De Ardennen
17e etappe: Over de grens
Vanuit
het centrum van Maastricht lopen we geleidelijk de Pietersberg op. Al
snel bereiken we het eindpunt van het Pieterpad. Maar voor ons is het
nog niet volbracht. De Pietersberg afdalend lopen we de grens over,
naar Kanne in België. En na Kanne, even later, een nog
belangrijkere grens: de taalgrens tussen Kanne en Eben-Emael. Deze
grens is eigenlijk nog duidelijker te herkennen dan de landsgrens.
Toch gek als je buren een andere taal spreken dan je zelf spreekt.
Zodra we in Wallonië komen wordt het landschap aanmerkelijk
lelijker. Direct in Wallonië valt het nog wel mee. Daar staat
een kasteelachtig huis met vier Apocalyptische figuren op de hoeken
van het dak. Hoe heten die beesten ook al weer? Een ervan is in ieder
geval de Griffioen. Na de Apocalyps is het inderdaad direct
afgelopen. Een grote steengroeve heeft een gat in het landschap
geslagen. Hierna volgen wat lege dorpjes en in de natuur vinden we
autobanden en andere onderdelen van de carrosserie. On-nederlands en
toch niet echt leuk wandelen. Maar wie weet ontwikkelen zich wel
zeldzame planten op de combinatie van roest en mos en mogen over 50
jaar deze auto-onderdelen niet eens meer uit de Waalse bossen
verwijderd worden. In ons enthousiasme om Wallonië af te
kraken
besluiten we dat ook het wandelboekje van onze zuiderburen het niet
haalt bij de mooie Nederlandse LAW-gidsen. In Visé, wat we
het
toppunt van lelijkheid vinden nemen wij de trein naar Luik om aldaar
te overnachten.
18e etappe: Op naar de Ardennen
Visé – Wegimont, zaterdag 2 september 2000, 24 km.
We
waren aanvankelijk van plan deze etappe over te slaan. Het Waalse
gedeelte van de vorige etappe vonden we zo lelijk, dat we ieder
risico wilden vermijden op herhaling van ontmoetingen met roestende
auto-onderdelen in de bossen. Maar een jaar later bedenk je dat je of
het Pieterpad/ de GR5 loopt, of dat je thuis blijft. En als je
besluit te lopen, dan sla je geen stukken over. Dus ook de etappe
Visé – Wegimont niet. Vandaag verwachtten we
lelijkheid
alom, en al lopend blijkt de etappe heel mooi te zijn. De etappe is
heel afwisselend, net als het weer vandaag. Door weilanden, langs
bosranden, door Waalse dorpjes, over heuveltjes en door klaphekjes.
Het lijkt Engeland wel. Het gebied is echt volledig Franstalig. Het
doet dan vreemd aan om Nederlandstalige namen tegen te komen. Zoals
bijvoorbeeld de familienaam “Uytdenbroek” of in
Luik de
straatnaam “Quai Van Benedenen”. We overnachten net
zoals
vorig jaar in Luik. Daar kennen we inmiddels een dame die twee hotels
bezit. Als je bij het eerste hotel komt, is er plaats in het tweede.
