarmoeder binnen te dringen. Maar in de wand bevinden zich veel inhammen en doodlopende gangetjes. Veel spermacellen blijven hierin steken.
De wand van de baarmoederhals is, evenals de baarmoeder en eileider, bedekt met trilharen. Tussen de dikke bossen trilharen zitten klieren die een afscheiding produceren die bijdraagt aan de rijping van de zaadcellen. Bovendien zorgen de trilharen ervoor dat de zaadcellen makkelijker de baarmoeder bereiken. Ze wuiven in de richting van de baarmoeder, zodat de zaadcellen zich altijd stroomopwaarts bewegen. Sommige zaadcellen zijn in slechtere staat en worden té snel “moe”.
Zo’n
vier tot vijf uur na de bevruchting bereiken enkele duizenden zaadcellen de
eileider, het ovarium. Deze zaadcellen hebben de moeilijke tocht overleefd.
Velen gaan niet opzoek naar een eicel maar “zwemmen” de eicel voorbei.
Enkele tientallen zaadcellen proberen om de wand van de eicel te doorboren, om
daadwerkelijk tot een samensmelting van de twee kernen te zorgen.
Een aantal zaadcellen dringt zo door de follikelcellen heen, en raken de eischil . De eischil is een laag eiwitten die de eicel omgeeft. Aan de eischil bevinden zich bindingsplaatsen. De zaadcellen kunnen zich aan deze bindingsplaatsen hechten. Zodra een zaadcel in contact komt met een bindingsplaats, staat hij enzymen af die ervoor zorgen dat de eischil plaatselijk wordt afgebroken.
Zodra de kop van de zaadcel binnen is wordt een chemisch proces in werking gezet waarbij de staart van de zaadcel wordt afgebroken. Dit simpel weg omdat hij niet meer nodig is.
De
bevruchting is voltooid!! |
|