14 Anekdotes uit de kerkelijke geschiedenis
Uit de kerkelijke
geschiedenis zijn verschillende wetenswaardigheden bewaard gebleven:
14I misdienaar in oorlogstijd, 1944—1945
14II in memoriam ds. A.Wiersema, 1806
14III collatieperikelen 1743
14IV primus inter pares, ds. of
zijlrechter, 1740—1741
I misdienaar in oorlogstijd, 1944—1945
Tijdens
het predikantschap van ds. A. de Jonge (1942—1946) werd in de kerk door een Duitstalige
priester en zijn misdienaars de mis bediend ten behoeve van de Limburgse
evacués die in de voormalige DUWbarakken (De Slikken) waren
ondergebracht in de periode september 1944 tot en met mei 1945. Hierover lezen
we in onderstaande “Brief van een voormalige misdienaar”.
14 / 5 / 2000
Geachte
lezer / lezeres
Schrijvende
aan een familiegeschiedenis kwam ook de periode 1944 - 1945 aan de orde. Die
tijd bracht ik door bij mijn familie in Kloosterburen. In die periode spelen de
kerken in Pieterburen en Westernieland een belangrijke rol zeker gezien door de
ogen van een 12jarige jongen. Het verhaal heeft geen betrekking op de kerken
als bouwwerk maar op het gebruik van deze kerken in de beschreven periode.
Wellicht is het een bijdrage voor de archieven van de kerken. Om die reden zend
ik het aan U.
Ik
kwam hiertoe door een gesprek met mw A. de JongeBlanken, die ik belde met een
verzoek om informatie over de kerken, om daarmee de familiegeschiedenis te
kunnen aanvullen. Zij gaf mij uw adres omdat U mij wellicht nog aan gegevens
zou kunnen helpen. Het gaat daarbij om bouwdatum, inrichting, orgel, en huidige
functie van de kerk. Het hoeft niet uitvoerig een … …… of A4tje is al
voldoende. Bij voorbaat dank
Brief
zenden aan:
Mw
A. de JongeBlanken
Mw
H. HulscherMootzelaar
Dhr
S. Boer
Hoogachtend,
G.M. HOGENBIRK
PR. ANNALAAN 232
2263XS
LEIDSCHENDAM
Katholieke erediensten in kerken van Pieterburen en
Westernieland 1944‑1945.
“Gedurende
de periode eind 1944 augustus 1945
verbleef ik met mijn moeder, broer en zus bij familie in Kloosterburen. Ik ging
in Kloosterburen naar school en was er misdienaar in de kerk van de H.
Willibrordus.
Er
woonden in die tijd in de provincie Groningen veel geëvacueerden uit ZuidLimburg.
Zij waren afkomstig van de oostelijke zijde van de Maas (omgeving Arcen etc.)
omdat de geallieerden de Duitse gevechtsstellingen aan de oostzijde van de Maas
bestookten met zwaar artilleriegeschut. Hoe zij in Groningen zijn gekomen weet
ik niet precies, wel dat sommigen per spoor van Duitsland hebben moeten reizen.
Het
zal duidelijk zijn dat het merendeel van deze Limburgers katholiek was.
Besloten werd (door wie? De bisschop van Roermond?) dat op zondag een H. Mis
zou moeten worden gelezen in de woonomgeving van deze mensen. Het bijwonen van
de mis in b.v. WeheDen Hoorn of Kloosterburen was wegens het ontbreken van
transportmiddelen / fietsen onmogelijk.
Het
toeval wilde dat in Kloosterburen 2 paters en 8 broeders afkomstig uit Limburg
aanwezig waren. Eén van deze paters, Baumeister genaamd, en de 8 broeders waren
afkomstig van het klooster St. Paul van de missionarissen van Mariannhill uit
Arcen. Aan pater Baumeister, een geboren Duitser die de Nederlandse taal
machtig was, werd opgedragen de misviering(en) te verzorgen.
Op
welke wijze e.e.a. werd georganiseerd is mij niet bekend. Wel is bekend dat de
parochie van Kloosterburen de nodige hulp zou verlenen.
De
parochie zorgde o.a. voor alle zaken nodig voor de misviering, zoals gewaden,
paramenten, vaatwerk, misboek, wijn, hosties etc.
De
heer Johannes Kromme zorgde voor 2 fietsen en voor twee houten koffers om de
gewaden etc te kunnen verpakken. En ergens eind 1944 of begin 1945 werd
begonnen met misvieringen in de kerken van Pieterburen en Westernieland.
Ik
kan dit verhaal schrijven omdat ik als 12jarige misdienaar aan pater Baumeister
werd toegevoegd.Op de vroege zondagmorgen stapten de pater en ik op de fiets.
Soms werden we aangehouden door Duitse patrouilles, de pater sprak uiteraard
goed Duits en daarbij viel dan het woord "Passierschein".