En omgekeerd. Volgens madame boffen we dat we onderdak gevonden
hebben. De hotels in Luik zitten volgens haar bomvol in verband met
wetenschappelijke congressen. Het zal wel…
Wegimont – Spa, dinsdag 7 september 1999, 23 km
Vandaag
wilden wij een bijzondere prestatie leveren door een bijzonder lange
afstand te gaan lopen. Maar vergis je niet. In de Ardennen heb je
niet alleen met de horizontale afstand te maken, maar ook met de
verticale. Al met al werd het vandaag een mooie lange uitdagende
route: Wegimont, St. Hadelin, Olne, Nessonvaux, Fraipont, Banneux,
Beco, La Reid en Spa. In Fraipont krijgen we onverwacht te maken met
een lange felle steile beklimming. Als je al een stuk gelopen hebt,
een rugzak op je rug hebt en al een beetje moe bent valt dit stuk
niet mee. Gewoon doorgaan is het beste wat je kunt doen. We
realiseren ons dat een mobieltje een goede uitvinding van deze tijd
is. Waar je ook bent, hoe verlaten de streek ook is, je kunt altijd
om hulp bellen. En ook het alarmnummer 112 is in alle West-Europese
landen hetzelfde. De route brengt ons in Banneux. Hier ligt een zeer
druk bezocht bedevaartsoord. Toch wel gek, als je uit de bossen komt
en ineens het hosanna je tegemoet komt. Er zijn hier veel
auto’s
en veel religieuzen te zien. Veel wandelaars komen we in
Wallonië
niet tegen. En als je wandelaars tegen komt is de kans groot dat het
om Nederlanders gaat. We lopen een stukje met een Nederlandse groep
mee en worden bijna voor onze sokken gereden. Volgens de begeleider
van de groep komt dat vaker voor. Hij heeft de ervaring dat de Walen
“niet dol” zijn op wandelaars.
We laten zijn mening voor wat die is en lopen door naar La Reid. We weten beter, maar toch nemen we een koud pilsje. Desastreus als je verder wilt wandelen. In Spa maken we matig gebruik van de plaatselijke specialiteit (Spa) en tegen de verwachting in zijn Vlaamse trappistenbiertjes in Nederland beter verkrijgbaar dan in dit deel van België. Volgens het weekblad Privé zou Maxima, de vriendin van Willem-Alexander, naar Spa gaan om Nederlands te leren. Hoewel dat ons stug lijkt, hebben we toch naar haar uitgekeken. We hebben haar niet gezien en voor ons was ze er ook nog niet geweest. Haar naam ontbreekt nog op het monument waar de namen van alle beroemdheden staan die ooit Spa bezocht hebben.
20e etappe: Hoge Venen en Drie Bruggen
Spa - Trois Ponts, woensdag 8 september 1999, 24 km
Snel
stijgend lopen we Spa uit, dat we al snel uit het oog verliezen. Een
steile stijging aan het begin van de dag voelt heel veel beter dan
zo’n stijging ergens in de middag. We lopen de Hoge
Venen
in. Dit gebied is het hoogstgelegen deel van het Pieterpad/GR5 dat we
lopen. Volgens het boekje bevinden we ons op een hoogte tussen de 550
en 600 meter. In de winter moet het hier onherbergzaam zijn. Koud,
kil en zonder beschutting. Andrimont en Ruy heten de gehuchtjes op
weg naar Stavelot, dat we uiteindelijk via een soort riool bereiken.
Het is hier echt mooi. Stavelot schijnt ooit een soort vrijstaat
geweest te zijn. Op een bepaalde manier zie je dat nog aan het stadje
af. Een oude pantserwagen bij een brug herinnert aan het
Ardennenoffensief ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, toen hier
hevig gevochten is. Bij de pantserwagen wijken we van de GR 5 af, om
naar het station van Trois Ponts te lopen. Eens in de twee uur stopt
hier een trein. Trois Ponts ligt dan ook aan de internationale
spoorlijn Luxemburg – Luik. Tijd genoeg voor een pilsje in
Trois Ponts. Dit pilsje besluit de vierdaagse
21e etappe: Veel Zalm
Stavelot – Vielsalm, zondag 3 september 2000, 16 km
Het
is onwerkelijk om een jaar later met je rugzak op je rug weer op
hetzelfde stationnetje aan te komen om de wandeling te vervolgen. We
hebben even geaarzeld waar we verder zouden gaan: in Trois Ponts of
in Stavelot. Voor beide valt wat te zeggen. We kiezen voor Stavelot,
omdat hier tenslotte de GR5 loopt en het stuk Stavelot –
Vielsalm ons aantrekkelijker lijkt dan Trois Ponts –
Vielsalm.
