De Benelux
Van
de Waddenzee tot de Franse grens
Deel 1: Pieterburen-Pietersberg: Het Pieterpad
Verslag
van een wandeling in 30 etappes dwars door Nederland, België en
Luxemburg. Van noord naar zuid. Van de Waddenzee tot aan de Franse
grens. Over het Pieterpad en – vanaf de Pietersberg –
over de GR5. Het is zonde om de Pietersberg te stoppen, alleen maar
omdat het eindpunt van het Pieterpad daar bereikt is. De GR5 is een
heerlijk, logisch en vanzelfsprekend vervolg op het Pieterpad.
1e etappe: Langs het Mensingeweersterloopdiep
De
wandeling kan natuurlijk alleen in Pieterburen bij hotel “Het
wapen van Hunsingo” beginnen. Het startpunt van het Pieterpad.
“Het wapen van Hunsingo” is waarschijnlijk de beroemdste
horecagelegenheid van Nederland. Bij wandelaars dan. Na de aftrap zie
je eerst een richtingaanwijzer die je de weg naar verschillende
“Pieters“ in de wereld wijst. Uit het rijtje Sint
Pietersplein, Pietermaritzburg, Pietersberg en nog andere plaatsen
kiezen we voorlopig maar de Pietersberg. Dat lijkt ons ver genoeg.
Veel klei en wat dorpen zetten ons weer met beide voeten op de grond.
Dan komt het Mensingeweersterloopdiep in beeld.
Groningen
lopen we via een aardige route langs een brede waterloop uit. Een
kanaal? Een rivier? Of een diep? De overgang van stad naar land is
op deze manier prettig. Bij het Paterswoldse Meer
ontdekken we een soort elektriciteitsmast, die bij nader inzien een
kunstwerk blijkt te zijn. Symbool voor de stadspoort van vroeger. De
mast stelt de letter “G” voor; de eerste letter van
Groningen. Nou ja, het is weer eens iets anders. Bij Glimmen houdt de
wegverharding op en begint eindelijk het zandpad: de oude Herenweg,
de handelsroute, van Groningen naar het zuiden. En weldra zijn daar
ook de eerste hunebedden. Noordlaren, Midlaren en Zuidlaren. In
Zuidlaren hield Berend Botje het voor gezien. Wij lopen door naar de
laatste satelliet van Zuidlaren: Westlaren. Nog een laatste heideveld
over en als in Gasteren de bus er aan komt, weten we zeker dat we in
TT-end Assen zullen dineren.
Gasteren – Schoonoord, woensdag 22 maart 2000, 38 km
Vanuit
Gasteren over het Balloërveld het echte Drenthe in: een
schaapskudde met herder en hond, hunebedden, grafheuvels, heide, bos
en Bartje. Vanaf Rolde loopt het pad een stuk over een oude verlaten
spoorbaan: van Assen naar Stadskanaal. Sinds de Tweede Wereldoorlog
rijden hier geen (stoom-)treinen meer. De resten van de spoorbaan
zijn nog duidelijk herkenbaar. Onder Anderen volgen de eindeloze
productiebossen.
fields” zijn resten van ommuurde akkers,
zoals je nu nog in Engeland kunt zien, uit de prehistorie. Tot onze
verrassing zijn deze velden nog zeer goed te herkennen.Een grafheuvel
heet “Galgenberg”. Volgens de overlevering moet op een galgenberg het mythologische
gewas alruin groeien. Aangezien wij niet botanisch onderlegd zijn
zoeken we tevergeefs. Het landschap is op deze etappe afwisselend.
Het eerste gedeelte bestaat vooral uit (pre)historisch bos, terwijl
het tweede gedeelte de aardrijkskundeles van vroeger volgt: het dorp
met de brink, de essen om het dorp heen en de heide verder weg waar
de schapen lopen. Kanalen heten hier “diep”,
waarschijnlijk omdat ze echt diep zijn. Naar we begrijpen hebben in
crisisjaren veel werklozen met de schoppen deze diepen gegraven, maar
voor scheepvaart of afwatering zijn ze nooit echt belangrijk geweest.
