
Een gerbil is een gezellig, levendig en leuk
knaagdiertje.

De Latijnse naam voor de gerbil is Meriones
unguiculatus. Dat betekent geklauwde krijger.
Hij is op 14 april 1866 ontdekt door A. David en wordt ook wel
woestijnratje genoemd maar die naam klopt eigenlijk niet want de echte goede
naam voor de gerbil is Mongoolse renmuis.
Gerbils komen voor in Mongolië en in Noord-China.
Omdat het daar erg heet en droog is maken ze holen onder de grond waar het voor
gerbils een aangename
temperatuur is. 's Avonds als de zon ondergaat komen ze weer tevoorschijn om
eten te zoeken. Tamme gerbils zijn ook veel overdag wakker. Ze slapen in kleine
delen. Dan spelen en graven ze weer een half uurtje en dan slapen ze weer en
kwartiertje. Ook is het vaak dat hij langer wakker is. Dat is meestal als het
hok opnieuw is ingericht.
Gerbils zijn sociale dieren die ± 12 cm groot zijn en de staart van de gerbil is ± 10 cm. Gerbils kunnen hun staart loslaten. Dat kunnen ze omdat ze in het wild nogal eens door vogels aan hun staart meegenomen worden. Als hij zijn staart dan loslaat komt hij weer op de grond terecht. Pak een gerbil dan ook NOOIT bij zijn staart, want dan kan hij hem ook loslaten.
De lichaamstemperatuur van de gerbil is ± 38 °C en ze worden gemiddeld 3-4 jaar. De oudste gerbil ooit is 8 jaar en 4 maanden oud geworden.