De
eerste mis werd omstreeks 9 uur à 9.30 uur opgedragen in de kerk van Pieterburen.
Als altaar werd gebruik gemaakt van een tafel, die zich in 1993 nog in het koor
van de kerk bevond.
Vervolgens werden de koffers weer
gepakt en ging het naar Westernieland.
De
misviering vond daar plaats om 10.30 uur à 11.00 uur. Na afloop van de mis werd
gegeten met het gezin van de toenmaals aan de kerk van Westernieland verbonden
predikant in de pastorie naast de kerk.
Om
een of andere reden kon na palmzondag 1945 geen gebruik meer worden gemaakt van
de kerk in Westernieland. De misvieringen werden vervolgens gehouden in de
kantine van een (dijkwerkers)kamp gelegen aan de weg naar de dijk richting zee.
Het
gezin van de predikant bleef ons ook nadien gastvrij ontvangen.
Na
de bevrijding werd hard gewerkt om de Limburgers naar huis te laten terugkeren.
Besloten
werd met een feestelijke misviering afscheid te nemen; plaats: de kerk van
Pieterburen.
De
8 broeders verzorgden de gezangen tijdens de viering en één der broeders
bespeelde het orgel. De dienst werd besloten met het spelen van het Wilhelmus.
Deze viering vond plaats eind mei of begin juni, maar in ieder geval, zoals
gebruikelijk, op een zondag.
In
de loop van juni 1945 keerden de paters en broeders terug naar Limburg.
De
pater Baumeister vertrok via Arcen naar een klooster van zijn congregatie naar
Canada.
De
fam Hogenbirk verliet eind juli Kloosterburen en keerde terug naar Den Haag.
Daarmee
kwam een eind aan mijn functie als misdienaar in Kloosterburen, maar vooral aan
de in de ogen van een 12jarige avontuurlijke fietstochten naar Pieterburen en
Westernieland.
Het
was niet altijd even mooi weer; sneeuw, koude, regen, storm. Soms kwamen we 's
middags tegen 2 uur in Kloosterburen terug: drijf en drijfnat
.
Op
een zaterdag in 1993 bezocht ik Pieterburen en Westernieland. Op die dag werd
de heringerichte “Domies Toen” feestelijk opengesteld met o.a. een bijeenkomst
in de kerk. Jammer genoeg kwam ik toen de officiële ingebruikstelling al achter
de rug was.
Inmiddels
maakt dit verhaal deel uit van een door mij geschreven familiehistorie. Het
feit dat in Pieterburen en Westernieland in de periode eind '44 juni '45 katholieke diensten werden gehouden
leek mij daarbij het vermelden waard.
II
in memoriam ds.
A.Wiersema, 1806
In
de kerk van Westernieland liggen de grafstenen van ds. Albertus Wiersema en
zijn vrouw Aaltjen Wierenga. De grafstenen van zijn vader en zijn moeder liggen
in het koor van de kerk.
Over
het overlijden van ds. Albertus Wiersema (1768—1806) kunt is te lezen in
onderstaande bijdrage uit : Boeksaal der geleerde wereld, 1806.
DE MARNE WESTERNIELAND EN SAAXEMHUIZEN Den 28sten Jan. Heden
werden deze gecombineerde Gemeenten in het Bestuur des Allerhoogsten door den
dood ontzet van haren waardigen Leeraar den Wel Eerw. D. A. WIERSEMA, na dat
hij den tijd van bijna 38 Jaren, hier het Evangelie der zaligheid had
verkondigd. Zijn Wel Eerw. was in Meij
1731, te Wester Nieland, uit brave Ouders geboren. Zijn Vader was de eerzame
EIJSSE WIERSEMA, een voornaam Huisman aldaar en Ouderling der Gemeente, zijne
moeder de Eerz.ANJE CORNELIS KIMMINGA. Door dezen tot den predikdienst
geschikt, heeft zijn Wel Eerw. na de Latijnsche Scholen te Appingedam te zijn
doorloopen, zijn Letteroeffeningen op Gronings Hooge School voordgezet, en in
den Jaaren 1759, bij deze Classis onder het getal der Proponenten zijnde
aangenomen, werd hij in October 1767, tot Leeraar in deze gecombineerde
Gemeente beroepen. Hij aanvaarde zijnen
dienst den 31sten Jan. 1768 in de Kerk te Wester Nieland, met eene Leerrede
over Ps. XXXIV: 1–2. Na dat hij, door zijnen aangehuwden Broeder, den Wel Eerw.
D. E. DE COCK, toen Pred. Te Petersburen was bevestigd geworden.—
Vervolgens begaf zijn Wel Eerw. zich in
den Jare 1772. in het huwelijk met de Eerzame AALTJE WIERINGA, welke thans,
nevens de Gemeenten, met hare acht kinderen 's mans afsterven beweent. De waterzucht, vergezeld met verval van
kragten, maakte, na ene zukkeling van bijna elf weken een einde van zijn
waardig leven, hebbende bijna een ouderdom van 75 Jaren bereikt.