En ook nu nog spelen de diepen voor het toerisme geen rol van
betekenis. Aan de einder ligt het oude vestingstadje Coevorden. Veel
kleiner, maar ook veel gezelliger dan het grote Emmen.
Het
weer beïnvloedt wandeldag en wandelervaringen sterk. Door
dreigende regen starten we als een speer. Bijna hollend; in marstempo
gaan we door de Coevorder Mars. Mars betekent moeras of nat hooiland
of was de betekenis toch natte weidegrond? Het landschap verandert
langzaam, maar is vandaag wat eentonig. Dat is vlak, weinig bomen of
huizen en rechte lijnen in het land. De dorpen Gramsbergen en
Hardenberg zien er leuk uit. In Hardenberg begint het echt door te
regenen. Door een eerdere natte wandelervaring (een vorig jaar) in de
buurt van Winterswijk weten we dat wandelen in de stromende regen
niet echt leuk is. Als het niet moet, en er is een station of een
goede bushalte in de buurt, kun je beter stoppen. Opvallend is dat we
ondanks het slechte weer meerdere wandelaars tegenkomen.
De
mooiste etappe. In ieder geval tot nu toe. Met recht: hoogtepunten.
Het begint al direct na Holten. Archemerberg, Lemelerberg,
Noetselerberg en Holterberg. Het stijgen over mulle rulle zandpanden
wordt voortdurend beloond met mooie vergezichten. En uiteraard
afdalingen. De natuur is bijzonder met de jeneverbessen, die alleen
hier voor schijnen te komen. Schrale bijna witte grond, die je
vanwege de kwetsbaarheid niet betreden mag. Veel wilde bloemen die in
bloei staan. En het Pieterpad kronkelt als nooit tevoren hier door
heen. De Archemerberg wordt bekroond met een grote natuursteen. Een
punt uit de rijksdriehoekmeting. Vanuit hier zijn een zestal andere
hoge punten (meestal kerktorens) te zien. Aan het begin van de 19e
eeuw is het systeem van de rijksdriehoekmeting gebruikt om heel
Nederland in detail op te meten en in kaart te brengen. Op de
Lemelerberg staat, een beetje on-Nederlands, een stenen leeuw ter
nagedachtenis aan de onafhankelijkheid in 1813. Een of ander baron
heeft hier zijn naam aan verbonden (een soort sponsoring avant la
lettre?) en is op deze manier onsterfelijk geworden. Van de
Noetselerberg had ik nog nooit gehoord. Gezien het natuurschoon hier
een omissie in mijn bestaan. Goed, de Holterberg is ook erg mooi,
maar op dat moment slaat de vermoeidheid al toe. Niet alleen de
lengte van de wandeling zegt iets over de zwaarte van de etappe. Ook
de ondergrond, het hellingspercentage en het weer zijn belangrijke
componenten.
Samen
met de vorige etappe het mooiste stuk van het Pieterpad tot nu toe.
Het landschap is zeer gevarieerd: weilanden, akkers (vol met maïs),
bosranden, landhuizen, verspreid liggende boerderijen en beekjes. We
steken een aantal grotere beken over: de Schipbeek en de
Berkel. Riviertjes waarop nog lange tijd scheepvaart plaatsgevonden
heeft en die nog niet ontdekt zijn door de pleziervaart. De
landhuizen en landgoederen geven de streek iets heel bijzonders. We
raden de Achterhoekers aan zichzelf voortaan Graafschappers te
noemen. Achterhoek is een naam die associaties oproept met uithoek,
achteraf en achtergebleven. Bovendien is het geen “eigennaam”.
Het is een naam vanuit het gezichtspunt van een ander. De Graafschap
is wel een eigennaam. En gezien het aantal landgoederen een zeer
toepasselijke! Het is prettig dat een groot deel van het
Pieterpad, wederom, over onverharde paden gaat. Dat betekent geen
verkeer en veel rust. En het brengt je op onverwachte plekjes. We
wijken een kilometer van de route af om langs de Dikke Boom te komen.
