|
De
ontwikkeling van de ledematen
Handen, voeten, armen en benen. Zonder deze ledematen is de mens
nergens. Ook de ledematen ondergaan vele ontwikkelingen en aanpassingen om te
worden zoals ze nodig zijn.
Ongeveer vier weken na de bevruchting wordt er aan beide
zeiden van het embryolichaam een lijn getrokken. Deze lijn loopt van de
toekomstige schouder tot de toekomstige heup. Deze streep wordt opgebouwd uit
cellen uit het mesoderm. Een week later vormen zich aan weerskanten van deze
streep twee knopjes, de ledemaatknopjes, die bedekt zijn met huid van het
embryo.

Deze ledemaatknopjes vormen twee armen met handen en
vingers, en twee benen met voeten en tenen.
Armen en benen
Aan het uiteinde van elk ledemaatknopje zit een dikke richel van ectoderm
weefsel. Terwijl de armen en benen groeien, communiceert de richel voortdurend
via chemische signalen met het mesoderm dat zich in de groeiende ledematen
bevindt. De ontwikkeling van arm en been vindt plaats vanaf de romp naar buiten.
Dit is een vaste volgorde. Dit wil zeggen dat als het been ontwikkelt, eerst het
dijbeen ontstaat en later de beenderen in het onderbeen. Tot slot worden handen
en voeten in aanleg gevormd.
Als de hoofdonderdelen van de armen en benen zijn voltooid beginnen de handen en
voeten zich volledig te ontwikkelen.
Handen en voeten
De toekomstige handen en voeten zijn nog niet meer dan een plat klompjes
cellen aan het uiteinden van elk arm of been,in de vorm van peddels, waaraan een
soort ribbels zitten op de plaats waar de toekomstige vingers en tenen moeten
komen.

Het weefsel
tussen deze ribbels degenereert en sterft af. Het afsterven van deze cellen is
een bepaalde soort van celzelfmoord. Dit wordt apoptose genoemd. Door chemische
boodschapperstoffen worden de cellen aangestuurd om zichzelf te vernietigen.

Nu de handen en voeten volledig ontwikkelt zijn kunnen armen en benen in lengte
toenemen. Dit gebeurd nu pas omdat nu de goede verhoudingen kunnen worden
bepaald.
Omhoog
|