|

|
Het
maken van kaas begint met de melk die in een grote kaastobbe wordt gepompt.
Deze kaastobbe wordt ook wel wrongelbak genoemd. Voor het maken van 1 kilo
kaas is ongeveer 10 liter melk nodig. De melk in de wrongelbak wordt verwarmd
en de vaste stoffen ( eiwitten/vetten/mineralen/ vitaminen) worden
gebundeld door de melk in te dikken. Het indikken noemt men stremmen.
Tijdens dit proces worden de twee belangrijke bestanddelen zuursel en
stremsel toegevoegd. Zuursel bestaat uit melkzuurbacteriën die van belang
zijn voor de rijping, smaak en houdbaarheid van de kaas. Stremsel is een
product afkomstig uit de lebmaag van nuchtere kalveren wat ervoor zorgt dat
de melk dikker wordt. Door het toevoegen van zuursel en stremsel wordt de
melk een dikke, puddingachtige massa. Dit noemt men wrongel.
|
|

Foto van de kaasopslag.
Foto hiernaast de kaastobbe in onze kaasmakerij.
|
De
wrongel wordt nu geroerd en gesneden en hierdoor ontstaat een scheiding
tussen de wrongel en het vloeibare bestanddeel de wei. De wrongel moet nu
een uurtje rijpen en daarna wordt de wrongel uit de bak in de kaasvaten
gedaan. Als er kruidenkaas gemaakt wordt moeten de kruiden eerst nog worden
toegevoegd en goed gemengd worden met de wrongel.
|