Het laatst genoemde traject loopt vooral door en langs het dal van de
Salm, terwijl het stuk Stavelot – Vielsalm de Ardennen echt
doorsnijdt. In Stavelot gaat het weer steil omhoog. Vrolijk keuvelend
lopen we de route. Prompt verdwalen we, ondanks het feit dat we
steeds rechtdoor lopen en ook de GR5 rechtdoor moet gaan. Bovendien
staat het pad voortdurend goed aangegeven. Als je merkt dat je
verdwaald bent, wil je toch weer graag het juiste rechte pad vinden.
Ondanks dat het eigenlijk niet uitmaakt waar je wandelt en waar je de
nacht zult doorbrengen. Met behulp van het boekje en sporadische
wegwijzers vinden we Logbierme en het pad weer terug. Logbierme is
weer zo’n uitgestorven Waals dorpje zonder winkel, kroeg,
school of bankje om op te zitten. Ook mensen zijn niet te zien, op
wat boeren op in de velden na die aan het werk zijn. Vlak voor
Vielsalm ontmoeten we drie Nederlanders die net als wij aan de wandel
zijn. Voor hen is Vielsalm het eindpunt van een driedaagse. Deze
heren hebben als hobby, naast wandelen, bier drinken. Daarom lopen
zij per dag niet al teveel. In Vielsalm wordt, hoewel de naam
misschien anders doet vermoeden, Frans gesproken. De Salm is
afgedamd en daardoor in een aantrekkelijk stuwmeer ontstaan.
Maar
zalm kan er door de dam niet meer zitten, laat staan veel zalm.
22e etappe: De Frans – Duitse cultuurgrens over
Vielsalm – Burg Reuland, maandag 4 september 2000, 26 km
Gisteren
zijn we op tijd gestopt. Vooral omdat er voorlopig na Vielsalm geen
plaats meer ligt waar je kunt overnachten. Vielsalm ligt echt in het
Franse cultuurgebied. Gisteravond zijn we een kasteelbiertje gaan
drinken en het viel op dat iedereen elkaar bij binnenkomst kuste. Ook
jongens van een jaar of twintig onderling. Vandaag trekken we de
taalgrens over. Na Vielsalm volgt nog het bij de gemeente Vielsalm
behorende gehucht Commanster, dat er typisch Frans
uitziet. De
buitenkant van de alle huizen bestaat uit ongepleisterde geelachtige
natuursteen.
En dan ineens na een hoge aarden wal ligt Braunlauf,
een
typisch Duits dorp, compleet met keurige
witgepleisterde huizen
en
bloembakken vol geraniums. We
vermoeden dat de aarden wal vroeger
de grens tussen België en Duitsland geweest is. Na de Eerste
Wereldoorlog is deze streek als compensatie door Duitsland afgestaan
en dat is sinds 1918 niet meer veranderd. Maar cultureel is het nooit
Frans geworden. Burg Reuland, waar we overnachten, is ook typisch
Duits. Al is het wel gek om met franken te betalen en niet met
marken. We zien dat het onderhoud van bakken geraniums veel tijd
kost. Alle bloemblaadjes die uitvallen moeten immers van de grond
verwijderd worden. De cultuurgrens is het meest fascinerend van de
dag. Hoewel het ook een mooie etappe is. Het eerste deel bestaat nog
uit dichte bossen en dan breekt langzaam het landschap open.
Vergezichten met af en toe in de verte een torentje. De streek is
zeer dunbevolkt en tot onze verbazing merken we dat het mobieltje het
hier niet doet. In Burg Reuland is een, in onze ogen, zeer Duits
donkerbruin hotel. Het is dat we te voet zijn, want als je niet van
klaverjassen houdt, zoals de vele oudere hotelgasten blijkbaar wel
doen, valt hier niets te beleven.
