De Algarve
Verslag van wandeling begin oktober 2010
Zondag
Faro
is een aangenaam stadje aan de zuidkust van Portugal. Vanaf het
vliegveld rijden we er in een half uur met de bus naar toe en bekijken het middeleeuwse fort en haventje.
Een spoorlijn loopt langs de ondiepe en voor standliefhebbers onaantrekkelijke kust. Het
duurt even voordat de trein naar Lagos vertrekt. Treinen
zijn niet duur in Portugal, maar ze rijden dan ook weinig. Hoewel
het pas lunchtijd is, komt de geur van gegrilde sardientjes ons al
tegemoet. We wachten op de trein naar Lagos in het westen, die 17 stations en 7
kwartier duurt. Vanaf het station in Lagos is even zoeken naar de
binnenstad, maar als je eenmaal de brug over de rivier gevonden hebt,
gaat het snel. Lagos is een ideaal vakantiestadje. De historie ligt op
straat. Aan de wensen van de westeuropese vakantiegangers is duidelijk
nagedacht.
De eigenaar van het hotel Azuro laat zijn oog vallen op
onze kleine rugzakken. "Ah ... traveling light"! Dat is wat hij vroeger
ook altijd gedaan heeft. Niets meer meenemen dan strikt noodzakelijk
is. 's avonds trekken we nog even Lagos in om op een van de vele
terrasjes sardientjes te gaan eten.
Maandag
De
volgende dag gaan we met de bus naar Vila do Bispo voor de eerste
wandeling door de zuidwestpunt van Portugal. Gelukkig hebben we thuis
de vertrektijden van de bussen en treinen verzameld via internet. Dat
scheelt niet alleen wachttijd, daar ook bedenktijd. We weten immers wat
we willen doen.
Het land is in het zuidoostelijke puntje van Portugal desolaat.
Hier en daar staan cactussen vol slakken en struiken die er uitzien
alsof ze een bosbrand te verduren hebben gehad. Bomen zijn er niet.
Schapen des te meer. Wanneer we de Cabo de Sao Vicente bereiken, worden
we erop attent gemaakt dat dit, tot aan America, de laatste
mogelijkheid is een 'Bratwurst" te eten. De golven klotsen uitbundig
tegen de tientallen meters hoge klifrotsen. Vanaf hier beginnen
heroische fietstochten, onder andere naar de Noordkaap. We spreken twee
fietsers die in vier dagen naar Lissabon willen fietsen. Het zijn de eersten in
Portugal die geen woord Engels speken. Ze komen dat ook uit Spanje.
Dit deel van Portugal is op zijn toekomst voorbereid. Veel stadjes
kunnen massa’s ouderen goed aan. In de winkelstraten zijn vaak
geasfalteerde rolstoelpaden. We passeren een internationaal ziekenhuis.
Veel wegen zijn aangelegd voordat er huizen komen. Die huizen komen voorlopig waarschijnlijk niet. Waar huizen wel
afgebouwd zijn, zijn zij soms alweer weer in verval geraakt zonder dat
er ooit iemand heeft gewoond. Hele straten met bouwvallige, maar nog nooit bewoonde woningen. Crisis!
We bereiken Sagres, waar niemand ons uit kan leggen waar het door ons
geboekte hotel te vinden is. Met de allerbeste bedoelingen stuurt men
ons steeds weer een andere kant op. Straten zijn niet duidelijk
aangegeven en huisnummers ontbreken helemaal. Volgende keer toch maar
zelf de coördinaten van het adres meenemen.
Dinsdag
De
volgende dag lopen we vanuit het wat saaie Sagres naar Salema. Het
wandelen
over de kliffen wordt afgewisseld met wandelen door de
'kloven', ontstaan door de riviertjes die vanuit het land in zee
stromen. Deze kloven zijn soms toch wel 70 meter hoog toch wel stijl.
Op de strandjes daar wordt vrij gecampeerd. Mensen zwemmen er
ongedwongen en ongekleed. Hoewel het duidelijk is dat de wandelroute de
kustlijn volgt, slagen wij in het pad kwijt te raken. We raken
verstrikt in prikbosjes. Nadat we bij een volgend strand de weg omhoog
niet meer kunnen vinden, nemen we een asfaltweg naar Salema. Dat schiet
tenminste op. Ook in Salema valt het niet mee het adres van het
appartement te vinden. Geen duidelijke straatnamen en ook daar geen
huisnummers. Opeens valt ons oog op een richtingwijzer. Zo vinden we
het toch. De verhuurder had graag gehad dat we de sleutel 'even'
zouden ophalen bij de het Golf Resort, 15 km verderop. Maar voor gasten
die te voet zijn had men ook een oplossing. Dan laten ze de sleutel
gewoon in de deur zitten ...
