Wat is er nu nog te zien?
Op
het kerkhof liggen in totaal nog 42 oude grafmonumenten, waaronder het bekende
robbenjagersgraf.
Een
groot deel van de stenen is nog redelijk gaaf. Sommige graven zijn gescheurd.
De meeste funderingen zijn instabiel, doordat de voegen van de muurtjes los
zitten of reeds zijn ingestort.
10.1 Afbeelding op grafzerk van robbejager Tjark
Ders Visser. Tekening onbekende herkomst.

Robbenjager
en wadvisser Tjark Derks Visser ligt op het kerkhof begraven. Hij overleed in
1871. Op zijn grafzerk is een
boot gebeiteld, varende op de Wadden. Een man aan het roer en een aan de
riemen. Twee robben zwemmen vluchtend voor de boot uit.
Op
het grafschrift staat: “Tjark Derks Visser, geb. den 1 Oct.
1779, overl. den 24 July 1871 te Westernieland, dus bijna 92 jaar oud. Sedert
1858 weduwnaar van wijlen Elizabeth Jans nalatende twee zoons en aangehuwde
dochters, die te zijnen eer dezen steen alhier hebben gelegd”.
Tot aan zijn vijf en vijftig jaren
Heeft hij de Wadden steeds bevaren
Zeehonden vangen was zijn werk
Bij vlijt en zuinigheid zoo sterk
Om zes en dertig jaar alhier
Te leven als oud rentenier
Op
het graf van een andere robbenjager, Jacob Tjarks Visser (1815—1873), zijn een
zeehond en een anker uitgebeiteld.
Robbenjager
en wadvaarder Tjark Derks Visser was een merkwaardig man. Zijn huis aan de
Noordpolderweg nr 2, werd naar zijn voornaam “Tjaarkerij” genoemd. Tegen zijn
woning stond steeds een stevige ladder, zodat Visser in een wip boven op z'n
huis stond. Op een schoorsteen had hij een leunstoel staan. Bij stormweer ging
hij, gewapend met een flinke kijker, in de stoel zitten. Zo kon hij in alle
richtingen over de Wadden kijken om te zien of er ook een schip in nood
verkeerde. Als hij een schip in nood zag, ging hij er direct met zijn boot op
af om hulp te verlenen.
Begraven
in de kerk is vanaf 1820 verboden.
Vanaf
1870 werden de gemeenten verplicht een algemene begraafplaats te hebben.
Bij
een boerderij aan de Noordpolderweg in Westernieland liggen nog graven van de
familie Ritzema, de vroegere bewoners.
Robbenjagers
Westernieland
heeft een eeuwenlange traditie als het gaat om robben jagen. De familie Visser
had in het dorp een villerij, waar dode zeehonden van hun huid werden ontdaan.
De Westernielanders zijn tot ver na de Tweede Wereldoorlog doorgegaan met de
zeehondenjacht. De allerlaatste Groningse robbenjager was de in 1893 geboren Ko
Teerling. Hij verdiende aan elke gevangen zeehond vijf gulden. Hij kreeg een
rijksdaalder premie en de verkoop van de huid en de traan leverde eenzelfde
bedrag op. Het vet werd ondermeer gebruikt in de verf en zeepindustrie. Pas
toen de traan niets meer opbracht, stopte de jacht op volwassen zeehonden.
Ko
Teerling jaagde toen alleen nog op de pasgeboren jongen. Tussen 1950 en 1958
schoot hij jaarlijks ongeveer 600 jonge zeehonden ten behoeve van de
bontindustrie. Men beschouwde de robbenjacht destijds als een normale zaak.
Kerken in het Groen
10.3
Onderhoud van de graven omstreeks 1970.
10.2 Grafzerken 1998, vóór
herstel 
De kerkvoogdij
van Hervormde gemeente Halfambt is eigenaar van het kerkterrein te
Westernieland. Samen met de kerkvoogdij is door Landschapsbeheer Groningen
een werkplan opgesteld voor het herstel van het kerkterrein. De werkzaamheden
maken deel uit van het project “Kerken in het Groen”
. De werkzaamheden zullen bestaan uit
herstel van de grafmonumenten, het verwijderen van enkele bomen en snoeiwerk.
Ook
zullen opnieuw struiken, zoals meidoorn, lijsterbes en liguster worden
aangeplant. Het pad van stoeptegels is vervangen door straatklinkers.
Ook
is het pad verbreed. De kerkterreinenwacht inspecteert jaarlijks de
onderhoudssituatie van het kerkterrein en brengt hierover rapport en advies uit
aan de kerkvoogdij.
De
kerkvoogdij zal zich als deelnemer aan het project Kerken
in het Groen,
aansluiten bij de kerkterreinenwacht. Deze draagt zorg voor instandhouding van
kerkterreinen in de provincie Groningen.


10.3 Najaar 2003: Vrijwilligers krijgen’les’ in beletteren

NAAR VOLGEND HOOFDSTUK