23e etappe: Het pad van de Our
Burg Reuland – Clervaux, dinsdag 5 september 2000, 41 km
Als
je in Burg Reuland de route omhoog vervolgt, kom je boven op de berg
bij een eenvoudig monument (is het een grafsteen?) voor een boer die
hier meer dan honderd jaar geleden op 68-jarige leeftijd de berg
opgelopen is, onder een boom is gaan zitten en dood is gegaan. Als je
er over nadenkt, is dat toch wel een mooie dood. Je kunt je heel goed
voorstellen wat het laatste is dat die man gezien heeft. We hopen dat
het op zijn laatste levensdag mooi weer was. De GR5 slingert naar het
zuiden en al even schampen we de Luxemburgse grens. Die steken we pas
bij Ouren over. Daar is wat ons betreft een mislukt drielandenpunt
België - Duitsland – Luxemburg aangelegd. De stenen
die de
plek markeren liggen overduidelijk allemaal in België. Het
echte
drielandenpunt moet ergens onbereikbaar midden in de rivier de Our
liggen en is niet aangegeven. Het magische van een drielandenpunt
ontbreekt daardoor. In Luxemburg loopt de route langs de grensrivier
de Our. Voor de afwisseling is de roodwitte markering vervangen door
minder goed zichtbare gele bollen. De route langs de Our is op zich
wel mooi, maar door de lengte wel wat eentonig. Je loopt in een dal
tussen de bossen. Boerderijen, woningen, dorpjes en vergezichten
ontbreken. Na 30 kilometer komen we bij Rodershausen, waar vandaan
volgens het boekje bussen naar Clervaux en Vianden toe moeten gaan.
Ondanks dat we om al om 16.00 uur aankomen is volgens de plaatselijke
bewoners de laatste bus al vertrokken. Ook het mobieltje laat ons in
de steek. De streek is dunbevolkt en waarschijnlijk zitten we in het
dal te laag om het signaal van de satelliet of mast te kunnen
bereiken. Na het nodige getreuzel, trekken we de grens over om een
Duits hotel te zoeken, of lopen we nog 12 kilometer langs de
weg
naar Clervaux, besluiten we voor de laatste optie te kiezen.
Zeer
vermoeid komen we om klokke zes in Clervaux aan, waar we een zeer
goed hotel vinden. Ook het Portugese restaurant waar we de
avondmaaltijd gebruiken is zeer geschikt. Hier leren we dat de tweede
bevolkingsgroep in Luxemburg tegenwoordig de Portugezen zijn.
24e etappe: Wij gaan naar Vianden toe
Rodershausen – Vianden, woensdag 6 september 2000, 29 km
Het
hotel waar we overnacht hebben blijkt erg luxe te zijn. Behalve een
eigen overdekt zwembad met sauna blijkt het ontbijt uit een
champagneontbijt te bestaan. Prompt vragen we ons af of we de
overeengekomen prijs wel goed verstaan hebben. Was de genoemde prijs
de prijs voor de kamer of per persoon? Gelukkig blijken we nog niets
aan onze oren te mankeren. De prijs was inderdaad de prijs per kamer.
De tweede meevaller is dat er wel degelijk een bus van Clervaux naar
Rodershausen gaat. Hierdoor kunnen we de GR5 weer oppikken op het
punt waar we het pad gisteren verlaten hebben. Voor de Luxemburgse
busmaatschappij hebben we een tip: plak op de bushaltes een briefje
met daarop welke buslijn hier stopt en zet hierbij bij benadering de
vertrektijden. Misschien maken dan meer mensen gebruik van de bus.
Vandaag vervolgen we het pad van de Our naar het zuiden. Het is een
beetje nep. Er loopt een directe asfaltweg naar Vianden, maar
de
GR5 stuurt je voortdurend het bos in. Soms is dat wel leuk,
maar
als je een steile klim maakt terwijl je weet dat je min of meer
hetzelfde stuk ook weer naar beneden moet om op dezelfde asfaltweg
uit te komen vraag je je wel eens af waar je nu eigenlijk mee bezig
bent. De stukken door het bos zijn in ieder geval wel mooi en plots
springt er een ree voor ons weg. Dat is de tweede keer. Eerder
gebeurde dat in Drenthe. In Stolzembourg nemen we in een
twijfelachtig café een kopje warme chocolademelk. Buiten
gekomen druppelt het weer. Een wegwerker biedt ons spontaan een lift
naar Vianden aan. Trots slaan we deze lift af. Als hij ons in zijn
auto had willen hebben had hij gisteren maar om 16.00 uur in
Rodershausen moeten staan. Van deze hoogmoed krijgen we al spoedig
spijt. Het begint te gieten. Van het stuwmeer boven op de berg zien
we helemaal niets. Bovendien krijgt Frank bij de afdaling nog last
van zijn voet.