Woensdag
Op
het strand van Salema waren verschillende vissers actief. De tocht ging
verder over de kliffen naar Luz. Hoewel het begin oktober is, is het
nog behoorlijk warm weer. Zeker wanneer je weer moet klimmen om bij een
soort obelisk je weg weer te kunnen vervolgen. Op het strand maakt
iemand indrukwekkende zandsculpturen. Ook vandaag vooral kliffen en
kloven. De stadjes die we passeren krijgen geleidelijk aan een meer toeristisch
krakter, compleet met stoelenverhuur en verkopers van horloges en
handdoeken.
Donderdag
De volgende dag brengen
we door in Portimao.
In de vissershaven liggen vooral kleine bootjes. We gaan na waar de bus vertrekt naar Monchique,
die we de volgende dag willen nemen. Het lukt ons niet de juiste plek
te vinden. Het VVV zelf vinden we ergens op een plattegrond, maar dat blijkt verplaatst te zijn naar een ander deel van de
stad. Ook de stadsbussen zijn anders georganiseerd dan in Nederland. Zo
ontbreken te vaak haltebordjes ("opstappen aan het eind van de straat
om de hoek"), of er is niet aangeven welke in richting de bus gaat. In
Praia da Rocha (de wijk van Portimao aan de kust) kun je in
verschillende kroegen elke avond voetbalwedstrijden zien. Vanavond VVV Venlo tegen De Graafschap Live. Wie wil
kan tot diep in de nacht doorfeesten.
Vrijdag
En dan wordt het serieus. Vanwege de onduidelijke aanduiding van de
bussen en hun vertreklocaties missen we de bus van 9 uur. De bus van 10
uur brengt ons naar Monchique, een dorpje 25 km uit de kust en in
het gebergte van de Algarve. De
wandeling vanuit Monchique over de Via Algaviana brengt ons eerst van
400 naar 900 meter. Na de afdaling komen we in een volkomen leeg
gebied. Leeg wil zeggen: geen mensen, geen dorpjes, maar wel heel veel
bergen en bomen. Daardoor hebben we nog een kleine 30 km te gaan. Wel
wat veel van
het goede, maar onderweg liggen eenvoudigweg geen plaatsjes. We zien
veel eucalyptusbomen en
kurkeiken,
soms een meertje, enkele nieuw aangelegde wegen, maar nergens woningen.
Geen mogelijkheid ook om ons water aan te vullen. Of om iets te eten te
krijgen onderweg. Dat maakte de tocht van 32 km extra zwaar. Gelukkig
worden we na ruim
20 km ingehaald door twee jeeps met toeristen die een tocht door de
Algarve maken. We accepteren de lift naar Silves graag. Silves is
een mooie plaats, die rond het jaar 400 de hoofdstad van de Algarve
geweest schijnt te zijn, totdat het bezet werd door de Moren. Ook hier
hebben we geen duidelijk adres, maar meer een soort beschrijving van de
locatie van het hotel. Zoals steeds in de Algarve eigenlijk.
Zaterdag
De
volgende dag lopen we eerst een paar kilometer naar het station van
Silves, nemen de trein naar Albufera en lopen 5 kilometer naar het
plaatsje zelf. In Albufera blijken we een all-inclusive hotel te hebben
geboekt. Alleen zonder de all-inclusive gelukkig, dus hoeven we ook geen bandje
om onze pols. Alles is hier geregeld. We twijfelen even of we
hier vrijwillig weg
mogen. We hebben associaties met het roemruchte Hotel California. Maar
als we even later de hoofduitgang uitlopen, houdt niemand ons tegen. We
belanden rond etenstijd op een boulevard van restaurants,
café’s, souvenirs en veel proppers. In het chinese
restautant eten we ook all-inclusive. Zoals dat dan gaat: te veel in te
korte tijd. Daarna wringen we ons nog door het uitgaansleven, waarvan
we slechts toeschouwers zijn.
Zondag
De
volgende morgen laten we de frites bij het ontbijt voor wat die is. Een
oude man is alleen op vakantie en neemt bij elke nieuwe gang servetjes
mee, die hij stuk voor stuk op de grond laat vallen.
We
nemen we de trein richting Faro en stappen 15 km van tevoren uit. We
nemen de Via Formosa naar Faro terug, een lange-afstandsfietspad
(verharde zand-steen bodem), dat
zeer goed te belopen is. Veel beter dan de Via Algarviana. In een
eenvoudig restaurantje in de wijk bij het vliegveld eten we mixed
grill, die nauwelijks iets kost. Het is ineens, na een week zon en
blauwe
luchten, gaan regenen. Het hotel nabij het vliegveld is goed verzorgd.
Hoewel we 's maandags om 6 uur 's morgens moeten vertrekken, staat een
ontbijt
klaar. We lopen de 1,5 kilometer naar het vliegveld in het donker langs
een overdag drukke verkeersweg. Het blijft regenachtig. Daardoor is de
overgang met Nederland niet zo groot.