Dat is een hele grote oude eik (450 tot 500 jaar oud). Volgens het
bordje naast de boom gaat het waarschijnlijk om de dikste boom van
Nederland: een natuurlijk hoogtepunt.
“We
goan naar een klassiek concert, mar alleen als Normaal ôk
metspeult”, zou volgens het boekje de mentaliteit van de mensen
in de Achterhoek weergeven (ook wel superboeren genoemd). Nou niks
van gemerkt. Weer een hele mooie etappe. Het landschap is erg
gevarieerd. Er staan bijvoorbeeld heel veel soorten bomen. Het is
herfst en wat opvalt is dat sommige bomen al kaal zijn, terwijl
andere nog vol blad zitten. De bladeren zijn bruin, rood, donkergroen
en lichtgroen. Omdat de zon schijnt en het nog nat is van de regen
van de afgelopen dagen komen alle kleuren goed tot hun recht. Een
genot om door het bos te lopen. Voor mij is de Graafschap een
onbekende streek. Van veel plaatsjes had ik nog nooit gehoord. Een
streek ontdek je te voet veel beter dan met de auto of de fiets. Je
bent er echt helemaal. Hier in deze streek wordt je op straat door de
mensen gegroet. En wat ook opvalt is dat het aantal Pieterpadlopers
de afgelopen jaren flink toegenomen is. Je wordt op straat ook als
Pieterpadloper herkent en als zodanig aangesproken. Vandaag was er
zelfs een Pieterpadwegomlegging (alleen voor vrijdag 9 en zaterdag 10
november). Zo’n wegomlegging breng je alleen maar aan als je
meerdere lopers verwacht. Leuk dat het lange afstand wandelen in
populariteit toeneemt. Op den duur moeten de voorzieningen onderweg
dan ook steeds beter worden. De Pieterpadwegomlegging was overigens
aangebracht om motoren de gelegenheid te geven oerend hard dwars door
bossen en velden te rijden. Het geeft wat herrie, maar voor motoren
hebben ze wat over in deze streek.
Laat
vertrokken. We hadden heel veel zin om vandaag weer een etappe te
gaan lopen, maar helaas stormde het nogal. Radarbeelden op internet
overtuigden ons uiteindelijk om ½ 11 dat lopen toch wel
mogelijk was. De ernstigste buien waren voorbij. Dankzij perfect
openbaar vervoer (dat mag ook wel eens gezegd worden) konden we
vandaag de geplande afstand ondanks de late start gewoon afleggen.
Het grootste deel van de wandeltijd was het droog. Maar af en toe was
er een felle bui. De etappe is vandaag een doelgerichte rechte lijn
naar het zuiden. Weinig kronkels. Met name het stuk door het
Bergherbos en door Duitsland is erg mooi. Voor zover je tenminste van
Duitsland kunt spreken. De grens is niet herkenbaar en je krijgt de
indruk dat je in Hoch Elten met de Nederlandse taal wel heel
erg goed uit de voeten kunt. In feite bevind je je hier ook in
voormalig Oost-Nederland. Alleen de afdaling van Hoch Elten naar het
Rijndal heeft iets onnederlands. Na de afdaling kom je in Spijk uit.
Dit dorp bevindt zich echt in een uithoek van ons land. Troosteloos
met kraak noch smaak. Zo’n uithoek zijn we nog niet eerder
tegengekomen. Echt zo’n dorp waar je nog niet dood gevonden wil
worden en waar je waarschijnlijk ook nooit meer terugkomt. Net zoals
in Hoch Elten is ook hier alles gesloten. Is het vandaag de eerste
keer dat we non-stop gelopen hebben, omdat er geen enkele gelegenheid
onderweg geopend was (en omdat het buiten te nat is om onderweg even
ergens te gaan zitten)?