Gelukkig vinden we in Vianden een leuk hotelletje, direct naast het sterfhuis van Victor Hugo en een prima pizzeria.
25e etappe: De Sûre
Vianden – Ettelbruck, vrijdag 8 september 2000, 21 km
We
hebben er gisteren voor gekozen in plaats van te wandelen te
mountainbiken. Vandaag gaan we weer overtuigd aan de wandel. Het
grote voordeel van wandelen is toch dat je echt bent waar je bent.
Iedere steen raak je echt aan en iedere bloem ruik je. Na Vianden
volgen we een aantrekkelijke afwisselende route waar veel te zien is.
We lopen het dal van de Our uit en komen op het plateau
terecht.
Daar liggen leuke dorpjes, velden en mooie loofbossen. Na wat beperkt
klimmen en dalen (steeds beloond met mooie vergezichten) bereiken we
vrij vroeg de brug over de Sûre bij Gilsdorf - Diekirch. Daar
ligt het eigenlijke eindpunt van het gedeelte van de GR5 dat we
lopen. Doorlopen naar Nice is niet aan de orde en daarom volgen we de
Sûre stroomopwaarts naar Ettelbruck. Dit stuk loopt
gemakkelijk
weg. Naar onze mening is Ettelbruck aantrekkelijker dan Diekirch.
Diekirch is erg toeristisch, terwijl het leven in Ettelbruck naturel
is (of lijkt). We vinden de oude jeugdherberg terug, waar we in
pakweg 1975 een week overnacht hebben. De jeugdherberg is
onherkenbaar en om helemaal eerlijk te zijn ook Ettelbruck kennen we
ook niet meer terug. Het feit dat hele centrum inmiddels
voetgangersgebied is, zal hier ook wel mee te maken hebben. In ieder
geval is Ettelbruck een mooi eindpunt voor ons wandelavontuur.
26e etappe: Klein Zwitserland
Diekirch – Echternach, zondag 9 september 2001, 33 km
Vorig
jaar meenden we dat Ettelbruck het eindpunt van ons pad was. Maar de
hele Benelux door lopen tot in Frankrijk is een aantrekkelijke
gedachte. Daar gaan we voor! We merken dat het beginpunt van de
etappes nu ver weg ligt. Gisteren zijn we al op weg naar Diekirch
gegaan en volgens planning zouden we daar om kwart voor twee
arriveren. Nog tijd genoeg voor een wandeling van een kilometer of
15. Helaas lieten de Nederlandse Spoorwegen ons finaal in de steek.
We arriveerden met een vertraging van twee uur in Diekirch. Te laat
om nog van start te gaan. Vandaag om 9.00 uur op pad om de draad weer
op te pikken. De eerste 17 kilometers tot Beaufort lijken sterk op de
laatste etappe van vorig jaar: afwisselend velden en bossen, stijgen
en dalen, asfalt en zand. Bij Beaufort verandert de route ineens. We
lopen plots een schlucht in. Steile rotswanden links en rechts van
ons. Het pad volgt de loop van een beekje en is daardoor vrij vlak.
