Zaterdag 29 maart Fianarantsoa - Manakara
Vroeg op vandaag. De trein gaat om 7:00 en Alain haalt ons om 6:15 op. Ontbijt moet speciaal voor ons worden geregeld.
We reizen 1e klas. Dat kost 50k ipv 35k voor 2e klas. Er is een 1e klas wagon en die zit achteraan. Dat heeft het voordeel dat er minder rook van de dieselloc naar binnen komt. De trein is wat je kunt verwachten: oud en gammel. Maar ook redelijk schoon. In de 1e klasse zijn de banken van hout en die zijn beter schoon te houden dan de sky bekleding in de 2e klas. Daar stinkt het dan ook. We kunnen zitten. Eigenlijk kan iedereen zitten. MIsschien is dat omdat het zaterdag is en bovendien de 29e, de dag dat de opstand tegen de Fransen begon. In onze coupe zitten ook de vier toeristen die we gisteren bij Chez Dom zagen. Twee Franse meisjes en een stel waarvan ik zou zweren dat hij Duits is maar die ook Frans spreken.
De trein rijdt ondeveer 30 km/uur op zijn hardst en vaak wat langzamer. Hij stopt op zo'n 10 stations en een paar keer om iemand uit te laten of op te pikken. De kinderen langs de route zwaaien. Blanken zijn een extra attractie. Als blanke word je aangesproken met Vaza of Vazae of Vajae. Er zijn wat dialecten maar het betekent overal hetzelfde: gringo. Er was op een station zelfs een moeder die haar kind dat net kon lopen naar mij toe leidde en haar leerde "vajae".
Op de stationnetjes wordt door kineren etenswaar te koop aangeboden. De standaardprijs is Fmg 500 (zeg 7 eurocent). Daarvoor klrijg je dan een tros bananen of een stel mandarijnen dat aan een stokje is gebonden, of een kreeft, sinaasappels, ananas, worstjes, onikol (?) en andere vruchten die we niet kennen. Eerst komen een soort kersen en het volgende station heeft ook die kersen, plus bananen. Dan verdwijnenn de kersen en komen mandarijnen. De bananen zijn universeel. Zo schuiven we door de klimaatzones heen.
De trein blijft soms erg lang op een halte staan. We filosoferen dat dat misschien moet omdat de tegemoetkomende trein omhoogrijdend langzamer gaat. We hadden het gisteravond nog over de optie om halverwege over te stappen op de retourtrein. Gelukkig hebben we dat niet gedaan, want de retourtrein hebben we nooit ontmoet. We denken nu dat de trein in het weekend alleen heen gaat op zaterdag en terug op zondag.
Het landschap verandert konstant, zij het langzaam. In het begin is het de typische hoogvlakte begroeiing met rijstvelden. Dan komt meer en meer bos. Nog geen regenwoud maar bos dat wordt gedomineerd door een soort. Als we dan allengs in het regenwoud gebied komen blijkt dat grote delen bos zijn gekapt. Heel triest om te zien dat er bijna niets van over is. De heuvels zijn begroeid met varens en lage struiken. Later komt weer gewoon bos en een stuk waar veel baboe griet, huizenhoog, losstaand. Dan komen de reizigerspalmen en tenslotte op de laagvlakte aan de oostkust weer rijstvelden en kokosplantages. Dan, na tien uur rijden, zien we de oceaan.
Op het station van Manakara verdringen de porters en pousse-pousse lopers
zich om een vrachtje op te pikken. Wij kiezen voor een club-hotel aan het strand
en laten ons daar met twee pousse-pousses heen rijden. Voelt behoorlijk
koloniaal. Het is eigenlijk best ver, over het canal des Pangales. Tenslotte
hebben we onenigheid over de prijs. We hadden begrepen het 2k zou zijn maar ze
willen ieder 5k. De eigenaresse van het hotel biedt uitkomst. 4-5k is redelijk.
We spreken maar meteen af voor de volgende ochtend. Dan moeten we per slot van
rekening weer naar het station.
De club ligt inderdaad aan het strand. We worden nog eens gewaarschuwd voor de haaien. Mijn buurvrouw had dat al gezegd. Die had een vriendje dat hier is opgevreten. Er is nog net tijd om de zon te zien ondergaan.
We eten buiten onder een dak van bananenbladeren. Die hebben we de hele dag gezien op de hutjes die naar het oosten toe steeds armoediger werden. Na het eten begint het te regenen. Onder de bomen zit het vol met vuurvliegjes.