De
streek hier is katholiek en ademt een heel andere sfeer uit dan aan
de andere kant van de Rijn. In de straatnamen worden tientallen
pastoors en bisschoppen herdacht. We worden op staart af en toe
aangesproken voor een babbeltje. De etappe start in Millingen. Aan de
overkant van de Rijn zien we Tolkamer liggen. Uit praktische,
vervoerstechnische, redenen kiezen we vandaag voor visueel contact
met het eindpunt van de vorige etappe. Het water in de Rijn staat nog
steeds heel hoog. Het begin gaat snel. Voor we het weten zitten we in
Zeeland en komen we zelfs bij Nieuw Zeeland aan. Er liggen grote
indrukwekkende boerderijen in de Ooijpolder. En zodra het asfalt gaat
vervelen gaat de route Duitsland in: naar Zyfflich, een dorpje dat
geen enkele Nederlander kent, behalve hij of zij die ooit het
Pieterpad heeft gelopen. Meteen over de grens ademt de streek weer
een heel andere (rustige) sfeer uit, zoals in Leuth. Hoewel
direct over de grens erg veel Nederlanders wonen: Op zoek naar
goedkope huizen en hoge kinderbijslag. Bij Beek de grens weer over om
de Duivelsberg te beklimmen. Vanaf hier tot aan Gennep is het weer
fantastisch mooi: een fraai golvend landschap. Het lijkt wat op de
Ardennen, maar dan in het miniatuur. En met vriendelijkere mensen.
Het is druk in de bossen. Het weer is fantastisch mooi en omdat het
Goede Vrijdag is zijn veel mensen vrij. Nog nooit zoveel
Pieterpadlopers en wandelaars gezien als vandaag. Voorbij de Sint
Jansberg loopt het Pieterpad weer op de grens van Nederland en
Duitsland. De grens is in het landschap heel duidelijk te herkennen:
Nederland is vlak boerenland en op de grens gaan de bossen direct
stijl omhoog. Nederland is het maasdal en in Duitsland liggen de
maasduinen. Echt een natuurlijke grens. De laatste 6 ½
kilometer naar Gennep is even doorbijten. Een rechte lijn over een
asfaltweg door de akkers is niet het meest inspirerend.
Met
de auto vlot naar het eindpunt van de vorige keer gereden. Het is
tijd voor de volgende schakel aan de ketting te rijgen. Via de Groene
Streep en heidevelden met vennen en Schotse Hooglanders naar
Afferden. Een pontje zet ons over de Maas, die hier niet erg breed
is, en brengt ons in Noord Brabant. De velden zijn hier van elkaar
afgescheiden door meidoornhagen. Weer een heel ander landschap.
Vierlingsbeek wordt gekenmerkt door een hele grote, vrij nieuwe,
kerk, die ongetwijfeld nooit meer vol zal zitten. In een café
te Vierlingsbeek ligt een hele stapel “Pieterpadboeken”.
Hierin schrijven pieterpadders hun wandelbelevenissen op (en een
enkele niet-pieterpadder die niet begrepen heeft dat hij/zij niet
geacht wordt in zo’n boek te schrijven). Sociologen en/of
sociaal-geografen kunnen een aardige studie op basis van deze boeken
verrichten. Naast de normale verhalen (wie liep wanneer hoe ver) valt
ons op dat veel schrijvers het hebben over “ome piet”. Op
dat moment kunnen we ome piet nog niet plaatsen, al schiet ons beiden
wel een bankje bij de pont te Afferden binnen waarop met grote
letters zijn naam geschreven staat. Even later, tussen Holthees en
Smakt, komen we hem tegen: een man met pieterpadpet en
pieterpad-T-shirt die ons aanspreekt en naar overnachtingservaringen
lang de route vraagt. Voorts houdt hij de markering op dit gedeelte
in orde en verkoopt hij pieterpad-T-shirts. Een kleurrijk type. In
Smakt komen we wederom in Limburg. Direct vinden we de eerste kapel.
Deze is aan Sint Jozef gewijdt. Je kunt deze Heilige, getuige het
boek op het altaar alles vragen. Zo is er iemand die om zielenrust
voor zowel haar in januari overleden vader, als voor het deze week
aangereden hertje dat afgemaakt moest worden, vraagt. Een kapelletje
of wat later bereiken we Wanssum, een weinig aantrekkelijk dorp met
nogal wat industrie, een jachthaven en 1x per 2 uur een rechtstreekse
bus naar Gennep. Dankzij internet weten we dat. Handig hoor!