Een zeer bijzondere ervaring. Bij het dorpje Grundhof drinken we
warme chocolademelk en bereiden ons voor op het laatste stuk. Dat
blijkt zeer pittig en zeer mooi te zijn. We moeten de berg op om ons
aldaar een weg door een labyrint van rotsen te
banen. De
rotsen zijn ook door bergbeklimmers ontdekt. Want behalve dat ze op
verschillende plekken aan het klimmen zijn, hebben ze de rotsen met
al hun materiaal in de loop der jaren flink beschadigd. Vlak voor
Echternach staat nog een schlucht op het programma: de Wolfsschlucht.
Aangezien we ervaring hebben met de schlucht vlak na Beaufort maken
we ons, naar snel blijkt ten onrechte, niet druk. Trapjes op en af,
kloof in en kloof uit. Zwaar. Maar mooi om te lopen en om niet te
missen. Om 6 uur lopen we Echternach in. Gelukkig zijn er voldoende
hotels.
27e
etappe: Nog meer rotsen
Echternach – Moersdorf, maandag 10 september 2001, 20 km
De afgelopen weken hebben we regelmatig reisverslagen van GR5-lopers op het internet gelezen. Wouter Hogendorp en dameswandelclub de Vrolijke Poten zijn daardoor virtuele bekenden geworden die ons deelgenoot hebben gemaakt van hun reiservaringen. Hun ervaringen vergelijken we al lopend met onze indrukken. Vandaag komen we onderweg ook nog 3 echte mensen (Nederlandse mannen) tegen, die net als wij de GR5 volgen. Het gespreksonderwerp ligt voor de hand: de route en alles wat daar bij hoort. Groot verschil vandaag: wij hebben ingeschat dat er in Moersdorf geen overnachtingsmogelijkheid is, terwijl de drie heren er van uit gaan dat dat wel het geval is. Naar later zal blijken hebben wij (deze keer) gelijk. De etappe van vandaag laat weer veel rotsen zien, maar wat minder indrukwekkend als gisteren. Het tweede gedeelte voert door bossen en velden. Een kloof (was het de Girsterkloof?) springt er uit. Als je op de bodem staat heb je het idee, dat het er hier nog precies zo uit ziet als 2000 jaar geleden en dat er zo een beer of een wolf om de hoek kan komen. We blijven even staan om alles goed op ons in te laten werken. Je zou bijna bang voor de beer worden. Geen beer te zien en ook de vossen laten het afweten. Veel van onze virtuele bekenden hebben een vos in deze contreien gezien.
In Moersdorf nemen we de bus terug naar Echternach. Zowaar geholpen door een vriendelijke Luxemburgse. En de Luxemburgse busmaatschappij heeft naar ons geluisterd. Dit jaar staan er vertrektijden op de bushaltes aangegeven.
28e etappe: Omwegen
Moersdorf – Grevenmacher, dinsdag 11 september 2001, 22 km
Een
goed lange afstandspad weet de optimale combinatie te vinden tussen
een mooie route en doelgerichtheid. Het Pieterpad in Nederland
voldoet hieraan. De GR5 in Luxemburg niet. De GR5 bestaat uit een
aantal lokale wandelingen die met elkaar verbonden zijn. Zo loop je
onder andere op “het pad van de Our”,
“het pad van
de Midden – Sûre”, “het pad van
de Moezel”
en “het pad van het zuiden”. Stuk voor stuk mooie
wandelingen, maar wandelingen die vooral het doel hebben om je langs
zoveel mogelijk mooie plekjes te leiden. Als je zo snel mogelijk naar
het zuiden wil, dan zou je een ander pad zoeken. Nog een verschil: In
Nederland en België is het pad uitgezet door vrijwilligers en
wordt het pad ook door hen onderhouden. In Luxemburg is het uitzetten
en onderhouden van wandelpaden een staatsaangelegenheid. Eerlijk is
eerlijk: vrijwilligers hebben meer hart voor de zaak en hun zaakjes
beter geregeld. Met name bij routewijzigingen pakken vrijwilligers
het beter aan. Die weten wat een wandelaar verwacht. Vandaag, dus
door een gebrekkige markering op een gewijzigd traject een fors stuk
omgelopen. Dit bovenop de toch al fors kronkelende route. De etappe
van vandaag is overigens weer aantrekkelijk. Bossen, velden en de
eerste wijngaarden. In Grevenmacher aangekomen blijkt ook
Grevenmacher niet over een geopend hotel te beschikken. Ter
beraadslaging trekken we ons terug in een Portugees café
alwaar de TV aanstaat. Daar zien we horrorbeelden van een brandend
New York en een brandend Washington. Deze – niet te geloven
–
beelden zijn, naar al snel blijkt, echt.
