Bij het vooronderzoek voor deze
recentelijke restauratie bleek dat de vochtproblemen in de kerk (het doorrotten
van balken) voor een groot deel veroorzaakt werden doordat zowel aan de buiten
als aan de binnenzijde met een harde cementpleister was gewerkt.
15.1 Het
verwijderen van de pleisterlaag. Foto privébezit.
Bij het verwijderen van de pleisterlaag
aan de binnenzijde werden restanten gevonden van een drietal overwelvingen,
waarvan die in het koorgedeelte het duidelijkst is. Gezien de grotere dikte van
de binnenmuur in dit deel, alsmede het feit dat er een niet ingeboete naad met
het achterste deel is, en er ook enkele voor de eredienst functionele
(dichtgezette) nissen in dit deel aanwezig zijn, duidt alles erop dat het
koorgedeelte de oorspronkelijke laatromaanse overwelfde kerk is. Reeds in de
romaansgotische tijd moeten de achterste twee overwelvingen zijn aangebouwd.
In de meest westelijke van deze
overwelvingen zijn zowel in de zuid als de noordgevel dichtgezette zijingangen
gevonden, resp. de mannen en de vrouweningang.

15.2 De
middeleeuwse manneningang.
Foto privébezit.
.
Ook in de beide aangezette overwelvingen
zijn enkele dichtgezette nissen gevonden. Mogelijkerwijs hebben hier heiligenbeelden
in gestaan in de vóórprotestantse tijd.
Bij het latere stucwerk zijn deze
bouwsporen op een sobere wijze in de verse pleister aangeduid. Enkele nissen
zijn gehandhaafd. Bij de restauratie van 2001-2002 is de kap van het dak en
zijn de draagbalken en de zoldering onder handen genomen. Het plafond en de
balken zijn in de oorspronkelijke kleur blauwgroen geschilderd. De binnenmuren
zijn, na herstel van de voorafgaande sloopschades en invulling van scheuren,
voorzien van een ademende kalkmortel. Winter 2005 is deze kalkmortel aan de
Noord-muur en de Oost- en West-muren weer verwijderd en vervangen door z.g.
Jahn-mortel waarvan de verwachting is dat hiermee de hechtingsproblemen
opgelost zullen zijn.
De vrije ruimte in het koor is vergroot
en achterin de kerk zijn ruimten voor een eenvoudig toilet en keukentje
afgescheiden. De banken zijn, in overleg met Monumentenzorg, ter verbetering
van het zitcomfort, verbreed en enigszins achterover hellend uitgevoerd.
Teneinde de oorspronkelijke uitvoering in eikenhout te suggereren, is de grijze
lakverf overgeschilderd in een imitatie eiken kleur.
Van de buitenmuren is de pleisterlaag van
het onderste deel van de buitenmuren en een groot deel van het overige
(loszittende) harde pleisterwerk eveneens verwijderd, slechte stukken van de
muur zijn opnieuw ingevoegd met nieuw metselwerk en van een meer ademende
(vochtdoorlatende) mortel voorzien. De kerk is daarna opnieuw geschilderd in de
(zuid-europees aandoende) gele zandkleur, zoals deze vóór de restauratie was.
Een indruk van hoe de kerk er met overwelvingen zou hebben uitgezien is te verkrijgen in de N.H. Kerk te Den Andel, met dit verschil dat deze kerk iets breder van opzet is en vier overwelvingen bezit. Waarschijnlijk is de ingang hier van het begin af centraal aan de westzijde geweest, aangezien hier de buitenmuren niet bepleisterd zijn en er toch geen sporen van zijingangen te zien zijn. In de oostgevel zijn hier twee dichtgezette rondboogramen te zien.(Zie ook www.halfambt.nl )
Historische bouwsporen van de kerk in kaart
gebracht.
15.3 De Oostmuur Historische
bouwsporen

15.4 De Westmuur Historische
bouwsporen

en 15.5 Zuidmuur Historische
bouwsporen
NAAR VOLGEND HOOFDSTUK