Een
historische dag, omdat vandaag het noord- en zuidstuk van het
Pieterpad met elkaar verbonden worden (let maar op data van de
wandeldagen). Aan de ene kant voelt dat prettig. Vandaag wordt iets
afgerond. Aan de andere kant is het ook wel jammer. Het Pieterpad is
een mooie route, waarlangs veel te genieten valt. We vertrekken met
de instelling dat vandaag een grote afstand afgelegd moet worden. Die
instelling verdient zich direct terug. Je loopt wat harder door en je
pauzeert, in het begin van de dag, wat minder. Tussen kwart over 9 en
kwart voor 1 leggen we 21 kilometer af. Dat is gemiddeld 6 kilometer
per uur. En dan heb je al heel wat meegemaakt. In deze streek liggen
opvallend veel dorpen. Misschien wel om de 3 kilometer. Er zijn heel
veel kapelletjes en wegkruizen. Het landschap is erg afwisselend. Dan
weer een open stuk, dan weer een bos. In een bos met grote
oppervlaktes stilstaand water worden we flink geplaagd door de
muggen. Het is vochtig en warm. Dat wil wel. Even later zien we een
ree in zo’n grote plas water. Het beest weet niet hoe snel het
de plas uit moet komen zodra hij ons gezien heeft. Een erg mooi
gezicht. Net televisiebeelden. Het is vandaag druk met
Pieterpadlopers. De gemiddelde leeftijd valt op. Afgezien van een
enkele jongere die het gemiddelde drukt, lopen veel 50+-ers het pad.
Ze hebben groot gelijk Na een pontje en een stukje langs de Maas
bereiken we Venlo: de meest Duitse stad van Nederland. Het aantal
Duitsers op straat valt op en er is zelfs een warenhuis (“die 2
Brüder von Venlo”) met uitsluitend in het Duits
aangeprezen producten “für das Hollandgefühl”.
Het laatste stukje naar Tegelen is mooi als een toegift. Bij een
zandafgraving wordt aan natuurontwikkeling gedaan en even later is
een modderpad (het modderigste van de hele route?) echte natuur. Het
eindpunt in Tegelen stelt niets voor: een bushalte in een buitenwijk.
Gelukkig komt de bus er precies aan. Dat is tenminste iets.
Thuisgekomen verrassen Pia en Mieke ons met grote medailles en
oorkondes, omdat we het Pieterpad volbracht hebben. Heel leuk!
“Ik
loop het Pieterpad met mijn moeder. Maar ik wil het Pieterpad
helemaal niet met mijn moeder lopen. Ik wil het Pieterpad lopen met
mijn bloedmooie blonde vriendin. Maar ik heb geen vriendin. En dus
loop ik het Pieterpad met mijn moeder.” (Citaat uit het
Pieterpadboek in café de Witte Steen aan de grens bij Reuver.)
De etappe van vandaag loopt voor een groot deel langs de grens. Nooit
geweten dat Nederland echt een rand heeft: een steile afgrond
(helling) van misschien wel 40 meter hoog. Duitsland ligt boven en
Nederland onder. De afgrond is ontstaan doordat de Maas zich
ingesneden heeft in een plateau. Bijzonder om te zien. Mooi om langs
te lopen. Ook nu de grensslagbomen verroest en doorgebogen zijn en de
grenspalen met mos overwoekerd zijn blijft de grens herkenbaar.
at
het ook in november mooi wandelweer kan zijn wordt vandaag bewezen.
Het weer speelt bij lange afstandswandelingen een grote rol. Bij
regen loop je met je hoofd naar beneden, het landschap is grauw en de
horizon ligt dichtbij. Op een dag als vandaag loop je met het hoofd
omhoog, de zon kleurt het landschap in mooie najaarskleuren en de
vergezichten zijn adembenemend. We karakteriseren deze etappe vandaag
dan ook als onvermoed zeer mooi en afwisselend. Maar eerlijk is
eerlijk. Het mooie weer zal wel bijgedragen hebben aan dit gevoel.