Nadat het ontzielde Ligchaam, den 6den
dezer maand Febr. rouwlatig in het Familiegraf was bij gezet, heeft de Wel
Eerw. D. P. ADRIANI, Pred. in den Andel, de eerste predikbeurt na de begraving
den 9den Febr. Te Wester Nieland waarnemende, plegtig aan den Overledene
gedagt, predikende bij die gelegenheid over Ps.LXXXIX :4–9. Wat man leeft er,
die den dood niet zien zal? Die zijne ziel zal bevrijden van het geweld des
grafs, en zoekende ons op te wekken, om onze sterfelijkheid
indagtig te zijn.
In
1743 werd ds. Cornelis Coens benoemd voor Westernieland, maar omdat jhr.
Alberda van Dijksterhuis, medecollator in Saaxumhuizen, dwars lag, kon deze
benoeming pas in 1748 ook voor Saaxumhuizen rechtskracht krijgen. Hierover
lezen we in “Dorpen in Westelijk Hunsingo” van W. Duinkerken, uitgave 1960:
“De collatie van Saaksumhuizen was in handen van de
Heer van de Tammingaborg en de Heer van de borg Dijksterhuis. Toen na het
overlijden van ds. Joh. Coens in 1743 een nieuwe predikant moest worden
beroepen, leverde dit voor Westernieland geen moeilijkheden op. Jhr. Pyrrhus
Wilhelmus van Sytzama van Bellingeweer beriep als unicus collator van
Westernieland de zoon van de overleden predikant, kandidaat Cornelius Coens. In
de collatie van Saaksumhuizen had hij een meerderheid, hetgeen hem door jhr.
Alberda van Dijksterhuis werd betwist. Na een proces van enige jaren werd jhr.
van Sytzama in het gelijk gesteld en werd ds. C. Coens in 1748 ook te
Saaksumhuizen beroepen.”
IV primus inter pares, ds. of
zijlrechter, 1740—1741
Ook
over het conflict van ds. Johannes Coens (1697—1743) met de zijlrechter /
ouderling Eijse Wiersema, in de periode 1740—1741, wordt uitvoerig bericht in
bovengenoemde ”Dorpen in Westelijk Hunsingo” van W.
Duinkerken.
“Westernieland is kerkelijk
gecombineerd met Saaksumhuizen. De combinatie dateert van 1687, nadat de
gemeenten van 1598—1628 ook reeds verenigd waren geweest. De predikant woonde
in de 17de eeuw in Saaksumhuizen, maar daarna in Westernieland.
In 1697 werd kandidaat Johannes Coens, afkomstig uit Emden en als
student te Groningen ingeschreven op 4 augustus 1685, predikant van beide
gemeenten.
Hij schijnt een krachtige persoonlijkheid te zijn geweest. In 1740
kreeg hij met de zijlrechter van het Schouwerzijlvest en ouderling van zijn
gemeente, Eijse Wiersema, hooglopende onenigheid. Op zondag 16 oktober 1740
kort voor de aanvang van de kerkdienst, overhandigde de wedman van Westernieland
ds. Coens een schouwcedel, met verzoek de inhoud van de preekstoel af te
kondigen. Het stuk was de gebruikelijke waarschuwing aan de landgebruikers om
binnen een termijn van enige dagen de maren, tochten en pompen schoon te maken
en in schouwbare staat te brengen. Evenals allerlei andere afkondigingen werden
ook mededelingen van het zijlvest van de preekstoel afgekondigd. Ook deze keer
voldeed ds. Coens aan het verzoek van de zijlrechter.
Enige dagen daarna verscheen de wedman opnieuw aan de pastorie, nu
om de gedane afkondiging door ds. Coens te laten tekenen. Dit was niet te doen
gebruikelijk en ds. Coens weigerde de ondertekening. Hij was de mening
toegedaan, dat Wiersema door middel van de tekst van het cedel trachtte het
ressort van het zijlvest te vergroten, zulks ten nadele van de kerk van
Westernieland. De omstandigheid, dat de verstandhouding predikant ouderling
niet bepaald goed was, zal wel mede aanleiding tot de weigering van de
predikant zijn geweest, Met de weigering was een geschil geschapen. Een poging,
de zaak in der minne te regelen liep op niets uit. Het Hoog Edele Gericht van
Pieterburen, bestaande uit de redger jhr. Gerhard Alberda van Menkema en Dijksterhuis
en zijn secretaris, besliste op 27 juni 1741. De zijlrechter werd in het gelijk
gesteld.
Dit voorval geeft een duidelijk beeld van een stukje “wereld” in
de kerk, dat zich ten plattelande zo lang heeft kunnen handhaven.”

14.1 Tekening
voorlezen van een schouwcedel in de kerk. Bron
W.Duinkerken, uitgave 1960