29e etappe: De druiven zijn zoet
Grevenmacher – Remich, woensdag 12 september 2001, 24 km
Na
wederom een overnachting in Echternach, met de bus in zo’n
drie
kwartier terug naar Grevenmacher om de wandeldraad weer op te pikken.
Vandaag de hele dag door de wijngaarden. De eerste
wijngaarden
begroet je als het ware met gejuich, maar na een hele dag tussen de
druiven wordt het ook wel wat eentonig. We worden wat kritischer en
struinen niet meer elke berg als een kip zonder kop op, alleen maar
omdat het boekje dat zegt. We hadden, gezien de tijd van het jaar,
vrij veel activiteiten tussen de wijnranken verwacht. En in het
verlengde daarvan behoorlijk wat levendigheid in de dorpen. Dat is
niet het geval. De druiven zijn nog niet helemaal rijp. Het is te
vroeg voor de pluk. En schoffelen, spuiten of het wegknippen van
wilde uitgroeisels is kennelijk niet nodig. Aan de dorpjes zie je dat
de wijnbouw deze streek, zeker in het verleden, heel veel welvaart
heeft gebracht. Er staan hele mooie oude huizen, die rijk versierd
zijn met afbeeldingen die verwijzen naar de wijnbouw. Aan het einde
van de etappe ligt Remich. Tot onze verbazing nog echt een
grensplaats met winkels vol handelswaar waar Duitsers tuk op zijn:
Koffie, chocolade, en sterke drank. Er zijn veel terrassen, die
overigens allemaal nagenoeg verlaten zijn. Het toeristenseizoen duurt
hier kennelijk maar kort. Het geld moet in korte tijd verdiend
worden.
30e etappe: De Franse grens
Remich – Mondorff (F), donderdag 13 september 2001, 20 km
Een
hele dag wandelen in de regen. Gelukkig zijn we er goed op gekleed en
we zijn beiden voorzien van paraplus. Op zo’n regendag is het
“back to basic” en loop je in jezelf gekeerd te
wandelen.
Best lekker voor een dagje, maar langer hoeft toch echt niet. Het
landschap nemen we dan ook niet zo sterk in ons op. De eerste helft
van de wandeling bestaat weer uit wijngaarden. De route is niet
bepaald zorgvuldig uitgezet, want we lopen een paar kilometer langs
een autoweg, terwijl we (achteraf) zien dat er een heel goed korter
mooier alternatief was dwars door de wijngaarden. De dorpen zijn
wederom mooi. De tweede helft lopen we gelukkig in een vrij rechte
lijn. Dwars door een landschap dat best aantrekkelijk zal zijn, als
het niet regent. En dan zijn we in Mondorf-les-Baines. Een mondain
kuuroord. Met je rugzak zie je er zeer sjofel uit. Voor je gevoel
kijken de mensen je hier een beetje meewarig aan. Ze beginnen zeker
geen gesprekje met je, maar dat komt ook omdat de Luxemburgers nogal
ingetogen zijn. In Luxemburg leg je makkelijker contacten met
Portugezen, dan met Luxemburgers.
Nog een klein stukje, nog eventjes terug omdat de route wederom onaangekondigd geblokkeerd is en daar is de grens tussen Luxemburg en Frankrijk bij MONDORFF (F). Het eindpunt van ons “Project Pieterpad”. We hebben de hele Benelux gedwarst. In de langst mogelijke (min of meer) rechte wandellijn van noord naar zuid.
“A walk of life”.