Van Sint Odiliënberg lopen we naar Montfort door naar Pey
(gemeente Echt). Daar drinken we bij een manege vol onvervalste
onverstaanbare Limburgers een kopje koffie. Niet alleen het landschap
verandert als je loopt langzaam, ook de mensen veranderen. Groningers
zijn toch heel andere mensen dan Limburgers, of Randstedelingen.
Limburgers zijn voor ons niet of nauwelijks te verstaan. In het
najaar zijn de bossen nat. Door het slik lopen we naar het gehucht
Slek. In Limburg liggen meerdere kleine dorpen. Makkelijk als je
onderweg wat wilt drinken. Ook bij Tanja in Susteren gaan we op de
koffie. Tanja mag niet in het boekje van het Pieterpad. Volgens de
auteurs ligt haar koffieshop net te ver van de route. Dit betwijfelen
wij, omdat haar koffieshop vanaf de route duidelijk zichtbaar is.
Tanja heeft een nieuw verzoek ingediend en hoopt dat haar koffieshop
in de volgende druk opgenomen wordt. Via Nieuwstadt, dat als we het
goed begrijpen een felle strijd voert tegen een gemeentelijke
herindeling lopen we tegen de klok naar Sittard. Wandelen kan goed in
november, maar het is wel vroeg donker. We hebben geen tijd meer om
een kasteel in Limbricht goed te bekijken en voor een foto is het te
donker.
Vanuit
het station van Sittard gaat de route dwars door het centrum en
direct omhoog, een berg op met religieuze bouwsels en afbeeldingen in
een parkachtige omgeving. Een kruisweg? In ieder geval een erg mooi
stukje om te wandelen. Windraak, Schweikhuizen, Spaubeek en Schimmert
heten de plaatsjes waar we door heen komen. Als je veel speeksel in
je mond hebt, zijn deze plaatsnamen volgens ons makkelijker uit te
spreken. Onderweg doen we een botanische tuin aan. Het kan nooit
kwaad je botanische kennis te verrijken. Uit het gastenboek blijkt
dat voor ons ook de vrouwen van de Zittardse handbalploeg oet Zittard
de botanische tuin bezocht hebben. Dat wil zeggen de dames die pal na
de oorlog in het eerste team gespeeld hebben. Naar welke kruiden zij
op zoek zijn geweest is onbekend. Om Valkenburg aan de Geul aan te
kunnen doen lopen we een “Pieterpad – alternative”.
Als we goed rekenen zijn we 25 jaar geleden hier op vakantie geweest.
De ruige jongerencamping van weleer is veranderd in een keurige
familiecamping met zwembad aan een snelweg. In Valkenburg zelf blijkt
dat ten langen leste de soulkikkers van de rockers gewonnen hebben.
Discotheek Ahoy bestaat nog steeds en lijkt, van buitenaf gezien, nog
steeds goede zaken te doen. Van “het Hol”, ons
muziekpaleis van weleer, is geen spoor meer te bekennen. Het Hol
schijnt al lang geleden in een opslagruimte omgetoverd te zijn. Het
is heerlijk zomers weer en dus drinken we een grote bier op een
terrasje. Met uitzicht op de plek waar een eeuw geleden Neerlands
eerste dodelijke ongeluk met een auto plaatsvond. Toch gek dat dit
soort gebeurtenissen nog steeds niet met een plaquette herdacht
worden. ANWB misschien een idee? Met een pilsje in de benen moeten we
omhoog naar Berg en Terblijt. Dat valt niet mee, zeker niet met dit
weer. Via Bemelen naar Maastricht. Onderweg komen we langs de
Bemelense Berg en een door mensenhanden uitgehakte grot in de mergel.
Waarschijnlijk hebben hier ooit mensen ingewoond. Klokke zes lopen we
Maastricht binnen. Ik was niet van plan te melden dat we in de stad
de stadsbus naar het centrum genomen, maar aangezien Frank dit op het
bandje verklapt, zal ik het maar toegeven. OK in Maastricht hebben we
een paar onaanzienlijke straten overgeslagen. We komen moe in het
centrum aan. We slapen in een botel in swingend Maastricht. Frank
Boeijen speelt op het Vrijthof en ook elders in de stad is volop
muziek.