cattery: Whistling Cats

De legende over het ras van de Heilige Birmaan:

 

 

Ergens in het noorden van Birma (Tibet) een boeiend land,

waarin de monniken zelfs met hun kleurrijke kleding het straatbeeld sieren en de pagoden voelbaar aanwezig zijn daar ligt een geheimzinnig dal.

Dit dal heeft een saffierblauw meer, het dal is vrijwel door geen enkele sterveling aanschouwd.

Het meer ligt verborgen ergens tussen de bergtoppen, dit dal is een toevluchtsoord voor de Kittah priesters.

In de flanken van de berg Lugh vlak bij het meer ligt een ingang die verder gaat als een onderaards pad  en zo naar de tempel van Lao-Tsoen leidt,

hier bevindt zich ook een gouden beeld van de godin Soen-Kyang-Kse met saffieren ogen.

De Kittah priesters hebben daar prachtige tempels gebouwd met torens die schitterden van het bladgoud en dit alles voor en ter verering van hun goden,

van wie de belangrijkste de god Songh-Hyo en de godin Soen-Kyang-Kse waren.

Dit was dan ook het domein en de schuilplaats van de Kittah priesters, sekte leefde al ver voor onze jaartelling in Birma.

De tempels daar waren mede omringd door hoge muren die de rust, stilte en veiligheid van de inwonende moesten garanderen.

Bij de Kittah godsdienst spelen mede hun katten een belangrijke rol. 

De ziel van de Kittah priester zou namelijk na zijn overlijden overgaan in een van de ruim honderd witte tempelkatten.

Als deze kat dan ook sterft, dan pas verhuizen beiden zielen naar hun uiteindelijke paradijs, het paradijs van Songh-Hyo.

De Kittah priesters en hun katten werden eerder al door Thaise plunderaars verdreven naar het ontoegankelijke Tibet,

maar ook daar werden ze lastig gevallen.

Moen-Hua was hun meest vereerde priester,wiens gouden baard door Songh-Hyo zelf gevlochten zou zijn.

Altijd was hij samen met zijn mooie witte heilige langharige kat Singh deze kat had gouden ogen,

zij mediteerde samen voor het beeld van de godin Soen-Kyang-Kse.

Op een maanlichte nacht kwamen moordenaars de Pouhms uit het naburige Siam en werd de tempel weer eens overvallen,

 zij vermoorden nu ook de oude opper priester Kittah Lama Moen-Hua,

deze stierf zoals hij geleefd had: mediterend en in boetedoening levend voor zijn prachtige gouden godin Soen-Kyang-Kse.

Op het moment dat Moen-Hua stierf,

sprong de kat Singh op het lichaam van zijn oude meester en staarde met in zijn gouden ogen zichtbaar de wanhoop van de overmeestering van zijn meester Moen-Hua naar de liefelijke godin, op dit moment vond het wonder van de onmiddellijke zielsverhuizing plaats.

De ziel van de priester ging over in die van de kat en als gevolg hiervan veranderde de vacht van de kat.

De godin straalde al haar gouden gloed uit over Singh, waardoor zijn vacht de gouden gloed kreeg,

gelijk aan de kleur van de baard van de priester en de kleur van het beeld van de godin.

Zijn ogen kregen dan ook dezelfde saffierblauwe kleur als de ogen van Soen-Kyang-Kse.

Even later werden zijn oren, gezicht, pootjes en staart bruin de kleur van de vruchtbare moeder Aarde aan.

Maar zijn voetjes die zijn stervende vriend troostend hadden aangeraakt bleven stralend wit, die rustten namelijk nog op het lichaam van zijn geliefde meester,

deze kregen de kleur van zuiver en reinheid. 

De andere Kittah priesters werden door deze wonderbaarlijke gedaanteverwisseling zo gemotiveerd dat zij de aanvallers verjaagden uit hun tempel dit mede door de zuidelijke poorten te sluiten.

Hierdoor werd hun tempel die gewijd was aan hun god Songh-Hyo en de godin Soen-Kyang-Kse bespaard gebleven en waren de overige Kittah priesters gered.

De kat Singh bleef maar naar het beeld van de godin Soen-Kyang-Kse staren, na zeven dagen onbeweeglijk staren in de ogen van de godin Soen-Kyang-Kse,

stierf hij en bracht de geest van zijn geliefde meester mee naar het paradijs van Songh-Hyo.

Weer zeven dagen later verzamelden de priesters zich voor het beeld van de liefelijke godin om te beslissen over de opvolging van Moen-Hua.

Alle katten van de tempel verschenen in plaats van spierwit net zo als Singh en hadden nu een gouden vacht met zuiver witte handschoenen en diep saffierblauwe ogen.

Zij verzamelden zich in een kring om de jongste Kittah priester, deze werd door de keuze van de katten als de opvolger van Moen-Hua aangenomen.

Vanaf die tijd beschermen de priesters de heilige gouden katten omdat zij geloven dat deze katten over hun ziel waken.

Zo blijft de Heilige Birmaan een opvallend en bijzondere majestueus ras met een stukje intrigerende mysterie.

 

Dit is natuurlijk een prachtige oude fantasierijke legende,

waarin U alle rasbeschrijving van de Heilige Birmaanse kat kan vinden!

Maar ja zoals bij alle legendes zou ook deze naar het rijk der fabelen verwezen kunnen worden.

Maar hun typische raskenmerk, dat bij geen enkele ander ras voorkomt, vormen de witte voetjes.

Heilige Birmanen worden alleen gefokt in het zogenaamde Hymalaya patroon (als ‘points’) en hebben dan ook altijd hun diep blauwe ogen.

Katten van dit ras zijn over het algemeen rustige en verstandige dieren die het met iedereen prima kunnen vinden.

 

 ‹ Vermoedelijke ingang tot het dal van de Kittah’s?

Het Begin